Hoezo superieure samenleving?

Opinie

Hoezo superieure samenleving?

Hoezo superieure samenleving?
Hoezo superieure samenleving?

De "superieure samenleving" van Gwendolyn Rutten, de voorzitster van de Open VLD, blijft me bezig houden. Als je er even over nadenkt, is het geen verstandige uitspraak. Of was dat ook niet de bedoeling?

Eerst en vooral is er het effect van het gebruik van de term superieur. Dit woordje wordt gebruikt door een leidende politica in een samenleving die grote nood heeft aan ‘helen’, een geheel worden, maar is ‘superieur’ het verbindende woordje? Juist niet, het is het zoveelste verdelende woordje op zoek naar ‘perceptiescoren’, en naar electorale winst op korte termijn. En toch: wie de polarisering aanmoedigt, roept een geest uit de fles die je er soms moeilijk nog in krijgt. Dat leert de geschiedenis ons.

De superieure samenleving van de Open VLD-voorzitter behoort overduidelijk tot de categorie van de loopgraven.

Burgemeesters moeten bruggen bouwen in plaats van loopgraven, schreef Ruttens partijgenoot, en burgemeester van Mechelen, Bart Somers vorige week in een opinie. Heel juist. De superieure samenleving van zijn voorzitter behoort overduidelijk tot de categorie van de loopgraven. Zou het niet veel verstandiger zijn om te zeggen: ‘ik heb mijn samenleving graag, en ik zal de principes waarop ze steunt, verdedigen.’ Waarom is het nodig om te zeggen dat alle andere samenlevingen minderwaardig zijn? Dat is zelfs redelijk dwaas als je het met een beetje meer afstand bekijkt.

Soms gaat het licht uit

Vooral de constante verwijzing naar de waarden van de Verlichting, waarvan wij al sinds de 18de eeuw zouden doordrongen zijn, wekt verbazing. Dat kan toch in al die andere minderwaardige samenlevingen niet anders dan een ietwat grimmige lach verwekken. Het waren immers die verlichte westerlingen die zowat de hele wereld veroverden, manipuleerden, exploiteerden in functie van het eigen belang, moordden en brandden indien dat nodig was, handjes afhakten om de rubberopbrengst op te drijven… de lijst is vrijwel eindeloos. Gezien die realiteit kan de rest van de wereld niet anders dan de westerse superioriteit met een korreltje zout te nemen.

Of neem die twee wereldoorlogen die datzelfde verlichte Westen ontketende, en die tientallen miljoenen doden maakten, (en zes miljoen Joden op wetenschappelijke wijze uitmoordden). Het licht was toen kennelijk uitgegaan.

Maar enige bescheidenheid en relativering van de superioriteit van onze samenleving moet niet enkel komen van onze kennis van het verleden. Naar het heden kijken, helpt ook.

Selectief

Zeker, we zijn voor de mensenrechten maar onze aanhankelijkheid is zo verdomd selectief. Zodra het onze economische belangen kan schaden, zijn we minder gedreven in de verdediging ervan. Het verhaal van het innige bondgenootschap tussen bijna alle westerse landen en het feodale koninkrijk Saoedi-Arabië – zowat de antipode van de mensenrechten — is intussen genoegzaam bekend. En als het Westen met drones weer eens collateral damage maakt, is het recht op leven — het allereerste mensenrecht — kennelijk ook eventjes minder belangrijk. We gaan er toch wel heel vlotjes over als weer eens pakweg een tiental onschuldige slachtoffers valt.

Als het Westen met drones weer eens collateral damage maakt, is het recht op leven — het allereerste mensenrecht — kennelijk ook eventjes minder belangrijk.

En ja, we zijn voor democratie en rechtstaat. Maar niet al te zeer op internationaal niveau. Wij, Europeanen, klampen ons gaarne vast aan onze oververtegenwoordiging in het Internationaal Muntfonds of de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties. In 2003 vielen westerse samenlevingen, als aanhangers van de rechtstaat, Irak binnen. Dat was onwettelijk, zei de toenmalige secretaris-generaal van de VN. Het enige argument voor wettelijkheid was dat Saddam Hoessein massavernietigingswapens in zijn bezit had, en dat hij onvoldoende meewerkte aan het opsporen van die wapens zoals de resoluties van de Veiligheidsraad hem oplegden.

Intussen weten we dat die massavernietigingswapens er niet waren en daarmee verdween het laatste strohalmpje van wettelijkheid. We weten intussen ook dat deze illegale inval honderdduizenden Iraki’s het leven heeft gekost en de hele regio in de huidige chaos zou gaan storten. Hoe zullen we daar over een paar decennia naar kijken? Als een teken van onze superioriteit?

Tonen wij echt de weg?

Mag ik er mevrouw Rutten ook op wijzen dat het onze westerse consumptiesamenleving is die de wereld de weg naar de klimaatverandering heeft getoond en nu onschuldige Afrikanen met een fractie van onze uitstoot in de problemen brengt? De afloop van dat Griekse drama zal wellicht mee bepalen in welke mate men over een paar eeuwen onze samenleving al of niet als superieur zal beoordelen.

Is er niet juist heel veel dat we kunnen leren van andere samenlevingen?

Is het nastreven van naaktheid zo superieur aan enige bedekking van je lichaam? Kunnen we niks leren van samenlevingen waar gastvrijheid een geëerde traditie is terwijl wij zo druk doende zijn in het van hot naar haar hollen in de tredmolen van onze productieve samenleving dat we amper tijd hebben om gasten vrij te ontvangen? Is er niet juist heel veel dat we kunnen leren van andere samenlevingen? Je staande houden in barre omgevingen zonder het ecosysteem te beschadigen bijvoorbeeld? Gelukkig zijn zonder veel stuff te hebben?

Mevrouw Rutten, ik woon graag in Gent, in België, in Europa en ben ongetwijfeld met elke vezel verbonden met die plekken en hun tradities. En ik ben daar blij om. Een tikkeltje fier zelfs bij momenten. Toch voel ik niet de behoefte om ons superieur te noemen. Wie dat wel doet, heeft niet erg diep nagedacht.

Deze opinie verscheen ook in De Standaard.