Waar zijn de Afrikaanse slachtoffers in het opkomende anti-globaliseringsdiscours van de arbeidersklasse?

Moses Ochonu is professor Afrikaanse geschiedenis aan de Cornelius Vanderbilt universiteit in Nashville, Verenigde Staten. In dit essay stelt hij de terechte vraag waarom in het opkomende anti-globaliseringsdiscours van de Amerikaanse witte arbeidersklasse geen aandacht wordt besteed aan de slachtoffers van globalisering en vrijhandel in het globale zuiden en vooral dan in Nigeria.

World Bank Photo Collection (CC BY-NC-ND 2.0)

Accra, Ghana

Moses Ochonu is professor Afrikaanse geschiedenis aan de Cornelius Vanderbilt universiteit in Nashville, Verenigde Staten. Hij publiceerde reeds twee boeken over het koloniale tijdperk in Nigeria en recentelijk verscheen er een boek die zijn politieke essays bundelen. Hij schrijft daarnaast geregeld over de politieke, sociale en economische situatie in zijn moederland Nigeria.

In de nasleep van de laatste presidentsverkiezingen in de Verenigde Staten probeer ik Amerika dat ik heb geadopteerd als mijn eigen land opnieuw te begrijpen. Geschokkeerd en vernederd door de uitkomst van de verkiezingen en als levenslange student van de menselijke conditie, probeer ik de economische en culturele angsten van de witte arbeidersklasse te begrijpen, een groep die wordt verondersteld de mythische factor te zijn in de pre- en postelectorale politieke pronostieken en in nieuwe debatten over de grillen van het geglobaliseerde neoliberalisme. Maar omdat ik een Nigeriaan ben, blijven de Nigeriaanse arbeiders mijn referentiekader en basis voor vergelijking. Net zoals hun meer vereerde witte Amerikaanse tegenhangers moesten zij in hun eigen land ook een antwoord bieden op de globalisering en hun levens aanpassen.

Ik heb genoten van de lectuur van verhandelingen over de groeiende ontevredenheid binnen de verdwijnende industriële arbeidersklasse tegen de krachten van neoliberale globalisering. Boeken zoals Nancy Isenbergs White Trash en Andrew Levisons The White Working Class Today zijn als referentiële werken van onschatbare waarde om de lange siddering van economische en politieke angsten te begrijpen die tijdens de verkiezingen aan de oppervlakte opborrelden.

De meerderheid van deze nieuwe arbeidersklasseverhalen geven een historische verklaring van de identiteitsformatie van de arbeidersklasse in Amerika en Europa. Andere pre- en postelectorale commentaren hebben de overdreven deterministische rol toegeschreven aan de aspiraties en angsten van de witte arbeidersklasse bekritiseerd tijdens de resultaten van de verkiezingen. Een studie van professor Eric Kaufmann van de Universiteit van Londen ontkrachtte de theorie dat Donald Trump aan de macht is gekomen door een revolte van ontheemde witte arbeiders tegen de neoliberale globalisering, en dat de trans-Atlantische uitdrukking ervan de Brexit heeft voortgebracht. Maar in de manier waarop de verkiezingen worden geïnterpreteerd, hebben studies en commentaren van het verzetsverhaal van de witte arbeidersklasse tegen de ravages en de disproportionele voordelen van neoliberale globalisering de overhand op de analyses van de terechte woede van sommige witte stemmers en – cruciaal voor het doel van dit essay – hoe de beloningen en schade van de globalisering worden beoordeeld.

Leden van de witte Amerikaanse klasse - ongedifferentieerd en veredeld - verschijnen in deze commentaren als eigenaardige slachtoffers van de globalisering die hen hebben beroofd om elders arbeiders en kapitalisten te betalen. Het is deze groep van studies en commentaren die dienen als uitgangspunt van mijn analyse, want hun claim is zowel ondergedompeld in navelstaren als in de culturele economie van Amerikaans exceptionalisme.

IFPRI -IMAGES (CC BY-NC-ND 2.0)

Abuja, Nigeria

Het heroïsme van de witte arbeidersklasse en geracialiseerd slachtofferschap

Ondanks de toenemende beschikbare evidenties die wijzen op verschillende economische en niet-economische factoren, die een rol spelen in de anti-globaliseringsrevolte van de witte arbeidersklasse van november 2016, blijft het slachtofferschap van witte arbeiders in de omloop van neoliberale globalisering paradigmatisch gegraveerd in nieuwe herhalingen van vertrouwde kritieken op globalisering.

Afrikaanse slachtoffers van globalisering worden geframed in sociaal-darwinistische termen als onvermijdelijke verliezers van globalisering, maar hun tegenhangers in de westerse wereld worden gewaardeerd als weerbare slachtoffers.

Sommige van deze ‘geschiedenissen van onderuit’ maken van de witte arbeidersklasse al te grote helden en verontschuldigen zich voor de schaamteloze en subtiele xenofobe slachtoffering waarmee sommige van haar leden zich bezighouden. Sommige analyses houden bovendien geen rekening met de intersectie tussen ras, klasse en nationaliteit onder westerse arbeiderspopulaties en hoe deze gevoeligheden verschillende reacties op economische ontheemding produceren.

Hoezeer ik het ermee eens ben dat de veranderlijke globale en binnenlandse economische dynamiek vele mensen in de kou hebben laten staan, wijs ik op twee voortdurende en onopgeloste hete hangijzers in het huidige discours van de vijandige witte arbeidersklasse. Allereerst neigt dit verjongde discours van het witte proletarische verzet tegen globalisering ernaar toe gegoten te worden in onverbiddelijke isolationistische kaders, die de slachtoffers van en de rebellen tegen globalisering in de niet-westerse wereld negeren, voornamelijk in Afrika.

Ten tweede is er een onuitgesproken suggestie in deze debatten dat wanneer de witte ‘Eerste Wereld’-arbeiders door de globalisering en haar geassocieerde kapitalistische praktijken worden geslachtofferd, het hulpeloze slachtoffers zijn. Maar wanneer Afrikaanse arbeiders eveneens door dezelfde krachten worden ontheemd, zijn het luie, fantasieloze, overtollige en zwakke spelers in de globale economie die door een tekort aan weerstand en adaptieve capaciteit het onheil aan zichzelf hebben te danken. Afrikaanse slachtoffers van globalisering worden geframed in sociaal-darwinistische termen als onvermijdelijke verliezers van globalisering, maar hun tegenhangers in Amerika en in andere delen van de westerse wereld worden gewaardeerd als weerbare slachtoffers wier toenemende uitbestede economische rollen noodzakelijk zijn voor de bekrachtiging van de economieën in hun landen.

World Bank Photo Collection (CC BY-NC-ND 2.0)

Textielfabriek in Lesotho

Amerikaans exceptionalisme en Afrikaans neoliberaal slachtofferschap

Veel van het slachtoffersverhaal van de Amerikaanse arbeidersklasse in de omloop van globalisering is geworteld in Amerikaans exceptionalisme, namelijk de idee dat de Amerikaanse arbeidersklasse in de industriële “belt” van het land merkwaardig genoeg werd geslachtofferd door globalisering. Deze visie berust op zijn beurt op de notie dat de Amerikaanse arbeidersklasse de enige verliezer is van globalisering, terwijl alle anderen – met inbegrip van de burgers van landen die in de huidige globale economische configuratie functioneren als goedkope arbeidsreserves – hun voordeel uit vrijhandel hebben gehaald.

Dit is een ander facet van Amerikaans exceptionalisme, het exceptionalisme van slachtofferschap. In dit narratief is er weinig sympathie voor of solidariteit met de slachtoffers van globalisering in de gedecimeerde industriële centra van Ilupeju, Kaduna en Kano in Nigeria. Er is heel weinig zelfreflexiviteit en veel navelstaren.

© Moses Ochonu

Veel van mijn academisch onderzoek verricht ik in Nigeria. Bijna elk jaar reis ik tussen juni en augustus naar Noord-Nigeria, waar ik toekijk op de ruïnes van de industriële complexen en textielfabrieken waar ooit honderdduizenden laaggeschoolde arbeiders tewerkgesteld waren. Tijdens de afgelopen 15 jaar hebben vrijhandel en globalisering in de vorm van een vloed aan goedkope Aziatische gefabriceerde goederen geleid tot fabriekssluitingen en het wegvallen van broodwinningen en de waardigheid van vele werkende families. Verschillende leden van mijn familie, die ooit in de textielfabrieken van Kaduna en Kano werkten, waren slachtoffers van deze massieve economische ontheemding. Sommigen onder hen stierven door ellende, schaamte en hartzeer. Kaduna was immers ooit de textiel-hub van West-Afrika. De door globalisering veroorzaakte ineenstorting van de Noord-Nigeriaanse textielindustrie weergalmde doorheen Nigeria en de continentale subregio en genereerde in de secundaire en tertiaire sector economische tegenslagen.

Burgers in landen van het globale zuiden worden weggezet als ongedifferentieerde, monolithische leden van een duivelse kliek die Amerikaanse arbeiders beroven en profiteren van hun onteigening.

Het Afrikaanse slachtofferschap door globalisering kent vele kleuren. Het zijn niet alleen de Afrikaanse industriële arbeiders die werden getroffen door de nieuwe geglobaliseerde economie van vrijhandel.

Goedkope Aziatische rijst en goedkope Amerikaanse granen en vleeswaren, waarvan de productie sterk wordt gesubsidieerd in het Amerikaanse centrum hebben er voor gezorgd dat landbouw voor vele Afrikaanse landbouwers en herders niet meer rendabel is.

Al in 2002 publiceerde de BBC een hoofdartikel waarin nadrukkelijk de vraag wordt gesteld of er in Afrika van globalisering of marginalisering kan gesproken worden. De vraag impliceerde het antwoord.

In 2008 gaf een paper gepubliceerd door het Center for Research on Globalization de teneur van haar argument aan met de zelfverklarende titel Destroying African Agriculture. Globalisering oefende eveneens een vernietigende impact uit op de lokale visindustrieën langs de kustregio’s van Afrika.

En toch, wanneer er over de benarde situatie van de arbeidersklasse wordt gedebatteerd in relatie tot globalisering, komen de andere slachtoffers van neoliberalisme afkomstig uit het globale zuiden en vooral uit Afrika amper aan bod.

En toch, wanneer er over de benarde situatie van de arbeidersklasse wordt gedebatteerd in relatie tot globalisering, komen de andere slachtoffers van neoliberalisme afkomstig uit het globale zuiden en vooral uit Afrika amper aan bod. In plaats daarvan wordt het debat samengebald in de binariteit van Amerikaanse verliezers en Derde Wereld winnaars. Iedereen buiten het Amerikaanse industriële centrum, waaronder mijn ontheemde arbeidersklasse-neef in Kaduna, wordt geportretteerd als een begunstigde van globalisering, als een profiteur van de vernietiging van de Amerikaanse industriële arbeidersklasse.

Burgers in landen van het globale zuiden worden weggezet als ongedifferentieerde, monolithische leden van een duivelse kliek die Amerikaanse arbeiders beroven en profiteren van hun onteigening. Of deze burgers nu afkomstig zijn van Mexico, Indië, China of Nigeria; ze worden steevast eenvormig gecategoriseerd als de begunstigden van outsourcing, als diegene ‘die onze jobs afpakken’.

Er wordt amper een inspanning geleverd om een onderscheid te maken tussen de outsourcinghubs van Indië en de geoutsourcete fabrieken van China en Mexico en de Afrikaanse landen, waar de globalisering ongetwijfeld de meeste schade heeft aangericht en die slechts het kleinste aantal voordelen en opportuniteiten toegekend kregen.

Aan de hachelijke toestand van het Afrikaanse globaliseringsgrootboek kan er ook nog de slechte infrastructuur en de schaarste van geschoolde arbeidskrachten toegevoegd worden, wat een delokalisering van technologie en fabrieksbanen naar Afrikaanse landen verhinderde, hen blootstelde aan de ergste impact van de globalisering en hen beroofde van haar voordelen. Deze realiteit van desindustrialisering zonder de compensatie van de outsourcing van technologie is de crux van de Afrikaanse confrontatie met neoliberale globalisering.

World Bank Photo Collection (CC BY-NC-ND 2.0)

Accra, Ghana

En toch is er weinig herkenning voor dit Afrikaanse, niet-witte slachtofferschap in het beschuldigende geklaag van de Amerikaanse witte arbeidersklasse over anderen die ten koste van hen er profijt uit halen. Er wordt geen onderscheid gemaakt tussen Afrikaanse landen - die Amerikaanse jobs hebben ‘gestolen’ en waar verschillende industrieën werden vernietigd door dezelfde krachten van vrijhandel en globalisering die de Amerikaanse Rust Belt decimeerde - en landen die offshore-fabrieken huisvesten en de vraag naar goedkope consumptieproducten door de Amerikaanse middenklasse verzadigen.

Het slachtoffersverhaal van de witte arbeidersklasse wordt levendig gehouden door een tegenstrijdige interpretatie van de neoliberale vrijhandelsideologie, die over de gehele wereld een spoor van slachtoffers achter zich laat, maar vooral in Afrika, waar institutionele en structurele stootkussens niet bestaan om de schade van de globalisering te verzachten.

Velen onder ons met wortels in armere regio’s zoals in Afrika hebben geen empathie of laten zich niet inspireren door het isolationistische slachtofferschap van de Amerikaanse arbeidersklasse. In plaats daarvan horen we in de instrumentaliteit van het sluimerende slachtoffersverhaal van de Amerikaanse arbeidersklasse echo’s van Amerikaanse arrogantie en wit privilege. We horen eveneens de vertrouwde mislukking om de legitimiteit van het slachtofferschap van andere mensen te erkennen.

Leerrijke Afrikaanse antwoorden op globalisering

De andere puzzel heeft betrekking op de verwachtingshorzizon van de Amerikaanse arbeidersklasse. Wat men er ook van mag denken, de lopende herstructurering van de globale economie, van ongeschoolde tot geschoolde en geautomatiseerde arbeid, is iets waarmee iedereen van Alaska tot Arusha worstelt om het te beantwoorden en er zich op af te stemmen. Dergelijke antwoorden verschillen echter omwille van de verwachtingen die daarop berusten.

Globalisering is geen onvermijdelijk proces noch een onontkoombare gebeurtenis; maar ten goede of ten kwade wordt de wereld naar het beeld van neoliberalisme geherstructureerd.

Globalisering is geen onvermijdelijk proces noch een onontkoombare gebeurtenis; maar ten goede of ten kwade wordt de wereld naar het beeld van neoliberalisme geherstructureerd. Dit agressieve proces van economische homogenisering moet zowel cultureel als economisch bestreden worden.

Voor zover de neoliberale arbeid- en kapitaalstromen en de versnelde automatisering van industriële processen hebben geleid tot de ontheemding van arbeiders in sommige landen en tot hun reconstructie in andere landen, blijken Afrikaanse arbeiders zich beter te hebben afgestemd op deze realiteit dan hun westerse aanhangers. In het bijzonder lijkt het erop dat terwijl westerse werkers verlangden naar de terugkeer van waardige, betrouwbare arbeidersklasseconfiguraties van het verleden, koesterden arbeiders in Afrika en in andere delen van het globale zuiden een meer bescheiden verwachting: vermijden opgezogen te worden door het neoliberalisme. Deze verschillende verwachtingen en aspiraties zijn leerrijke gidsen voor de verschillenden antwoorden op globalisering in Afrika en Amerika.

© Moses Ochonu

In de nasleep van de sluiting van textielfabrieken in Kaduna in de vroege jaren 2000, toen ik er mijn familieleden hun jobs zag verliezen, herinner ik me nog erover nagedacht te hebben of hun tekort aan onderwijs of gespecialiseerde vaardigheden hen al kwetsbaar hadden gemaakt voor de instabiliteiten van een toenemende intergeconnecteerde globale economie. Ik overwoog of hun mislukking om de vaart erin te houden met de educationele en beroepsgerichte vereisten van een nieuwe economie, eerder dan de globalisering zelf, de hoofdfactor was van hun plotse verlies van broodwinning en hun moeilijke zoektocht naar alternatieve economische trajecten.

De meeste Afrikaanse mensen, met inbegrip van de ontheemde voormalige arbeiders van de textielindustrie in Kaduna houden niet van de ingeslagen weg van een op kennis gebaseerde, postindustriële economie, maar waar ze zich wel aan hebben aangepast om te overleven. Een weigering om zich aan te passen en een woedend verlangen om terug te keren naar een ongrijpbare industriële economie van het verleden kan misschien wel de deur openen naar politici die beloven om de ‘fabrieksbanen terug te brengen’ of zelfs ‘het land terug te nemen’. Maar de fundamentele dynamiek van globalisering vraagt eerder om doordacht engagement dan impulsieve, afwijzende en xenofobische woede.

Deze ongemakkelijke convergentie van witte arbeiders hun verontwaardigde aandrang de globalisering te willen terugschroeven en de onrealistische, contraproductieve politieke belofte van culturele restauratie lijken het antwoord van de eigenaardige westerse arbeidersklasse op globalisering te kristalliseren.

In Afrika lijkt er zich een meer realistische agenda tegen globalisering te ontvouwen. Deze agenda is zeker gegrond in ressentiment en ontgoocheling, maar het denkt ook volgens een urgent overlevingsimperatief, een pragmatische existentiële urgentie waarmee witte arbeiders in Amerika niet werden geconfronteerd.

Deze rauwe existentiële angst heeft in Afrikaanse arbeiders een meer robuuste adaptieve capaciteit voortgebracht dan wat hun meer geprivilegieerde westerse tegenhangers hebben doorstaan in het gelaat van een getransformeerde globale werkplaats.

Deze rauwe existentiële angst heeft in Afrikaanse arbeiders een meer robuuste adaptieve capaciteit voortgebracht dan wat hun meer geprivilegieerde westerse tegenhangers hebben doorstaan in het gelaat van een getransformeerde globale werkplaats.

Nadat de textielfabrieken in Kaduna werden gesloten, stierven vele arbeiders in armoede omdat ze niet meer in staat waren om het plotse verlies van hun broodwinningen door de onaangekondigde disruptie van hun persoonlijke economieën te boven komen. Maar velen anderen konden zich wel aanpassen.

Jonge arbeiders, waaronder een neef van me die als landmeter op bouwwerven werkt, studeert nu verder. Velen onder hen hebben de stap gezet naar nieuwe beroepen. Vele oudere voormalige arbeiders hebben hun magere spaarcenten aangewend voor de opstarting van informele zakelijke ondernemingen of hebben bij hun familie geleend voor nieuwe ondernemende uitdagingen. Anderen hebben Aziatische motorfietsen aangekocht, die ironisch genoeg naar Nigeria kwamen via de geglobaliseerde circuits van vrijhandel. Ze werden chauffeurs van motorfietstaxi’s, terwijl velen onder hen met hun levens waren begonnen als arbeiders in de textielfabrieken van de stad.

Sommige van deze voormalige textielarbeiders gingen er economisch op achteruit en verloren de stabiliteit van een vast salaris. Maar anderen zijn de weg ingeslagen van meer verdienstelijke economische paden. Het is een gemengd postindustrieel beeld, maar één dat de mogelijkheid suggereert van een pragmatisch alternatief op een schijnbaar futiel verlangen in het Westen naar het herstel van een oude, verdwijnende industriële orde – een alternatief voor het polariserend narratief van ‘Westerse proletarische verliezers’ en ‘Derde Wereld winnaars’.

De voormalige textielwerkers van Kaduna capituleerden niet voor de krachten van de globalisering. Ze sloten evenmin vrede met haar vernietigende nasleep. Ondanks een gebrek aan de privileges en sociale stootkussens van hun westerse proletarische tegenhangers en de dreiging van hongersnood, maakten ze hun woede en frustratie ondergeschikt aan de imperatief van adaptieve overleving. Ze kanaliseerden hun frustraties eerder in nieuwe projecten dan in een zondebokverhaal en geracialiseerd slachtofferschap.

Nestlé (CC BY-NC-ND 2.0)

Nestlé fabriek in Nigeria

De implicaties van het westerse anti-globaliseringsdiscours

Er zit een gave binariteit in het heersende paradigma van witte arbeidersklasse ressentiment: de door globalisering ontheemde Afrikanen zijn slechts bijkomstige slachtoffers van de onverbiddelijke globale mars van de markt. Merkwaardig genoeg geldt dezelfde logica amper voor hun tegenhangers in het Westen, waar misnoegde arbeiders in de globale economie worden gewaardeerd als heldhaftige volhouders van de industriële funderingen van de economieën van hun landen.

Kaysha (CC BY-NC-ND 2.0)

Brassimba brouwerij in Lubumbashi

Wanneer men het organiserende idioom van Amerikaans en westers exceptionalisme naast zich neerlegt, verschijnt er een meer complexe realiteit waarin Afrikanen en andere mensen in het globale zuiden, vaak voorgesteld als winnaars van globalisering, geen hulpeloze slachtoffers of profiteurs zijn maar creatieve, ingenieuze en adaptieve slachtoffers.

De bredere implicaties van het insulaire, westerse anti-globaliseringsdiscours zijn ernstig.

Het ontluikende narratief riskeert de retoriek van globalisering te reproduceren – en te concretiseren - dat het beweert uit te dagen: nl. de gevaarlijke notie dat de impact van globale economische processen enkel worden geëvalueerd door Euro-Amerikaanse actoren.

Het herhaalt een oud koloniaal en neokoloniaal paradigma dat Afrika en Afrikanen beschouwt als bijkomstige, inconsequente componenten van en bijdragers aan de globale economie, en dus overtollige slachtoffers van haar fall-outs. Het negeren van Afrikaanse slachtoffers draagt er toe bij voorbij te gaan aan de wortels van het globaliseringsprobleem: de toenemende geografische mobiliteit van kapitaal maakt het voor arbeiders overal moeilijker om zichzelf te handhaven of de cultuur van massaproductie vorm te geven.

Het is niet dat het bekrompen anti-globaliseringsverhaal dat in het Westen tot ontwikkeling kwam en enkel daar resoneert een directe impact heeft op Afrikaanse arbeiders. Ze hoeven zich evenmin iets aan te trekken van het incestueuze, comfortabele discours van de Amerikaanse slachtoffers van globalisering. Maar het probleem is wel dat wanneer het verzet tegen neoliberalisme gefragmenteerd is, de globalisering wint en verder zal gaan met het slachtofferen van Afrikanen en anderen.

Globalisering heeft Afrika verscheurd, maar haar slachtoffers op het continent zijn geen deel van de voortdurende deglobalisering en vernieuwingsinspanningen. Ze worden uitgesloten van het debat over de slachtoffers van globalisering – een dubbele tragedie.

Voor de Afrikaanse werkende klassen is dit in het bijzonder een beslissend moment. Nu het Westen een golf van deglobalisering doormaakt, scheppen de huidige economische en politieke bijstellingen - ongeacht hun traject en ultieme bestemming - het vooruitzicht van verdere Afrikaanse economische marginalisering.

Globalisering heeft Afrika verscheurd, maar haar slachtoffers op het continent zijn geen deel van de voortdurende deglobalisering en vernieuwingsinspanningen. Ze worden uitgesloten van het debat over de slachtoffers van globalisering – een dubbele tragedie.

Dit doet de vraag rijzen van hoe Afrikanen de huidige eurocentrische uitdrukkingen van deglobalisering het beste lezen en beantwoorden.

De huidige trend werpt nogmaals het economische lot van Afrika in de lucht op, Afrikaanse economieën werden al weg of in nieuwe, onvertrouwde en schadelijke interconnecties geglobaliseerd. Wat gebeurt er dan met de verschillende aanpassingen op de globalisering die onderweg zijn of die zich al voorgedaan hebben in Afrika?

Dit essay verscheen eerder in The Republic op 6 juli 2017.

Vertaling: David Van Peteghem

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2838   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift