Burgerschap is meer dan onze portemonnee

Burgerschap is meer dan onze portemonnee, zegt Jan Mertens in zijn column van deze maand. Misschien is het wel tijd om een beetje dankbaarder te zijn voor de publieke diensten die we samen organiseren. Ze zijn immers niet vanzelfsprekend.

  • © Brecht Goris © Brecht Goris

Er zijn van die dingen die me zenuwachtig maken in debatten van politici. Een daarvan is het gebruik van, laten we zeggen, “stompe” beeldspraak. De VN-Veiligheidsraad zou een of ander besluit moeten uitvaardigen dat politici verbiedt om het nog langer te hebben over maatregelen “die diep in het vlees snijden”, of zelfs “tot op het bot”. Zouden we dat even met elkaar kunnen afspreken? De werkelijkheid is op zich soms al grimmig genoeg.

Waar ik ook altijd een beetje van op mijn stoel begin te schuiven, is wanneer men begint over “de mensen”. Ik hoorde het enkele dagen geleden nog. ‘De mensen zullen altijd met hun auto blijven rijden, en ze zullen ook altijd met hun auto tot voor de winkel willen rijden.’ Ik vraag me dan altijd af of ik geen mens ben of zo. Ik heb geen auto, en ben daar geweldig gelukkig mee. En het lijkt me allemaal zo fatalistisch, ervan uitgaan dat “de” mensen bestaan, en dat ze nooit zullen veranderen.

Een debat over de tax shift gaat volgens mij toch om veel meer dan over € 100

Ook goed scorend in de categorie “ik word er een beetje zenuwachtig van” zijn politieke debatten waar het de hele tijd gaat over: ‘Ze moeten de mensen niet zoveel in hun portemonnee zitten.’ Daar zijn “de mensen” weer, en die mensen zijn blijkbaar niet veel meer dan hun portemonnee. Een debat over de tax shift gaat volgens mij toch om veel meer dan over € 100. (Ik denk dan trouwens altijd spontaan al iets als: in de portemonnee van sommigen zitten ze te weinig, in de portemonnee van anderen zit te weinig.)

Ik zeg niet dat de discussie over die € 100 irrelevant is, integendeel. Voor mensen die in armoede leven, alleenstaande mama’s of papa’s, heel wat ouderen, … maakt het wel degelijk enorm veel verschil uit. Aan het einde van de maand € 100 meer hebben zou voor hen een wereld van verschil kunnen zijn. Maar de stemmen die ik het luidst hoor in het debat over die € 100 zijn niet altijd van diegenen die zich het meest zorgen maken over die groep van mensen voor wie het echt een verschil uitmaakt.

Voor heel wat mensen, zelfs ook velen die zichzelf niet als “rijk” zullen beschouwen, maakt dat bedrag trouwens niet werkelijk een schokkend verschil. Het is aangenaam als ze dat erbij krijgen, maar zonder dat extraatje zouden ze niet fundamenteel slechter leven. Het is soms vooral het idee van “ik krijg iets terug” of “ik krijg iets niet wat een ander wel krijgt” dat het gevoel bepaalt. 

Ik werd een beetje misselijk toen ik in het nieuws die man zag die heel zelfverzekerd kwam vertellen dat hij zich bekocht voelde als na de aanpassing van zijn dure auto door de dieselgate zou blijken dat die auto een lager vermogen zou hebben. Want ze hadden toch gekozen voor een “vinnige” auto, om er “sportief” mee te rijden. Het was zijn vrouw eigenlijk die dat wilde. Met minder vermogen zou die auto trouwens ook minder waard worden. Hij zou dus dat geld gaan terugeisen.

De gretigheid waarmee sommige mensen die al meer dan genoeg hebben om goed te leven zich kunnen storten in debatten over € 100 die men wel of niet zal krijgen, heeft iets pervers.

Hij vertelde het alsof hij er recht op had. (Wat jammer voor hem trouwens, dat al die “gewone” mensen zomaar los op straat lopen als hij daar met zijn beschamend dure auto lekker hard zou willen rondrijden.) Hij had ook een argumentatie voor waarom ze net dat type auto hadden gekozen. Het had iets te maken met dat ze verkozen hadden niet te veel belastingen te willen betalen, of zoiets.

En ik dacht: de gretigheid waarmee sommige mensen die al meer dan genoeg hebben om goed te leven zich kunnen storten in debatten over € 100 die men wel of niet zal krijgen, heeft iets pervers. Sommige mensen zouden beter zwijgen. Het zou fijn zijn als we in die debatten onze aandacht alleen zouden richten op de vraag hoe we mensen die in de marge van de samenleving zitten echt een uitzicht kunnen geven op een waardig leven. Mensen die ongelijk zijn gelijk behandelen, kan heel onrechtvaardig zijn. Wat mij betreft hoeft dus niet iedereen die € 100 te krijgen. Ik ook niet dus.

Wat me vooral zenuwachtig maakt onderliggend aan veel van die forse uitspraken, is een redenering die erop neerkomt dat “de mensen” veel te veel moeten afdragen aan “de overheid” en dat het tijd wordt dat ze er iets voor “terugkrijgen”. Het gaat dan al snel over gruwelijke woorden als het ‘overheidsbeslag’, en dat is zogenaamd veel te groot. Een burger zijn is blijkbaar niet meer dan het tussentijds controleren of het contract dat jij hebt met een bedrijf wel correct wordt uitgevoerd. Je bent blijkbaar een cliënt die niet mag gehinderd worden in zijn of haar gretigheid. En wat anderen meemaken, dat is hun zaak.

Ik zal wel heel ouderwets zijn, maar voor mij is burgerschap toch iets heel anders dan de vraag hoe dik mijn portemonnee is. En voor mij is de overheid ook iets anders dan een geldautomaat. Ik moest er nog aan denken onlangs, toen ik met een vriendin mee ging naar het ziekenhuis. Ze krijgt een behandeling voor borstkanker, en die dag zou ze haar eerste chemokuur krijgen.

We kwamen terecht in een vernieuwde afdeling van het ziekenhuis. Het was een heel aangename omgeving, met veel licht, heel rustig ook. Zo’n behandeling is op zich al erg genoeg. De miserie komt vanzelf wel, daar moet je geen moeite voor doen. Maar die fijne mensen daar doen alles wat ze kunnen om die ellende toch zo goed mogelijk te laten verlopen. Ze werken hard om mensen bij het leven te houden. Ik voelde veel leven daar, tussen alle angst en twijfel, tussen de misschien ook nakende dood voor sommigen.

En ik moest terugdenken aan hoe ik daar zelf zat, aan die kant van het ziekenhuis, in 1999. Elke dag de fiets op naar het ziekenhuis, om een chemo of bestraling te krijgen. Toen was de dagkliniek nog niet vernieuwd. Het was er druk, er was veel lawaai, het was niet altijd gemakkelijk voor de verpleging om goed hun werk te doen. Maar er waren ook veel mooie mensen. Met kale koppetjes, met angst in hun ogen, dicht bij hun geliefden kruipend, ze waren er allemaal.

Ik heb het vaak gedacht, dat ik veel meer gekregen heb van de overheid, van het collectieve, dan ik ooit zal kunnen teruggeven. Ik werd ziek, kreeg darmkanker. Ik werd opgevangen door een geweldige huisarts. Ik kwam terecht in een ziekenhuis met zeer competente dokters en fantastische verpleegsters en verplegers. Ze hebben mijn leven gered. Ze hebben er mee voor gezorgd dat ik nog zoveel langer aanwezig kon zijn in de wereld, samen met al wie me lief is.

Als ik toevallig in de Verenigde Staten zou zijn geboren, zou ik nu ook misschien halverwege de maand naar een lege portemonnee zitten kijken. 

Zonder hen zat ik dit nu niet te schrijven waarschijnlijk. En heel dat proces was moeilijk, maar het heeft me niet financieel geruïneerd. Als ik toevallig in de Verenigde Staten zou zijn geboren, zou ik nu ook misschien halverwege de maand naar een lege portemonnee zitten kijken.

Deskundige mensen, een goede gezondheidszorg en een goede ziekteverzekering, ze zorgden ervoor (en dat doen ze nog steeds) dat ik weer gezond werd, en dat zonder extra gat in mijn portemonnee. De dankbaarheid die ik daarvoor voel, zal ik nooit kunnen inlossen.

Politici die geweldig toeteren over het aantal euro’s dat ze “teruggeven” aan “de mensen”, maar terwijl verder snoeien in de publieke dienstverlening, het maakt me een beetje zenuwachtig. Mensen die iets te hard roepen dat ze niet krijgen waar ze “recht op hebben”, terwijl ze auto’s kopen die veel te groot en te duur zijn en terwijl ze zich geen bal aantrekken van de milieugevolgen van die keuze, ze zouden beter zwijgen.

Al dat fijn stof van die vinnige auto’s zorgt er trouwens voor dat veel mensen ziek worden. En het zijn net de meest kwetsbaren die het hardst getroffen worden, door de milieuvervuiling en door de afbouw van goede publieke diensten die zouden moeten garanderen dat alle mensen even goed kunnen geholpen worden in een ziekenhuis als ik geholpen werd.

Burger zijn is toch veel meer dan de vraag hoeveel consumptie je portemonnee toelaat. Het gaat ten eerste al om de vraag over welke portemonnee we spreken. En het zou vooral ook moeten gaan om het feit dat je als burger lid bent van een maatschappij, van een gemeenschap waar we samen voor elkaar zorgen. Een beetje bescheidenheid, het zou sommige mensen sieren. Een beetje dankbaarheid voor wat we al te gemakkelijk als vanzelfsprekend zien ook.

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Beleidsmedewerker Federale Raad voor Duurzame Ontwikkeling

    Jan Mertens woont in Leuven, werkt voor de Federale Raad voor Duurzame Ontwikkeling, en is onder meer ook actief in de denktank Oikos.