When they go low...

Vorige week, tijdens de hele Jihad-heisa, was ik ontzettend boos. Ik begreep echter niet waarom – omdat ik haar persoonlijk ken? Omdat ik haar bewonder? Deze dingen zullen een rol hebben gespeeld, maar de voornaamste reden was het feit dat ik, wanneer ik naar de situatie kijk, mezelf in haar kan herkennen. Net zoals wanneer ik stukken lees van vrouwen die hun #metoo verhaal doen, of van minderheden die sukkelen om een woning te vinden, of millennials die geen gepaste job vinden. We delen bepaalde kenmerken, en dat vergroot mijn empathie. Deze column gaat daarom niet over Jihad – daar is meer dan genoeg over geschreven –, deze column gaat over verbondenheid.

© Brecht Goris

 

Op 5 november had ik een droom over Jihad die ik al een tijdje wilde delen, zonder daar het gepaste moment voor te vinden.

Ik droomde dat ik op een dag heel veel racisme had meegemaakt, en dat ik het allemaal echt beu was. Uitgeput door mijn bestaan als zwarte vrouw, vroeg ik haar al lachend of ze niet met mij van lichaam wilde switchen. Mijn grap negerend, stemde ze toe, waardoor – zoals het in dromen gebeurt – mijn wens uitkwam.

Ik word Jihad, Jihad wordt Sabrine, en Jihad-Sabrine en Sabrine-Jihad proberen te leven zoals de andere. Maar bij mij lukt het niet zo goed, omdat ik struggle met heel veel aspecten van het Marokkaanse leven waar ik niet genoeg over wist. Maar ook zij strugglet met heel veel aspecten van het zwart-zijn en de zwarte gemeenschap die zij had onderschat.

Maar bovenop deze culturele verschillen, bevinden we ons nog steeds in België, waardoor ik nog steeds ontzettend veel racisme moet verdragen – behalve dat het nu gericht is naar mijn Marokkaanse afkomst en mijn religie, in plaats van naar mijn huidskleur.

Wanneer ik de situatie aan mijn beste vriend uitleg, en hem vertel van dat “nieuwe” racisme, is mijn hart aan het breken van de wanhoop. Ik vertel hem dat ik “mijn” racisme, het anti-zwart racisme dat mij te veel werd, tenminste gewoon was, maar dat ik deze nieuwe vorm helemaal niet aankan. Daarmee was ik niet opgegroeid, ik wist niet hoe ermee om te gaan. En langs haar kant, kon Jihad ook niet om met haar nieuwe positie als over-geseksualiseerde en over-geëxotiseerde zwarte vrouw.

Daarop besloten we dus om gewoon onszelf weer te worden. Ik werd weer Sabrine, zij werd weer Jihad. We praten over onze ervaringen, en omhelzen elkaar, en wenen heel diep in elkaars armen. En op dat moment zijn we allebei erg verbonden door een gedeelde onderdrukking die we allebei niet konden ontvluchten, ook niet wanneer we van lichaam en huidskleur ruilden.

Op 5 november werd ik dus huilend wakker. De tranen van mijn droom waren doorgevloeid naar de werkelijkheid. Ik vertelde dit allemaal aan Jihad, die ik toen nog niet zo goed kende, en ze zei ‘wow, girl, dat is eng en realistisch tegelijkertijd, hahah! Ja, we hebben echt the same struggles!!’

The same struggles

Omdat wij vrouwen zijn, omdat wij niet-wit zijn, en omdat wij vrouwen van kleur zijn. ‘We hebben the same struggles…’

Ik besloot enkele maanden geleden om zo positief mogelijk te zijn over vrouwen. Ik was al heel erg anti-seksisme, en een trotse feministe, maar ik besefte dat ik – net zoals ik mijn geest nog moet dekoloniseren – mijn geest nog heel vaak moest trainen om bepaalde aangeleerde seksistische gedachten en reflexen te ontleren. Dit is een lange proces, een moeilijke proces, dat voor mij gepaard gaat met heel veel (zelf)liefde.

Er is zo veel gedeelde pijn, zo veel gedeelde onderdrukking, dat ik geen nood ervaar om daar negativiteit aan toe te voegen.

Mijn strijd tegen de patriarchie voer ik met boosheid en gedrevenheid, maar ook met een overvloed aan liefde en positiviteit naar andere vrouwen toe, omdat ik wéét wat het is. Omdat #metoo, omdat ik ook heb moeten glimlachen terwijl een man een seksistische of seksuele mop maakte, omdat ik ook nagefloten werd, omdat ik ook minder zal verdienen dan een man voor dezelfde job, omdat ik ook steeds minder vrouwen zal zien, naarmate ik hoger geraak in een bedrijf. Er is zo veel gedeelde pijn, zo veel gedeelde onderdrukking, dat ik geen nood ervaar om daar negativiteit aan toe te voegen.

Vrouwen zijn sterk, vrouwen zijn strijders, vrouwen zijn geweldig – en ik wil nooit meer horen dat ik ‘niet zoals alle andere meisjes/vrouwen’ ben alsof het een compliment is, alsof het mij beter maakt, omdat ik net héél hard mijn best doe om zoals andere vrouwen te zijn. Mijn tante is een vrouw, mijn oma is een vrouw, mijn heldinnen zijn vrouwen – waarom zou ik niét zoals andere vrouwen willen zijn?

En zo is ook mijn strijd tegen racisme een proces van liefde – niet alleen naar zwarte mensen toe, maar naar alle mensen van kleur toe. Ik was Jihad, en Jihad was Sabrine, en in de ogen van bepaalde mensen zijn wij één persoon, zijn wij even ongenodigd, zijn wij even gevaarlijk, en moeten wij op hetzelfde vliegtuig ‘terug naar uw land’.

En dit klinkt vast naïef, omdat er witte vrouwen zijn die mij nooit als een gelijke zullen zien, en omdat anti-zwarte racisme heel erg leeft bij veel niet-zwarte mensen van kleur, maar dat maakt niet uit. ‘I have also decided to stick with love, […] for I have seen too much hate. […] And I say to myself that hate is too great a burden to bear.’

Ik verkies liefde. Ik kijk naar alle haat die ik regelmatig krijg, ik kijk naar de pijn die die haat voortbrengt, ik kijk naar de mensen in mijn omgeving die omwille van diezelfde haat zo lang onderdrukt werden dat ze nu zelf gevuld met haat zijn, en ik bedenk me – liefde, liefde is toch veel beter dan dat ander gevoel! Ook wanneer die liefde misplaatst of onverdiend is.

Mijn strijd voor vrijheid is een strijd die gebonden is aan die van alle vrouwen, alle mensen van kleur, alle mensen van de LGBTQI+ gemeenschap, al wie onderdrukt wordt

Want misschien – misschien is het nodig dat wij allemaal een beetje meer verbonden zijn. Dat we kijken naar onze gemeenschappelijke struggles, om daaruit empathie te kunnen putten. Misschien is het nodig dat we onze onderlinge menselijkheid erkennen. Dat we beslissen om één te zijn wanneer we geconfronteerd worden met onderdrukking. Want mijn strijd voor vrijheid is een strijd die gebonden is aan die van alle vrouwen, alle mensen van kleur, alle mensen van de LGBTQI+ gemeenschap, al wie onderdrukt wordt. ‘I am not free while any woman is unfree, even when her shackles are very different from my own. And I am not free as long as one person of Color remains chained. Nor is anyone of you.

Maar dit geldt niet alleen voor zij die onderdrukt worden – we hebben allemaal gemeenschappelijke kenmerken. Dit weet ik, omdat ik jaren perfect bevriend kon zijn met heel racistische mensen, die mij oprecht liefhadden en die ik oprecht liefhad, omdat wij in eerste instantie gewoon jonge mensen waren die in dezelfde klas zaten.

Ik beslis dus te geloven dat, indien we (allemaal!) elkaars menselijkheid erkennen, we dan ook niet zullen vervallen in nutteloze twitteroorlogen omdat een competente persoon een nieuwe job heeft gevonden.

Ik beslis te geloven dat mensen die dingen nooit zouden hebben geschreven, indien ze hadden beseft dat Jihad niet alleen een voormalige politiek actieve jongere is, maar nu vooral een jonge vrouw is, die ook leeft, voelt, lacht, weent, droomt, geluk opzoekt, en haar toekomst probeert op te bouwen.

Ik beslis te geloven dat het beter kan, en beter moet.

Wanneer ze haat spuwen, beslis ik liefde te verkiezen.

“When they go low, we go high.

Sabrine Ingabire is schrijfster, activiste en studente. Je kan haar op Facebook volgen.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur