Alberto Acosta: ‘Dit is geen revolutionair proces meer’

Alberto Acosta ziet nog weinig alternatief gehalte in het beleid van Rafael Correa. Als betrokken burger en intellectueel heeft hij zich in dit politieke vernieuwingsproces tot het uiterste geëngageerd maar en parcours de route is hij in een lijnrechte confrontatie gekomen met de president. Acosta, die ook het concept van “het goede leven” ontwikkelde, blijft echter volhardend zoeken naar wegen om dit nieuwe paradigma om te zetten naar een politiek en maatschappelijk ontwikkelingsmodel.

©Alma De Walsche

Kritiek van Alberto Acosta, vroegere medestander van Correa, klinkt scherp

Alberto Acosta, professor Economie aan de FLACSO-Universiteit in Quito, heeft zijn sporen in het politieke landschap van Ecuador verdiend. Hij was samen met Rafael Correa pionier van het vernieuwingsproject en begon in 2007 als minister van Energie en Mijnbouw in de eerste regering Correa. Kort daarop werd hij voorzitter van de Grondwetgevende Vergadering, tot hij ook daar zijn functie neerlegde.

Acosta is bedenker van het Yasuni-project om de olie in de grond te laten en auteur van verschillende publicaties over het concept van “het goede leven” als alternatief ontwikkelingsparadigma. Wanneer ik Alberto Acosta in Quito ontmoet, is hij pas enkele dagen terug van Leipzig waar hij een van de prominente sprekers was op de Degrowth-conferentie.

De kritiek op het regeringsbeleid zwelt aan. De manifestatie van 17 september was een duidelijke indicatie van het ongenoegen dat er leeft bij het volk. Hoe kijkt u naar het huidige beleid?

Acosta: De maskers vallen vandaag af. Dit is geen revolutionair proces, er zijn geen echte structurele veranderingen. In Ecuador voltrekt zich een modernisering van het kapitalisme zoals we dat in vroegere decennia nooit gekend hebben. In het verleden is nooit iemand zo consequent, coherent en vastberaden geweest als Rafael Correa om zo’n modernisering erdoor te duwen.

Wat is er aan alternatief gerealiseerd? Van de verandering van productiemodel is niets in huis gekomen, we zijn nog steeds een land wiens economie gebaseerd is op de export van natuurlijke rijkdommen. We hangen vandaag misschien zelfs nog meer af van de olie-export dan vroeger, want er worden nog steeds nieuwe ontginningsgebieden opengelegd.  Deze president heeft meer gedaan voor de grootschalige mijnbouw dan enig neoliberale president voor hem. De productie van energiegewassen wordt gestimuleerd. De bepaling in de grondwet om geen genetisch gemanipuleerde teelten toe te staan, wil hij schrappen.

Zeven jaar geleden beloofde de president dat hij geen handelsverdrag met Europa zou tekenen, toch is dat er gekomen. In 2012 zei Rafael Correa op een bijeenkomst met Latijns-Amerikaanse leiders in Asunción dat “wie toenadering zoekt tot IMF en Wereldbank, goed op weg is om te mislukken”. Vandaag heeft hij die instellingen terug opgezocht want hij heeft geld nodig. Van heel dat vroegere discours blijft in de werkelijkheid niets over.

Is dit dan een terugkeer naar het neoliberalisme?

Acosta:  Dit is geen neoliberalisme en ook geen rechtse regering. Het is een progressief maar geen links beleid. Rafael Correa is een sterke leider die gelooft in de vooruitgang, een caudillo (typisch Latijns-Amerikaans leiderstype, nvdr) van de 21ste eeuw die de veranderingen probeert door te drukken die volgens hem absoluut noodzakelijk zijn om de staat te moderniseren. Maar dit is een model dat heel ver af staat van het concept van “het goede leven” en een plurinationale staat. Correa verstaat niets van inheemse visies en doet daar zelfs geen poging toe.

Rafael Correa is een caudillo van de 21ste eeuw die gelooft in de vooruitgang.

Het neoliberalisme is hier eigenlijk ook niet meer aan de orde, de essentie gaat over iets anders. Namelijk opdat het kapitalisme zich zou kunnen moderniseren en aanpassen aan een volgend stadium, had het behoefte aan een sterke staat die de nodige veranderingen kan doorduwen. Om de ontginningspolitiek van olie en mijnbouw door te zetten, is er een sterke staat nodig die de protesten onderdrukt en de kritieken uit de weg ruimt, ongeacht de rechtse of linkse ideologie.

Hoe verklaart u dat Rafael Correa, maar ook Evo Morales in Bolivia en zelfs Pepe Mujica in Uruguay zich ertoe lenen om dat model door te drukken?  

Acosta: Dat komt omdat zij een oud paradigma van vooruitgang in hun hoofd hebben. Vooruitgang is voor hen nog steeds het accumuleren van materiële goederen, bnp-groei, stijgende uitvoer van natuurlijke hulpbronnen. Een waarachtig alternatief zou een regering zijn met aandacht voor de ecologische dimensie, voor de realiteit van vrouwen, van de inheemsen, een beleid dat rekening houdt met al die diversiteiten.

Links in de 21ste eeuw moet zich onderscheiden door uitermate democratisch te zijn, open en respectvol. De grote vraag is hoe een veranderingsproces stimuleren dat al die diverse actoren een plaats geeft en dat voor radicale verandering gaat.

De huidige regering erkent wel dat ze de afhankelijkheid van natuurlijke rijkdommen moet afbouwen maar stelt dat dit vooralsnog nodig is om ontwikkeling te brengen.

Acosta: Dat is een patente leugen. Hoe ga je af geraken van dit ontginningsmodel door het eerst nog uit te breiden? Het is alsof een dokter je van je verslaving wil genezen door een sterkere dosis drugs. Ik zeg niet dat Ecuador van vandaag op morgen met de olie-ontginning moet stoppen. Maar je gaat de oliegrens toch niet verleggen als je voor ogen hebt om te gaan stoppen! Gedurende zes jaar heeft Correa het Yasuni-voorstel (om de oliereserves in de grond te laten in ruil voor internationale steun) met krachtige argumenten verdedigd, tot hij het in 2013 afblies.

Gedurende zes jaar heeft Correa het Yasuni-voorstel met krachtige argumenten verdedigd.

Het probleem gaat echter verder. Er is niet echt een beleid om van die ontginningspolitiek af te komen. Er is ook geen beleid om de macht van de transnationale bedrijven in de economie van Ecuador af te remmen.

Waarin is de Ecuadoraanse samenleving de afgelopen zeven jaar veranderd?

Acosta: De sociale investeringen, in gezondheid, onderwijs en openbare werken, zijn zeker positief. De armen zijn minder arm geworden, Ecuador telt vandaag een miljoen armen minder. De rijken zijn intussen ook rijker geworden. Er is een betere verdeling van de inkomsten die de belastingen en de olieontginning hebben opgebracht, maar de rijken worden ongemoeid gelaten. Geen enkele regering heeft over meer geld kunnen beschikken als deze regering, door de hoge olieprijs, door het genereren van belastingen, door het geld dat migranten terugstuurden- en dat meer dan de bananenexport opbrengt.

We hebben ook kunnen profiteren van een lage dollar, die voor ons het effect gehad heeft van een devaluatie. Met zoveel geld en met een duidelijk project voor verandering in de nieuwe grondwet, had deze regering veel verder kunnen gaan. Maar het is duidelijk dat de president geen fan is van revoluties of utopieën.  

Die geldstromen zijn vandaag opgebruikt en de olieprijs daalt. Dat ziet er niet goed uit voor de toekomst.

Acosta: Al enige tijd valt de regering terug op leningen van China. Ecuador ging ook een lening aan bij de Wereldbank. Correa heeft ook meer dan de helft van onze goudvoorraad in pand gegeven aan Goldman Sachs, een van de meest emblematische banken van de financiële crisis om in ruil voor 500 miljoen dollar staatsobligaties op de internationale markt te brengen. De regering is overal geld aan het zoeken, in de hoop dat in 2017 de situatie zal gekeerd zijn. De  hoop is niet zozeer dat de olieprijs dan terug zal gestegen zijn, maar dat de hydro-elektrische projecten dan in werking treden en dat de subsidies aan de fossiele brandstoffen dan kunnen teruggetrokken worden.

Geen enkel land in de wereld dat zijn inkomsten voornamelijk haalt uit olie of mijnbouw,  heeft ooit een sterke eigen ontwikkeling kunnen opbouwen.

Maar ik geloof nooit dat dit goed afloopt want een economie die zo sterk gebaseerd is op de ontginning van natuurlijke rijkdommen, heeft geen soliede basis. Geen enkel land in de wereld dat zijn inkomsten voornamelijk haalt uit olie of mijnbouw,  heeft ooit een sterke eigen ontwikkeling kunnen opbouwen. De ontwikkeling van Noorwegen bijvoorbeeld hangt niet enkel af van die natuurlijke rijkdommen. Als wij blijven voortbouwen op de exploitatie van olie en mijnbouw, gaan wij nooit een ontwikkeld land worden, we gaan altijd een land in de periferie blijven.

Het is uitermate jammer dat deze regering, die de nieuwe grondwet heeft gerealiseerd waarin de basis voor een alternatief ontwikkelingsmodel werd gelegd, niet in staat is geweest om de leiding te nemen voor zo’n alternatief proces.

Kan een land als Ecuador, in een mondiale context van kapitalisme en neoliberalisme, wel een alternatief model opbouwen?

Acosta: Dat is effectief heel moeilijk maar het is mogelijk diepgaande veranderingen te realiseren als er politieke wil is en een duidelijke lijn. Maar dat is niet de visie van de president. Die wil echt gaan voor een modernisering van het kapitalisme. Dat is een heel lineaire visie op vooruitgang, heel technocratisch. En hij wordt steeds autoritairder om die lijn op te leggen. Sociale bewegingen worden verzwakt en bedreigd.  De protesten van 17 september zijn een duidelijk teken aan de wand. Het volk neemt dit niet. De regering provoceert door op zo’n moment een tegenmanifestatie te organiseren. Het gaat helemaal niet de goede kant op want de sociale organisaties, die de dragers waren van dit veranderingsproces, worden volkomen verzwakt.

De 17 voorstelling voor wijzigingen aan de grondwet zullen de afwijking van het oorspronkelijke opzet nog bekrachtigen, als die er door komen.

Acosta: De erosie van die grondwet is al langer bezig. In de loop van de jaren is de president steeds meer macht in zijn persoon gaan concentreren. Het referendum in 2011 dat een wijziging moest goedkeuren waarbij de president meer inspraak kreeg in de rechtspraak, was daar een duidelijk bewijs van en dat is een voortschrijdend proces van concentratie van de macht in de figuur van de president, terwijl de deelname van het volk steeds meer wordt afgebouwd en afgeremd.

Deze regering is aan de macht gekomen op basis van een grote mobilisatie van het volk, het is het resultaat van decennia sociale strijd. Drie presidenten werden afgezet. De burgers schreeuwden om inspraak. De eerste jaren heeft de president voor diverse gelegenheden referenda georganiseerd. Vandaag wil hij geen referenda meer. Een referendum over de ontginning van Yasuni is op dubieuze wijze tegengehouden.

De regering krijgt schrik en wil het volk liever niet meer om zijn mening vragen.

Het is duidelijk dat de regering schrik krijgt. De verkiezingsuitslag van 27 februari, voor lokale besturen, was een zware nederlaag. Er zijn de protesten van september.  
Rafael Correa zal in 2017 opnieuw kandidaat zijn maar of hij nog zal verkozen worden, is helemaal niet zeker.

Is de droom voor een ander Ecuador hiermee begraven?

Acosta: Correa heeft die droom uitgehold en helemaal naar zijn hand gezet, niet om het land te veranderen maar om zijn eigen macht te consolideren. In plaats van een democratische regering hebben we vandaag een caudillo van de 21ste eeuw. In plaats van een revolutionair veranderingsproces hebben we een modernisering van het kapitalisme gekregen. In plaats van het respecteren van de rechten van de natuur wordt de natuur nog meer geweld aangedaan met energiegewassen, genetisch gemodificeerde gewassen, ontbossing voor meer agro-industrie, grootschalige mijnbouw en nieuwe olieontginningen.

Het begrip van “het goede leven” is een leeg betoog geworden.  Dat is een van de grote tragedies en tegelijk van de grote uitdagingen. Een “tragedie” omdat we een historische opportuniteit missen. En een grote uitdaging, omdat we wel moeten blijven zoeken om een model van het goede leven uit te bouwen.

Wat verstaat u daar precies onder? Is dit een ontwikkelingsmodel met andere indicatoren dan bnp? Is dit een sociale welvaartsstaat?

Acosta: Ons concept verschilt van dat wat men in de westerse samenlevingen voor ogen heeft. Voor ons gaat het echt om een ander ontwikkelingsparadigma. We moeten afstappen van het concept van “vooruitgang” want daar liggen de wortels van heel veel problemen. In naam van de vooruitgang heeft men hele volkeren van de kaart geveegd en de natuur vernield. In naam van de vooruitgang hebben samenlevingen autoritaire regeringen moeten tolereren.

Het “goede leven” – “sumac causai” in quichua-  is niet alleen geworteld in productiviteit maar in andere relatiestructuren. Andere relaties tussen mensen onderling en van de mens met de natuur. Het is ook een concept in meervoud: er is niet één model, het gaat om een diversiteit aan vormen van het goede leven. In de Andes zal dat andere vormen aannemen dan in het Amazonewoud. Ook in  Afrika en in Azië is er een eigen terminologie om dit concept te vatten.  De wereld is een meervoud.

Wat we niet kunnen tolereren is dat een klein deel van de mensheid een goed leven heeft op de kap van een meerderheid, terwijl mensen worden opgeofferd en natuur vernield. Dat is de rode lijn. Het goede leven is een model waarin er plaats is voor iedereen. Anders is het een leeg concept.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2643   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Latijns-Amerika & ecologie
    Alma De Walsche schrijft over ecologische thema’s, van klimaat- en energiebeleid, over landbouw- en voedsel tot transitie-initiatieven en baanbrekers. Ze volgt al enkele decennia Latijns-Amerika, met een speciale focus op de Andeslanden.