Wanneer een beeld van vermoorde Congolese kinderen naast een beeld van Leopold II?

Wat het buitenland ons leren kan

© Brecht Goris

Walter Zinzen

Nu de debatten en discussies over dekolonisering, restitutie van roofkunst en mogelijke excuses voor begane misdaden wat verdrongen zijn geraakt door de slogans en holle frasen van de verkiezingscampagne, lijkt me het moment gekomen om eens over het muurtje te kijken. Hoe gaan andere landen om met een donker verleden en kunnen we daar wellicht iets van opsteken?

Laten we beginnen in Duitsland, dat een voorbeeldige democratie is geworden na twee dictaturen: die van de nazi’s en die van de communisten. Pogingen om dat kwalijke verleden weg te moffelen of goed te praten zijn er niet (meer). In Oost-Berlijn, waar ooit de hoofdstad van de DDR was gevestigd, lachen standbeelden van Karl Marx en Friedrich Engels de bezoeker van het toeristische Nikolai-Viertel nog altijd vriendelijk toe. De grote laan die het oostelijke stadsdeel doorkruist, is nog altijd naar Karl Marx genoemd.

Tegelijk wordt aan de gruwelen van de Berlijnse Muur herinnerd in een museum, waar foto’s, filmopnames, kranten en boeken geen enkel detail weglaten van de terreur waaraan de bewoners van Oost-Berlijn waren bloot gesteld. In een uithoek van de stad is er dan weer een “socialistenkerkhof”, waar overleden leiders van de DDR – en dus verantwoordelijken voor de regime-misdaden – geëerd worden. Wilhelm Pieck en Walter Ulbricht hebben hier een graf. Rosa Luxemburg en Karl Liebknecht, twee iconische communisten, die precies honderd jaar geleden vermoord werden door keizerlijke troepen, worden herdacht met een herinneringssteen. (Hun lijken zijn nooit teruggevonden).

Waar geen enkele bezoeker in Berlijn omheen kan, zijn de niet te tellen “Gedenkstätten” en “Mahnmäler” gewijd aan de nazi-tijd.

Waar evenwel geen enkele bezoeker in Berlijn omheen kan, zijn de niet te tellen “Gedenkstätten” en “Mahnmäler” (herinnerings- en waarschuwingsmonumenten) gewijd aan de nazi-tijd. In een villa aan de Wannsee, waar de nazi-kopstukken tot de holocaust besloten, liggen de handgeschreven notulen van die vergadering, opgesteld door Adolf Eichmann (later in Israël geëxecuteerd.) Vlakbij de Brandenburgse poort is er het kolossale holocaust-monument, aangevuld met een museum over de werking van de uitroeiingskampen.

Op de plek waar vroeger het hoofdkwartier van de Gestapo stond, is er nu een “Topographie des Terrors”, een openluchtmuseum over de eerste jaren van de nazi-terreur. In de wijk Schöneberg kan de wandelaar kennis nemen van de zogenaamde “Nürnberger Gesetze”, de wetten die de vervolging van de joden stap voor stap mogelijk maakten. De artikels van die wetten zijn opgehangen aan de verlichtingspalen in de straten. Wie uit het metrostation aan de drukke Wittenbergplatz komt, botst op een marmeren plaat, waarop alle concentratiekampen vermeld staan. Maar nee, standbeelden van Adolf Hitler of naar hem genoemde straten en pleinen zijn er niet.

Ook Duitsland heeft een koloniaal verleden. Eind negentiende, begin twintigste eeuw was het heer en meester in Namibië (dat toen Zuidwest-Afrika heette). Het pleegde er de eerste genocide van de twintigste eeuw tegen de Herero’s en de Nama. In het Duitse Historische Museum in Berlijn, maar ook in andere Duitse steden, liet twee jaar geleden een grote tentoonstelling de misdaden van het Duitse kolonialisme ongefilterd zien.

Echte excuses zijn er nooit gekomen. Duitsland pompt jaarlijks wel miljarden ontwikkelingsgeld in Namibië. We mogen dat rustig “Wiedergutmachungsgeld” noemen.

De man die de opdracht tot de genocide had gegeven, was generaal Lothar von Trotta. Waterbronnen werden vergiftigd, op mannen, vrouwen en kinderen werd zonder waarschuwing geschoten. Wie kon vluchten, verhongerde in de woestijn of kwam om door ziekte. Op de tentoonstelling werden man en paard genoemd. Dezelfde figuren waren later actief in de nazi-uitroeiingskampen. Ze hadden de stiel in Namibië geleerd.

Het heeft heel wat voeten in de aarde gehad voor de Duitse regering erkende dat er in Namibië een volkenmoord had plaats gehad. In september 2011 werden twintig geroofde Hereroschedels teruggegeven aan Namibië. Echte excuses zijn er nooit gekomen, herstelbetalingen evenmin. Maar Duitsland pompt jaarlijks wel miljarden ontwikkelingsgeld in Namibië. We mogen dat rustig “Wiedergutmachungsgeld” noemen. De tentoonstelling en de berichtgeving in de Duitse media bewijzen alleszins dat niet één Duitser nog kan zeggen dat hij/zij het niet geweten heeft.

Richten we nu eventjes de blik op de Verenigde Staten en wel op het Natural History Museum in New York. Daar staat in de ontvangsthal een enorme kijkkast, een diorama. Dit diorama is gemaakt in 1939 en toont een scene uit 1660.

Te zien zijn Europese kolonisten, die vreedzaam handen schudden en geschenken uitwisselen met schaars geklede oorspronkelijke Amerikaanse bewoners. Zegt Lauri Halderman, hoofd tentoonstellingen van het museum in een interview met de Nederlandse Volkskrant: ‘Het is een cliché, het is een karikatuur, en het zit vol historische fouten. Het is niet alleen onjuist, het is beledigend’.

In werkelijkheid betekende de komst van de kolonisten op het eiland Manhattan voor de oorspronkelijke bewoners vooral dood en verderf: geweld, geïmporteerde ziektes en de verdrijving van hun land. Maar daarvan toont het diorama niets. Moet het hele ding dan niet gewoon weg? Daarop antwoordt Lauri Halderman beslist nee.

‘We moeten ons bewust zijn van de afbeeldingen uit het verleden’, zegt een collega van haar. ‘Die mogen we niet vergeten, anders vergeten we een geschiedenis van onderdrukking.’ En dus kwam het museum met een andere oplossing, zo meldt de Volkskrant nog: op de grote glazen ruit van het diorama zijn tien stickers geplakt die vertellen wat er allemaal niet aan deugt en dat de kolonisatie complex en gewelddadig was voor de inheemse bevolking.

Het Hof is ook nog lang niet toe aan een erkenning van de misdaden van Leopold II

Het is een oplossing die ook bij ons wordt voorgesteld en soms zelfs al toegepast als het gaat over onze eigen Von Trotta, Leopold II. Maar de kleine tekstjes die bij een paar van zijn standbeelden zijn geplaatst, zijn hoogst onvoldoende.

Want zijn bewonderaars zijn nog niet verdwenen en niet zonder invloed. Louis Michel, de vader van Charles, vindt Leopold II bijvoorbeeld een genie. Het Hof is ook nog lang niet toe aan een erkenning van zijn misdaden. Oud-kolonialen wonden zich nog voor de opening van het vernieuwde Africamuseum in Tervuren al op over een in hun ogen “bedrieglijke” voorstelling van Leopolds misdaden.

Dat zijn brallerige uitspraken over zijn “prachtige beschavingswerk” in Congo niet verwijderd zijn van de muren in het oude museumgebouw, wekt dan weer de woede op van Leopolds critici, Afrikaanse zowel als inheemse. Ten onrechte. En niet alleen omdat het gebouw beschermd erfgoed is, waaraan niets mag worden veranderd. We moeten, naar het New Yorkse voorbeeld, ook dat verleden onder ogen zien. Niets mag onder de mat worden geveegd. Laat die standbeelden van Leopold maar staan. Maar zet er grote, goed leesbare borden naast met correcte informatie, geen kleine beperkte tekstjes. Of beter nog, zet er ook een monument naast dat de slachtoffers van Leopold herdenkt.

Jochen Teufel (CC BY-SA 3.0)

Het herdenkingsmonument “Joodse slachtoffers van de holocaust” aan de Joodse begraafplaats in Berlijn. Wanneer een beeld van vermoorde Congolese kinderen naast een beeld van Leopold II?

En zou het geen idee zijn een, liefst rondreizende, tentoonstelling te organiseren over de gruwelen die Leopold en zijn medeplichtigen de Congolese bevolking hebben aangedaan? Ik stel me voor dat scholen dan, in een poging om de kwaliteit van hun onderwijs op te krikken, die tentoonstelling massaal bezoeken.

Dat voorafgaand aan dat bezoek de leraren geschiedenis (voor zover er nog zijn ) “Rood Rubber” lezen, het boek van Daniel Vangroenweghe, waarvan de ondertitel luidt “Leopold II en zijn Kongo”. [*] Het is in 2004 opnieuw uitgegeven ( de eerste keer al in 1985!) en kan de leerkrachten de nodige stof bezorgen voor een paar spannende lesuren. Wellicht na een bezoek aan de Dossinkazerne en het concentratiekamp van Breendonk. Dan groeit eindelijk een generatie Belgen op, die beseft dat ons land niet alleen slachtoffer maar ook dader is geweest van misdaden tegen de mensheid.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws
En als we eenmaal klaar zijn met Leopold II, kunnen we beginnen aan het verwerken van het eigenlijke koloniale tijdperk. Maar daarbij het heden niet vergeten. Hoe kunnen we vandaag de dag het meest nuttig zijn voor onze ex-kolonie? Wat verwachten de Congolezen van ons? Nee, niet zozeer die van de diaspora maar die in Congo zelf.

Twee prominente Congolezen, Kardinaal Monsengwo en Dr. Mukwege, hebben ons de weg gewezen. Geen excuses maar hulp bij het op poten zetten van een democratisch bestuur, dat is wat ze willen. Zodat voor het eerst in de geschiedenis van de Congolese staat de bevolking een goed en gezond leven kan leiden. Is het niet ironisch dat we onze mosterd daarvoor moeten halen bij onze Oosterburen? Wie had dat gedacht in 1940?

[*] Adam Hochshild, de Amerikaanse auteur van « De Geest van Leopold II”, die altijd wordt geciteerd als het over Leopold II gaat, heeft in grote mate geput uit het werk van Vangroenweghe. Ook hier geldt : het origineel is beter dan de copie.

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift