Landbouwers moeten spuiten of barsten

De lente kleurt oranje: wie spuit wordt beloond

© Brecht Goris

Tine Hens

Het is lente en de velden zijn oranje. Doodgespoten met Roundup, schrijft Tine Hens. Het kan ook moeilijk anders voor boeren bij wie het water aan de lippen staat. De subsidies die men vroeger kreeg om onkruid mechanisch te wieden en niet chemisch te bestrijden, blijken alweer geschrapt. Wie spuit wordt beloond.

Het is lente. De lucht is soms blauw. De bomen worden groener.

En de velden zijn oranje.

Tot een week geleden zag het veld bij mij om de hoek nog helgeel van de mosterdplanten, een groenbemester. Ondertussen zijn de stengels en bladeren verschrompeld tot roestbruine stompjes, doodgespoten met Roundup. Ik weet dat het belachelijk is, maar onbewust houd ik mijn adem in als ik er nu voorbij wandel. Het is een reflex. Zoals je tegenwoordig ook je adem inhoudt als je een onbekend persoon zonder mondmasker op een te smalle stoep kruist. Zinloos en irrationeel, maar een instinctieve reactie van zelfbescherming.

Ik speur de lucht af. Op zoek naar zwaluwen. Ik heb de indruk dat ze laat zijn dit jaar en vraag me af of ze wel zullen komen. Ik weet hun nesten hangen, hun vaste pleisterplekken, maar ook daar blijft het voorlopig stil.

Ik kijk naar de chemische kaalslag aan mijn voeten en daarna weer omhoog, in de hoop hun tjak tjak en krrr te horen, ze als Olympische schaatsers te zien glijden door de lucht, maar er is geen vogel te zien. Zelfs geen duif. Ver weg krast een kraai, dat wel. Op de plekken waar we voedsel telen, is het leven verjaagd. Onze landbouwgronden zijn gedopeerde woestijnen.

Vogels wijzen de weg

Een paar dagen geleden zat er een klein boek in mijn brievenbus. Vogels wijzen ons de weg. Het is een essay van Ben Koks waarin hij pleit voor een omslag in de landbouw. ‘Ons huidig systeem is simpelweg onhoudbaar’, schrijft hij. ‘Landbouw is te belangrijk om aan de markt over te laten.’

Hij raadt aan vogels als gids te nemen bij die grote omslag naar een landbouwmodel dat ecologische grenzen respecteert en inzet op kwaliteit in plaats van permanente overproductie.

We moeten leren kijken door de ogen van trekkende akkervogels, stelt Koks, zij vormen de luchtbrug tussen de graanvelden in het noorden en de rijstvelden in zuiden. Zij sterven door het gebrek aan leven op onze akkers. Of hun nesten worden met jongen en al vermalen bij de oogst. Omdat ze geleerd hebben te gedijen in onzichtbaarheid, blijven ze vaak onopgemerkt tot hun bloed tegen de messen van de maaiers spat.

Waarom voerde de mens een oorlog tegen de natuur om zelf te kunnen eten?

Koks koesterde al heel jong twee grote liefdes. Vogels en het boerenleven. Hij liep school aan de landbouwacademie, leerde insecticiden en herbiciden volgens recept bereiden, mengde de aangegeven hoeveelheden netjes bij elkaar, deed er op aanraden van de adviseur nog een schep bij, maar als hij van zijn tank met gif naar de vogels in de lucht keek, voelde hij dat er iets niet klopte. Uiteindelijk, schrijft hij, doofde de latente boer in mij uit en kwamen natuurbehoud en milieukunde ervoor terug.

Maar de keuze schrijnde ook. Waarom waren beiden niet te verzoenen? Waarom moest hij het ene loslaten om het andere te redden? Waarom voerde de mens een oorlog tegen de natuur om zelf te kunnen eten? Dat eten, zo bleek al snel, was eerder product dan voedingsbron. Vier gewassen beheersen de wereldmarkt. Nederland gaat er prat op de halve of hele wereld te voeden. Als Koks vroeger vroeg ‘waarom’ werd zijn vraag steevast weggevaagd als onzinnig.

Hij telde vogels, ringde ze ook. Eerst knobbelzwanen. Later patrijzen, veldleeuweriken, gele kwikstaarten, grauwe gorzen. Allemaal akkervogels. Ze hebben onze akkerlanden nodig voor voedsel en om jongen groot te brengen. Hun aantal neemt jaar na jaar af. Ze verdwenen van het land en boven de velden werd het alsmaar stiller. Opnieuw vroeg Koks ‘waarom’. Opnieuw rolde men met de ogen.

In augustus 1990 ontdekte Koks iets wat hij nooit verwacht had. Het was een verzengend hete dag. Boven de Groningse Carel Coenraadpolder zag hij eerst de sierlijke, trage vleugelslag van een mannetje grauwe kiekendief.

Overproductie. In de ogen van de boer uit de kustpolders die ik ooit ontmoette, is het ‘de mother of all fuck ups’.

De meeste vogelexperts hadden deze roofvogel al van de lijst in Nederland geschrapt. Maar hier was hij, cirkelend boven een luzerneveld. Koks volgde zijn vlucht, zag hoe hij naar beneden dook, het veld in en weer omhoogschoot met een veldmuis in zijn klauwen geklemd. Koks hield de adem in. De kiekendief stootte zijn ijle kreet uit. Koks wist wat dat betekende. En inderdaad. Geen vijf tellen later cirkelde een vrouwelijke kiekendief uit het veld omhoog. Ze bleef hangen onder het mannetje. Dat loste de muis en zij ving het feilloos op, waarna ze weer tussen de luzerne neerstreek. Hier was een nest.

Koks kon nog maar aan een ding denken: dit nest moest gered. Hij rende naar de boer, spurtte van de boer naar de grondbeheerder, drogerij Oldambt en vroeg hen droogweg om bij het maaien een vlak van veertig op veertig meter rond het nest te laten staan. Eerst sputterde men tegen, schermde men met opbrengstverlies, maar Koks had onderweg zijn berekening gemaakt. ’25 cent’, zei hij, ‘Over zo veel geld praten we.’

Tegenwoordig kleven op de oogstmachines van Oldambt stickers van grauwe kiekendieven. In de kantoren hangen affiches van jagende kiekendieven. De grauwe kiekendief is de levende mascotte van het bedrijf geworden. Het symbool ook van hun verlangen om het anders te doen.

De boer van de toekomst

Er zijn weinig mensen die meer kiekendieven zagen, met meer boeren spraken en zo vaak rondliepen in agrarische gebieden in Europa, Azië en Afrika dan Koks. Door vogels te volgen en met boeren te praten, scherpte hij zijn ideeën over de boer van de toekomst. Hij noemt hem een ambachtelijke boer, een boer die zijn grond kent en koestert, die de vogels rond en op zijn akkers kan benoemen, die niet langer gif strooit omdat kerkuilen, buizerds en wie weet op een dag grauwe kiekendieven de klus klaren.

Ook dat ontdekt Koks: grauwe kiekendieven selecteren minutieus de percelen waar boeren geen insecticiden gebruiken om van bladbluizen af te komen. Daar neemt de kiekendief het over. Hij wordt de insectendoder.

De subsidies die men vroeger kreeg om mechanisch onkruid te wieden en niet chemisch te bestrijden, blijken alweer geschrapt.

Bij het lezen moest ik denken aan die boer die ik ooit ontmoette in de kustpolders. Stapsgewijs was hij bezig met de omschakeling. Ieder jaar schrapte hij weer een levensvernietigend product. De onkruidverdelgers, de ongediertebestrijdingsmiddelen. Hij zag hoe de vogels naar zijn boerderij terugkeerden en op een dag stuurde hij me een mail met een foto van een kerkuil. ‘Hij is terug’, schreef hij er blij bij.

Deze boer roeide koppig in tegen de heersende wetten van het landbouwbeleid. Hij breidde niet langer uit. Hij schroefde terug in oppervlakte maar vergrootte wel de diversiteit van zijn teelten. Als je hem vraagt naar de oorzaak van het permanente crisisgevoel in de landbouw, dan vat hij dat in een woord samen. Overproductie. In zijn ogen is het ‘de mother of all fuck ups’.

Maar nu hij het anders probeert, krijgt hij ook de rekening gepresenteerd. De subsidies die men vroeger kreeg om mechanisch onkruid te wieden en niet chemisch te bestrijden, blijken alweer geschrapt.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws
Het hoeft niet te verbazen dat die velden oranje kleuren in de lente. Het is deel van het beleid. Wie spuit wordt beloond. Wie het anders probeert, jaagt zichzelf op kosten. Voor boeren bij wie het water al aan de lippen staat, is het spuiten of barsten.

We subsidiëren het verkeerde, schrijft ook Koks. Ons huidige landbouwbeleid is slecht voor de boer, voor de mens en voor de natuur, alleen de agro-industrie wint erbij. Waar zijn we dan mee bezig? Koks raadt aan de ecologische grenzen van de rode worm, de zweefvlieg, dagvlinders, grutto’s en grauwe kiekendieven als uitgangspunt te nemen voor een nieuw ontwerp van ons landbouwsysteem waar ook ter wereld. De kennis is er, schrijft hij, het omzetten van die kennis zal de opgave zijn.

En geld niet langer gebruiken voor massaproductie en vernietiging, maar voor herstel. Grootschalig herstel. Zodat leeuweriken, grauwe gorzen en ja, ook grauwe kiekendieven weer gewoon worden en velden in de lente niet langer oranje kleuren, maar barsten van het leven.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur