Vrede komt later

Het is zover: België is in oorlog. Al klinkt het anders: ‘we nemen deel aan een militaire interventie’ of ‘onze jongens komen in actie’, in het kader van een coalition of the willing. Maar we zouden ook kunnen zeggen: ‘De luchtcomponent van ons leger zal als strijdende partij bombardementen uitvoeren in een oorlogszone’, zonder een mandaat van de Verenigde Naties (VN).

  • © Brecht Goris © Brecht Goris

Het parlement was er snel bij om deelname aan de oorlog tegen IS in Irak goed te keuren. Zo snel dat parlementsleden zelfs vergaten de rules of engagement van onze troepen onder de loep te nemen. Die regels bepalen de concrete krijtlijnen waarbinnen onze militairen opereren. Maar Defensie was nog sneller: de gevechtsvliegtuigen hingen al in de lucht nog voor de stemming was afgerond.

Je hoort mij niet klagen over een gebrek aan parlementair debat, want dat is er weldegelijk geweest. Wat me wel opvalt, is de vaart van dat debat en de snelle - en daardoor krakkemikkige – besluitvorming eens de oorlogstrom is geroerd. Oorlog gaat snel. Vrede mobiliseert veel minder. Dat is ook voor het conflict in Irak en Syrië geen goede zaak.

Vechten voor vrede

Ik ben geen absolute pacificst. Ik geloof dan wel niet dat duurzame vrede uit de loop van een geweer zal komen, maar ben me bewust van het feit dat militair ingrijpen, met geweld, soms nodig is. Mij lijkt voorafgaand aan zo’n ingrijpen wel een en ander noodzakelijk: een internationaal kader, een oprechte motivatie, en een duidelijke doelstelling - op korte én lange termijn.

Laten we beginnen bij dat internationaal kader. Dat bestaat, zoals bij heel wat gewapende interventies van de laatste decennia, uit een coalitie welwillenden, deels op vraag van een van de betrokken landen. Je wordt nu al gauw als softie gezien als je aandringt op een mandaat van de VN voor een gewapende interventie in een conflict. Is respect voor internationale instellingen dan enkel goed voor de galerij?

Als we de vooropgestelde internationale orde niet respecteren in gevallen dat het spant of moeilijk wordt, waarom dan nog lippendienst bewijzen in rustiger vaarwater? Regels zijn er immers niet voor als alles goed gaat: afspraken komen vooral in het geding bij problemen. Het is tekenend dat het ook in het Belgische parlement bon ton was om de slogan ‘met de VN als het kan, zonder de VN als het moet’ boven te halen.

Moeilijk te beargumenteren, wel te verklaren

Een tweede voorwaarde die we moeten bekijken is de motivatie. Die is vandaag ten dele oprecht: wie wil niet dat de gruwel van IS in Noord-Irak en Syrië gestopt wordt? Maar ze is evengoed selectief: het is moeilijk te beargumenteren waarom de opmars van IS wel tot actie leidt en het jarenlange bloedvergieten in Syrië niet. Moeilijk te beargumenteren, maar wel te verklaren: belangen van de VS in Irak kwamen in het gedrang en de ostentatieve handschoen die door IS werd geworpen was meteen de aanleiding voor de nodige propaganda langs beide kanten. De verschrikkelijke onthoofdingen van westerlingen bleken in dit geval krachtiger dan de duizenden kinderen die het leven laten onder de willekeurige bombardementen van het Syrische regime. Bovendien wordt ook de link met Syriëstrijders uit de eigen samenleving extra onderstreept. Die link is er al van bij het begin van het conflict in Syrië in 2011, maar brengt de bedreiging nu akelig dichtbij.

Het halen van doelstellingen

Tot slot is er nog de doelstelling van het militair ingrijpen, met in het zog de vraag of de ingezette middelen geschikt zijn om het doel te bereiken. Het militaire doel is publiek geventileerd: de opmars van IS stoppen, de terroristen terugdringen en isoleren, en in een laatste fase finaal de kop indrukken. De middelen zijn luchtaanvallen, met raketten en gevechtsvliegtuigen.

Iedereen is het er over eens ‘dat dit militair niet zal volstaan’. Er wordt dus gerekend op de bijdrage van grondtroepen van de Koerden en het Iraakse leger. Dat is opnieuw moeilijk te beargumenteren, maar wel te verklaren. Militair gezien zou het veel meer steek houden om boots on the ground te hebben, maar een engagement op lange termijn is blijkbaar niet gewenst en het risico op eigen slachtoffers moet tot een minimum herleid worden.

Als de militaire kaart dan toch getrokken wordt in het kader van een interventie in een conflictgebied, lijkt het mij beter de middelen in te zetten die zorgen dat doelstellingen op korte en lange termijn gehaald worden. Ook boots on the ground dus. Maar dat is natuurlijk samen te nemen met de eerdere punten die ik aanhaalde. Het moet daarbij gaan om een massief aantal VN-vredestroepen die de orde herstellen en het geweld een halt toeroepen. Bovendien hebben die troepen een mandaat nodig met een lange adem om ook doelstellingen op lange termijn te halen: de voorwaarden voor een duurzame vrede een kans geven. Ik denk aan ontwapening, heropbouw, een inclusief politiek proces,…

En bij die lange termijn wringt het: de kruisraketten vanop zee en de bombardementen vanuit de lucht hebben geen gearticuleerde doelstelling op lange termijn. Al zeker niet met het oog op een duurzame vrede.

Get real

Maar kijk, ik hoor het u denken: mooi in theorie, maar get real. Doorstaat pleiten voor een massieve militaire inzet van VN blauwhelmen op het terrein de toets van de realpolitiek dan niet? Dat is toch opmerkelijk. Het suggereert dat we graag geloven dat we vooruitgang boeken met internationale instellingen, internationaal recht, omgang met conflicten, enz., maar dat er, als het er echt toe doet, van weinig vooruitgang sprake is.

Er was mogelijk een momentum om de strijd tegen IS – die universeel gedeeld wordt - te gebruiken als breekijzer om conflicten, ook dat in Syrië, echt op de tafel van de VN te leggen en werk te maken van een robuuste vredesmissie. Het zou een krachtig precedent geweest zijn. Die suggestie werd zelfs niet eens geopperd in beleidskringen, ook niet in België.

Dat alles wijst erop dat we vandaag niet vechten voor vrede, maar gewoon vechten. Door de gang van zaken, door hoe de geopolitieke ontwikkelingen nu eenmaal lopen, door een samenloop van omstandigheden eigenlijk. Wat België betreft, ik vrees dat nogal wat van onze verkozenen – ongetwijfeld met de beste intenties - vooral bezweerd werden door de oorlogstrom, door de drang om ‘iets’ te doen of door de eer van ‘gevraagd te worden’. Dat de rules of engagement van onze gevechtspiloten pas na de feiten in het parlement worden bekeken, toont hoe de fog of war opzet en ook de volksvertegenwoordigers het zicht ontneemt.

Zouden we als klein land niet veel nuttiger zijn voor de wereld door een andere stem te laten horen in zo’n omstandigheden? Als blijkt dat niemand de VN daarbij serieus neemt, kunnen we misschien een katalysator zijn voor een andere verenigde aanpak van de conflicten die woeden, want het huidige kunst- en vliegwerk rammelt. Dat zou ons mijn inziens niet onbetrouwbaar maken, maar geeft ons de kans een voortrekkersrol te spelen en te vechten voor vrede.

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Directeur Vlaams Vredesinstituut

    Tomas Baum leidt het Vredesinstituut, een onafhankelijke onderzoeks- en adviesinstelling die het Vlaams Parlement ondersteunt.