Dossier: 
Canadees-Congolese schrijver buigt zich over Belgiës koloniale verleden

Blaise Ndala: ‘Wat als de tentoongestelde Congolezen van Expo 58 konden spreken?’

ⓒ Elien Spillebeen

De literatuur voedde zijn interesse voor mensenrechten, en zijn studie rechten zette hem aan het schrijven. Met zijn nieuwe roman Dans le ventre du Congo geeft Blaise Ndala de Congolezen die op Expo 58 in ons land werden tentoongesteld een stem. ‘Dat een Congolese student vandaag nog aan de grens wordt tegengehouden, toont dat het zwarte lichaam nog altijd niet vrij is.’

Zijn ouders noemden hem Love, een wat ongewone naam in Congo. Maar toen hij rechten ging studeren werd het Blaise. ‘Meester Love, dat roept toch andere associaties op, niet?’ De naam van zijn ouders gaf hij door aan zijn tweejarige zoontje, Arnaud Zola. ‘Zola betekent liefde in het Kikongo. Noem het gerust een soort eerherstel, een boodschap aan mijn ouders dat ik hun liefde niet samen met de naam heb afgezworen.’

Blaise Ndala is ondertussen niet alleen een gewaardeerd jurist bij de Canadese ombudsdienst, hij is ook de bekroonde auteur van drie romans. ‘Mijn vader moedigde me van jongs af aan om te lezen en te schrijven. Hij gaf me een stuk van een verhaal en gaf me de opdracht de rest te verzinnen.’

De liefde voor theater kreeg hij dan weer mee van zijn moeder, die toneel speelde met enkele leerkrachten van zijn lagere school. Toch koos hij later voor een studie rechten. Niet zo vreemd, vindt hij. ‘Schrijvers komen uit alle windhoeken. En de interesse voor rechten werd net door literatuur en theater gevoed.’

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws

Als twaalfjarige speelde hij de rol van een witte advocaat die de zaak van zwarte jongeren bepleitte in het Soweto van de jaren zeventig. ‘Ja, ik ben een keer wit geweest in mijn leven’, lacht hij. Aan zijn welbespraaktheid en goed geheugen hield hij de bijnaam maitre over.

‘Het was haast vanzelfsprekend dat ik een aantal jaar later rechten ging studeren.’ De interesse in sociale justitie en discriminatie werd in het toneelstuk over de apartheid eveneens aangewakkerd. Toen hij Kinshasa inruilde voor Louvain-la-Neuve, specialiseerde hij zich niet toevallig in mensenrechten.

De cirkel leek rond toen zijn opleiding rechten hem vervolgens naar het schrijverschap dreef. Tijdens zijn studies in België leerde hij dat Congolezen in de koloniale periode in ons land waren tentoongesteld. Dat weinig mensen, Belgen en Congolezen, wisten over hun gedeelde geschiedenis, leek hem problematisch. ‘Als je wil dat het heden anders is dan het verleden, bestudeer het dan, heeft Spinoza ons ooit aanbevolen.’

’Literatuur kan onbekende historische feiten dichterbij brengen en toegankelijk maken. En dus, zei ik tegen mezelf, ik zou fictie schrijven gebaseerd op deze feiten. Zo zou ik een stem geven aan hen die verdwenen zijn voor ze ons iets konden vertellen over het lot dat hun beschoren was.’

Vijftien jaar nadat Blaise Ndala een tussenstop maakte in ons land verwerkt hij het onderwerp dat al die tijd op zijn maag lag in zijn nieuwste roman. Het is zijn derde boek, maar het eerste verhaal dat hij ooit wou schrijven. ‘Het moest even rijpen.’

Tentoongesteld

Dans le ventre du Congo vertelt het verhaal van prinses Tshala. Een blinde liefde voor een koloniale ambtenaar doet haar in 1958 op de wereldexpo in Brussel belanden, waar ze wordt tentoongesteld. Uiteindelijk zal ze zonder spoor verdwijnen. In 2004 komt een nichtje van Tshala aan in ons land en gaat ze op zoek naar de verdwenen prinses.

Ⓒ editions seuil

‘In 2002 vond iemand in het Belgische Yvoir het nog een goed idee om Kameroense pygmeeën tentoon te stellen.’

Net als Blaise Ndala zelf, komt het nichtje in 2004 in België aan en volgt er een harde confrontatie met een onverwerkt verleden. ‘Een vriendin nodigde me uit voor een bezoek aan het museum van Tervuren (Koninklijk Museum voor Midden-Afrika, nu AfricaMuseum, red.).’

‘Na afloop van het bezoek zei ze: “Kom, en nu gaan we naar een monument, niet ver hier vandaar, dat alle Congolezen moeten bezoeken”. Ze nam me mee naar een kerk waar zeven Congolezen begraven lagen, allemaal overleden tijdens de wereldexpo van 1897. Het verbaasde me dat ik hun verhaal nooit eerder had gehoord.’

Op vraag van koning Leopold II werden 267 Congolezen onder dwang naar België gehaald voor de wereldtentoonstelling van 1897. In het park van Tervuren, naast het voor de expo gebouwde Paleis der Koloniën, werden drie Congolese dorpen opgetrokken. ‘Ze noemden het dorpen, maar het was eigenlijk een mensenzoo.’ Zeven Congolezen overleefden de koude winter niet.

Na afloop van de wereldtentoonstelling werd het Paleis der Koloniën uitgebreid en kreeg de koloniale tentoonstelling permanent onderdak in het Koninklijk Museum voor Midden-Afrika. De zeven Congolese slachtoffers kregen dat niet. Zij werden in een anoniem massagraf, op ongewijde grond, geborgen. Pas in 1953 kregen ze een eigen graf op het kerkhof van de Sint-Jan-Evangelistkerk in Tervuren.

‘Ik belde een medestudent in de mensenrechten op, en ook hij kende dit verhaal niet.’ Dat zelfs twee jaar voor de onafhankelijkheid, in 1958, Congolezen opnieuw werden tentoongesteld op de wereldexpo, deed Ndala nadenken over hoe deze slachtoffers toch nog een stem konden krijgen. ‘Want zelfs in 2002 vond men in het Belgische Yvoir het nog een goed idee om een groep Kameroense pygmeeën tentoon te stellen.’

De informatie over de mensenzoos is vandaag wel ontsloten, maar ze behoort niet tot de parate kennis van Belgen en Congolezen. En wie de beschikbare informatie raadpleegt, zal nooit horen hoe de betrokken Congolezen dit allemaal zelf ervaren hebben. ’Als ze het zelf moesten vertellen, wat zouden ze dan zeggen? En vooral: wat kunnen we ervan leren?’ Daarom wekte Ndala de tentoongestelde Congolezen van 1958 nu tot leven.

Warm onthaal

Het zijn de vele blinde vlekken in de gedeelde geschiedenis tussen België en zijn geboorteland Congo die zijn relatie met ons land ambigu maken, bekent hij. ‘Enerzijds is er de goede band, met Belgen, met de mensen die ik hier leerde kennen, die me toen, en ook nu weer, warm onthalen. Anderzijds is er het institutionele België.’

De staat België gaat volgens Ndala nog onvoldoende de confrontatie aan met de eigen geschiedenis. ‘Dat uit zich vandaag nog altijd in vormen van conflict, en soms zelfs in fysiek geweld. Zoals in het geval van de student die in Zaventem werd tegengehouden.’

‘We zien vandaag in die voetbalstadions hoe zwarte spelers met apen worden vergeleken.’

De zaak van de jonge Congolese student Junior Masudi Wasso zorgde de afgelopen dagen voor wat ophef. Vorige maand kwam hij in Zaventem aan met zijn inschrijvingsbewijs van de Université Catholique de Louvain (UCL) op zak. Zijn verhaal werd niet geloofwaardig geacht en in plaats van op kot belandde hij in een gesloten asielcentrum. ‘Dat had ik kunnen zijn, vijftien jaar geleden.’

De dag van dit interview vernemen we dat Wasso toch kan blijven. De druk vanuit de Congolese diaspora, en vervolgens de reacties van de UCL en de Congolese regering, hebben de repatriëring kunnen tegenhouden. Een warm onthaal kreeg deze jonge Congolees niet.

‘Hij gaat nu wel aan de UCL studeren. Niet in deze universiteit, maar in de ULB liggen nog restanten van Congolese chefs, die ooit zijn meegenomen om de raciale pseudowetenschap van die tijd te leveren. Een jongeman met de juiste documenten wordt niet binnengelaten, maar het vraagt kennelijk twee eeuwen om te begrijpen dat het meenemen van die lichamen van die chefs een misdaad is.’

Het zwarte lichaam

‘Congolese grondstoffen zijn welkom, maar de Congolezen zelf niet.’

‘Is het verleden verleden tijd?’ Het antwoord op de centrale vraag in het boek van Blaise Ndala ligt voor de hand. ‘Ga even kijken in de Europese voetbalstadions’, argumenteert hij. In zijn roman beschrijft hij de taferelen waarin bezoekers van Expo 58 de Congolezen bananen toewerpen en apengeluiden maken. ‘We zien vandaag in die voetbalstadions hoe zwarte spelers met apen worden vergeleken.’

Ⓒ Elien Spillebeen

‘Het zwarte lichaam is nog altijd niet vrij. Het wordt vandaag nog altijd gecontroleerd. Gekoloniseerd, zeg maar. Misschien werd een grootouder van Junior Masudi Wasso door België ooit tegen zijn wil naar hier gehaald voor vertier. Maar als deze man om objectieve redenen, in het kader van zijn opleiding, naar hier reist, dan is hij niet welkom en wordt hij opgesloten.’

Als ik mijn Canadese paspoort toon, word ik vandaag beter behandeld dan met mijn Congolese’, merkt Ndala zelf. ‘Het is een goeie zwarte, wordt dan gedacht. Vandaag zijn de Congolese grondstoffen welkom, maar de Congolezen zelf niet.’

Ndala is ondertussen Canadees staatsburger. ‘Een jaar na mijn aankomst in Canada had ik al permanente verblijfsdocumenten en boden ze me een baan aan als politiek analist op een ministerie. Tien jaar later ben ik adjunct-directeur van een groot federaal agentschap. Ik zie dat eerlijk gezegd niet snel gebeuren in België.’

‘Canada is een land dat voor multiculturalisme heeft gekozen. Men hanteert er niet de benadering van assimilatie, zoals de Fransen dat doen. Een van de belangrijkste wetten voor de openbare dienst in Canada is de wet op de gelijkheid. De diversiteit van hun mensen wordt er omarmd en mensen krijgen er de kansen die ze verdienen.’

Multiculturalisme

De geografische ligging van Canada maakt een vergelijking op vlak van migratiebeleid met België echter moeilijk. Ook het puntensysteem, waarbij hoogopgeleide en jonge migranten een grotere kans hebben op een verblijfsvergunning oogst kritiek. Niet iedereen is er even welkom.

‘Laat dat inderdaad een mineurakkoord zijn in het verhaal. Ik ben me er goed van bewust dat veel van de migranten hoogopgeleid zijn. Zou het anders zijn als Canada het migratiebeleid met directe landgrenzen zou moeten voeren? Misschien wel, misschien niet. Maar het is in elk geval een maatschappij gebaseerd op multiculturalisme. Met dat model slaagt men er naar mijn gevoel beter in de ongelijkheid tussen gemeenschappen weg te werken dan hier.’

‘Verwijder geen buste, maar gebruik die om het koloniale verhaal te vertellen.’

Dat ook Canada nog een pijnlijk stuk van de geschiedenis te verwerken heeft, bleek deze zomer uit de onthullingen over massagraven bij internaten voor inheemse kinderen.

‘Dat is de grote schande van Canada. Ik kwam aan in het land net na de oprichting van de Waarheids- en Verzoeningscommissie. Ik zie dat inspanningen worden geleverd om deze kwestie aan te pakken. En er kan ook nog meer gebeuren, in tegenstelling tot wat sommige politici beweren. Sinds twee of drie maanden hebben we een inheemse gouverneur-generaal. De vertegenwoordigster van de Britse Koningin in Canada, die nog altijd het staatshoofd van Canada is, is een inheemse vrouw. Dat is belangrijk. Het toont de wens om ambitieus te blijven.’

In ons land is het nog wachten op de aanbevelingen van de experten van de bijzondere commissie die zich buigt over ons koloniale verleden. ‘Er is de voorbije jaren zeker wat gebeurd. Er kwamen geen excuses, maar toch voorzichtige spijtbetuigingen van de koning. Jonge activisten hebben het erfgoed onder de aandacht gebracht.’

‘Ik hoop wel dat ze dat erfgoed, de sporen die ons iets kunnen leren over wat er is gebeurd, niet zomaar zullen verwijderen. Verwijder geen buste van Emile Storms (Belgische koloniale ontdekkingsreiziger en luitenant-generaal, red.), maar gebruik die om het koloniale verhaal te vertellen.’

‘Aan mijn lezers vraag ik: Wat heb je in je buik? Wat verberg jij?’ Vandaar ook de titel van de roman, die vandaag nog niet in het Nederlands beschikbaar is. ‘De buik is overigens de plaats van leven en lot, van begin en einde.’

Met deze roman is zeker niet alles verteld en verwerkt, wat Ndala betreft. ‘Mijn volgende verhaal zal zich voor een deel opnieuw in België en Congo afspelen.’ Meer geeft de auteur voorlopig nog niet prijs.

 

 

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift