Trump’s bevrijdende discours

Aan polarisering geen gebrek in de Amerikaanse voorverkiezingen, en soms levert polarisering inderdaad positieve effecten op, schrijft Ferdi De Ville. ‘Lange tijd was kritiek op het huidige vrijhandelssysteem taboe. Dankzij Donald Trump lijkt het debat van dat intellectuele juk bevrijd.’

  • © Brecht Goris © Brecht Goris

Neen, natuurlijk ben ik geen fan van The Donald. Maar u -en misschien bent u wel geen traditionele MO*lezer- bent nu wel deze column aan het lezen.

Uiteraard kijk ik, zoals velen, met een tegenstrijdige mengeling van verwondering, vermaak en walging naar de Republikeinse voorverkiezingen in de Verenigde Staten. Maar er is wel (minstens) één positief neveneffect dat het discours en succes van Trump met zich meebrengt. De gevolgen van ‘vrijhandel’, tot voor kort een dogma onder weldenkende mensen, worden eindelijk fel en wijd bediscussieerd. 

Sinds een paar weken is vrijhandel één van de belangrijkste thema’s in de Amerikaanse voorverkiezingen. Waarnemers schrijven de onverwachte scores van Trump bij de Republikeinen en van Sanders bij de Democraten deels toe aan hun kritische positie tegenover vrijhandel. Natuurlijk zijn de uitspraken en voorstellen van Trump over handel meestal even buitenissig als over andere thema’s. Maar ze hebben politici, experts en opiniemakers wel verplicht na te denken over waarom kritiek op vrijhandel zo resoneert bij de bevolking. En dan vooral bij de achterban van Trump en Sanders, de spartelende (ex-)middenklasse. 

Sinds een paar weken is vrijhandel één van de belangrijkste thema’s in de Amerikaanse voorverkiezingen.

Lange tijd was kritiek op het huidige vrijhandelssysteem taboe, niet enkel in de Verenigde Staten. Wie kanttekeningen bij vrijhandel durfde maken, kreeg snel de stempel ‘protectionist’ (ik kan erover meespreken). Dankzij Trump lijkt het debat van dat intellectuele juk bevrijd. 

Vrijhandel verhoogt de welvaart van alle deelnemende landen, en daar dienen verder geen vragen bij gesteld, zo luidde het credo. Dat er binnen landen ook verliezers zijn van liberalisering en herstructurering, werd wel erkend, binnenskamers en schoorvoetend. Maar die negatieve gevolgen werden meestal geminimaliseerd en vergoelijkt.

Ze werden eerder als het gevolg gezien van technologische verandering dan van vrijhandel. En er werd gesteld dat deze nadelen gemakkelijk kunnen worden gecompenseerd met andere beleidsinstrumenten: korte werkloosheidsuitkeringen en flexibele arbeidsmarkten en herscholing. Werkloosheid, onzekerheid en ter plaatste trappelende lonen toeschrijven aan vrijhandelsakkoorden werd als teken van economische ongeletterdheid gezien. 

Verliezers van de globalisering

Dit ‘globalisering heeft enkel positieve gevolgen’ discours botst met de ervaring van vele Amerikaanse werknemers die hun jobs zagen verdwijnen naar onder andere Mexico en China. Zij voelen de voorspelde baten van het Noord-Amerikaanse Vrijhandelsakkoord (NAFTA) en de toetreding van China tot de Wereldhandelsorganisatie niet. In tegenstelling tot wat door economen en andere pundits vaak wordt verondersteld, hebben ze ook niet snel een nieuwe job gevonden, en wanneer ze dat uiteindelijk wel doen, is dat vaak een minder goed betaalde en meer precaire baan. Het traditionele vrijhandelsdiscours van de elites klinkt in hun oren leugenachtig. In Europa kan hetzelfde fenomeen wellicht ook een deel van het succes van eurosceptische partijen verklaren. 

Het gaat hier niet enkel om ‘anekdotisch bewijs’ zoals beschreven door journalisten. Recent wetenschappelijk onderzoek naar de impact van de opkomst van China op werknemers in de Verenigde Staten heeft aangetoond dat regio’s waar bedrijven de deuren moesten sluiten door toegenomen concurrentie voor lange tijd te kampen hebben met hogere werkloosheid. Nieuwe werklozen vinden niet snel een nieuwe job, zoals de economische theorie veronderstelt. Meer buitenlandse competitie leidt ook vaak tot significant inkomensverlies gedurende de rest van het leven voor getroffen werknemers. Dat laatste werd in recent onderzoek ook voor Duitse werknemers in importconcurrerende sectoren gevonden. 

Door die negatieve effecten te minimaliseren of makkelijk af te wimpelen door te stellen dat de verliezers kunnen worden gecompenseerd door de winnaars (wat in de praktijk zelden helemaal gebeurt), halen de supporters van globalisering de legitimiteit ervan onderuit. De Turks-Amerikaanse econoom Dani Rodrik schreef jaren geleden al dat globalisering moet worden gered van haar cheerleaders. Nu zitten die cheerleaders met de handen in het haar over hoe de VS kan worden gered van Trump. 

Een botte invoering van hoge importtarieven zoals Trump voorstelt is geen goed antwoord op de negatieve effecten van vrijhandel.

Een botte invoering van hoge importtarieven zoals Trump voorstelt is geen goed antwoord op de negatieve effecten van vrijhandel. Dat brengt jobs niet terug, betekent koopkrachtverlies voor consumenten en remt vooruitgang van ontwikkelingslanden. Maar de reactie van sommige cheerleaders is ook te makkelijk. Zij reageren op het onder vuur komen van vrijhandel door te stellen dat het om wantrouwen over sommige aspecten van hedendaagse vrijhandelsakkoorden, niet over vrijhandel op zich gaat. Die akkoorden komen soms eerder neer op het beschermen van de belangen van machtige bedrijven (bijvoorbeeld via verlenging van bescherming van patenten) dan op het verder vrijmaken van de handel, stellen zij. Dat klopt en het is goed dat het eindelijk erkend wordt, maar dat is zeker niet de enige bron van onvrede.

Het probleem zit dieper. Het huidige vrijhandelssysteem internaliseert belangrijke externe (milieu en sociale) kosten niet. De geaggregeerde baten van vrijhandel op het niveau van staten worden niet herverdeeld. Integendeel, de verliezers (laaggeschoolde werknemers) betalen dubbel: eerst via verlies van hun job en marktinkomen over de levensduur. Vervolgens, omdat globalisering het ook moeilijker maakt voor overheden om bedrijven en vermogens te belasten, via lagere uitkeringen en hogere lasten op hun arbeid. 

Er zijn twee reacties mogelijk op de welkome erkenning dat vrijhandel ook verliezers creëert en dat die niet vanzelf worden gecompenseerd. Er is het antwoord van Trump van de botte invoer van hoge importtarieven. Of men kan eindelijk actie ondernemen zodat vrijhandel samen gaat met meer regulering op het internationale niveau en herverdeling van de baten op nationaal niveau.

De titel van deze column is provocerend. Af en toe is dat nuttig. Zoals Trump’s aanval op het vrijhandelsbeleid van de Verenigde Staten dat (onbedoeld) is. Maar hopelijk leidt het ertoe dat er eindelijk meer aandacht gaat naar het beter reguleren van de vrijhandel en de herverdeling van haar vruchten. Laat een polariserend fenomeen (Trump) uiteindelijk tot meer inclusie (van verliezers van globalisering) leiden. Dat is als niet-expert het enige dat ik over de tragische gebeurtenissen in Brussel via deze omweg wil gezegd hebben.  

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Docent Europese Studies UGent

    Ferdi De Ville is docent Europese Studies aan de Universiteit Gent. Hij is gespecialiseerd in vraagstukken omtrent Europees handelsbeleid, Sociaal Europa en de euro.