15 miljard euro per jaar te kort om humanitaire hulp te verzekeren

‘Landen die te weinig investeren in voorbereidingen op eventuele rampen, betalen achteraf dubbel en dik de rekening’, zegt Cesar Arroyo van de Verenigde Naties. Een interview in de aanloop naar de Wereld Humanitaire Top in Istanboel in mei en de MO*lezing van 21 april.

  • © WFP / Leonora Baumann Noodhulpactie in Democratische Republiek Congo, Kitchanga (NoordKivu), 3 maart 2015 © WFP / Leonora Baumann
  • © WFP / Mashhour Al-Halawani Noodhulpactie in Mozambique, 23 maart 2015 © WFP / Mashhour Al-Halawani
  • © WFP / Marco Frattini Noodhulpactie in Nepal, Kerauja, Gorkha District, 6 mei 2015 © WFP / Marco Frattini
  • © WFP / Marco Frattini Noodhulpactie in Nepal, Kerauja, Gorkha District, 6 mei 2015 © WFP / Marco Frattini

Cesar Arroyo leidt de humanitaire luchtvaartorganisatie van de Verenigde Naties (Unhas) die in zowat alle grote conflict- en rampgebieden voor transport van hulpverleners en hulpgoederen zorgt. Hulpverleners die een beroep doen op Unhas voor transport, moeten daar tijdens de eerste periode van de noodsituatie niets voor betalen. Hun aanwezigheid is zo cruciaal voor de bevolking, dat de donoren de kosten op zich nemen. Wanneer een land langer dan een jaar gebruik maakt van de diensten van Unhas wordt een onkostenvergoeding ingevoerd.

Cesar Arroyo vertelt dat die nominale vergoeding gevraagd wordt om twee redenen. ‘We vragen een vergoeding om de discipline te behouden want als iets gratis is, wil iedereen vliegen. Wie moet betalen denkt twee keer na of hij onze diensten nodig heeft. Maar daarnaast willen we die vergoeding ook gebruiken om onze diensten duurzaam te maken in landen die langer dan één jaar hulp nodig hebben.’ Want zoals alle internationale organisaties kampt ook het Wereldvoedselprogramma (WFP), de moederorganisatie van Unhas, met een tekort aan financiering.

© WFP / Leonora Baumann

Noodhulpactie in Democratische Republiek Congo, Kitchanga (NoordKivu), 3 maart 2015

Humanitair vliegen
Unhas is een onderdeel van het World Food Program, de VN-organisatie voor voedselhulp. In principe zorgt Unhas voor het transport van hulpverleners, maar als bevoorrading over land echt niet mogelijk is wordt ook voedsel vervoerd. 60 procent van de organisaties die een beroep doen op Unhs zijn ngo’s. In 2015 had Unhas een globaal budget van 261 miljoen dollar. 117 miljoen dollar daarvan was afkomstig van 14 donorlanden (waaronder de VS, Groot-Brittannië, Japan, Zweden en België), de Europese Commissie en andere humanitaire donoren. De Ebola-hulpverlening in West-Afrika werd apart gefinancierd. De “humanitaire vliegtuigmaatschappij” was actief in 19 landen en de grootste operaties van 2015 vonden plaats in Nepal na de aardbeving, in Zuid-Soedan en in verschillende West-Afrikaanse landen na het uitbreken van de Ebola epidemie. ‘In die 19 landen kan het transport niet gebeuren door commerciële maatschappijen omdat ze er gewoon niet (meer) zijn of omdat de lokale vliegtuigmaatschappijen niet voldoen aan de minimale veiligheidsvoorschriften’, zegt Cesar Arroyo van het WFP.

De humanitaire middelen dreigen vandaag helemaal naar het Midden-Oosten te vloeien, ten nadele van andere noodtoestanden.

Cesar Arroyo: Op de World Humanitarian Summit staat het financieringstekort –dat 15 miljard dollar op jaarbasis bedraagt– hoog op de agenda. Tot nu hebben we altijd kunnen reageren wanneer er een noodtoestand was. Dat moeten we ook in de toekomst kunnen garanderen. Ook als de noodtoestand langdurig wordt, zoals in Zuid-Soedan en Afghanistan. We zoeken altijd het evenwicht tussen de noden en het beschikbare budget.

Een essentiële factor voor goede humanitaire hulp is de samenwerking tussen nationale overheden en internationale organisaties. Verloopt die samenwerking vandaag bevredigend?

Cesar Arroyo: Vanuit de ervaring van het WFP kan ik zeggen dat er een enorme vooruitgang is. Dat levert niet alleen meer efficiëntie op voor overheden en voor de VN, maar ook langetermijnvoordelen voor de lokale gemeenschappen. In Oeganda hebben we bijvoorbeeld gewerkt met kleine boeren. Zij verloren 50 à 60 procent van hun oogst door verrotting of andere ziektes na de oogst. We deelden onze technologie om te werken met silo’s en luchtdichte containers, waardoor het voedsel ook in moeilijke omstandigheden goed bewaard kan worden. Nu kunnen die boeren tot 98 procent van hun oogst behouden en dus ook verkopen ze op het meest gunstige moment.

Dat soort langetermijnwerk hebben we ook in Oeganda, Rwanda, Tanzania en sommige delen van Latijns-Amerika gedaan. De samenwerking met de overheid is dus sterk verbeterd.

Een sterke overheid is inderdaad essentieel. Na de ramp met de orkaan na de tyfoon Haiyan konden wij dan ook meteen ons net netwerk “inpluggen” in het responssysteem van de overheid. We hoefden geen programma te creëren, we werkten met hen samen vanaf het moment dat we daar toekwamen. Drie maand later waren we daar al vertrokken en dat is natuurlijk altijd de bedoeling.

In Nepal en Haïti ging het er na de aardbevingen heel anders aan toe, met luchthavens die verstopt raakten met humanitaire hulp en door competitie tussen VN-agentschappen, overheden, ngo’s,…

Cesar Arroyo: In die gevallen was er een vloot privévliegtuigen die toekwamen, van mensen die het zeer goed bedoelden. Ze lieten hulpmaterialen achter op het einde van de landingsbaan en vertrokken weer. We hadden geen idee van wat ze achterlieten. Er kwam zo veel hulp aan die goed bedoeld was maar niet goed op de juiste manier of op de juiste plaats ingezet kon worden. De hoeveelheid goederen in de luchthaven was veel te groot.

© WFP / Marco Frattini

Noodhulpactie in Nepal, Kerauja, Gorkha District, 6 mei 2015

Het was niet enkel de hoeveelheid maar ook het gebrek aan coördinatie. Kwam dat vooral doordat de overheid niet meer functioneerde of kwam het, zeker in Haïti, doordat de Verenigde Staten het overnamen en hun hulp prioriteit gaven boven hulp van de eigen overheden en internationale coördinatie?

Cesar Arroyo: Voordat de maand om was, hadden we al een coördinerings- en prioriteringscentrum. De humanitaire gemeenschap kon op die manier communiceren met de verschillende landen over wat wel of niet nodig was. Het is heel makkelijk om de schuld op iemand af te schuiven. Iedereen stuurde spullen met goede bedoelingen maar er was geen goed gecoördineerde reactie tijdens de eerste weken na de ramp. Dat duurde twee weken, daarna kan ik u verzekeren dat de luchthaven gemanaged werd.

Er zijn dus overheden die voorbereid zijn en op lange termijn werken, en er zijn overheden die weggevaagd worden bji een noodsituatie.

Men wil niet echt investeren in voorbereiding op rampen of noodsituaties. Maar daardoor kosten hulp en heropbouw nadien véél meer.

Cesar Arroyo: U gebruikt een cruciaal begrip: voorbereid. Dat is heel belangrijk. Het probleem is dat mensen en donoren niet echt willen investeren in voorbereiding op rampen of noodsituaties omdat ze dat te duur vinden. Maar wanneer je niet voorbereid bent, kost hulp en heropbouw nadien véél meer.

Landen zoals Zimbabwe en Ethiopië hebben wel een functionerende overheid maar als die om politieke redenen niet of te laat reageert op een noodsituatie, of geen toegang geeft aan humanitaire werkers, wat doe je dan?

Cesar Arroyo: In die twee gevallen kunnen we niet zeggen dat de overheden niet met ons samenwerken. De Ethiopische overheid verklaarde dat er een noodtoestand is en dat er 1,2 miljoen mensen bedreigd worden door hongersnood. Dat was twee maanden geleden al het geval.

Die verklaring kwam toch vrij laat, niet?

Cesar Arroyo: Ze zijn begonnen met het aankopen van voedselhulp. Er zijn nog problemen met transport en distributie, maar die hebben vooral te maken met het feit dat de haven van Djibouti ook gebruikt wordt voor de noodsituaties in Jemen, Ethiopië, Somalië,… Er wordt dus hard gewerkt daar. Je kan dus niet stellen dat de situatie daar volledig verwaarloosd wordt.

In Zimbabwe vroeg men een maand geleden om 1,6 miljard dollar voor noodhulp. We werken er met de overheid en maakten een volledige inschatting van de noden om hen te ondersteunen. We wachten nog af of de gevraagde middelen zullen worden toegezegd.

© WFP / Mashhour Al-Halawani

Noodhulpactie in Mozambique, 23 maart 2015

Hoe vaak gebeurt het dat geopolitiek in de weg staat van humanitaire hulp?

Cesar Arroyo: Humanitaire hulp is onderdeel van een politieke overeenkomst. Als die overeenkomst er niet is, wordt de noodhulp vertraagd of neemt ze af. Toch loopt zelfs in Zuid-Soedan, waar het gezag helemaal gefragmenteerd is, een volwaardige humanitaire actie omdat we vertegenwoordigers hebben op alle beleidsniveaus.

Maar is het Westen bijvoorbeeld wel bereid omnoodhulp te geven aan Zibabwe? President Mugabe wordt over in het Westen gezien als een egocentrische dictator waarmee men liever niet samenwerkt.

Cesar Arroyo: Er lopen al verschillende programma’s in Zimbabwe. WFP is daar om hulp te bieden op elk niveau dat mogelijk is. Voor de rest heb ik niet de autoriteit commentaar te geven op uw vraag.

In mei organiseren de VN de eerste World Humanitarian Summit. Wanneer zou die humanitaire top een succes zijn?

Cesar Arroyo: Als er politieke overeenkomsten op papier gezet worden en er een plan van aanpak wordt uitgetekend. De top is slechts het begin van het uitvoeren van dat plan. Op politiek en financieel vlak moet de opvolging van engagementen en akkoorden gegarandeerd worden. Als we naar Istanboel gaan om te praten en we na een jaar opnieuw gaan praten zonder dat er tastbare veranderingen plaatsvinden, is dat een ramp.

© WFP / Marco Frattini

Noodhulpactie in Nepal, Kerauja, Gorkha District, 6 mei 2015

En wat zou inhoudelijk een symbolisch keerpunt kunnen zijn op de top in Istanboel?

Cesar Arroyo: Er bestaan geen snelle oplossingen. We zouden dat fantastisch vinden, maar ik geloof daar niet in. Het is de opvolging die belangrijk is. De beloftes en toezeggingen moeten nagekomen worden met specifieke plannen en manieren om die plannen uit te voeren. En dan moeten we als burgers die uitvoering monitoren.

Ik geloof persoonlijk dat we voorzichtig moeten zijn met wat we verwachten. We moeten volwassen zijn en beseffen dat WFP geen toverstaf is die alle problemen zal oplossen. In een recent rapport (Too important to fail—addressing the humanitarian financing gap) worden tien voorstellen geformuleerd die voor een meer efficiënte inzet van humanitaire middelen kunnen zorgen. Dat gaat van meer financiële transparantie en inzet van middelen voor nationale eerste hulp, over het vermijden van dubbel werk en het luisteren naar de prioriteiten van slachtoffers, tot eenvoudiger rapporteren. Als we al vijf van die verbintenissen zouden nakomen, dan zijn we op de goede weg.

De humanitaire wereldtop en de tien Grand Bargain Commitments moeten gekoppeld worden aan de 17 sdg’s (Duurzame Ontwikkelingsdoelen). Dan spreken we over oplossingen op lange termijn. De humanitaire wereldtop vult mee in hoe die sdg’s gerealiseerd zullen worden.

21 april @ deBuren: MO*lezing: Alles moet beter, ook noodhulp

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur