Is patriottisme iets wat we moeten nastreven?

Van het nationalisme, verlos ons, Heer

© Brecht Goris

Geert Van Istendael

Heel verfrissend, zo vindt MO*columnist Geert Van Istendael de volslagen afwezigheid van nationalisme bij de Belg — en iedere Vlaming is een Belg, wat de volksbewegers ook mogen beweren. ‘Die afwezigheid van eerbied voor voze symbolen en opgezwollen leugenverhalen. Die nauwelijks hoorbare spot voor alles wat zich dik maakt.

Op 11 juli laatstleden stond onze eerste minister in het Brusselse stadhuis te zwijgen. Hij bevond zich op de eerste rij der genodigden, naast een rij Vlaamse prominenten, onder wie minister-president Jan Jambon. Zij zwegen niet. Zij zongen uit volle borst De Vlaamse Leeuw, onze gewestelijke hymne.

Vervolgens kreeg onze eerste minister kilo’s verwijten naar zijn Oost-Vlaamse hoofd geslingerd omdat hij het gewaagd had níét mee te zingen. Hij verdedigde zich een beetje mak door te zeggen dat hij niet kan zingen. Ik vraag me af of de anderen op de eerste rij wél konden zingen. Dat heeft trouwens geen enkel belang zodra je dat soort hymnen aanheft. Die zijn per definitie van iedere burger, of die nu een goddelijke alt laat horen dan wel het geknars van een ongeoliede fietsketting.

De woede die op onze zwijgzame eerste minister werd afgeslingerd, rook penetrant naar nationalisme.

Even opzij.

Ik vind de Vlaamse leeuw een foeilelijk ding, zowel tekst als melodie, maar toegegeven, les goûts et les couleurs ne se discutent pas. De componist, Karel Miry (1823-1889), heeft zijn deun afgekeken van een Duits lied. Voor de tekst is de grote volksdichter Hippoliet van Peene (1811-1864) ook al te rade gegaan bij de Duitsers. Hij volgt nauwkeurig metrum en regellengte van het Rheinlied, vergelijk zelf maar eens: Sie sollen ihn nicht haben / den freien deutschen Rhein…, maar zijn tekst is veel krijgshaftiger.

Voor de rest vind ik, te beginnen bij onze eigen Brabançonne, zowat iedere nationale hymne die mij ter ore komt, lelijk cq. belachelijk, cq. verdacht, naar muziek en zeker naar tekst. In de Marseillaise brullen de Fransen zowaar iets over sang impur, onzuiver bloed, kun je nagaan. Misschien maak ik een uitzondering voor het Wilhelmus. En voor de vrolijke Italiaanse kermisdeun, Fratelli d’Italia, ook al zijn ze in dat lied bereid om te sterven voor het vaderland.

***

Terug naar onze zwijgzame eerste minister.

De woede die op hem werd afgeslingerd, rook penetrant naar nationalisme. Ik moet die geur te vaak opsnuiven de jongste tijd.

Twee dagen voor de regionale feestdag trekt Els van Doesburg, schepen van de stad Antwerpen voor de N-VA, in een krant van leer tegen het gebrek aan nationale trots der Vlamingen (De Morgen, 9 juli 2022).

Is het nu toeval of niet, maar net in die dagen lees ik het boek Kind van extreemrechts. Wie ik aan het worden ben, van een jonge vrouw, Tanné Bogaerts, die nu actief is voor de partij Groen in Mechelen. Zij groeide helemaal op in een extreemrechts gezin, haar moeder heeft gewerkt bij Filip De Winter. Het is een onthutsend, razend interessant verhaal, dat nieuwe inzichten biedt en oude zekerheden, althans de mijne, onderuit haalt.

Maar dan dit. Tanné Bogaerts heeft gemerkt (blz. 108) dat sociaalliberalen, groenen, sociaaldemocraten en christendemocraten op hun hoede zijn voor Vlaamse fierheid. Zij pleit voor wat zij noemt een positief Vlaams patriottisme.

Twee opmerkingen daarbij.

Eén: Ik vind juist dat christendemocraten en ook liberalen en sociaaldemocraten al geruime tijd onbehaaglijk dicht tegen het Vlaams nationalisme aanschurken.

Twee: Ik vind dat groen en klein links (zo klein zijn die nu ook weer niet meer) veel te lang gedaan hebben alsof Vlaams een vies woord is. Vreemd genoeg lijken zij dan weer aan te schurken tegen de ultraliberale kosmopolieten die jubelzangen uitstoten over de globale wereld zonder grenzen waarin zij zich lekker overal thuis voelen.

Dat wereldbeeld is danig aan het afkalven. De dithyramben voor een vlotjes geglobaliseerde wereld sterven weg. Het enige echt geglobaliseerde verschijnsel op aarde is de opwarming.

***

Is patriottisme, of noem het nationalisme, iets wat we moeten nastreven? Moeten we dringend trotser zijn op ons vaderland? Welk vaderland zou dat dan zijn?

Vlaams nationalisme én Belgisch patriottisme zijn zeldzame plantensoorten.

Als ik op 11 juli door de straten loop van een of andere Vlaamse stad, tel ik de leeuwenvlaggen. Het resultaat is ieder jaar hetzelfde. Ze zijn schaars. Uitzonderingen. Dat vervult mij met trots.

Als ik op 21 juli door de straten loop van een of andere Belgische stad, tel ik de nationale driekleuren. Het resultaat is ieder jaar hetzelfde. Ze zijn schaars. Uitzonderingen. Dat vervult mij met trots.

Vlaams nationalisme én Belgisch patriottisme zijn zeldzame plantensoorten. Er bestaan een paar historische uitzonderingen. Die waren zonder mankeren Belgisch.

Als Duitse soldatenlaarzen onze morzel grond vertrappen, ja, dan kijken de Belgen verstoord op van hun noeste arbeid, ze mompelen, naargelang van hun streek, jommo, zuu neet, pakomsa, voelen zich plotsklaps gloeiend patriottisch en gaan in het verzet. Ze zijn daar heel vindingrijk in en verrassend koppig.

Ze houden in de uiterste westhoek van het land, ondanks modder, ratten en mosterdgas, stand tegen het oppermachtige keizerlijke leger uit het oosten. Ze zijn de enigen in heel Europa die een jodentransport overvallen (in Boortmeerbeek). Ze organiseren een gigantische elektriciteitspanne die de stroom uitschakelt tot in het Rijnland (La grande coupure, 15 januari 1944).

Zo is het vorige eeuw twee keer gegaan. Als je de gezapige Belgen, Vlamingen, Walen, Busselaars, over het lijf loopt, krabbelen ze overeind en vechten ze terug.

Ik begrijp zeer goed de Oekraïeners die van geen wijken willen weten als de kale jonker in het Kremlin het bevel geeft hen aan flarden te schieten. Pakomsa, maar dan in het Oekraïens.

Kijk uit, na elke bevrijding is het welletjes geweest. We willen nu ook weer niet overdrijven. We moeten weer aan het werk. O ja, er is ook nog af en toe het voetbal. Dan gaan we uit de bol. Een halve dag of zo.

***

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws
Ik heb de volslagen afwezigheid van nationalisme en patriottisme bij de Belg, en iedere Vlaming is een Belg, wat de volksbewegers ook mogen beweren, altijd heel verfrissend gevonden. Die afwezigheid van eerbied voor voze symbolen en opgezwollen leugenverhalen. Die nauwelijks hoorbare spot voor alles wat zich dik maakt. Wij laten ons het Belgische hoofd niet zo makkelijk op hol brengen. Een van onze opvallende goede karaktertrekken noemden de Fransen le bon sens belge, het gezond verstand van de Belgen.

Geef mij maar de subversieve, surrealistische, met uitgestreken smoel gezongen deconstructies van onze Brabbeson

Stel je voor, zeg, die geëxalteerde zelfverheerlijking op de quatorze juillet. Of die oranje zelfoverschatting van onze taalgenoten. Of, het kan altijd erger, het Engelse eilandgevoel, gedrenkt in belegen heimwee naar een verdwenen wereldrijk.

Nee, dan de Belgen. Wij noemen de koning onzen Bère of de Flup. Zolang die de boel maar bij mekaar houden. En dat doet Flup voorbeeldig.

***

Telkens als ik Amerikanen of Vlamingen of Fransen zie die met de hand op het hart hun volkslied zingen, denk ik, geef mij maar de subversieve, surrealistische, met uitgestreken smoel gezongen deconstructies van onze Brabbeson:

O dierbaar België, den ezel kan ni schijhijte,
want zijn hol is toegeplakt me kol!
De koning zei, ik zal er is in bijhijhijte,
de koning beet. Den ezel liet ne scheet.

Of anders:

Nen ouwen aap zat zijn klohote te schuhure
me schuurpapier van zeve frang de rol!

Wat hadden we dan gedacht in een land waar een andere eerste minister, Yves Leterme de Marseillaise zong toen een reporter hem vroeg eens de Brabançonne te zingen.

Denk nu maar niet dat die vaderlandschennende verzen een uiting waren van Vlaams verzet tegen het gehate België. De rekruten die ze luidkeels zongen, haatten België niet. Ze wilden vooral dat België hen met rust liet. En voor de rest, de Franstalige officieren die met welgevallen hun koorzang aanhoorden, begrepen er toch geen woord van.

Aanvullend, ik heb een hooggeplaatste Vlaams nationalist gekend die nooit over de leeuwenvlag sprak. De man zei steevast: ’t biëst.

***

Alle grenzen zijn de resultante van oorlog, verraad, gearrangeerde huwelijken tussen kleuterprinsessen en kindprinsen, moord, doodslag, willekeur.

Vlaamse nationalisten kunnen nu opwerpen, nogal logisch, België is een kunstmatige constructie, zoiets kan nooit warme gevoelens oproepen.

Kunstmatig is België zeker, noodzakelijkerwijs is Vlaanderen dan dubbel kunstmatig, want Vlaanderen in zijn huidige vorm is een derivaat van dat kunstmatige België. Ze hebben een lange gemeenschappelijke geschiedenis.

Meer nog, al onze buurlanden delen met ons onze kunstmatige grenzen. Er bestaan in Europa geen landen die niet kunstmatig zijn, alle grenzen zijn de resultante van oorlog, verraad, gearrangeerde huwelijken tussen kleuterprinsessen en kindprinsen, moord, doodslag, willekeur. IJsland is de enige uitzondering.

In 1830 sprak de meerderheid van de Fransen geen Frans. Toen Italië een zelfstandige staat werd, meer dan dertig jaar later dan België, zei de vooraanstaande nationalist Massimo d’Azeglio: Abbiamo fatto l’Italia, ora dobbiamo fare gli Italiani, we hebben Italië gemaakt, nu moeten we de Italianen maken. Twee keer kunstmatig dus.

Het land van de o zo vaderlandslievende Polen lag voor de Tweede Wereldoorlog een paar honderd kilometer verder oostwaarts, het besloeg een flink stuk van het hedendaagse West-Oekraïne. Een Oekraïense stad als Lviv ziet er vooral Pools uit. Een stad als Tsjernivtsi dan weer Oostenrijks.

Is Oekraïne kunstmatig? Zeer zeker. Het belet de Oekraïners niet zich verbeten te verdedigen tegen hun wrede agressor. Denk terug aan onze Belgische voorouders.

Waarom zou je trots moeten zijn op het land waar je toevallig geboren bent? Of aanbeland? Daar heb je zelf toch nul verdienste aan?

Dat je blij bent met bijvoorbeeld onze sociale zekerheid en onze gezondheidszorg, ondanks alle feilen, vind ik wijs. Maar die twee zijn het werk van onze medeburgers, vroeger en nu. Zoals Het Lam Gods het werk is van een jongen die kwam uit een stadje gelegen in wat eeuwen later ons land zou worden.

Tussen De Panne en Aarlen ligt grondstof opgeslagen voor een dozijn burgeroorlogen. Onze voorvaderen hebben de explosieve problemen van ons samenleven altijd vredelievend en democratisch opgelost en wij blijven dat proberen. Laten we daar blij mee zijn. Wie niet tevreden is, mag altijd de lijken gaan tellen in Noord-Ierland of in voormalig Joegoslavië.

Vaderlandsliefde? Daar is geen enkele reden voor.

Laten we een keer onze ruimtelijke rotzooi bekijken en ons collectief schamen. Is dat gerommel te wijten aan slecht Belgisch beleid? Nee hoor. Die rommel hebben wij met ons allen zelf zo gewild. Eendrachtig. Tientallen jaren lang. En diep in ons binnenste willen we die rommel nog altijd.

Ik kan bakken kritiek leegscheppen op Belgisch beleid. En treinladingen kritiek op Vlaams beleid.

De neergang van ons onderwijs.
De laffe aanpak van de landbouw.
Het aanmodderen in de bejaardenzorg.
De ellenlange wachtlijsten.

Enzovoort. Enzovoort.

Trots? Patriottisch? Ga je aardappelen eens poten in een andere lochting.

Wij zijn te anarchistisch om patriotten te zijn. Of nationalisten. Tegelijkertijd zijn wij te burgerlijk. Te platvloers realistisch. En, grote zegening, te onverschillig. Misschien mogen we dáár trots op zijn.

Nee, laat maar zitten.

Maak MO* mee mogelijk.

Word proMO* net als 3229   andere lezers en maak MO* mee mogelijk. Zo blijven al onze verhalen gratis online beschikbaar voor iédereen.

Ik word proMO*    Ik doe liever een gift

Over de auteur

  • Schrijver & voormalig journalist

    Geert van Istendael (°Ukkel, 1947) studeerde sociologie en wijsbegeerte. Hij werkte bij het Nationaal Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek, over ruimtelijke ordening.