De maand van Paola Verhaert

Wat we nodig hebben om online geweld écht aan banden te leggen

© Konstantinakos Tsanakas

Paola Verhaert: ‘Een op drie Europeanen zou al persoonlijk getroffen zijn door online geweld. Voor jongvolwassenen is dat zelfs één op twee.’

Niet alleen daders van online geweld en misbruik moeten ter verantwoording worden geroepen, ook de grote techbedrijven dragen een grote verantwoordelijkheid. Dat schrijft MO*columniste en experte digitale rechten Paola Verhaert. ‘We kunnen er niet op rekenen dat die bedrijven zichzelf gaan reguleren.’

‘Online geweld? Wat wordt daar nu weer mee bedoeld? Dat iemand door mijn scherm zal kruipen om me in het gezicht te slaan?’

Die zin las ik onlangs als reactie bij een filmpje van een panelgesprek over geweld in de digitale wereld. Ondanks het overduidelijke sarcasme van deze reactie, is de vraag wat online geweld en misbruik inhouden een belangrijke en terechte vraag.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws

Zulke tweets zie ik wel vaker passeren. Het zijn regelmatige reminders over hoe weinig begrip er over online geweld bestaat en de impact ervan op onze samenleving in haar geheel.

Eén op drie

Voor veel mensen is het internet synoniem geworden voor vijandigheid. Uit onderzoek van de Duitse ngo HateAid blijkt dat een op drie Europeanen al persoonlijk getroffen werd door online geweld. Voor jongvolwassenen is dat zelfs één op twee.

Ook komt online geweld en misbruik tegen vrouwen vandaag vaker voor dan ooit. En zij die behoren tot de lgbt+-gemeenschap, een raciale, etnische en/of religieuze minderheid, maken een grotere kans om online geweld te ervaren.

Een op drie Europeanen zou al persoonlijk getroffen zijn door online geweld. Voor jongvolwassenen is dat zelfs één op twee.

Het fenomeen groeide bovendien alleen maar sinds de pandemie. Dat wees onderzoek van Glitch en de End Violence Against Women Coalition uit. Daarin werd gepeild naar de online ervaringen van vrouwen en non-binaire personen tijdens de eerste lockdown.

De vormen van online misbruik en geweld zijn veelzijdig: van cyberpesten, haatspraak en online haatcampagnes tot doxing, het online delen van persoonlijke informatie zonder iemands toestemming. Het zijn allemaal voorbeelden van online geweld die kunnen zorgen voor emotionele schade, reputatieschade en privacyschendingen. Juridisch gezien is niet elke vorm van online misbruik een misdrijf, maar elke vorm heeft een zekere impact op de mensenrechten van de persoon die wordt geviseerd.

Geweld belemmert participatie

Bovendien kunnen de gevolgen van online geweld verder reiken dan het scherm. Ook offline kan het geweld stimuleren. Dat weten organisaties en activisten die werken rond gendergerelateerd en seksueel geweld al langer.

Online gendergerelateerd geweld is meer dan wat ook een uitbreiding van het geweld waarmee vrouwen en minderheden in de fysieke wereld mee te maken krijgen. De dynamieken en aanvallers die erachter schuilen zijn quasi dezelfde, alleen de middelen die daarvoor worden ingezet zijn nieuw.

Online gendergerelateerd geweld is meer dan wat ook een uitbreiding van het geweld waarmee vrouwen en minderheden in de fysieke wereld mee te maken krijgen.

Een bekend voorbeeld is het online verspreiden van seksuele beelden van iemand zonder toestemming. Andere vormen van online gendergerelateerd geweld worden bevorderd door onder meer de ontwikkeling van specifieke software. Stalkerware, bijvoorbeeld, is een soort van spyware dat gretig gebruikt wordt door plegers van intiem partnergeweld om hun slachtoffers te surveilleren.

Ongeacht de vorm die het aanneemt, draagt online geweld en misbruik bij aan de creatie van een vijandige online omgeving. Het zorgt ervoor dat mensen zich steeds vaker wegtrekken uit de digitale wereld. Ze beperken hun online aanwezigheid of verdwijnen volledig.

In 2020 waarschuwde een Speciaal VN-rapporteur ervoor dat online gendergerelateerd geweld het recht op vrijheid van meningsuiting, vreedzame vergadering en vereniging voor vrouwen belemmert. Veel vrouwelijke politici krijgen te maken met online pesterijen en haatcampagnes. Die zijn eens zo hard en komen eens zo vaak voor als de politica in kwestie ook nog eens tot een raciale, etnische of religieuze minderheid behoort. Zulke ervaringen kunnen ervoor zorgen dat vrouwen beslissen om uit de politieke arena te treden, wat ons democratisch pluralisme ondermijnt.

Nood aan betere bescherming

Activisten en organisaties eisen daarom al jarenlang voor een betere bescherming van slachtoffers van online geweld. De doelstelling is dat iedereen moet kunnen participeren aan de digitale wereld zonder vrees voor misbruik of geweld. Alleen is die bescherming te beperkt.

De verantwoordelijkheid om online geweld en misbruik aan te geven bij de online platforms waar het plaatsvindt, ligt vandaag voornamelijk bij het slachtoffer zelf of andere gebruikers van online platforms. Maar of en hoe die aangiftes vervolgens behandeld worden ligt volledig in handen van de online platforms zelf. Bovendien gebeurt dat volledig ondoorzichtig.

Het is frappant, omdat die platforms een enorme verantwoordelijkheid dragen. Het is verkeerd om te veronderstellen dat alleen de daders van online misbruik en geweld schuldig zijn. Ook de online platforms dragen door het ontwerp van hun producten en de nalatigheid op vlak van moderatie actief bij tot het voorkomen van dat online geweld en misbruik.

Zo wordt Facebook aangeklaagd voor hun rol in de genocide op de Rohingya, een moslimminderheid, in Myanmar. Door de confrontatie met grote rechtszaken en gelekte documenten wordt het voor big tech-bedrijven steeds moeilijker om hun medeplichtigheid te ontkennen of aan te vechten.

Hoe online geweld aan banden leggen?

Maar rechtszaken en klokkenluiders alleen zullen het online geweld niet aan banden leggen en rechten van mensen online helpen waarborgen. We kunnen er niet op vertrouwen dat big tech-bedrijven zichzelf voldoende zullen reguleren.

Rechtszaken en klokkenluiders alleen zullen het online geweld niet aan banden leggen en rechten van mensen online helpen waarborgen.

Wereldwijd fluiten overheden big tech-bedrijven terug. Wettelijke kaders worden ontwikkeld die online platforms een zorgplicht opleggen ten opzichte van hun gebruikers. Het Verenigd Koninkrijk publiceerde vorig jaar de Online Safety Bill, dat platforms verplicht om actie te ondernemen tegen zowel illegale als legale, maar schadelijke, inhoud. In april werd in de EU een akkoord bereikt over de Digital Services Act (DSA), een nieuwe wetgeving dat de regels inzake illegale inhoud, transparante reclame en desinformatie uiteenzet.

Geen enkele van deze voorstellen tot wetgeving is perfect en het is afwachten wat de werkelijke impact ervan zou zijn. Toch is het een belangrijke mijlpaal. Enerzijds signaleren ze dat er erkenning is voor de impact van online misbruik en geweld op de vrijheid en rechten van grote groepen van de samenleving. Anderzijds bakenen ze de verantwoordelijkheid van big tech-platforms af.

Het is een moeilijke opdracht die ongetwijfeld veel vallen, opstaan en samenwerking tussen gebruikers, overheden en platforms zal vergen. Maar het is een noodzakelijke stap naar een internet waar iedereen zich welkom en veilig voelt. Het is ook maar de bedoeling dat we allemaal dezelfde rechten behouden in die digitale wereld zoals ze in de fysieke wereld bestaan.

Zoals het recht om niet op een willekeurig moment in het gezicht geslagen te worden. Om maar een voorbeeld te geven.

Maak MO* mee mogelijk.

Word proMO* net als 3196   andere lezers en maak MO* mee mogelijk. Zo blijven al onze verhalen gratis online beschikbaar voor iédereen.

Ik word proMO*    Ik doe liever een gift

Over de auteur

  • Expert digitale rechten

    Paola Verhaert is een onderzoeker en expert digitale rechten met een achtergrond als vakbondshistoricus en datawetenschapper.