Tijd voor een Mens 2.0?

Columnist Tobias Leenaert kijkt naar de toekomst en is even positief als controversieel. ‘Ik geloof dat de natuur niet het laatste woord moet hebben en dat we beter kunnen doen dan zij.’

  • © Brecht Goris 'Er staan ons ongelooflijk fascinerende tijden te wachten.' © Brecht Goris

Als we als mensheid één gezamenlijke taak hebben, dan zou ik zeggen dat die als volgt is samen te vatten: Zorgen dat er zo weinig mogelijk leed en zo veel mogelijk geluk in de wereld is.

Niet dat élke vorm van verdriet of elk fysiek ongemak koste wat het kost moet verdwijnen, maar graag toch wel de pijnlijkste en/of meest chronische zaken, zowel lichamelijk als mentaal.

En dit wat mij betreft voor alle welzijnsgevoelige wezens, tot welke soort ze ook behoren.

Wereldverbeteraars

Ondanks de vele grote en kleine gruwelen die al sinds mensenheugenis schering en inslag zijn, lijken we het als maatschappij ongeveer eens over die doelstelling.

Er bestaat geen probleem of mensen werken aan een oplossing.

Enorm veel mensen zijn daadwerkelijk bezig met het verminderen van leed in allerlei vormen. Dat geldt voor een heel groot deel van de non-profitsector, maar ook dokters, verplegers, vele onderzoekers, activisten, sommige kunstenaars, bedrijfsleiders en noem maar op.

Er is nog nooit een periode in de geschiedenis geweest waarin we ons met zoveel mensen zo massaal inzetten voor het verbeteren van de wereld.

Dat mag, te midden van al het pessimisme en de occasionele misantropie, ook wel eens gezegd worden. Er bestaat geen probleem of mensen werken aan een oplossing.

Kleine ruzies en grote oorlogen

En toch lijkt het me allemaal ergens dweilen met de kraan open, die leedvermindering en wereldverbeterarij. Die open kraan, dat is in dit geval de menselijke natuur – hoe we in elkaar zitten.

Laat ons zeggen dat we zo geëvolueerd zijn dat goed doen niet vanzelf komt.

Ik ben de laatste om te zeggen dat die natuur fundamenteel slecht is, of dat ze vast ligt. En ik ben ook de laatste om morele vooruitgang te ontkennen. Maar laat ons zeggen dat we zo geëvolueerd zijn dat goed zijn en goed doen voor de Homo sapiens allesbehalve vanzelf komen.

Aan anderen denken, empathisch zijn, grotere belangen van anderen boven kleinere belangen van onszelf stellen… we kunnen het doorgaans minder goed dan velen onder ons zouden willen.

Ik denk dat, veel meer dan andere factoren zoals schaarste of natuurrampen, deze kleinmenselijke eigenschappen en minpunten de hoofdoorzaak zijn van zowel onze kleine ruzies als onze grote oorlogen, die we allemaal al met ons meeslepen sinds we in grotten woonden.

Vechten tegen schaduwen

De vraag die me interesseert is of er voor al dat leed een fundamentele oplossing bestaat. Of we, met andere woorden, de kraan kunnen toedraaien.

Kunnen we via cultuur en educatie ontsnappen aan onze menselijke tekortkomingen en een mensheid of wereld bouwen die structureel en permanent beter is? Of zullen we gewoon blijven aanmodderen? Zullen we in het jaar 3000, gesteld dat we er dan nog zijn, nog steeds kampen met onze schaduwkant?

Ik heb er voorlopig nog maar weinig vooruitgang mee geboekt, maar ik geloof dat meditatie een onderzoekswaardige denkpiste is.

Of spreken we dan – of vroeger, of later – misschien van een Mens 2.0? Een Homo sapiens sapiens sapiens? Een soort die eindelijk zijn eigen natuur – of de kwalijke stukken daaruit – heeft overstegen?

Afgezien van goddelijke of buitenaardse ingrepen of een geleidelijk beschavingsproces door educatie – wat volgens mij aanmodderen blijft – zijn er maar een paar middelen die ons mogelijks kunnen helpen bij die zelfoverstijging.

Een eerste is spiritualiteit. Bepaalde religieuze tradities leggen de nadruk op inkeer of meditatie als tool om jezelf te leren kennen en voorbij te gaan aan je ego, je bewuster te zijn van je gedachten en gevoelens, en je bijvoorbeeld te realiseren dat geluk uiteindelijk niet veel te maken heeft met externe, vergankelijke factoren, met dingen die we hebben of krijgen.

Op die manier wordt het minder nodig te streven en te graaien en oorlog te voeren. Ik heb er voorlopig nog maar weinig vooruitgang mee geboekt, maar ik geloof dat meditatie een onderzoekswaardige denkpiste is.

Een tweede mogelijk hulpmiddel is nog controversiëler: technologie. Voor de meeste mensen lijkt er een grens te zitten op welke technologische ingrepen we mogen doen op lichaam en geest.

Er zijn zeer simpele ingrepen, zoals een bril of een aspirine, waarmee bijna niemand problemen heeft. Met het aanpakken van mentaal leed, in de vorm van bijvoorbeeld antidepressiva, wordt het voor velen al heel wat moeilijker.

Maar daar begint het pas: biotechnologische vooruitgang zou ons binnenkort in staat kunnen stellen zowel ons welzijn als ons hele wezen enorm te manipuleren. De zogenaamde transhumanisten vinden dat we technologie moeten ontwikkelen en aanwenden voor het structureel verbeteren van menselijke intellectuele, fysieke en psychologische capaciteiten. Zij kunnen zich een toekomst inbeelden die er, vooral dankzij technologie, compleet anders en een pak beter uitziet.

Privilege

Ik kan me voorstellen dat bovenstaande bedenkingen op veel weerstand botsen. Misschien vindt u een dergelijk gedachtegoed een perfecte illustratie van menselijke hubris? Of u meent dat we geen geluk kunnen ervaren zonder leed? Of dat al die ellende en al dat leed ons inspireren tot de creatie van veel schoonheid en kunst, en het leven complexer, boeiender en mysterieuzer maken?

Ik vrees dat wie lijden minimaliseert of ophemelt, spreekt vanuit een gepriviligieerde positie.

We hebben een veel te grote tolerantie voor leed.

Psycholoog Dirk De Wachter zegt dat we nog weinig tolerantie hebben voor verdriet, en dat ‘alles maar leuk moet zijn tegenwoordig’. Ik ben het daar- grotendeels mee eens, maar tegelijkertijd speelt ook het tegenovergestelde. De wereld is er het bewijs van: We hebben een veel te grote tolerantie voor leed, en van het verminderen van leed maken we nog steeds veel te weinig een prioriteit.

Bovenal zie ik een enorm gebrek aan verbeelding. Een gebrek aan verbeelding over hoe het zo ongelooflijk anders en beter zou kunnen. Ik geloof dat we niet voor eeuwig een dier moeten blijven dat in zichzelf verdeeld is en vecht tegen zijn eigen schaduwkanten. Ik geloof dat de natuur niet het laatste woord moet hebben en dat we beter kunnen doen dan zij, en dat zo’n gedachte niet hoeft voort te komen uit hoogmoed, maar ook een gevolg kan zijn van empathie.

Als alles goed gaat, zullen we hier nog vele honderden of duizenden jaren rondhangen, en de veranderingen gaan steeds sneller. Er staan ons ongelooflijk fascinerende tijden te wachten.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur