Dossier: 
'Blind voorthollen zal alleen de ongelijkheid verder vergroten'

Welke vooruitgang na corona?

© Brecht Goris

Columnist Jan Mertens hoopt dat de “heropening” van de maatschappij na corona geen stap terug wordt naar een model van vooruitgang dat ons al in te veel problemen bracht. ‘Blind voorthollen zal alleen de ongelijkheid verder vergroten.’

Het gaat hard. Zo hoor je dat te zeggen blijkbaar. (Ik heb in mijn hoofd een verzamelbak van woorden of uitdrukkingen die ik liever gisteren al zou willen zien verdampen. Dat hard gaan zit ondertussen in die bak. Het is daar in goed gezelschap van vreselijke woorden buiten categorie, zoals het nog steeds alomtegenwoordige ‘uitrollen’ of uitdrukkingen als ‘ik vind het key’. Brrr…

Ik heb nog een andere bak met absurde televisiereclames, zoals die van die tandartsen die tijdens de middagpauze naar huis zouden gaan om daar, met dat ene bewuste merk, hun tanden te gaan poetsen. Elke keer weer kijk ik vol verbijstering naar dat merkwaardige verhaaltje. Misschien ben ik oud aan het worden, misschien is mijn brein niet bestand tegen sommige vormen van onzin, of misschien is de normaliteit van die reclame eigenlijk niet helemaal normaal.)

Het gaat hard dus. De cijfers dalen, we mogen weer. Zo wordt het dan al snel samengevat. Alsof het allemaal weer eenduidig kan gezegd worden en we eindelijk van die verwarrende complexiteit verlost zouden zijn. Maar misschien is complex wel normaler dan we zouden willen, en is het verlangen naar eenduidigheid en “weer zoals vroeger” in sommige opzichten wel iets als die tandpastareclame.

Verwarring

Er is af en toe enige verwarring in mijn lichaam. En misschien is dat wel goed. Verwarring helpt om te blijven kijken en vragen te stellen. Even blijven staan, en niet zomaar vooruit hollen. Het is een fantastisch gevoel om zomaar weer eens op een terrasje te kunnen zitten met een koffietje en zo een andere mens van dichtbij te kunnen bekijken in drie dimensies.

Verwarring helpt om te blijven kijken en vragen te stellen.

Maar ik schrik wel een beetje nu er ineens weer heel wat meer mensen in de trein zitten. Mijn lichaam moet weer een beetje wennen en luisteren naar grenzen, om me dan weer rustig in mezelf te voelen. Ik ben blij als ik lachende gezichten zie van mensen in de stad. En ik word verdrietig van de (nog steeds) enorme gretigheid waarmee veel mensen zo snel mogelijk in het vliegtuig willen zitten om zo ver mogelijk weg te kunnen gaan, omdat ze “het” nodig hebben.

Wat is “het”? Ik hoop dat we die vraag nog wel zullen blijven stellen. En ik hoop dat we in ons verlangen naar eenduidigheid, naar niet te veel moeilijke vragen of vaststellingen, nog wel zullen proberen te kijken naar de complexe werkelijkheid. Wetend dat de huidige pandemie in een aantal opzichten nog maar een oefening is voor de klimaatcrisis die in de maak is, is dat geen overbodige luxe.

Vooruitgang of achteruitgang

Blijven kijken naar wat “ingewikkeld” is, heeft wat mij betreft onder meer te maken met kijken naar wat we verstaan onder een begrip als vooruitgang. Het idee van vooruitgang is een typisch modern concept. Het is een fantastisch idee, maar het kan ook omslaan in zijn tegendeel.

De voorbije eeuwen zijn we vooruitgang nogal eenzijdig gaan invullen als steeds meer produceren en consumeren en hebben we een weg gekozen die onze planeet uitput (en zo erg kwetsbaar maakt) en die de ongelijkheid binnen en tussen generaties vergroot. Die vooruitgang is in veel opzichten in de feiten een achteruitgang.

Vooruitgang is een fantastisch idee, maar het kan ook omslaan in zijn tegendeel.

Ons streven naar voortdurende economische groei leidde tot de huidige klimaatcrisis. Het is evenwel perfect mogelijk om een model van welvaart uit te bouwen dat uitbreidbaar is naar iedereen nu en in de toekomst en dat zich wél inpast in de planetaire grenzen in een regeneratieve economie die ook actief herverdeelt.

Dit alles wil ook zeggen dat verwondering en respect voor de realisaties van wetenschap en technologie altijd samen moeten gaan met een analyse van de machtsstructuren in een maatschappij en de fundamentele oorzaken van ongelijkheid en ontwrichting. Het is inderdaad een ongelooflijke prestatie dat zoveel wetenschappers over de hele wereld, in een unieke vorm van samenwerken, op zo’n korte tijd vaccins konden maken die werkzaam zijn.

Het is spectaculair en biedt een enorme kans om vele duizenden levens te redden. Maar laten we er tegelijk voor oppassen dat we de hele complexe werkelijkheid van de mondiale pandemie niet herleiden tot een eenduidige (technologische) oplossing voor het meerdimensionale probleem. Het is een belangrijk deel van de oplossing, maar kan misschien voor sommigen ook een alibi zijn om niet naar andere dingen te moeten kijken.

Wie arm en kwetsbaar was, werd door het virus vaak harder getroffen. En naargelang de keuzes die men maakte, bijvoorbeeld op het vlak van uitbouw van gezondheidszorg, werd ook in het antwoord op de crisis de ongelijkheid tussen rijk en arm mogelijk nog verder versterkt. Dat zag je binnen landen, zoals de VS, en ook tussen landen.

Oneerlijke internationale machtsrelaties op het vlak van technologieoverdracht of delen van intellectuele eigendom veranderen niet door het simpele feit dat er een werkzaam vaccin is, maar wel door politieke keuzes. Alleen kijken naar het huzarenstukje van het vaccin kan er misschien ook toe leiden dat we te weinig kijken naar de fundamentele oorzaken die er mee voor zorgden dat deze pandemie zo’n verwoestende mondiale omvang kon krijgen.

Wie arm en kwetsbaar was, werd door het virus vaak harder getroffen.

En dan gaat het onder meer over de mate waarin we de natuur verstoren en vernietigen en de manier waarop we de economische globalisering organiseren. In die complexiteit zien we tegelijk de mogelijkheden van vooruitgang en het risico van een bepaald soort vooruitgangsdenken dat kan omslaan in achteruitgang.

Iets gelijkaardigs zien we in de discussie over het herstelbeleid na COVID-19. Ook daar begint het hard te gaan. Voor ons land verwacht men een “snel economisch herstel”, vertaald als: “de groei trekt weer aan”. Maar er zijn kansen en risico’s. De voorbije maanden verschenen hopen interessante studies over de mogelijkheden om via het herstelbeleid de transitie naar een duurzame en rechtvaardige samenleving te versnellen.

Sociale innovatie

Uit de herstelplannen die wereldwijd zijn gemaakt blijkt ondertussen nog niet dat die kansen voluit gegrepen zijn, soms zelfs integendeel. De druk is groot om zo snel mogelijk weer aan te knopen bij wat we kenden, het zogezegde “normaal” van de economische groei. Velen hopen nog steeds dat enkel technologie alles zal oplossen, dat we op die manier geen fundamentele vragen moeten stellen bij onze manier van leven, onze onderliggende opvatting over wat vooruitgang is.

Jammer maar helaas. Of het nu bijvoorbeeld gaat over auto’s of vliegtuigen, het mechanisme is steeds hetzelfde: wat we winnen door efficiëntieverbetering per eenheid wordt opgegeten door de groei. In absolute cijfers neemt de druk op de planeet nog altijd snel toe.

In absolute cijfers neemt de druk op de planeet nog altijd snel toe.

We hebben niet alleen technologische innovatie nodig, maar ook sociale innovatie. Misschien ben ik wel niet zo vrij als ik me voortdurend laat opjagen door de reclame die me zegt dat ik zo snel mogelijk weer zo goedkoop mogelijk moet gaan vliegen. Misschien is er meer vrijheid en vooruitgang in een vorm van “weg zijn” die op heel andere waarden steunt dan enkel consumeren.

In deze context is even stilstaan helemaal niet gelijk aan achteruitgaan, maar integendeel anders en beter vooruitgaan. Blind voorthollen zal alleen de ongelijkheid verder vergroten. Dat geldt overigens evenzeer voor de transitie zelf. Gewoon alle auto’s die nu rijden op diesel vervangen door elektrische, maar geen vragen stellen bij de groei van het autoverkeer of de omvang van onze steeds groter wordende SUV’s zal het verbeterende emissieprobleem gewoon verschuiven naar een groter wordend grondstoffenprobleem.

Laten we dus in het zoeken naar oplossingen niet die mechanismen versterken die het probleem veroorzaakten. Dat heeft onder meer te maken met onze relatie tot de rest van de natuur. Om de impact van ons eenzijdige op gulzige groei gerichte vooruitgangsmodel op de planeet te ontkoppelen, moeten we ons als mens net niet ontkoppelen van de rest van de natuur.

Het idee van aan de ene kant een reservaat van “wilde” natuur en aan de andere kant een hyperindustriële samenleving van mensen die zichzelf verheven vinden boven de natuur en die vinden dat ze het recht hebben om zich als goden te gedragen is net niet wat we nodig hebben.

Laten we dus in het zoeken naar oplossingen niet die mechanismen versterken die het probleem veroorzaakten.

Er is meer vooruitgang in het volwaardig erkennen dat we een deel zijn van de natuur en er is meer vrijheid in een nieuw soort vernuft dat met voldoende nederigheid een nooit eerder geziene creativiteit ontwikkelt in het leven binnen planetaire grenzen. In het andere geval gaan we – om Einstein te parafraseren – net die eenzijdige vorm van moderniteit versterken die mee aan de basis lag van de kwetsbaarheid waar we nu in zitten.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws
De voorbije dagen hebben we nog maar eens gezien hoe een vooruitgangsdenken dat uit balans is, problemen vergroot in plaats van oplost. Misschien was het ontwikkelen van bepaalde chemische stoffen voor een aantal toepassingen op zich een grote vooruitgang. Maar de negatieve gevolgen ervan buiten beeld duwen om toch maar door te kunnen gaan met produceren en groeien, leverde misschien op korte termijn winst op, maar op langere termijn vooral veel zorgen die dan maar door de hele maatschappij moeten opgevangen worden.

De gevaarlijke voortgangsillusie dat we alles moeten doen om de groeiende stroom auto’s “vlot” te laten bewegen rond een stad in het noorden van het land leidt ertoe dat het doorduwen van die gigantische verkeersinfrastructuur – onder meer nodig om nog meer pakjes heen en weer te bewegen door de wereld – belangrijker is dan stil te staan bij een vervuilde bodem. Bij onze eigen bodem, zou je kunnen zeggen.

Naarmate de maatschappelijke kost die we uit de boekhouding probeerden weg te duwen duidelijker wordt, zullen we misschien inzien dat het de moeite is om te blijven nadenken over wat we verstaan onder vooruitgang. Anders zou het wel eens heel hard kunnen gaan met het uitrollen van de achteruitgang, zelfs al gaan we ’s middags thuis onze tanden poetsen.

 

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Beleidsmedewerker Federale Raad voor Duurzame Ontwikkeling

    Jan Mertens woont in Leuven, werkt voor de Federale Raad voor Duurzame Ontwikkeling, en is onder meer ook actief in de denktank Oikos.