Gesprek met nieuwe voorzitter 11.11.11

Bea Cantillon: ‘De ontwikkeling in Afrika wordt dé grote kwestie voor de komende decennia’

© Wim Kempenaers

Bea Cantillon: ‘Ik geloof heel sterk in het belang van het middenveld en dus het beleid van onderuit. Dat is belangrijk in de landen in het Zuiden, maar ook bij ons.’

Bogdan Vanden Berghe stelde in het persbericht waarin de keuze voor Bea Cantillon aangekondigd werd, dat 11.11.11 ‘erg blij is met de aanstelling van Bea Cantillon’ omwille van haar expertise op het vlak van ongelijkheid en armoede, ‘gecombineerd met haar kennis en engagement in het Vlaamse verenigingsleven’.

Bea Cantillon is directeur van het Centrum voor Sociaal Beleid Herman Deleeck dat onder meer de armoede- en ongelijkheidsproblematiek bestudeert. Ze publiceert over sociaal beleid, sociale zekerheid, de welvaartstaat, ongelijkheid, armoede en gender. Dat levert meteen onze eerste vraag op.

We kennen u van uw werk als wetenschapper rond sociale bescherming en armoede in België. Nu wordt u voorzitter van de koepel van Noord-Zuidbewegingen in Vlaanderen. Hoe groot is die stap voor u?

Bea Cantillon: Op persoonlijk vlak voelt het een beetje als het rondmaken van een cirkel. Ik heb in Leuven internationale politiek gestudeerd, en in dat curriculum waren het vooral de vakken die gingen over Noord-Zuidrelaties en ontwikkelingssamenwerking die mij boeiden. Ik heb dus echt getwijfeld toen ik het aanbod kreeg om in Antwerpen aan de universiteit onderzoekswerk te komen doen naar de Belgische welvaartstaat aan het Centrum van Sociaal Beleid. Ik had echt schrik dat ik me de rest van mijn leven ging moeten bezighouden met het Belgische sociaal beleid. Uiteindelijk heb ik die stap dan toch gezet, met als gevolg dat ik me inderdaad veertig jaar lang heb beziggehouden met armoede en sociaal beleid. Maar daarom voelt deze stap ook net zo natuurlijk aan, omdat het mij toelaat de draad van toen weer op te pikken.

‘Vandaag zet het Zuiden ons maatschappelijk model onder druk, terwijl in het verleden het arme Zuiden een wingewest was voor rijke welvaartstaten’

Ook op intellectueel vlak is het niet echt een grote stap, vind ik. De empirische feiten tonen immers aan dat onze westerse welvaartsstaten onder structurele druk komen te staan als gevolg van technologische ontwikkelingen en de mondialisering die daarmee samenhangt. Met andere woorden: die Noord-Zuidrelatie wordt van langsom meer belangrijk voor het rijke Westen. Het Zuiden dreigt nu ons maatschappelijk model onder druk te zetten, terwijl in het verleden het arme Zuiden een wingewest was voor rijke welvaartstaten.

De ontwikkeling in Afrika wordt ongetwijfeld dé grote kwestie voor de komende decennia. De groep landen die niet van de grond komt bevindt zich grotendeels in sub-Saharaans Afrika, waardoor de kloof met de rijkste bovenlaag -de mondiale één procent- steeds groter wordt. Bovendien vindt net in die landen een demografische explosie plaats. Vandaag woont 16 procent van de wereldbevolking in sub-Saharaans Afrika, dat gaat tegen 2050 naar 28 procent. Als al die jonge mensen geen werk of geen toekomst vinden in hun eigen landen, dan zullen we nog veel meer bootjes op de Middellandse Zee zien verschijnen. West-Europa heeft namelijk niet alleen een koloniaal verleden in Afrika, het is ook het naaste buurcontinent.

De verhoudingen worden omgekeerd: het Westen financierde zijn sociale ontwikkeling met de exploitatie van het Zuiden, terwijl de ontwikkeling van het Zuiden nu het sociale model van Europa onder druk zet?

Bea Cantillon: Die nieuwe realiteiten in het Zuiden gaan dus steeds meer bepalen welke antwoorden we kunnen geven op de oude vragen over onze eigen landen in het Noorden: hoe bestrijden wij de armoede? Hoe houden wij de welvaartstaat overeind?

‘Het Westen beheert en beheerst zijn eigen model dus niet meer op de autonome wijze waarop dat een eeuw gebeurd is’

Het Westen beheert en beheerst zijn eigen model dus niet meer op de autonome wijze waarop dat een eeuw gebeurd is. De manier waarop die druk ontstaat is natuurlijk heel anders wanneer je naar de opkomende economieën van China en India kijkt, of wanneer je naar de situatie in Afrika kijkt. Opnieuw: de nabijheid van Afrika en de ontwikkelingen daar vormen een existentiële uitdaging voor onze welvaartstaten.

Die uitdaging wordt nu vooral defensief benaderd. Europa zet veel meer in op het buitenhouden van Afrikanen dan op het oplossen of voorkomen van de problemen in Afrika.

Bea Cantillon: Maar zelfs als men erin slaagt om de migranten tegen te houden, betekent dat nog niet dat men de problemen buiten houdt. Overigens zullen we toch ooit eens moeten erkennen dat migratie net deel zal uitmaken van het redden van onze welvaartstaat. Al betekent dat geenszins dat we minder moeten doen om welvaart en economische groei in Afrika zelf mogelijk te maken. Daarom is het zo cruciaal dat er heel veel ingezet wordt op onderwijs, want economische ontwikkeling in de huidige context is alleen mogelijk met goed opgeleide mensen. En uiteraard moet de gewenste groei van de economie gepaard gaan met herverdeling en de opbouw van sociale zekerheidssystemen, toegankelijke gezondheidszorg en publieke goederen. Met die zaken heeft Europa wel ervaring en zou die in zijn internationale samenwerking meer kunnen inzetten.

Is dat deel van de plannen die u meebrengt naar de Noord-Zuidbeweging?

‘Ik geloof heel sterk in het belang van het middenveld en dus het beleid van onderuit. Dat is belangrijk in de landen in het Zuiden, maar ook bij ons.’

Bea Cantillon: Ik begin niet echt met een vooropgezet plan aan het voorzitterschap, neen. Behalve dit: ik geloof heel sterk in het belang van het middenveld en dus het beleid van onderuit. Dat is belangrijk in de landen in het Zuiden, maar ook bij ons.

Terwijl dat middenveld net heel erg onder druk staat van sociale evoluties maar ook vanuit de politiek.

Bea Cantillon: Dat is absoluut waar. Op dat vlak gebeuren er bij ons zaken die het omgekeerde zijn van wat er nodig is. Dat is ook waarom ik me engageer voor een middenveld dat het opneemt voor het Zuiden, want het biedt een antwoord op tendensen waar ik me bijzonder ongerust over maak, zoals de politieke druk, maar ook een beleid dat grote belastingverlagingen doorvoert op een moment dat ongelijkheid toeneemt en men tegelijk niets doet aan de openbare schuld. Daardoor creëert het beleid zelf een heel zorgwekkende druk op de welvaartstaat. Of neem de maatregel die toelaat om vijfhonderd euro onbelast bij te klussen: die vermindert de fiscale ontvangsten, ze zal geen banen creëren voor wie een baan nodig heeft, terwijl ze wel bijverdiensten creëert voor wie dat dan weer niet of minder nodig heeft.

Hoe verschillend is het mondiaal georiënteerde midden van 11.11.11 van de armoedeorganisaties, zelforganisaties en sociale organisaties waarmee u gewoon bent te werken?

Bea Cantillon: Niet zo verschillend, vind ik. Ze steunen allemaal op mensen met dezelfde positieve kijk op de samenleving, en hun kracht moeten we gebruiken om in te zetten voor de opbouw van een betere wereld. Hier en elders in de wereld.

En bent u er klaar voor om de confrontatie aan te gaan met de overheden die bijvoorbeeld besparen op de werking van dat middenveld?

Bea Cantillon: Ik moet mij zeker nog inwerken, maar ik zal zorgen dat ik er klaar voor ben. Want als het middenveld ondergraven wordt, moeten we ons sterk maken en vechten voor het behoud van die unieke en onmisbare schakel van onze democratie.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2940   proMO*’s steunen ons vandaag al. We hopen 2021 te kunnen starten met 3000 proMO*‘s, word jij er één van?

Word proMO* of Doe een gift