André Pictoel, ex-topman VREG: ‘Europa zet in op de toekomst, maar in België zie ik te weinig durf'

De transitie naar hernieuwbare energie moet tegen 2050 rond zijn. Kerncentrales langer openhouden stoort de transitie naar hernieuwbare energie en België toont in vergelijking met Europa nog te weinig durf. Dat zegt André Pictoel, voormalig topman van de Vlaamse Regulator van de Elektriciteits- en Gasmarkt (VREG).

  • © Luc Dalemans André Pictoel, de voormalige topman van de VREG © Luc Dalemans

Toen in 1996 de elektriciteitsmarkt werd vrijgemaakt, bepaalde de Europese richtlijn dat er in de verschillende landen regulatoren zouden komen om die markt te controleren. In Vlaanderen werd dat de VREG (Vlaamse Energieregulator), met topman André Pictoel aan het hoofd. Naar aanleiding van ons dossier over windenergie in Vlaanderen had MO* een gesprek met de man die het Vlaamse energielandschap door en door kent.

Hoe zijn precies de bevoegdheden tussen VREG en CREG (Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas) verdeeld?

André Pictoel: Er zijn in de loop van de jaren heel wat discussies geweest over de bevoegdheden, met diverse ministers. Tot voor de laatste staatshervorming was het zo dat alles wat met de distributie –het net en alles wat daarop gebeurt– te maken heeft en wat betrekking heeft op particuliere gebruikers zoals u en ik, regionale materie is. Dit net gaat tot een spanning van 70.000 volt in België. Alles wat zich afspeelt boven de 70.000 volt –de hoogspanning, de bevoorrading van de industrie, de kernenergie–  is federale materie en valt onder de bevoegdheid van de CREG. Dat is een duidelijke scheidingslijn.

Daarnaast was er tot voor kort nog de kwestie van de tarieven voor de distributienetten. Die lag bij het federale niveau en dat zorgde regelmatig voor verwarring en problemen: regels en verplichtingen die opgelegd werden door de gewesten, en kosten daarmee verbonden die gerecupereerd moesten worden, werden op het federale niveau beoordeeld. Met de vorige staathervorming is die onduidelijkheid weggewerkt. De tarieven over de distributienetten voor het Vlaams Gewest zitten nu ook volledig bij Vlaanderen.

We zitten in een transitiefase naar hernieuwbare energie en dat brengt problemen mee. Heel vaak horen we dat we met verouderde netten zitten. Klopt dat?

André Pictoel: De netten zijn niet verouderd. Ze zijn in goede staat: de onderbrekingsgraad van de netten in Vlaanderen en in België is bij de beste van Europa. Het klopt wel dat ze nog niet uitgerust zijn voor hernieuwbare energie die op de distributienetten wordt geïnjecteerd –de energie van de toekomst– en daar moeten we naartoe.

Ik heb vroeger bij een intercommunale gewerkt en het was absoluut not done om ook maar iets te injecteren op het net. Dat kon gewoon niet. Dat maakte dat het net op een vrij simpele manier kon uitgebouwd worden, vanuit de centrale productie naar de verbruiker. Maar door op dat net ook zonnepanelen, windmolens en meer lokale productie-installaties toe te laten, krijg je een interactie tussen het centrale deel –wat men stroomopwaarts wil injecteren– en de lokale injecties.

De monitoring van dat net wordt daardoor veel moeilijker en complexer. Er moet veel meer gemeten en aangestuurd worden. Dat zijn de zogenaamde slimme netten en slimme meters die men aan het installeren is vandaag, om die complexe situatie beter in beeld te krijgen en te sturen. Het is de taak van de VREG om hiervoor normen en procedures vast te leggen en informatie te geven aan de klanten.

‘Het net van de toekomst is een heel dynamisch en interactief net, dat met de consument communiceert.’

Het net van de toekomst is een heel dynamisch en interactief net, dat met de consument communiceert over pieken en dalen in het aanbod van elektriciteit op het net: ‘Op dit moment is er een overproductie. Als je nu meer wil afnemen om dan later af te koppelen, ga je een betere prijs krijgen.’ Het is de bedoeling om in de toekomst de belasting van het net te bespelen door te monitoren en te communiceren met de consument. Dit is geen verre droom meer, dat kan binnenkort realiteit worden.

Vroeger werd er enkel gedacht aan “versterken van het net” met zwaardere kabels om een hogere capaciteit aan te kunnen. Vandaag werkt het anders, het werkt in twee richtingen en dynamischer. Bedoeling is om de piek te verdelen over een langere tijd en de vraag te sturen door de consument daarvoor te belonen. Het weekendtarief is zo’n maatregel die al lang ingang gevonden heeft.

Grijze stroom versus groene stroom

Op bepaalde momenten hebben we een overaanbod aan hernieuwbare energie en moeten windmolens afgeschakeld worden omdat ze hun stroom niet kwijt kunnen op het net. Intussen loopt de grijze stroom nog wel door. Waarom die grijze stroom niet afbouwen ten gunste van de groene stroom?

André Pictoel: Dat afbouwen gebeurt en is ook wettelijk vastgelegd: de groene stroom is prioritair op de netten. Als er iets moet afgeschakeld worden, is het niet de groene maar de grijze stroom. Dat is het principe dat ingebakken zit. Het kan wel zijn dat er plaatselijk situaties ontstaan die verhinderen dat alle groene stroom op dat moment op het net kan, als er veel zonnepanelen en windmolens zijn bijgekomen. Soms moet men de hernieuwbare energie op een bepaald moment even stopzetten om het net niet te laten ontsporen.

De groene stroom is prioritair op de netten. Als er iets moet afgeschakeld worden, is het niet de groene maar de grijze stroom.

Een andere bedreiging die we voortdurend horen, is het risico van black-outs. Maar tegelijk is er overproductie. Hoe moeten we dat interpreteren?

André Pictoel: Het probleem van black-outs is er altijd geweest. Dat is een voortdurende bezorgdheid geweest. Stel dat er in het centrale systeem een kerncentrale uitviel, of twee of drie, dan krijg je een risico op black-outs. Het heeft zich ooit voorgedaan in België – een defect in een centrale waardoor een kettingreactie op gang kwam en het hele land plat lag. Het probleem is dus niet eigen aan de omschakeling naar hernieuwbare energie maar het verdwijnt er wel niet mee.

Zonne-energie is er alleen als er zon is, dus nooit ’s nachts. Windenergie heb je enkel als er wind is. De energiebronnen die vroeger zeker waren, hoefden niet geregeld te worden: de steenkool stapelde je maar op de band; nucleair was er, zolang er niets defect ging. Hernieuwbare energie is door zijn aard fluctuerend en dus moet het centrale energiepark ook fluctuerend zijn. Maar je kan die kolen- of gascentrales en al zeker de kerncentrales niet voortdurend aan- en uitschakelen.

Het  oude productiepark moet zich dus aanpassen aan de nieuwe situatie.  Dat is een belangrijk onderdeel op de weg naar volledig hernieuwbare energie tegen 2050. Dan moet het vaste park volledig weg. In de overgangsfase worden we met groeipijnen geconfronteerd en met dreigende black-outs.

Kerncentrales open houden

Als er echt gekozen wordt voor de transitie naar hernieuwbare energie, is het dan een verstandige keuze om de kerncentrales Doel I en II tien jaar langer open te houden?

‘Iedereen wist: “Zodra de Groenen uit de regering zijn, wordt die kernuitstap weer teruggedraaid.”’

André Pictoel: Wat ik niet goed vind aan die beslissing is wat ik de afgelopen vijftien jaar heb meegemaakt. Onder staatssecretaris Deleuze in de federale regering is de beslissing genomen voor de kernuitstap. Maar er zat zo’n grote achterpoort in die wetgeving dat iedereen wist: ‘Zodra de Groenen uit de regering zijn, wordt die kernuitstap weer teruggedraaid.’

Het feit dat de Groenen toen in de coalitie zaten, heeft een belangrijke rol gespeeld om tot die kernuitstap te komen. Maar iedereen voelde dat die wet zo gemaakt was met het perspectief om binnen de kortste keer de knop terug om te draaien. Ik weet de precieze formulering niet meer, maar dat was in alle geval heel duidelijk.

Dat betekent dat wie investeringen wilde doen in alternatieve energie, dat niet deed. Waarom zou je dat doen als het toch niet zou doorbreken? Het gevolg was dat er al die jaren een belemmering was voor de projecten die nieuwe vormen van energie op de markt wilden brengen. Ten eerste, die initiële investering om te komen tot een nieuwe regimetoestand kost veel meer. Ten tweede was er de dreiging dat die weg toch niet gevolgd zou worden en dat eenmaal de installatie er is en begint op te brengen, ze weer achterhaald zou worden door de kerncentrales.

Door de beslissing die nu genomen wordt, gaat men die onzekere periode nog verlengen en de zekerheid dat er een goeie context is om met hernieuwbare energie te komen, nogmaals uitstellen.

De verlenging van de kerncentrales is dus een zware stoorzender voor de hernieuwbare energie?

André Pictoel: Dat is een zware stoorzender. Ik begrijp heel goed waarom die beslissing genomen is. Men spreekt over black-outs. We hebben vorig jaar een zachte winter gehad en het was voor iedereen een opluchting dat de afschakelplannen niet in werking moesten treden. Die afschakelplannen hebben ook altijd bestaan maar vorig jaar is dat geweldig in het nieuws gekomen.

De verlenging van de kerncentrales is een zware stoorzender voor hernieuwbare energie. 

Bang voor black-outs

Was in 2014 de ongerustheid over black-outs opgeblazen?

André Pictoel: Misschien was de bezorgdheid realistisch omdat er een aantal kerncentrales waren uitgevallen. 

Op een studiedag over energie hoorde ik dat er overproductie is in Frankrijk en Duitsland. We kunnen makkelijk daar energie kopen als we hier zonder vallen. Met andere woorden: black-outs hoeven geen argument te zijn om de kerncentrales langer open te houden.

André Pictoel: Inderdaad, maar hiermee stoot je op een andere nieuwigheid. Traditioneel denken we over energie enkel na binnen nationale grenzen. Vroeger was het net een nationaal thema, vandaag wordt er gewerkt aan een Europees net. De landsgrenzen verdwijnen of zouden moeten verdwijnen. Vandaag moet dit op Europees vlak bekeken worden. Die beweging is volop bezig, bijvoorbeeld voor de regio Centraal-West Europa en het North Sea-grid, dat met zijn grilligheid ook impact gaat hebben op het net.

In het noorden van Duitsland is er enorm veel windenergie. Op winderige momenten is er veel stroom die naar het zuiden wil gaan en via ons passeert. Men is nu grote netten aan het aanleggen om de stroom van noord naar zuid te brengen, waar het grote verbruik zich bevindt.

In het Europese net is men enorm aan het investeren, via de zogenaamde Projects of Common Interest.

Als je heel de productiecapaciteit in Europa optelt, heb je genoeg. Het moeilijke punt is het moment van de productie van de windenergie en de nood aan energie van de consument. Daarom is het belangrijk het gebruik te sturen.

We produceren wel veel groene energie, maar we halen toch onze doelstellingen niet.

André Pictoel: Inderdaad, we produceren nog niet genoeg. Maar soms kunnen we wat er geproduceerd wordt niet op het net plaatsen omdat het net niet kan volgen. Dat zijn eerder groeipijnen.

Waarom zou je investeren als je weet dat de kerncentrales nog tien jaar openblijven?

Anderzijds is het ook zo dat er ook een grote onzekerheid is voor de investeerders. Waarom zou je investeren als je weet dat de centrales nog tien jaar openblijven? Dat is een capaciteit van 2000 megawatt: 1000 megawatt per kerncentrale (1 gigawatt). Momenteel staat er 3000 megawatt zonne-energie geïnstalleerd, dat is de energie van drie kerncentrales, maar op het moment dat de zon schijnt. Je kan echter de kerncentrales niet even uitschakelen. Het moeilijke is dus de goeie overgang te vinden.

Dat doe je door duidelijk te stellen: we gaan die richting uit. Europa is daarin heel duidelijk, maar België moet dat ook doen. De  maatregelen die onze regering nu neemt, zijn kortetermijnmaatregelen. Die moeten er ook zijn, maar daarnaast moeten er flankerende initiatieven genomen worden om mensen te stimuleren om te investeren in energieproductie voor hernieuwbare energie want die overgangsfase gaat wel wat kosten.

Kronkelpad 

Neemt de overheid te weinig flankerende maatregelen om echt duidelijk te maken dat hernieuwbare energie de richting is waar we op afstevenen?

André Pictoel: Nu ik het wat op afstand bekijk, heb ik vaak de indruk dat wat Europa beslist, vaak niet doorsijpelt in België. In Duitsland is er na Fukushima een heel crue en duidelijke beslissing gevallen, zonder volledig te weten hoe die gerealiseerd zou kunnen worden. En vandaag kost het aan elk Duits huisgezin geld om die overgang te maken. Het voordeel is echter: de politiek neemt een beslissing, communiceert aan de bevolking “zoveel kost het” en niemand is daar echt over verbaasd. Dat is iets heel anders dan een kronkelpad te nemen en zich in bochten te wringen omdat dit geld kost.

Het gaat ook niet alleen over communicatie. Er moeten ook beslissingen genomen worden. In de context van die blackouts vorig jaar werd er ook gezocht naar reservecapaciteit, centrales die men wilde sluiten. Men heeft toen gezegd: we houden ze verder open en we gaan daarvoor vergoeden. Mij lijkt het allemaal wat rommel op een hoopje gegooid: het doet nu hier pijn, dus gaan we daar een pleistertje rond doen, en daar nog een verbandje. Dat is de indruk die ik heb.

Welke grondige keuzes zouden er vandaag moeten genomen worden? 

André Pictoel: Het moet voor iedereen duidelijk zijn dat het langer openhouden van de kerncentrales overgangsmaatregelen zijn en het moet dan ook zo gecommuniceerd worden.  Als ik achterom kijk, zie ik dat het beleid van de voorbije vijftien jaar ook zo dubbelzinnig geweest is. Op de duur zitten we met een sluitingsprogramma van 25 jaar voor de kerncentrales.

Als men niet wil sluiten, moet men dat ook maar zeggen. Maar als men zegt: we gaan het spoor van nucleaire energie verlaten, dan moet dit duidelijk gesteld worden zonder achterpoortjes. Dat is ook het beste voor de economie.

Duitsland geeft een goed voorbeeld. Men zegt daar niet dat het niets kost. Dat zie je ook in de energieprijzen in Duitsland. Het is wel zo dat de industrie in Duitsland buiten schot is gezet voor de prijsverhogingen. De bedrijven hebben zeer goeie voorwaarden gekregen. Je kan daar voor of tegen zijn, dat is een beleidskeuze. 

Wispelturig

Is de elektriciteitsprijs bij ons goedkoop of duur?

André Pictoel: Als je de Eurostat-statistieken bekijkt, zitten wij rond het gemiddelde. Maar je moet natuurlijk kijken naar de handelspartners waarmee je moet concurreren. De huishoudens betalen in Duitsland veel meer dan bij ons, de industrie betaalt veel minder dan bij ons.

Wat zou er moeten gebeuren om het transitieproces sneller te kunnen laten verlopen of duidelijker te richten en beter de onderbouwen?

André Pictoel: Het verbruik sturen is heel belangrijk: zowel dat van de kleine consument als dat van de industrie. Ook in het verleden heeft men al eens gewerkt met interessante tarieven voor grote gebruikers, om bepaalde erg energie-intensieve processen vroeger of later op te starten, naargelang de pieken en dalen op het net. Dat heeft altijd bestaan en dat soort samenwerking begint nu belangrijker te worden

‘Het verbruik sturen is heel belangrijk: zowel dat van de kleine consument als dat van de industrie.’

Voor het eerst gaat die vraag nu ook gericht worden naar de gewone consument, want wij allemaal samen vormen ook een belangrijke component. Ik denk aan de zonnepanelen, het stimuleren van elektrische voertuigen: je kan dan best opladen op momenten dat er veel productie is, dus aan een voordeliger tarief.

Tussen de realiteit van vroeger van ongebreideld energie kunnen verbruiken en daarbij niet moeten nadenken, en de realiteit van vandaag of morgen van goed te moeten nadenken over je energieverbruik – mits een financiële compensatie– dat is een grote omslag.

Vroeger was de productie een basisgegeven, die was groot genoeg om wispelturige gebruikers op te vangen. Nu is de productie wispelturig geworden en moeten de gebruikers zich aanpassen.

De hernieuwbare energie is niet constant.  Tesla heeft als antwoord daarop de huizenbatterij, waardoor je onafhankelijk kan worden van het net. Maar dat is geen oplossing voor het grote gebruik van de industrie. Ook voor de industrie wordt er naar oplossingen gezocht, zoals het atol op zee dat zou moeten dienen om opgewekte windenergie te “stokkeren”, naar analogie met de pompcentrale van Coo, maar dat ondertussen weer afgevoerd werd omwille van de kostprijs.

Ziet u nog maatregelen die de overheid kan nemen om het proces te bespoedigen?

André Pictoel: De laatste tijd zie je partijen op de markt komen die gebruik maken van de nood aan flexibiliteit op het net om klanten te verzamelen.  Ze zeggen: ‘Wij kunnen voor u iets betekenen maar wij willen dan gebruik maken van uw wil om af te schakelen als dat nodig is.’ 

Je gaat groepen vormen van consumenten die bereid zijn het spel van vraag en aanbod mee te spelen. Die nieuwe partijen moeten hun plaats krijgen in de markt, er moeten regels voor komen. Dat is meer een filosofie die je moet ingang doen vinden bij consumenten, bedrijven, ontwerpers.

Hoe kijkt u naar coöperaties als spelers op de elektriciteitsmarkt?

André Pictoel: Ik denk dat dit iets is wat je niet moet tegenhouden. Waarom worden bepaalde windmolens niet geplaatst? Omwille van het NIMBY–syndroom. Maar als je mensen laat participeren, wordt het draaien van die wieken interessanter. Hier in Sint-Truiden heeft de stad zelf geparticipeerd in een project om langs de E40 –dat is buiten het grondgebied van Sint-Truiden– een aantal windmolens te plaatsen. Dat gebeurt samen met Electrabel, Infrabel en een Brusselse intercommunale –onder de naam Greensky– om de voeding van de HST te verzekeren. Die energie komt op het net. Sint-Truiden heeft daarin geparticipeerd, als een bewuste keuze van de gemeente. Op die manier zijn alle inwoners van Sint-Truiden eigenaars van de windmolens en delen in de opbrengsten. Ik zie daar wel muziek in. We zitten in een overgangssituatie en dat kan helpen.

‘Europa zet in op de weg naar de toekomst, maar bij ons in België zie ik te weinig durf.’

De boodschap van Europa is duidelijk: tegen 2030 moet 27 procent van de energie uit hernieuwbare bronnen komen.  Europa zet echt in op de weg naar de toekomst: er wordt een doelstelling voorop gesteld, er worden fondsen in het leven geroepen. Maar bij ons zie ik zoiets niet. Er is te weinig durf.

Als je een duidelijk plan hebt, kan je dat aan de mensen uitleggen en moet je duidelijk en open zijn over de kost ervan. in Duitsland was er vroeger de “Kohlepfennig”, een toeslag op de elektriciteitsprijs om de mijnindustrie te ondersteunen, deze werd ook in de deelstaten betaald waar er geen ontginning was. Vandaag is er de meerkost voor de “Energiewende” en de Duitse consument betaalt ook hiervoor. Het is een kwestie van duidelijke beleidskeuzes maken en de kost hiervoor accepteren.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Latijns-Amerika & ecologie
    Alma De Walsche schrijft over ecologische thema’s, van klimaat- en energiebeleid, over landbouw- en voedsel tot transitie-initiatieven en baanbrekers. Ze volgt al enkele decennia Latijns-Amerika, met een speciale focus op de Andeslanden.