Transjan? Toch maar niet

Het idee dat mensen (eindeloos) zouden moeten verbeterd worden via technologische weg, vindt Jan Mertens een akelige gedachte. Een technologisch verbeterde versie van onszelf, met een USB-stick in je hoofd, het hoeft niet echt …

  • © Brecht Goris © Brecht Goris

Soms doe ik mijn best om dingen te lezen die ik eigenlijk helemaal niet wil lezen. Het verplicht mij om na te denken over dingen waar ik liever niet te veel over wil nadenken, of waar ik misschien wel schrik voor heb. Een goede zaak dus dat ik dat doe.

Het transhumanisme, dat is een van die dingen. Het idee dat de mens ‘post-menselijk’ wordt, en zijn of haar eigen evolutie in de hand moet nemen, via technologische weg, daarover gaat het.

Een tijdje terug las ik in de krant een artikel over een toekomstbeeld waarbij we een computer zouden kunnen aansluiten op ons hoofd en als het ware bestanden zouden kunnen importeren in ons hoofd. Als ik zoiets lees, roept er ergens in mij een stem luid NEEEEEEEEE!!!!

Misschien is een stukje van mij gewoon bang van verandering. Misschien ben ik conservatiever dan ik wil toegeven. Misschien heb ik er gewoon nog niet genoeg over nagedacht, en zal blijken dat ik me anders moet opstellen. Of misschien heb ik intuïtief net wel goede redenen om nee te roepen. For the time being.

Hoe begin je aan een denkproces in een no-go area in je hoofd? Zelf tegenvoorbeelden zoeken, of alleszins voorbeelden die je eerste reactie uitdagen. En daarnaast voelen of je intuïties aansluiten bij je waarden of die misschien onderuithalen.

Ik zal er maar meteen bij zeggen dat ik nooit een fan ben geweest van science fiction. Alhoewel, Star Trek vond ik wel leuk als kind. ‘Beam me up, Scotty!’ En, nu ik toch terug naar mijn kindertijd ga, er was natuurlijk ook de Man van Zes Miljoen. Als dat geen transhumanisme avant la lettre was… (Voor de fans van toen, op YouTube kun je nog steeds een filmpje vinden met de intro van de reeks, alles komt even terug…)

Allerlei implantaten die bij de mens worden ingebracht, is dat een probleem? Is er een fundamenteel verschil tussen een prothese in hout en leder (voor een arm of been) en een hoogtechnologische “bionische” arm (zoals bij Million Dollar Man Steve Austin)? Of is het verschil enkel gradueel? Is het trouwens niet zo dat de overgang van de mens naar de post-mens gradueel verloopt, en dat je geen grens kunt trekken? Er zijn ondertussen al vormen van “brain-computer interface” waardoor hersensignalen kunnen worden opgevangen en omgezet door een computer. Dat zou dan bv. mogelijkheden kunnen bieden voor mensen die verlamd zijn. Als dat kan, waarom zou dan de omgekeerde richting, van computer naar hoofd, zo erg zijn?

Ik zucht en zit rusteloos op mijn stoel te schrijven. Liefst wil ik weglopen van dit onderwerp. Ik zoek verder op internet, en vind een definitie: ‘De studie van de vertakkingen, beloftes en potentiële gevaren van technologieën die ons in staat zullen stellen onze fundamentele menselijke beperkingen te elimineren, en de verwante studie van de ethische kwesties van toepassing op het ontwikkelen en gebruiken van dergelijke technologieën.’ Het idee dat menselijke beperkingen “geëlimineerd” moeten worden, daarop klinkt andermaal een NEE.

Mijn intuïtie zegt: mensen mogen “gerepareerd” worden, als ze dat willen, maar ze hoeven niet “verbeterd” te worden, als ze dat niet willen. Het idee dat mensen (eindeloos) zouden moeten verbeterd worden, via technologische weg, vind ik nog steeds een behoorlijk akelige gedachte.

De eindigheid van het concrete menszijn lijkt me net de voorwaarde voor enkele van de mooiste aspecten van het menszijn zelf, zoals de liefde.

Als je zoiets zegt, zijn er steeds mensen die je ervan beschuldigen “conservatief” te zijn, of “dogmatisch”, “irrationeel” of “antimodern”. Ik denk dat ik geen van de vier ben. Diezelfde mensen zullen ook zeggen dat ik “romantisch” ben. Daar kan ik wel mee leven waarschijnlijk.

Ik heb het moeilijk met een bepaald soort maakbaarheidsdenken, om allerlei redenen. Voor een deel ook omdat het – in deze discussie – volgens mij de “aardsheid” van de mens ontkent, of als een ‘te elimineren beperking’ ziet. Persoonlijk vind ik de eindigheid van het concrete menszijn niet iets dat technologisch zou moeten overstegen worden, het lijkt me net de voorwaarde voor enkele van de mooiste aspecten van het menszijn zelf, zoals de liefde. En in de kunst proberen we het menselijk tekort te overstijgen. Dat kunst ons zo kan aangrijpen, hangt, denk ik op een diep niveau samen met ons “in de tijd” zijn.

Meer concreet. Ik vind het een interessante en waarschijnlijk voor velen hoopvolle gedachte dat mensen die nu verlamd zijn door nieuwe technologie ooit weer zullen kunnen lopen, als ze dat zelf ook willen. Ik vind het anderzijds op dit moment een verwerpelijke gedachte dat men een techniek zou ontwikkelen waardoor men een soort extern geheugen via een USB-stick op mijn hoofd zou kunnen aansluiten waardoor ik nog “beter” zou worden. Is de grens tussen die twee stellingen exact te bepalen? Misschien niet. Het is een kwestie van waarden. En dus zit je altijd in een veld waar er discussie en dialoog moeten zijn, en waar je voor dingen kiest na afweging van waarden. Geen absolute waarheid dus. Aanmodderen, en dat met behulp van enkele morele krukken. Een beetje drassig, maar is dat niet net wat het wezen van de mens uitmaakt?

Mijn eerder genoemde critici zullen opwerpen dat “de” mens “altijd” verder zal willen gaan in “de” vooruitgang, en zich altijd verder zal willen “ontwikkelen”. Dat wordt dan met enige stelligheid gezegd, als was het een onweerlegbaar wetenschappelijk feit, waarna ik deemoedig het hoofd zou moeten buigen. Als ik eerlijk ben, moet ik zeggen dat die stelligheid me veel dogmatischer klinkt dan mijn geworstel. Ik ervaar het soms ook als een vorm van mateloos humanisme. En die mateloze kant van de verlichtingsidealen (die ik deel) heeft naar mijn aanvoelen al voor veel te veel ellende gezorgd.

We moeten niet emigreren naar een andere planeet, we moeten deze planeet koesteren en intact houden.

Een vergelijking. Het idee dat we maar naar Mars moeten gaan als het met onze planeet (door menselijk toedoen) fout gaat, vind ik waanzinnig en totaal onverantwoordelijk. Als je rommel maakt in de kamer die je samen met anderen gebruikt, dan ruim je alles netjes weer op. Je zorgt ervoor dat wie na je komt de kamer in dezelfde staat (of terug hersteld) aantreft als jij. Klimaatverandering moeten we niet aanpakken door gevaarlijke illusies als geo-engineering, maar gewoon door ons menselijk gedrag aan te passen. We moeten niet emigreren naar een andere planeet, we moeten deze planeet koesteren en intact houden. Om dat te doen, zullen we toch een aantal grenzen moeten aanvaarden.

Dat aanvaarden is dan net een voorwaarde om de moderne idealen van onder meer rechtvaardigheid uit te voeren. Een vorm van matiging dus, die tot een volgens mij mooier humanisme kan leiden. Een aardse menselijkheid, die de grenzen omarmt, die kan doen bewegen, maar daarom niet wil elimineren. Een vorm van rationaliteit die zich niet schaamt om de lichamelijkheid.

Als mens zijn we haperende wezens, geworpen in de tijd. Eindig dus. Net als de andere onderdelen van die mooie planeet waar we een deel van zijn. Mijn argumenten tegen een Transjan, de versie 2.0 van mezelf, zijn waarschijnlijk ook haperend, en zoekend. De twijfel, en het feit dat ik ze formuleer in waarden, dat zijn volgens mij bij uitstek vormen van denken die in het moderne gegrond zijn.

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Beleidsmedewerker Federale Raad voor Duurzame Ontwikkeling

    Jan Mertens woont in Leuven, werkt voor de Federale Raad voor Duurzame Ontwikkeling, en is onder meer ook actief in de denktank Oikos.