Zonder internationale instellingen dreigt de instabiliteit van de jaren 1930

Adekeye Adebajo: ‘Afrika moet dringend meer mondiale macht verwerven’

© University of Johannesburg Library (FB: @UJlibrary)

Professor Adekeye Adebajo tijdens een lezing in de bibliotheek van de universiteit van Johannesburg in 2018

De jaren 1930 tonen waarom internationale instellingen onmisbaar zijn, zegt politiek filosoof Adekeye Adebajo in Johannesburg. Naties moeten meer samenwerken, en de Verenigde Naties moeten de 21ste eeuw vertegenwoordigen. ‘Dag Hammerskjöld vatte dat goed samen: de VN zijn niet opgericht om van de wereld een hemel te maken, maar om hem te behoeden voor de hel.’

Het stof van de BlackLivesMatter-betogingen en de beeldenstorm op koloniale monumenten en beelden van slavenhandelaren is eventjes gan liggen als ik professor Adekeye Adebajo spreek half juli. We hebben het daarom niet over de monumentenmannen, die hij liefst ziet vallen, maar over minder emotionele maar des te belangrijkere thema’s als internationale instellingen, vrede en ontwikkeling, en goed mondiaal bestuur.

Internationale samenwerking berust – de term zegt het al – op naties en dus op nationale soevereiniteit. Moet die basis herzien worden als we tot meer en betere mondiale samenwerking willen komen?

‘Tot vandaag zijn Afrika en Latijns-Amerika de enige continenten die geen enkele permanente vertegenwoordiging hebben binnen de Veiligheidsraad.’

Adekeye Adebajo: Het systeem dat opgezet werd in Westfalen, in 1648, met nationale soevereiniteit als basis gaat niet snel verdwijnen. De EU is het meest verregaande voorbeeld van transnationaal bestuur, maar vergis je niet: ook in de EU gaat het over het bundelen van nationale soevereiniteit, niet over het opgeven ervan. Echte beslissingen moeten nog altijd langs Berlijn, Parijs, Rome en andere hoofdsteden passeren, zelfs in het uitzonderlijke voorbeeld dat de EU is. Met andere woorden: nationale soevereiniteit blijft op dit moment de hoeksteen van internationale relaties en samenwerking.

Geldt dat ook voor Afrika, waar bijna alle nationale grenzen het resultaat zijn van koloniale tussenkomst, in plaats van lokale dynamieken en geschiedenissen?

Adekeye Adebajo: Afrikaanse landen hebben uiteraard een problemen met de Conferentie van Berlijn en de opdeling van Afrika sinds 1884. Want daardoor ontstonder er zestien naties zonder toegang tot de oceaan en heel veel grenzen die niet de Afrikaanse geopilitieke verhoudingen weerspiegelden, maar de machtsverhoudingen tussen Europese koloniale machten. Toch was de beslissing van de Organisatie voor Afrikaanse Eenheid in 1963 om de koloniale grenzen te behouden verstandig, omdat het alternatief nog méér instabiliteit, oorlog en conflict was. Daarna zijn alleen Eritrea en Zuid-Soedan als nieuwe naties gecreëerd – en beide tonen dat het niet per se om vooruitgang gaat.

‘De afspraak dat de Wereldbank altijd door een Amerikaan en het IMF door een Europeaan geleid wordt, is antiek en voorbijgestreefd.’

De huidige internationale orde is onvolkomen, maar beter dan de chaos die zou ontstaan als ze zou verdwijnen. Dat belet niet dat de Verenigde Naties, waarrond deze internationale orde gebouwd werd, aan diepgaande hervormingen toe zijn?

Adekeye Adebajo: Absoluut. De VN vieren hun 75ste verjaardag dit jaar en de Veiligheidsraad werd al die tijd slechts één keer uitgebreid, van 11 naar 15 landen, waarvan vijf permanente leden met vetorecht. En het is belangrijk om de aandacht te richten op de Veiligheidsraad, omdat het de machtigste instelling is binnen de VN, de enige instelling die beslissingen kan nemen die alle 193 lidstaten binden. Dat is van groot belang voor Afrika, want 85 procent van de VN-blauwhelmen is gestationeerd in Afrika en een groot deel van het humanitaire werk van de VN speelt zich in Afrika af.

Afrika moet dringend meer macht en invloed verwerven binnen de VN en binnen de Veiligheidsraad, om beslissingen die belangrijk zijn voor het continent mee vorm te kunnen geven. Maar tot vandaag zijn Afrika en Latijns-Amerika de enige continenten die geen enkele permanente vertegenwoordiging hebben binnen de Veiligheidsraad, terwijl Frankrijk en Groot-Brittannië die positie nog wel hebben, ook al zijn zij allang geen wereldmachten meer. Het is de hoogste tijd om Brazilië, India, Zuid-Afrika, Nigeria een permanent zitje aan de tafel te geven. Maar de huidige vijf permanente leden kunnen hervormingsplannen tegenhouden met hun veto, dus blijft alles bij het oude.

Maar ook de andere VN-organisaties of geaffilieeerde instellingen moeten hervormd worden, met name de Wereldbank en het Internationaal Muntfoind (IMF). De afspraak dat de Wereldbank altijd door een Amerikaan en het IMF door een Europeaan geleid wordt, is antiek en voorbijgestreefd. Landen als China zijn meer gaan bijdragen, maar krijgen nauwelijks meer invloed. Het gevolg daarvan is dat China parallelle organisaties of initiatieven lanceert, wat ten nadele werkt van de wereldorde rond de VN. Bovendien verliezen de bestaande instellingen volop credibiliteit.

Professor Orbie van de UGent zei onlangs in een interview met MO* dat het daarom misschien beter was het IMF en de Wereldhandelsorganisatie (WTO) op te doeken.

Adekeye Adebajo: Ik vrees dat dat een nogal onverantwoordelijk standpunt is. Natuurlijk zijn IMF en WTO allesbehalve perfecte instellingen, maar als ze niet bestonden, moest iemand ze oprichten. Ik begrijp waarom je af wil van de WTO, maar dat betekent niet dat je verder kan zonder forum waarop handelsregels besproken en afgesproken worden. Ook als het IMF niet zou bestaan, hadden armere landen behoefte aan een instelling die hen goedkope leningen kan toestaan. Dag Hammerskjöld vatte dat goed samen: de VN zijn niet opgericht om van de wereld een hemel te maken, maar om hem te behoeden voor de hel.

Ik denk dat het veel beter is om reeds bestaande instellingen te hervormen en verbeteren, dan ze eerst af te schaffen om ze daarna opnieuw te moeten uitvinden. Wat is het grootste probleem van de WTO vandaag? De houding van de regering Trump – een uitgesproken nationalistische en bekrompen regering, die de werking bijna onmogelijk maakt. Maar dat zou over enkele maanden wel eens heel anders kunnen zijn, als niet Trump maar Biden de verkiezingen in november wint. Niet dat er binnen de Democratische Partij of in het Amerikaanse Congres geen isolationisten zitten, maar de brutale stok in de wielen van de internationale samenwerking die Trump was, is toch uitzonderlijk.

Anderzijds weigeren de Verenigde Staten voortdurend om zich te onderwerpen aan internationale afspraken of recht. Daarom is het voor Amerikaanse regeringen zo moeilijk om binnen het internationale systeem te werken, en daarom is de tendens om dat systeem op zijn kop te zetten zo sterk.

‘Vandaag verdampt de legitimiteit van VN, IMF en de Wereldbank en van de orde die ze vertegenwoordigen.’

In Europa weten jullie hoe gevaarlijk die houding is, want ze herinnert aan het protectionsime en de beggar-thy-neighbour concurrentie in het interbellum, waardoor de economische en sociale voorwaarden gecreëerd werden die tot de Tweede Wereldoorlog leidden. Als tegenstellingen niet binnen een multilaterale context besproken en vreedzaam geregeld kunnen worden, zouden de gevolgen nogal nefast kunnen zijn.

De vraag is echter: levert de keuze voor hervormingen wel iets tastbaars op voor mensen of landen die door het huidige systeem benadeeld of uitgebuit worden?

Adekeye Adebajo: Opnieuw, kijk naar het interbellum en de Volkenbond. In het begin werden Duitsland en de Sovjet-Unie uitgesloten, later verlieten Japan en Duitsland de instelling. Een internationale orde die niet inclusief is en die de mondiale machtsrelaties niet vertegenwoordigt, verliest credibiliteit. Het gevolg is dat de beslissingen die ertoe doen elders genomen worden. Het klinkt contra-inituitief, maar de belangen van de machtigste landen moeten gediend worden door een internationaal systeem opdat het ook voor de zwakkere landen zou kunnen werken.

De Verenigde Staten zorgen voor twintig procent van het VN-budget. Ze hebben er ook voor gezorgd dat zowel de VN, de Wereldbank als het IMF hun hoofdkwartier hebben op Amerikaans grondgebied. Dat is uitdrukkelijk bedoeld als even zoveel manieren om de controle van de VS over de internationale orde te verzekeren. Dat kan werken, maar vandaag verdampt de legitimiteit van die instellingen en van de orde die ze vertegenwoordigen.

Welke uitdaging verdient volgens u absolute prioriteit binnen de internationale orde?

Adekeye Adebajo: Vrede en veiligheid aan de ene kant, armoedebestrijding aan de andere kant. En beide zijn met elkaar verbonden. Want zonder vrede en veiligheid is ontwikkeling niet mogelijk, en zonder ontwikkeling dreigt altijd instabiliteit of erger. En dat is opnieuw een reden om de VN Veiligheidsraad te hervormen en democratischer te maken.

De financiële macht voor ontwikkeling blijft grotendeels bij instellingen als IMF, Wereldbank en bilaterale donors, terwijl het gewicht van derdewereldlanden groter is in instellingen die weinig reële macht hebben, zoals het VN-ontwikkelingsprogramma UNDP, de kinderrechtenorganisatie Unicef en de VN-handel- en ontwikkelingsconferentie UNCTAD. Deze laatste drie zouden veel beter gefinancierd moeten worden en meer reële zeggingsmacht krijgen.

Er is ook veel ruimte om de interne werking van de VN-instellingen te verbeteren. Al te vaak gedragen de directeurs daarvan zich als feodale heren die elkaar beconcurreren in plaats van met elkaar te coördineren. Hun budgetten zouden ook veel meer ten goede moeten komen van de bevolking en minder voor de lonen van de bureaucratie of van de vredestroepen. De werking van het Hoog Commissariaat voor de Vluchtelingen is een goed voorbeeld.

Als u de macht en de middelen had om een nieuwe internationale organisatie op te richten: welke zou dat zijn en welke nood zou u daarmee beantwoorden?

Adekeye Adebajo: We moeten niet iets nieuws creëren, we moeten er voor zorgen dat de bestaande instellingen beter werken. Mensen en belangen veranderen immers niet door het oprichten van een nieuwe organisatie. Als er voldoende middelen zouden zijn, dan moeten die volgens mij naar ontwikkelingsorganisaties gaan, zodat ze kunnen bijdragen tot beter bestuur en zo tot het voorkomen van conflicten.

‘De leiders die we nodig hebben zijn geen dominerende landen, maar regionale machten die hun verantwoordelijkheid nemen.’

Er bestaat nu al een VN Commissie voor Vredesopbouw. Die heeft veel te weinig middelen. Investeer daarin. Want vandaag zien we dat de helft van de conflicten die gestopt worden, binnen de vijf jaar opnieuw opflakkeren. Dat heeft alles te maken met een gebrek aan middelen om goed te demobiliseren, te ontwapenen en te herintegreren. Een goed werkende commissie zou ook bijdragen tot grotere en betere bestuurscapaciteit, met beter werkende sociale resultaten.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws
Het verbaast me dat u niet meer nadruk legt op pan-Afrikaanse samenwerking om de internationale orde te versterken.

Adekeye Adebajo: Die behoefte is er zeker en er zijn ook aanzetten voor. Er is het peer review mechanisme, waarbij Afrikaanse landen elkaars beleid analyseren binnen het kader van de Afrikaanse Unie. Dat is nog een zwak mechanisme, zonder sancties, maar het is een interessante aanzet.

Daarnaast is de Vrede- en Veiligheidsraad van de AU, die een actieve rol opgenomen heeft in het kader van conflictmanagement en -oplossingen. En er zijn de regionale instellingen zoals Ecowas in West-Afrika, de SADC in zuidelijk Afrika, de Oost-Afrikaanse Gemeenschap, … Ze zijn niet allemaal even actief, maar ze kunnen wel essentieel zijn als mechanisme om te bemiddelen voordat de VN moeten tussenkomen.

Afrika heeft ook behoefte aan een sterke regionale leider, zoals Duitsland de Europese groei geleid heeft, of zoals Japan en China Azië in gang hebben getrokken, zo hebben we ook in Afrika een hegemon of een economische locomotief nodig. Nigeria is goed voor 68 procent van de West-Afrikaanse economie, Zuid-Afrika voor 60 procent van de economie in zuidelijk Afrika. Deze twee grootmachten moeten echter ook opereren vanuit een visie die streeft naar integratie van hun omliggende landen in een gezamenlijke economische ruimte en dynamiek, en voor vrede en veiligheid. De leiders die we nodig hebben zijn geen dominerende landen, maar regionale machten die hun verantwoordelijkheid nemen en luisteren naar wat de buurlanden ook nodig hebben.

U vernoemt Nigeria, uw geboorteland, en Zuid-Afrika, het land waar u woont en werkt. Stel dat de VN-Veiligheidsraad hervormd wordt en één Afrikaans land krijgt er een permanente zetel, welk land moet dat dan zijn?

Adekeye Adebajo: Ik denk niet dat ik moet kiezen. Afrika levert met 54 naties zowat een kwart van de lidstaten van de VN, dus is er eigenlijk wel consensus dat er twee permanente zetels voor Afrika moeten komen als de Veiligheidsraad hervormd wordt. De grote uitdaging is dat ook Egypte aanspraak maakt op een van die Afrikaanse zetels, om meteen ook een Arabische zetel te hebben. Het is de verdeeldheid onder Afrikaanse naties die door China en andere permanente leden die geen echte hervorming wilden in 2005 gebruikt werd om het hele proces in de koelkast te stoppen. Om de internationale orde aan te passen aan de realiteit van 2020, is een pan-Afrikaanse conversatie hoognodig.

***

Adekeye Adebajo is directeur van Institute for Pan-African Thought and Conversation aan de Universiteit van Johannesburg. Daarvoor maakte hij deel uit van VN-missies in Zuid-Afrika, de Westelijke Sahara en Irak. Hij doctoreerde in Oxford (departement Politics and International Relations) en is auteur van zes boeken, waaronder The Curse of Berlin: Africa After the Cold War; Thabo Mbeki: Africa’s Philosopher-King; en The Eagle and the Springbok: Essays on Nigeria and South Africa.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2643   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur