Woke is een stopwoord voor wie niet wil dat de samenleving verandert

Column

Normaal debat is zeldzaam geworden

Woke is een stopwoord voor wie niet wil dat de samenleving verandert

Woke is een stopwoord voor wie niet wil dat de samenleving verandert
Woke is een stopwoord voor wie niet wil dat de samenleving verandert

Een woord dat alles kan betekenen, betekent uiteindelijk niets meer, besluit MO*columniste Bieke Purnelle als ze naar het hele wokedebat kijkt. ‘Meer dan driekwart van de discussies gaan al lang niet meer over de essentie van woke, sociale rechtvaardigheid, maar over een fictief gevaar.’

© Brecht Goris

Bieke Purnelle

© Brecht Goris

Een woord dat alles kan betekenen betekent uiteindelijk niets meer, besluit MO*columniste Bieke Purnelle als ze naar het hele wokedebat kijkt. ‘Woke is niet meer dan een stopwoord dat elk debat over achterstelling, ongelijkheid en discriminatie stillegt nog voor het goed en wel begint. Woke is een briljante uitvinding voor wie de samenleving vooral niet veranderd wil zien.’

Een half jaar geleden besloot ik voor de lol en uit nieuwsgierigheid eens te turven hoe vaak het woord ‘woke’ in mijn kranten en weekblad opdook. Met een fluogeel stiftje van mijn tieners markeerde ik elke ‘woke’ die ik al lezend en struinend tegenkwam.

Na een week of drie zakte mijn motivatie en discipline in als mislukte soufflé en gaf ik het plan op. De teller stond op dat moment op 19.

Dat is best een indrukwekkende score voor een term die tot voor kort volstrekt onbekend was hier te lande. Maar interessanter dan de kwantitatieve score was de context waarbinnen de term gebruikt werd.

In elk van de geturfde gevallen werd woke geframed als problematisch, onrustwekkend, zelfs gevaarlijk. Nergens werd uitgelegd of geduid waar het voor stond of wat het betekende. De gebruikers leken het zelf ook niet helemaal te weten.

Veelal werd het woord gebruikt in een samenstelling. Wokehysterie, woke-ideologie, wokegedoe. Nooit stond er wokebewustzijn, of woketendens. De teneur was consequent negatief.

Woke is dus iets waar we bang voor moeten zijn. Maar wat het precies is, lijkt geen van de benoemers precies te weten.

Vrouwelijke topsporters die boos reageren wanneer ze belachelijk gemaakt worden omwille van hun gender en geaardheid zijn woke. Vrouwen die grensoverschrijdend gedrag niet accepteren zijn woke.

Een woord dat alles kan betekenen, betekent uiteindelijk niets meer.

Mensen die racisme een structureel probleem vinden zijn woke. Academici die mechanismen van ongelijkheid onderzoeken zijn woke. De cultuursector is woke. Genderneutrale babykleertjes zijn woke.

Ik lees tegenwoordig de verpakking van al mijn aankopen zorgvuldig om te checken of daar geen wokelabel op staat.

Een woord dat alles kan betekenen, betekent uiteindelijk niets meer. Taal doet ertoe. Vandaar: laten we eens onderzoeken wat er precies bedoeld wordt wanneer men ‘woke’ roept.

Folkartiest Lead Belly

Het woord 'woke' werd mainstream in 2014, tijdens de protesten in Ferguson in de Verenigde Staten. Die kwamen er naar aanleiding van de dood van Michael Brown, een zwarte jongeman die door de politie werd doodgeschoten.

Tijdens de acties, die later zouden uitmonden in de Black Lives Matter-beweging, werd opgeroepen om ‘woke’ te blijven. De hashtag #staywoke betekende dat protesteerders en activisten best goed oppasten voor de politie en voor extreemrechtse dreigementen.

Maar nieuw was het begrip ‘woke’ allerminst. In 1938, al meer dan 80 jaar geleden, zong de zwarte folkartiest Lead Belly ‘Best stay woke, (everybody) keep their eyes open’. Het lied ging over een groep zwarte tieners die verdacht worden van de aanranding van twee witte vrouwen. ‘Stay woke’ betekende niets meer of minder dan een verwijzing naar de structurele en institutionele ongelijkheid van zwarte Amerikanen in de VS.

Later kreeg het woord een ruimere invulling. Het werd het begrip waarmee alertheid en bewustzijn voor sociaal onrecht werd aangeduid. ‘Woke’ betekent au fond weinig meer of minder dan wakker genoeg zijn om onrechtvaardigheid te detecteren, ook wanneer die zich vakkundig verschuilt.

Kritiek op ideeën of op strategieën?

Hoe is dat concept dan tot een staatsgevaarlijke ideologie verworden?

Misschien is het nuttig om het gedachtengoed even te scheiden van de methodologie, kwestie van wat hygiëne in het debat te brengen. Ik kan me immers niet van de indruk ontdoen dat de kern van het debat niet zozeer de ideeën op zich viseert, maar de strategieën en mechanismen waar sommige wokedenkers zich van bedienen.

De cancelstrategie is overal en vindt ingang bij zowat elke denkbare stroming en laag van de samenleving.

Het is geen toeval dat het woord “cancelcultuur” zo vaak opduikt in het debat over woke. Wokers zouden andersdenkenden namelijk consequent en permanent willen verwijderen uit het publieke debat, zelfs uit de publieke ruimte. Het gebeurt dat ‘wokies’ oproepen tot het ontslag van academici en programmamakers of het censureren van auteurs die zich racistisch, seksistisch of transfoob uitlaten. Soms met succes, meestal vruchteloos.

Wie goed oplet, stelt vast dat wokedenkers verre van de enigen zijn die zich van deze radicale tactiek bedienen. De cancelstrategie is overal en vindt ingang bij zowat elke denkbare stroming en laag van de samenleving.

Van de buur die meteen de politie belt omdat de takken van de pruimenboom van de buren over zijn erf hangen tot de misnoegde lezer die een “schandelijk” artikel dat hem niet zint aanklaagt op Twitter. Van de Schild-en-Vriendensquad die linkse activisten thuis afdreigen met ‘Beter dood dan rood’-stickers op de voordeur tot de Vlaams Belang-politicus die een Groen-politica met een hoofddoek aan de internettrollen voedert.

Lucratieve business

Normaal debat is zeldzaam geworden. Conflict, onvermijdelijk in een gezonde samenleving, wordt niet meer één op één uitgepraat, maar via juridische of digitale weg gesetteld.

Dat er wokies bestaan die zich bedienen van die populaire tactieken, is dan ook normaal. Hashtags, petities, polletjes en tweets zijn geen exclusieve middelen van wokedenkers, maar worden overal en door heel diverse groepen ingezet om gelijk te halen. Conservatieve twitteraars die progressieve academici taggen bij hun werkgevers zijn geen zeldzaamheid.

De verwarring moet dienen om elke kritische benadering betreffende sociale ongelijkheid en discriminatie verdacht te maken, te delegitimeren en uiteindelijk te saboteren.

Die tactiek mag uiteraard afgekeurd, aangekaart en bekritiseerd worden. Het probleem is dat men de methodiek van een minderheid in de soep gooit met het gedachtengoed en de idealen van een meerderheid.

Van onachtzaam mixen komt morsen, dat weet iedereen die al eens in de keuken staat. Die morsige omgang met wokedenken is op zichzelf dan weer niet eenduidig.

Enerzijds is er de groep die letterlijk de methode verwart met het denken. In een onvriendelijke bui zou je het intellectuele luiheid kunnen noemen. Op een goede dag wil ik dan weer begrijpen dat het best verwarrend is wanneer de werkelijkheid die je kende en erkende op de schop dreigt te vliegen.

Anderzijds is er een aanzienlijke groep die deze verwarring bewust zaait, omdat ze opbrengt. De verwarring moet dienen om elke kritische benadering betreffende sociale ongelijkheid en discriminatie verdacht te maken, te delegitimeren en uiteindelijk te saboteren.

Woke, of liever anti-woke is dan ook een lucratieve business geworden voor lieden die er een dagtaak aan hebben. Ze schrijven er opiniestukken en boeken over, draven op als spreker op wokecongressen om er te vertellen hoe ze gecanceld worden, en de ironie ontgaat hen. Ze geven zich uit als moedige en weerbare slachtoffers van politiek correcte haters, een slachtoffercultus die ze net veroordelen bij wokedenkers, en de ironie ontgaat hen.

Niet de rechtvaardigheidsactivisten, maar zijzelf zijn de ware helden van het vrije woord dat de wokies vooral niet mogen nemen, en de ironie ontgaat hen. Ze schrijven over censuur en cancelcultuur in populaire kranten, geven boeken uit bij populaire uitgeverijen, en de ironie ontgaat hen. Ze noemen wokeactivisten overgevoelige sneeuwvlokjes, maar voelen zich bedreigd door pakweg een zwarte vrouw die boeken schrijft of colleges geeft over racisme, en de ironie ontgaat hen.

Meer dan driekwart van de discussies over woke gaan al lang helemaal niet over de essentie van woke, met name sociale rechtvaardigheid, maar over een fictief en onaangetoond wokegevaar.

De strategie van het demoniseren werkt.

Waarom zou je het over racisme, seksisme of eender welk sociaal onrecht hebben als je die ongemakkelijke waarheden onder de mat van een vermeend gevaar kan schuiven?

Politieke correctheid 2.0

Woke is verworden tot een buitengewoon handig containerbegrip waarin alles wat linksprogressief is of lijkt met een welgemikte worp kan verdwijnen.

Van ongemaaide gazons tot cafés waar men er een punt van maakt dat vrouwen en LGBTQIA+mensen er niet lastiggevallen worden. Van gelijke toegang tot de arbeidsmarkt en de woonmarkt tot duurzame mobiliteit. Van opvang van mensen op de vlucht tot gelijke verloning voor vrouwelijke profsporters.

Woke is geen beweging of ideologie maar een praktische vergaarbak voor alles wat conservatiefdenkenden vervelend vinden. Elke vorm van activisme of opiniëring met het oog op een betere samenleving voor iedereen wordt gemakshalve gereduceerd tot radicaal, agressief en ontwrichtend.

Woke is niet meer dan een stopwoord dat elk debat over achterstelling, ongelijkheid en discriminatie stillegt nog voor het goed en wel start. Woke is een briljante uitvinding voor wie de samenleving vooral niet veranderd wil zien.

Woke is daarmee hét symbool geworden voor de volledig doorgeslagen politieke correctheid van jonge linkse activisten, die doorgaans worden afgeschilderd als hypergevoelig en extreem onredelijk. Volgens tegenstanders zoeken ze achter de geringste kwetsuren de grootst mogelijke vormen van sociaal onrecht, en gooien ze vervolgens met hun online geschreeuw en gecancel het open debat finaal op slot.

Waar critici bovendien voor vrezen, is dat wokeness langzaam maar zeker alle hoeken en kieren van de samenleving binnensijpelt. Universiteiten, de media, de cultuursector, films en televisie, de werkvloer, de politiek: al deze instellingen zouden reeds in de greep zijn van een verstikkende woke-ideologie. Het is politieke correctheid 2.0.

Stropersonen

Maar wat houdt die ideologie dan precies in? Daar lijkt vaak geen eenduidig antwoord op te zijn. Onder wokeness worden onder andere antikapitalistische, proklimaat-, antiracistische, pro-LGBTQIA+, antifascistische, profeministische, en radicaal genderneutrale sentimenten gerekend.

Welbeschouwd is woke vooral alles wat rechtse mensen stom vinden aan het gedachtegoed van andersdenkenden. Het beeld van de wokeactivist, met diens neon geverfde haar, neusring en neo-voornaamwoorden dient dus vooral de critici van wokeness – die vervolgens zelf zeer onkritisch zijn over waar ze nou eigenlijk kritiek op hebben.

Woke beschrijft dus een wereldbeeld, een kijk op de oorzaken van ongelijkheid en onderdrukking in onze maatschappij. Daarmee vormt het een prikkel voor politiek engagement.

Het is een aloude truc: een karikatuur van je tegenstander maken om alle kritiek op je eigen overtuigingen te diskwalificeren.

Zulke acties kun je veroordelen. Maar door de betrokken activisten in berichtgeving woke te noemen, zie bijvoorbeeld dit artikel in de Daily Mail, wordt de broodnodige bewustwording van het reële onrecht dat bestaat in onze wereld synoniem met de meest totalitaire vormen van activisme.

Dat terwijl de bewegingen die vanuit hun woke bewustzijn aan de slag gaan ongrijpbaar, talrijk en zeer divers zijn. Zo komen antiracismeactivisten en pro-LGBTQIA+bewegingen lang niet altijd overeen in waar ze voor staan, wat ze willen bereiken en hoe ze dat willen doen. Sterker nog: zelfs binnen die bewegingen bestaat daar verschil van mening over.

Maar binnen het huidige discours worden ze zonder pardon allebei aan de wokekapstok gehangen. En worden ze meteen de meest radicale methodes van de meest radicale activisten in de schoenen geschoven.

Het is immers een aloude truc. Je maakt een karikatuur van je tegenstander om alle kritiek op je eigen overtuigingen te diskwalificeren. Maar met stromannen – sorry: stropersonen – schieten we weinig op.