Geert Van Istendael verlaat “zijn” Brussel

Weg van hier, naar het dorp

© Brecht Goris

 

Dit wordt wel het laatste stuk dat ik schrijf in deze Brusselse kamer, in dit Brusselse huis, in deze straat van deze stad die ik liefheb als geen ander. Als ik uit het raam kijk, zie ik louter schoonheid. Ingetogen, maar toch ook wat pralerige huizen, allemaal ongeveer even hoog en even breed – vijf , zes, zeven meter. Verscheidenheid. Harmonie.

Ongeveer is het sleutelwoord in vorige alinea. Want al die huizen zijn net even anders. Het ene heeft een trapgevel, het andere een art nouveau sgraffito (géén graffiti), vertonend een zonsondergang of een elegante dame die de pluizen van een paardenbloem wegblaast, het derde pronkt met gecanneleerde zuiltjes. Enzovoort, je kunt in één straat tientallen details ontdekken, ik overdrijf niet.

Het mooiste vind ik het onbekommerde door elkaar klutsen van stijlen in eenzelfde huis. Daar een neogotisch kelderhek, gecombineerd met een ietwat barokke balkonleuning, hier een anoniem Brussel raam – hoog, boven licht gebogen, indeling als de letter T – naast een puur neorenaissance bordes. En… en… en…

O, je vindt wel wat gevels in één enkele stijl, helemaal classicistisch of helemaal art nouveau — ga naar de Van der Schrickstraat, ga naar de Hertogstraat — en ook die bekijk ik met welgevallen. Maar het lijkt wel of de huizen die zowat tussen 1880 en 1914 bij duizenden werden opgetrokken, met hun arduin, baksteen, glaswerk, smeedwerk willen getuigen van de Brusselse drang naar onzuiverheid. Naar menging. Naar bastaardij. Het is net of zij al meer dan honderd jaar geleden heel stilletjes zeiden, kijk eens, we zijn allemaal anders en toch horen we bij elkaar, alsof ze de verbijsterende verscheidenheid hebben voorspeld die vandaag, anno 2017, Brussel tot de stad maakt die je met geen enkele andere kunt verwisselen.

Eeuwen lang heeft mijn stad Nederlands dialect gesproken, eeuwen lang werd ze in het Nederlands bestuurd en berecht. In de negentiende eeuw werd met alle mogelijke middelen, zij het nooit met bruut geweld, geprobeerd de taal van het kleine volk terug te dringen.

Ik woon nu alweer zevenendertig jaar in deze stad. Ik heb haar straten en straatjes op en neer betreden, bewandeld, zeg maar bepoteld, maar telkens als ik in een buurt kom die ik dan toch nog niet ken, stokt weer mijn adem. Het kan niet anders of Brussel was omstreeks 1900 één gigantische bouwplaats. De huizen die mijn straat vormen bijvoorbeeld, werden op een paar uitzonderingen na in twee jaar tijd – 1905-1906 — uit de grond gestampt en de meeste blaken nog altijd van gezondheid. Ik heb al gezocht naar foto’s uit die tijd, van welke buurt dan ook, maar ik vind er teleurstellend weinig die het koortsachtige metselen laten zien.

In die jaren was België een van de allerrijkste landen ter wereld. En ja, uiteraard heb ik weet van het grote moorden in Kongo, van die haast niet te bevatten wreedheid, aangedreven door tomeloze roofzucht. Onze koning heette toen Leopold II, nietwaar, ik noem hem altijd de geniale bloedhond. Daar komt nog bij dat binnen België de rijkdom extreem ongelijk verdeeld was, zelfs in vergelijking met andere beruchte kapitalistische grootmachten als bijvoorbeeld Engeland.

Ik heb het dan nog niet eens over de hooghartige taalonderdrukking in Brussel. Eeuwen lang heeft mijn stad Nederlands dialect gesproken, eeuwen lang werd ze in het Nederlands bestuurd en berecht. In de negentiende eeuw werd met alle mogelijke middelen, zij het nooit met bruut geweld, geprobeerd de taal van het kleine volk terug te dringen, c.q. te laten verdwijnen door het afvoergat. De hogere klassen toonden tomeloze minachting voor de volkstaal, het is een lange geschiedenis van vernederingen, pesterijen, broodroof, wetsovertredingen – dat laatste nog steeds.

In Brussel was, zoals in Vlaanderen, taal het hoorbare deel van de klassenstrijd, Rosa Luxemburg heeft het geschreven. On parlait le flamand aux animaux et aux domestiques. Maar dat is goddank verleden tijd, al lopen er nog meer mensen door Brussel die mijn taal haten dan je graag zou aannemen. In ieder geval is de triomfkreet la francisation irréversible, de onomkeerbare verfransing, omgeslagen in schrille angstgilletjes. In Brussel kan geen enkele taal nog aanspraak maken op de meerderheid. Het aantal ééntalige gezinnen, zowel NL als F, slinkt zienderogen. In Brussel heeft het woord taal geen enkelvoud meer. Neem de metro en luister hoe Babel klinkt. Probeer niet te begrijpen, probeer te tellen, de talen te tellen. Je raakt gegarandeerd de tel kwijt.

Terug naar 1900, naar de Belle Epoque. Mooi tijdvak voor wie? Bijvoorbeeld voor de Brusselse burgerij, die was aan het bouwen geslagen en de burgerij bouwde goed, dat kun je tot op heden gaan bekijken. In Molenbeek zwoegde het proletariaat, in Schaarbeek verrees de schitterende Louis Bertrandlaan (die Louis Bertrand was overigens een der grondleggers van de Belgische Werkliedenpartij, wat bewijst dat de socialisten toen goede smaak hadden).

Dal vol beerputten

Ik loop niet door mijn stad met ooglappen. Dan zou ik te weinig zien, van schoonheid, van rotzooi. Want rotzooi is er, uit gigantische voorraden leverbaar. In mijn jongste boek zegt de hoofdpersoon, commissaris Kluft: ‘Brussel is een dal vol beerputten, het is alleen wachten tot de deksels eraf vliegen.’ Dat schreef ik in de herfst van 2015. Intussen zijn de deksels ons om de oren gevlogen.

De halve wereldpers heeft in oud Molenbeek gestaan om te kijken naar het vangen van even plaatselijke als gemondialiseerde jihadi’s. Ik geloof geen seconde dat er een rechte streep loopt van werkloosheid en discriminatie naar kalasjnikov. Veel te westers, te rationalistisch, te euro- en etnocentrisch, die redenatie.

Ik geloof geen seconde dat er een rechte streep loopt van werkloosheid en discriminatie naar kalasjnikov. Veel te westers, te rationalistisch, te euro- en etnocentrisch, die redenatie.

Maar als je weet dat in de kanaalzone en Sint-Joost zowat de helft van de jongeren onder 25 werkloos is, mag je sociaal systeem nog zo veerkrachtig zijn, dan schreeuw je om geweld.

En als je weet dat nog steeds mensen geen werk krijgen omdat ze een bruin of voor mijn part een hemelsblauw vel hebben, dan schreeuw je om woede.

En als je weet dat het gewest nog geen 10 procent sociale woningen telt, dan schreeuw je om krakeel.

En als je weet dat ieder jaar opnieuw bosjes jongeren zonder diploma de school achter zich laten, voor zover ze er ooit gezeten hebben, dan schreeuw je om trammelant.

En als je weet dat iedereen op het internet primitief gebral over zuivere godsdienst en bodemloze haat centenaarsgewijs kan bovenspitten, dan schreeuw je om uitbarstingen.

Voeg daarbij de versplintering van bestuur en de verbrokkeling van het geweldmonopolie, en je hebt het perfecte recept voor de perfecte kladderaddatsj.

Fatsoen

Redenen zat dus om Brussel lafhartig te ontvluchten?

Geen sprake van.

Een jaar of tien geleden hebben mijn vrouw en ik besloten een dorp te zoeken om in te wonen. Mijn vrouw is een puur product van oud Molenbeek, toen de arbeiders daar nog Meulebeiks spraken. Echter, zij koestert al haar hele leven een droom: wonen in een dorp. In december 2014 hebben we gevonden wat we zochten. Onze woonst is nu klaar, enfin, klaar genoeg om te overwinteren.

Zal ik Brussel missen?

Weg van Brussel? 25 kilometer van Brussel. Ga dat eens vertellen in Frankrijk of Canada. Ze halen daar de schouders op en zeggen, kerel toch, waar heb je het over?

Zal ik Brussel missen?

We zullen zien. Over dat zien zal ik berichten.

Zal ik muteren tot fatsoenlijke dorpeling?

Ik wil daar mijn uiterste best voor doen en ook daarover zal ik te gelegener tijd berichten.

Exit

Inmiddels in Duitsland.

Op verkiezingsdag zeiden de sociaaldemocraten vijf minuten nadat de eerste resultaten bekend raakten, dat ze niet in een grote coalitie wilden stappen. De kiezer had regering van CDU/CSU en SPD ongenadig op haar donder gegeven.

Zuchtend toog Angela Merkel naar de onderhandelingstafel, waar groenen en liberalen al ongedurig zaten te wachten. Jamaika heet die combinatie in Duitsland. Na een maand sloegen de liberalen de deur dicht. Exit Jamaika.

Afwachten maar of Schultz en Merkel gezamenlijk de kerstgans zullen aansnijden.

Nieuwe verkiezingen dan maar? Om nog meer slaag te krijgen?

De sociaaldemocraten maakten een bocht, zo scherp, dat ze er bijna uit vlogen.

Zuchtend togen Angela Merkel en Martin Schultz naar de onderhandelingstafel.

Je hoort en leest steeds vaker dat het tijdvak van Merkel op zijn einde loopt. Afwachten maar of Schultz en Merkel gezamenlijk de kerstgans zullen aansnijden. Bernd Ulrich, een der knapste politieke commentatoren van de Bondsrepubliek, schreef deze week: ‘Merkel klampt zich niet vast aan de macht, de macht klampt zich vast aan Merkel.’

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Schrijver & voormalig journalist

    Geert van Istendael (°Ukkel, 1947) studeerde sociologie en wijsbegeerte. Hij werkte bij het Nationaal Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek, over ruimtelijke ordening.