'België moet uit de geheimhoudingssfeer treden'

Het Wereldbankschandaal over de hervestiging van miljoenen mensen die hebben en houden verloren, roept de vraag op welke standpunten België officieel inneemt tijdens Wereldbank-discussies. MO* sprak erover met Pol Vandevoort, die binnen Noord-Zuidkoepel 11.11.11. al zeven jaar van nabij het Wereldbankdossier opvolgt. ‘We hebben toch het recht om te weten welke safeguards België gaat verdedigen? Maar men is als de dood om die informatie vrij te geven.’

© Kristof Clerix

Pol Vandevoort (11.11.11.) tijdens een protestactie voor het gebouw van de Wereldbank in Brussel (2014).

Deze week legde het International Consortium of Investigative Journalists belangrijke pijnpunten bloot in het hervestigingsbeleid van de Wereldbank. Was u verrast?

Vandevoort: De resultaten van het onderzoeksjournalistieke werk zijn schokkend maar echt verrast waren we niet. Vanuit de civiele maatschappij hebben we in het verleden herhaaldelijk gewezen op de desastreuse impact van hervestigingsprojecten van de Wereldbank.

Onder druk van groepen zoals ICIJ heeft de Wereldbank in maart 2015 enkele confidentiële rapporten vrijgegeven, die het hervestigingsbeleid van de voorbije twintig jaar doorlichten. De rapporten bestonden al twee jaar maar mochten blijkbaar het daglicht niet zien. Ze bevestigden wat we als ngo-gemeenschap reeds jaren verkondigden. De Wereldbank gaf bijvoorbeeld toe dat ze vaak niet weet hoeveel mensen door haar projecten getroffen worden, en of die personen steeds correct gecompenseerd zijn.

‘Nu kan men de kritiek niet langer kan afdoen als komende van een groepje activisten.’

Het onderzoeksproject Verdreven en verlaten onthult dat het gaat om naar schatting 3,4 miljoen getroffen personen op tien jaar tijd.

Vandevoort: De grote meerwaarde van het ICIJ-onderzoek ligt in zijn alomvattend karakter dat de individuele cases overstijgt, de perfecte timing en het aanbrengen van nieuwe informatie. Ook de goede link die het onderzoek legt met de drama’s op het terrein is toe te juichen. Op die manier krijgen de abstracte discussies over de impact van Wereldbank-projecten echt wel vlees en bloed.

U staat in nauw contact met buitenlandse ngo-collega’s die de Wereldbank opvolgen. Hoe reageert de internationale ngo-wereld op de onthullingen van deze week?

Vandevoort: Het onderzoek wordt zeer goed ontvangen en krijgt in vele landen een ruime weerklank. Het bevestigt op overdonderende wijze wat we reeds een aantal jaren aanklagen bij de Wereldbank. Het onderzoek versterkt onze positie wanneer we met onze overheden en de Wereldbank spreken. Nu kan men de kritiek niet langer kan afdoen als komende van een groepje activisten.

Al bij al heeft ICIJ fantastisch werk geleverd. Het zal zeker impact hebben bij de aandeelhouders van de Wereldbank, en het zal de discussie aanzwengelen over de herziening van de safeguards –de beschermingsmaatregelen voor de armsten en zwaksten.

© Tony Karumba / GroundTruth

Kenia. Overal ter wereld moeten mensen wijken voor Wereldbankprojecten.

Geen vrijblijvende richtlijnen

Die safeguards vormen momenteel internationaal een zeer heikel thema. Leg eens in mensentaal uit wat die safeguards precies zijn.

Vandevoort: Het gaat om sociale en milieugebonden voorwaarden waaraan investeringsprojecten moeten voldoen. De bedoeling is om de schadelijke gevolgen van die projecten voor mens en milieu te identificeren, tot een minimum te beperken en de getroffen bevolking ertegen te beschermen of ze er eventueel voor te compenseren.

‘Onder druk van India, China en andere landen is er een tendens om de kwaliteit van de safeguards naar beneden te halen.’

Een voorbeeld: dankzij de safeguards moet er bij Wereldbankprojecten een milieueffectenrapport worden opgemaakt én een sociale-impactstudie over de gevolgen van de projecten op lokale gemeenschappen. Wanneer die getroffen worden, moet de Wereldbank hen consulteren en ook alternatieven voor levensonderhoud en huisvesting aanbieden.

Zijn die regels wel afdwingbaar?

Vandevoort: Ja, het zijn in geen geval vrijblijvende richtlijnen. In de safeguards staat bijvoorbeeld dat inheemse volkeren moeten geconsulteerd wanneer op hun voorouderlijke gronden een mijnbouwproject gepland is. Gebeurt die consultatie niet, dan kunnen de inheemsen aankloppen bij het Inspectiepanel van de Wereldbank. Dat is dertig jaar geleden als onafhankelijk orgaan in het leven geroepen, onder meer naar aanleiding van een aantal groot schandaal rond de Namada-dam in India.

Heeft dat Inspectiepanel veel werk?

Vandevoort: Er worden toch regelmatig cases aanhanging gemaakt. De sterke is dat het Inspectiepanel vervolgens verplicht is de cases te onderzoeken. Het nadeel is dan weer dat zijn mandaat beperkt is tot nagaan of de Wereldbank haar eigen regels gevolgd heeft.

Het management is echter niet verplicht om de aanbevelingen te volgen en het is uiteindelijk de bestuursraad die beslist welk gevolg er wordt aan gegeven.

 CC BY NC ND 2.0 Arvid Bring

Kosmetische oefening

Al bijna drie jaar wordt erover gediscussieerd of die safeguards strenger moeten worden of net afgezwakt. Waarover gaat dat debat eigenlijk?

Vandevoort: Onder druk van India, China en andere landen is er een tendens om de kwaliteit van de safeguards naar beneden te halen. Als dat gebeurt, zijn er nog veel minder aanklachtmogelijkheden voor de mensen in het Zuiden. Van de tien bestaande safeguards worden er momenteel acht herzien, meer bepaald de sociale en de milieugerelateerde.

‘Wat onze ministers in Washington gaan vertellen, dat weten we niet.’ 

De meest recente draft van de herziene Safeguards werd op 30 juli 2014 vrijgegeven.

Vandevoort: Vervolgens mocht iedereen daar feedback op geven: ngo’s, de zakenwereld, de aandeelhouders van de Wereldbank, de andere multilaterale organisaties… De ngo’s worden formeel dus wel bij het consultatieproces betrokken.

De civiele maatschappij had ook daarvoor al veel input geleverd, maar daarvan zagen we weinig gereflecteerd in de draft die is vrijgegeven. In hoeverre is het consultatieproces gewoon een kosmetische oefening om formeel in orde te zijn en vervolgens je eigen goesting te doen?

Die formele consultatieperiode is in maart 2015 afgesloten. En nu?

Vandevoort: Volgens onze informatie zal de Wereldbank begin juni de volgende draftversie bespreken, om in de herfst te resulteren in een finale versie. We zijn er helemaal niet gerust op dat de nieuwe draft strenger zal zijn dan de eerste. Wel zal men waarschijnlijk de conventie van de Internationale Arbeidsorganisatie ILO honoreren –er was tot nu toe nog geen safeguard rond arbeidsrechten; die zou er nu wel komen en dat is positief. Maar zoals hij nu geformuleerd is, vallen er veel ILO-conventies er nog buiten. Er is immers sterke tegenkanting van China en India.

‘We weten niet welk standpunt België verdedigt’

© Belga / Eric Lalmand

Minister De Croo bij het Martin Luther King-monument in Washington.

Vandaag nemen minister van Ontwikkelingssamenwerking Alexander De Croo en zijn collega van Financiën Johan Van Overtveldt in Washington deel aan de Lentevergadering van de Wereldbank. Wat gaan ze daar precies doen?

Vandevoort: De Lentevergadering is een halfjaarlijkse bijeenkomst van de gouverneurs van de Wereldbank en IMF. Op dit event wordt de vooruitgang in de programma’s van deze instellingen besproken. Daarnaast vinden er ook talrijke seminaries en workshops plaats, georganiseerd door Wereldbank en IMF maar ook door de civiele maatschappij.

Op deze Lentevergadering zal vooral aandacht uitgaan naar de vraag hoe ontwikkeling na 2015 –de deadline van de Millennium Ontwikkelingsdoelen– gefinancierd moet worden, en wat dan de rol van de multilaterale instellingen hierin moet zijn.

Wat onze ministers in Washington gaan vertellen, dat weten we niet. Ook het officiële statement van de Belgische kiesgroep zal pas achteraf publiek worden. Een groot verschil met Nederland bijvoorbeeld, waar het parlement op voorhand ingelicht wordt over de punten die de minister naar voor zal brengen in de vergaderingen.

Sinds 2008 heeft België liefst 1,178 miljard euro overgemaakt aan de International Development Association (IDA), de Wereldbank-financieringspoot voor arme landen. Weten we wat er met dat geld gebeurt?

Vandevoort: Ja, die IDA-projecten zijn gekend, we weten dus waar dat geld naar toe gaat. Maar dat is niet zozeer het punt. Het gaat er vooral om dat België een belangrijke aandeelhouder is van de Wereldbank, en ook invloed heeft op het beleid. De bestuursraad van de Wereldbank bestaat uit kiesgroepen. België is voorzitter van zo een kiesgroep.

De Belgische verantwoordelijkheid gaat dus niet alleen over het geld dat we geven. Gezien onze belangrijke positie stemmen we mee over alles wat de Wereldbank doet –en dus niet enkel over de besteding van het IDA-geld. Doordat België in die bestuursraad zetelt, beslissen we over alles mee.

Laten we dus niet enkel kijken naar het Belgisch geld dat naar IDA gaat, maar ook naar welk soort projecten België steunt. Als er morgen een steenkoolcentrale wordt gestemd, is België dan voor of tegen?

En het antwoord op die vraag luidt?

Vandevoort: Dat weten we niet. Van alle projecten en beleidsdocumenten die binnen de Wereldbank gestemd worden, weten we niet welke positie ons land überhaupt verdedigt.

Het kan heel goed zijn dat België kiest voor een progressief klimaatbeleid –geen geld meer aan steenkool geven– maar dat onze vertegenwoordiger in de Wereldbank intussen wel twintig steenkooloprojecten per jaar goedkeurt.

Wanneer over een steenkoolcentrale in Zuid-Afrika of Kosovo wordt gestemd, wil ik weten wat het standpunt is van België. Hetzelfde met de safeguards: we hebben toch het recht om te weten welke safeguards België gaat verdedigen? Maar men is als de dood om die informatie vrij te geven. De overheid heeft schrik dat als ze dat op papier vrijgeven, de ngo’s of de oppositie dat later tegen haar kan gebruiken. ‘België heeft niks binnengehaald’.

Pol Vandevoort: ‘Een parlementaire resolutie is een vod papier.’

Wie bepaalt eigenlijk het Belgische standpunt? Het kabinet? De administratie? De Belgische vertegenwoordiger in Washington?

‘Ik schat dat België voor 85 procent de statements en het stemgedrag van zijn kiesgroep bepaalt.’

Vandevoort: Na al die jaren het Wereldbankbeleid te hebben opgevolgd, meen ik te weten dat in heel wat van de gevallen de Belgische executive director in de kiesgroep een standpunt inneemt zonder expliciete instructie vanuit België. Er lijkt vooral intensiever overleg te zijn als het gaat over actieterreinen die van belang zijn voor België, bijvoorbeeld als het over Centraal-Afrika gaat –zoals bij de recente financiering voor de Inga-dam in Congo– of als er aandacht voor is vanuit het parlement of de publieke opinie. Voor het overige beslist de executive director dan waarschijnlijk naar godsvrucht en vermogen. Ik zeg niet dat dat een kwestie van slechte wil is. 

Er is natuurlijk wel een verschil tussen het Belgische standpunt enerzijds, en het standpunt dat België als voorzitter van een kiesgroep van tien landen inneemt anderzijds.

Vandevoort: Ik schat dat België voor 85 procent de statements en het stemgedrag van zijn kiesgroep bepaalt. Een aantal andere landen uit die kiesgroep – Tsjechië, Slovakije, Wit-Rusland– interesseert zich nauwelijks voor Wereldbank. De twee grote landen waar België wel rekening mee moeten houden, zijn Oostenrijk en Turkije. De rest lijkt minder belangrijk. Het interesseert hen veel minder.

Ik denk dat dat de reden is waarom België liever geen standpunten bekendmaakt; dan zou je immers voor 85 procent al weten wat het standpunt van de kiesgroep is. En dat wordt op voorhand niet bekendgemaakt. De kiesgroep wil flexilibiteit behouden om tot op het laatste moment aanpassingen te kunnen doorvoeren.

Het verslag van de vergaderingen van de bestuursraad wordt door de Wereldbank niet publiek gemaakt. Slechts wanneer er een document uitlekt, kom je al eens iets te weten. De Wereldbank wil niet dat uitlekt welke kiesgroep voor of tegen een bepaald project of beleidsdocument stemt. Dat is een groot democratisch deficiet.

© Sami Siva

Munda, India. Lokale vissers klagen dat de visbestanden lijden onder een Wereldbankproject in de buurt.

Mysterie

Welke stappen richting meer transparantie kan België zetten?

‘De Belgische overheid heeft wel een position paper geschreven, maar wil die niet bekendmaken. Waarom niet? Het is mij een mysterie.’

Vandevoort: België zou bijvoorbeeld zijn positiepaper over de nieuwe safeguards uit de geheimhoudingssfeer kunnen halen en publiek maken, zodat er democratische verantwoording wordt afgelegd.

De Amerikanen zetten veel van hun kiesgroep-standpunten wel op voorhand online. De kiesgroep van de Nordic-Baltic-landen heeft haar analyse en positie rond de safeguards online vrijgegeven. Ook Indonesië heeft dat gedaan, Peru, Rusland en de kiesgroep van Spanje en acht Latijns-Amerikaanse landen. Duitsland en Frankrijk hebben hun standpunt rond de herziening van de safeguards publiek gemaakt. België niet.

De Belgische overheid heeft wel een position paper geschreven, maar wil die niet bekendmaken. Waarom niet? Het is mij een mysterie. Formeel zeggen ze: ‘Het is delicaat, we willen onze onderhandelingspositie niet compromitteren, het is nog allemaal niet besloten, we komen pas met onze positie op het einde.’

Hoe zijn in België de contacten tussen ngo-sector en overheid, wat betreft de opvolging van het Wereldbank-dossier?

Vandevoort: Sinds vijf jaar bestaat er een ongeschreven traditie van een halfjaarlijks overleg met het kabinet en de administratie van Financiën en Ontwikkelingssamenwerking. Voorafgaand aan elke Lente- en jaarvergadering van de Wereldbank gaan de twee Belgische Noord-Zuidkoepels CNCD en 11.11.11. in dialoog met de overheid. Ook de afgelopen week, vooraleer ministers De Croo en Van Overtveldt naar Washington zijn vertrokken, is er zo een overleg geweest.

Op die momenten krijgen we wel mondelinge toelichting over de Belgische standpunten, ook over concrete dossiers zoals pakweg een dam in India. Maar we krijgen niets op papier. Die angst is onterecht. Neem de safeguards: in de wandelgangen verneem ik dat België in dat dossier eigenlijk een progressieve en positieve rol heeft gespeeld. Geef dat standpunt dan toch vrij.

Een parlementaire resolutie van 2007 bepaalt dat de bevoegde minister jaarlijks op 30 juni een verslag voorlegt omtrent de activiteiten in de Wereldbank. Gebeurt dat?

Vandevoort: Neen, het is maar een of twee keer gebeurd. Besluit: zo een parlementaire resolutie is een vod papier, een aanfluiting van de democratie. Mijn punt is dat er meer democratische controle moet komen. Naast verantwoording achteraf in het parlement, moet de bevoegde minister ook komen met een beleidsplan dat vooruitblikt. Wat zijn de aandachtspunten voor België in komende jaren? Safeguards? Energiebeleid? Schuldenlast? Waar zal België op inzetten? Vervolgens kan de Belgische vertegenwoordiger van de Wereldbank jaarlijks aan het parlement rapporteren wat hij met zijn opdracht gedaan heeft.

Bedankt voor het gesprek.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3181   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift