Hoe maken we dat jongeren het toch beter hebben dan de vorige generatie?

We konden het in de krant lezen: jongeren zullen voor het eerst armer zijn dan hun ouders. Dat onze kinderen het beter zullen hebben dan wij is een meer dan normaal verlangen. Maar misschien moeten we wel nadenken over welk “beter” we nastreven.

  • © Brecht Goris © Brecht Goris

In de mediaberichten werd verwezen naar een studie van McKinsey. Op basis van die studie zou blijken dat de jonge generatie er financieel niet op vooruit zal gaan ten opzichte van hun ouders. En dat raakt een gevoelige snaar. Daarbij gaat het om voorstellingen van wat “vooruitgang” is, veronderstelde “zekerheden” en ideeën over “verworven rechten”.

Veel van die dingen hebben te maken met diepgewortelde aspiraties die ouders voor hun kinderen hebben. We willen dat onze kinderen het beter hebben dan wij, en dat is alleen maar heel normaal. In de 20ste eeuw hebben we een welvaartsmodel ontwikkeld dat voor heel veel mensen in een land als het onze een reële verbetering betekende. In het gezin waarin ik geboren werd, was ik de eerste die een universitair diploma haalde. Mijn ouders hebben hard gewerkt om mij die kans te kunnen geven, en ik kreeg ook heel wat steun van de overheid, onder meer door een studiebeurs. Vergeleken met mijn grootouders had ik veel meer mogelijkheden om zelf het leven te kiezen dat ik wilde. Ik voel veel dankbaarheid voor dat alles.

Imperiale voet

Tegelijk besefte ik al – ik ben geboren in 1965 – als jongere dat er iets mis was met dat welvaartsmodel dat zich ontwikkelde na de oorlog. Het was een model dat steunde op uitbuiting en exploitatie. Anderen, aan de andere kant van de wereld, betaalden een prijs voor onze welvaart. We vroegen meer van de planeet dan die aankon, en ooit zou daar de rekening voor gepresenteerd worden. Het welvaartsmodel dat we als norm nastreefden, is te omschrijven als een “imperiale levenswijze” (een term die ik onlangs ontdekte). We zitten nu al een stuk in de 21ste eeuw. Denken in termen van Noord en Zuid komt al lang niet meer overeen met de complexe wereld van vandaag. De wereldwijde consumentenklasse streeft hetzelfde welvaartsmodel na, een model dat een veel te zware voetafdruk heeft. En dat weten we maar al te goed.

‘Het beter hebben’

In het gangbare discours zijn we ‘het beter hebben’ in grote mate gaan gelijkstellen met meer materiële welvaart: meer verdienen, meer op reis gaan, een groter huis hebben of sneller een eigen huis hebben, meer apparaten, … We zouden ‘recht’ hebben op meer economische groei, ingevuld als meer produceren en consumeren. Je kunt dat wel willen geloven, maar dat zogenaamde recht botst wel steeds harder op de ecologische realiteit van de planetaire grenzen. Iets kan maar een recht zijn als het uitbreidbaar is naar iedereen. Als we doorgaan zoals we nu bezig zijn, zal dat ecologisch gulzige welvaartsmodel het voorrecht geweest zijn van een planetaire minderheid en dat gedurende enkele generaties. Doorgaan met dit model zal de ongelijkheid nog meer doen toenemen.

Er is een enorme druk om vooral niet te zeggen dat onze jongeren het ‘slechter’ zullen hebben.

Taboes zullen ons echter niet helpen. Er is een enorme druk om vooral niet te zeggen dat onze jongeren het ‘slechter’ zullen hebben. Als je dat zegt, ben je een defaitist, of weiger je optimistisch te zijn. Je moet, JE MOET zeggen dat onze jongeren het beter zullen hebben, anders zou je hun de hoop ontnemen. En omdat dat MOET, willen we liever niet zien dat een eenzijdige invulling van wat dat ‘beter’ is de snelste weg is naar een minder hoopvolle toekomst.

Recht van jongeren, plicht van ouderen

Er is geen enkele morele argumentatie te bedenken waarom onze kinderen minder recht zouden hebben op een waardig leven als wie nu een stuk ouder is. Maar als we dat recht ook echt willen garanderen, zouden we wel de moed moeten hebben om de ecologische realiteit van deze planeet in de ogen te kijken. De klimaatverandering is bezig. Wij merken het hier al, maar elders ter wereld zijn de gevolgen nog veel groter, en dat voor mensen die er weinig aan hebben bijgedragen. Laten we erkennen dat jarenlang politiek getalm ervoor gezorgd heeft dat de situatie nu erger is dan ze had kunnen zijn. Onze ogen daarvoor sluiten is het probleem gewoon doorschuiven naar de jonge generaties. Zij zullen gewoonweg veel minder mogelijkheden hebben om die uitdaging aan te pakken. Het klimaatakkoord van Parijs zegt dat we naar een stijging van 1,5°C zouden moeten gaan, en nu zitten we op een traject dat duidelijk boven de 2°C zit. En dat is een wereld van verschil.

Als we onze kinderen een betere toekomst willen geven - en ik vind dat we dat moeten doen - laten we dan de eerlijkheid hebben om naar onszelf, en naar ons gangbaar welvaartsmodel te kijken. Laten we onszelf niet wijsmaken dat we emissiereducties van tot 90% helemaal zullen halen met innovaties en technologische oplossingen alleen…. dus zonder fundamentele vragen te moeten stellen bij de premissen van wat we nu als welvaart beschouwen.

Laaghangend fruit

De gemakkelijke maatregelen die we konden nemen om de klimaatuitdaging aan te pakken hebben we ondertussen genomen (of zelfs nog niet). Een aantal Belgische milieuministers reageert ondertussen afwijzend op de nieuwe klimaatdoelstelling die de Europese Commissie onlangs formuleerde voor ons land. Die zou ‘te moeilijk’ zijn. De doelstelling is eigenlijk nog te laag. Ze is moeilijk als we niet bereid zijn een aantal fundamentals van onze levenswijze in vraag te stellen. Een groot deel van ons innovatiebeleid blijft trouwens op het oude spoor zitten.

Toen ik 16 was, was ik ongelooflijk kwaad op de wereld van de generaties voor mij.

Je kunt proberen individuele auto’s nog zuiniger te maken, en zo jezelf wijsmaken dat je in wezen niets hoeft te veranderen aan de manier waarop we mobiliteit invullen. Of je zou een ander spoor kunnen kiezen, weg van die lock-in, en jezelf afvragen hoe we een duurzame en rechtvaardige mobiliteit kunnen organiseren die de planetaire grenzen als uitgangspunt neemt, en niet als verstorend randfenomeen. Als we een beter leven willen voor de jonge generaties, dan zou dat tweede spoor de betere optie zijn.

Heel veel jongeren beseffen - veel beter dan ouderen denken - in welke wereld ze terechtkomen. Toen ik 16 was, was ik ongelooflijk kwaad op de wereld van de generaties voor mij. Ze hadden mij gedropt in een wereld van kernwapens, kernenergie, milieuvervuiling en oneerlijke relaties tussen Noord en Zuid. Wie nu 16 is heeft in veel opzichten heel wat meer kansen dan vroeger, maar moet haar of zijn dromen realiseren in een wereld die ondertussen al veel verder over de grenzen van wat volhoudbaar is, is gegaan.

Hoopgevend welvaartsideaal

In de krant (DS, 22/07/16) lees ik een opmerkelijk opiniestuk. De auteur, Thomas Detombe, neemt zelf afstand van een welvaartsideaal dat enkel materieel zou zijn. Zijn stuk is hoopgevend, op een veel eerlijker manier dan een geforceerde (maar tegelijk blinde) mantra dat we vooral niet mogen zeggen dat onze kinderen het met minder zullen moeten doen. Hij opent de discussie over wat dat ‘beter’ dan wel zou kunnen zijn. Als we onze kinderen – via zo’n discussie – het vertrouwen kunnen geven dat ook hun kinderen nog steeds een waardig leven zullen kunnen leiden, dan hebben we gedaan wat we al eeuwen willen: onze kinderen een beter leven geven.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Beleidsmedewerker Federale Raad voor Duurzame Ontwikkeling

    Jan Mertens woont in Leuven, werkt voor de Federale Raad voor Duurzame Ontwikkeling, en is onder meer ook actief in de denktank Oikos.