‘Modi zwaait meer dan ooit de scepter in India’

Opinie

Politieke liturgie in het nieuwe parlementsgebouw

‘Modi zwaait meer dan ooit de scepter in India’

‘Modi zwaait meer dan ooit de scepter in India’
‘Modi zwaait meer dan ooit de scepter in India’

Wat voor u en mij een zonnig Pinksterweekend was, kreeg in India de kleur van een politieke hoogmis. MO*medewerker Gie Goris: 'De beelden laten geen twijfel: Modi zwaait de sengol.'

MEAphotogallery (CC BY-NC-ND 2.0)

Narendra Modi spreekt de Indiase gemeenschap toe in de Qudos Bank Arena in Sydney, 23 mei 2023.

MEAphotogallery (CC BY-NC-ND 2.0)

Wat voor u en mij een zonnig Pinksterweekend was, kreeg in India de kleur van een politieke hoogmis. MO*medewerker Gie Goris: ‘De beelden laten geen twijfel: Modi zwaait de sengol.’

‘Zelfs zijn tegenstanders bevestigen dat Narendra Modi opvallend bedreven is in de politiek van het spektakel’, schrijft Shoaib Daniyal op maandag 29 mei in zijn nieuwsbrief The India Fix. Die spektakelkunst beleefde de dag voordien een climax, voegt Daniyal toe, tijdens de officiële opening van het nieuwe parlementsgebouw in Delhi.

Zondag was de aftrap voor de nationale verkiezingen.

Zondag 28 mei was inderdaad een dag vol theatraal drama en symbolische boodschappen. Het was ook, in zekere zin, de aftrap voor de nationale verkiezingen die over een jaar moeten plaatsvinden. Niet onbelangrijk: de dag die Modi uitgekozen had om het nieuwe parlementsgebouw in te huldigen, was ook de 140ste verjaardag van V.D. Savarkar, zowat de grondlegger van het hindoenationalisme.

De climax van Modi’s spektakelpolitiek bestond uit de opeenstapeling van goed gekozen accenten. De politieke klemtoon lag, gezien de datum, op hindoenationalisme. De ceremoniële klemtoon lag op het parlement als uitdrukking van de volkswil. De symbolische klemtoon op hindoe-religieuze zegening. De historische klemtoon op koninklijke macht, waarmee Modi zich liet identificeren. De culturele klemtoon op het belang van brahmaanse (de hoogste van de vier varna’s van het Indische kastenstelsel, nvdr.) rituelen en Tamil priesters, wellicht onderdeel van een ruimere electorale strategie.

One man show

De hele choreografie van de inhuldiging was gebouwd rond de persoon van Narendra Modi, en rond hem alleen. Dat betekende op de eerste plaats dat de presidente van India niet eens uitgenodigd was, ook al staat de president aan het hoofd van de democratische instellingen van de republiek. Dat Draupadi Murmu pas de tweede vrouwelijke president is en de eerste van inheemse afkomst, verzwaarde voor critici haar afwezigheid. De sneer naar de president volstond voor de politieke oppositie om de hele plechtigheid te boycotten – wat nog meer bijdroeg tot de focus op de premier.

De presidente was niet eens uitgenodigd op de inhuldiging.

Het oude parlementsgebouw was nog gebouwd door Britten als Colonial House en herinnerde daardoor te veel aan het feit dat de Indiase onafhankelijkheid er gekomen was door een Brits besluit, eerder dan door de omverwerping van de koloniale staat door een bevrijdingsstrijd.

Het nieuwe gebouw moet daar definitief komaf mee maken: de bouwopdracht is ditmaal gegeven door een Indiase premier, de plannen zijn getekend door Indiase architecten, de bouwonderneming die de klus in recordtempo klaarde is Indiaas en de parlementsleden die er zullen zetelen ontvangen hun mandaat enkel van Indiase kiezers. En de twee miljard euro die het geheel kostte, worden opgehoest door Indiase belastingbetalers.

Prayagraj Museum (CC BY-SA 4.0)

De ceremoniële scepter wordt sengol genoemd — afgeleid van het Tamil-woord semmai (gerechtigheid). Deze scepter werd volgens de legende overhandigd aan de eerste premier van India, Jawaharlal Nehru, ter gelegenheid van de overdracht van de macht van de Britten aan de Indiërs.

Prayagraj Museum (CC BY-SA 4.0)

Het zuiden verleiden

Het is dan ook bijzonder vreemd dat de ceremonie helemaal gecentreerd werd rond de installatie van een ceremoniële scepter – de sengol, in het Tamil – die de laatste Britse onderkoning Mountbatten volgens de intussen officiële legende aan premier Nehru gegeven zou hebben als symbool van de machtsoverdracht. Daarmee verbindt Modi het centrum van de democratie toch weer met het koloniale verleden en met de absolute macht van middeleeuwse heersers. De meest plausibele uitleg voor de introductie van de scepter én de daarbij horende ceremonie met Tamil brahmaanse monniken is ideologisch en electoraal.

De BJP van Modi staat zwak in Zuid-India en probeert op deze manier haar respect voor het Zuid-Indiase hindoeïsme te onderlijnen. Dat ze de andere partijen, wegens hun boycot van de inhuldiging, ook nog kan wegzetten als Tamilhaters is mooi meegenomen. Het is wel niet duidelijk of dat discours ook maar enigszins aanslaat bij Tamils die traditioneel achterdochtig zijn tegenover de hindoenationalisten en hun nadruk op Hindi als nationale taal en hun machtscentrum in de Hindigordel in noordelijk India.

Monniken zonder zorg of angst

Bijkomend “voordeel” van de scepterceremonie is natuurlijk dat alle fotografen de kans kregen om dramatische beelden te maken van een royaal schrijdende Modi mét scepter in het nieuwe parlementsgebouw. De aura van koninklijke macht past in de personencultus die rond Modi gebouwd wordt.

Vaak worden de feiten voldoende aangepast om in het ideologische kraam te passen.

Dat enkel hindoepriesters van brahmaanse afkomst de inhuldiging van het parlementsgebouw mochten consacreren, met de premier die met gevouwen handen languit op de vloer ligt, is dan weer een provocatie voor al wie niet gediend is met een hindoenationalistisch project: moslims, christenen, secularisten en anderen. De Indiase krant The Telegraph vatte haar verontwaardiging hierover samen in de vernietigende kop: ‘2023 voor Christus’.

Nog een woord over de scepter en de legende. Er blijkt geen historisch bewijs te zijn voor het verhaal dat Mountbatten om een inheems ritueel gevraagd had, noch dat Nehru via een van zijn raadgevers de idee van de scepter kreeg, noch dat er enig ritueel van overdracht van de scepter plaatsvond. Het tekent de huidige regering die gaandeweg een geschiedenis in elkaar knutselt om haar toekomstambitie – een hindoe India – te onderbouwen. De ene keer worden er belangrijke historische gebeurtenissen geschrapt uit de leerstof, de andere keer worden er gebeurtenissen uitgevonden. En vaak worden de feiten voldoende aangepast om in het ideologische kraam te passen.

Prime Minister's Office (Wikimedia Commons)

Narendra Modi brengt hulde aan V.D. Savarkar, op zijn geboortedag, in het oude parlementsgebouw in New Delhi, 28 mei 2014.

Prime Minister’s Office (Wikimedia Commons)

The Wire publiceerde op maandag 29 mei een vertaling van een scherp essay uit 1947, waarin V.N. Annadurai toen al de vloer aanveegde met de beweegredenen van de monniken om een gouden scepter te schenken. Hij stelt ook vragen bij de impact van dat “geschenk” op het democratisch bestuur van het land.

De monniken schonken een verzoek tot bescherming van hun privileges, beweerde Annadurai 76 jaar geleden: ‘Vergeet even dat hij gemaakt is van puur goud en anderhalve meter lang, en prachtig vormgegeven. Vergeet dat en kijk naar de sengol. Dan ga je pas beseffen hoe de heren en de welgestelde burgerij de toorn van het volk vrezen. Maar de congregaties vrezen niets, zij zitten zonder angst of zorg, met de vrezende mensen aan hun voeten, met de regering die hen beschermt en met de rijken die hen troepen sturen. De scepter is een verzoek. Het is geen geschenk, geen teken van liefde, geen symbool van vaderlandsliefde. Het is een verzoek!’

Onder hindoevlag

Dat premier Modi de verjaardag van V.D. Savarkar uitkoos om het parlementsgebouw in te huldigen, is ook veelzeggend, stelt Ronojoy Sen in Scroll.in, want ‘Savarkar heeft nooit wat te maken gehad met verkiezingen of een parlement’. Als ideoloog van hindoetva of hindoenationalisme zag hij geen plaats voor moslims of christenen en sloot hij heel nauw aan bij het romantisch nationalisme dat in Europa opgang maakte begin twintigste eeuw. Daarbij waren bloed, bodem en een gedeelde religie nooit ver weg.

In zijn wekelijkse podcast prees Modi zondagochtend Savarkar als een vrijheidsstrijder ‘die geen enkele houding van slavernij kon verdragen’. Dat botst wel wat met een verzoek tot genade aan de koloniale overheid dat Savarkar in 1913 schreef. Daarin onderlijnt hij hoe belangrijk hij loyaliteit aan de Engelse regering vindt, als voorwaarde voor vooruitgang. Maar belangrijker in wat Modi zegt, is dat ‘slavernij’ in zijn lexicon verwijst naar de eeuwenlange aanwezigheid van moslimheersers op Indiaas grondgebied.

De Tamil scepter, de brahmaanse priesters en de verjaardag van Savarkar vertellen samen één duidelijk verhaal: ‘Dat de natie gevestigd moet worden onder een hindoevlag’, om de woorden van Savarkar te lenen. Dat was een droom, schreef hij, ‘die deze of de komende generatie gerealiseerd zou worden. Als hij niet waargemaakt wordt, dan kan ik gezien worden als een dagdromer, maar als hij werkelijkheid wordt, zal ik vooruitgeschoven worden als een profeet.’