Bernardo Tellez, commandant ELN: ‘We zullen pas zwijgen als we zeker zijn dat onze stem gehoord wordt’

De Colombiaanse overheid kondigt met veel bravoure af dat ze een politieke oplossing wil voor het gewapende conflict dat al meer dan 60 jaar duurt. Maar terwijl de onderhandelingen bezig zijn, werden het voorbije jaar al 150 sociale en politieke activisten vermoord. Het water tussen de overheid en het Nationale Bevrijdingsleger ELN is dan ook heel diep. Een gesprek met commandant Bernardo Tellez, onderhandelaar voor het ELN.

© Jesus Ernesto Rodriguez

Het Colombiaanse Nationale bevrijdingsleger ELN neemt al dertig jaar de wapens op tegen de Colombiaanse overheid. Vandaag zit commandant Bernardo Tellez met dezelfde overheid aan de onderhandelingstafel. Samen bekijken ze hoe ze een vredesakkoord kunnen bereiken. Maar de woede van Bernardo Tellez over de gevoerde politiek van de overheid is nog groot, zo blijkt uit het volgende gesprek.

Vijf weken heeft u intussen al onderhandeld met de Colombiaanse overheid. Welk gevoel heeft u hierbij op dit moment?

Bernardo Tellez: We hebben tot nu toe vooral de krijtlijnen uitgestippeld om verder te onderhandelen. Het belangrijkste thema voor ons is de wijze waarop de Colombiaanse overheid participatie van de burgers bij beleidsbeslissingen gaat realiseren.

Tot op heden houden de Colombiaanse regeringen sociale en politieke organisaties ver weg van het beleid. De beslissingen die er genomen worden, zijn in het belang van de overheid, van multinationals en van de happy few. De gewone burger wordt niet vertegenwoordigd in Colombia. Omdat we niet gehoord worden, hebben we de wapens opgenomen.

‘Als alle bevolkingsklassen vertegenwoordigd zijn in Colombia zullen we kunnen transformeren naar een duurzaam en stabiel land.’

Politieke participatie is voor ons echter een alternatief voor de gewapende strijd. Net zoals de overheid willen we vrede en een einde aan het gewapende conflict, maar we zullen pas zwijgen als we zeker zijn dat onze stem gehoord wordt. Als alle bevolkingsklassen vertegenwoordigd zijn in Colombia zullen we kunnen transformeren naar een duurzaam en stabiel land.

Hiervoor moeten verschillende stappen ondernomen worden. De eerste stap is de consultatie van de bevolking via de verschillende sociale organisaties. De overheid moet afvaardiging sturen naar het terrein zelf en daar met alle sectoren gaan spreken. De organisaties moeten zelf de mogelijkheid krijgen om aan te geven hoe ze willen participeren.

Eens deze consultatieronde voorbij is, kan het beleid verdere stappen uitwerken. Ze zullen dan een groot draagvlak bij de Colombiaanse bevolking hebben, waardoor er niet langer met wapens tegen de beslissingen gestreden moet worden.

Sociale activisten zijn altijd al sterk bedreigd geweest in Colombia. Hoe staan zij er vandaag voor?

Bernardo Tellez: De situatie in ons land is op dit moment zeer complex. De regering van Juan Manuel Santos heeft de guerrillabewegingen opgeroepen om de gewapende strijd te staken en een politieke oplossing voor het conflict te zoeken. Deze inspanningen resulteerden in het bereiken van vrede met de FARC.

‘Alleen al in 2016 zijn er meer dan 120 sociale leiders vermoord. Voor 2017 staat de teller al op 30 vermoorde sociale activisten.’

Tegelijkertijd is echter het aantal linkse politici en sociale leiders die vermoord zijn sterk toegenomen. Alleen al in 2016 zijn er meer dan 120 sociale leiders vermoord. Voor 2017 staat de teller al op 30 vermoorde sociale activisten.

Maar de moorden zijn slechts een topje van de ijsberg. Een tienvoud van mensen die strijden voor mensenrechten worden opgepakt en opgesloten in erbarmelijke omstandigheden. Ze worden veroordeeld voor feiten die niet bestaan. We noemen ze “vals positieven” in Colombia. Volgens onze commandant Pablo Beltrán bestaat er in Colombia de volgende trieste realiteit. Iemand die zich sociaal onderscheidt, is iemand die in de statistieken van de vermoorde burgers terug te vinden is.

bron,: Vimeo

ELN commandant Pablo Beltrán tijdens een videotoespraak. Volgens de commandant bestaat er in Colombia de volgende trieste realiteit. Iemand die zich sociaal onderscheidt, is iemand die in de statistieken van de vermoorde burgers terug te vinden is.

De rechtste partijen die de voorbije decennia aan de macht waren, willen nog steeds hun verantwoordelijkheid voor deze daden niet herkennen. De overheid is verantwoordelijk voor meer dan 83% van de misdrijven en van de verdwijningen die gebeurd zijn gedurende de 60 jaar van het gewapende conflict.

De guerrillabewegingen namen vanaf de jaren ’60 de wapens op tegen de overheid, maar de overheid heeft hier bikkelhard met een zeer strenge militaire doctrine op gereageerd. Ze verwijten de guerrillabewegingen terroristische organisaties te zijn, maar het is de Colombiaanse staat zelf die terrorisme pleegt.

‘Om hun belangen en die van enkele multinationals te verdedigen, heeft de overheid duizenden burgers uit de ertsrijke regio’s verdreven.’

In regio’s waar er veel natuurlijke rijkdommen zoals olie, goud, nikkel en koper aanwezig zijn, voerde de overheid een nietsontziende strijd. Om hun belangen en die van enkele multinationals te verdedigen, hebben ze duizenden burgers uit deze regio’s verdreven. Eerst laten ze via huurmoordenaars de sociale leiders vermoorden en vervolgens arresteren ze een heel aantal burgers.

Als resultaat vlucht de bevolking uit deze regio weg. Zo bereiken ze hun doel, want dan kunnen ze zonder dat er veel protest is van de lokale bevolking deze regio’s exploiteren. De guerrilleros hebben steeds geprobeerd om deze regio’s te verdedigen, maar door de vuile oorlog die de overheid hanteerde, zijn er veel burgerslachtoffers gevallen. Het geweld heeft zeker in de jaren ’80 en ’90 ook het leven gekost aan schitterende presidentiële linkse kandidaten.

Ondanks de inspanningen van de regering om vrede te sluiten met de guerrillabewegingen, worden sociale leiders en mensenrechtenactivisten nog massaal vervolgd. Internationaal wordt deze overheid gelauwerd om de vrede in Colombia te realiseren, maar weinigen weten dat deze overheid nog steeds doorgaat om op een gruwelijke wijze het zwijgen op te leggen aan iedereen die strijdt voor sociale rechtvaardigheid.

De veroordelingen en vervolgingen van sociaal activisten doen ons twijfelen aan de intenties van de overheid om echt politieke vertegenwoordiging te geven aan wie een alternatief sociaal beleid voor ogen geeft. Vrede is nog zeer veraf in Colombia.

Verschillende strijders van ELN en FARC zitten in de gevangenis. Hoe is de situatie van de politiek gevangen in Colombia?

Bernardo Teller: Drie dagen geleden zei zelfs onze minister van justitie Enrique Gil Botero dat onze gevangenissen meer weg hebben van concentratiekampen dan van gevangenissen. De waarheid is dat gevangen in erbarmelijke omstandigheden leven. De infrastructuur is totaal verwaarloosd en zowel de mentale als fysieke gezondheid van gevangenen wordt bedreigd.

‘Ik zou zelfs durven zeggen dat de gevangenissen hier concentratiekampen zijn in dezelfde stijl als die van Hitler.’

Bovendien zijn de cipiers altijd nog strenger voor politiek gevangen dan voor de andere gevangen. Ik ken verschillende strijders die terminaal ziek werden in de gevangenis. Andere gevangenen mogen dan naar huis gaan om afscheid te nemen van hun familie. De strijders zijn in de gevangenis gestorven.

Er zijn ook meer dan 200 politieke gevangenen die besmet zijn met aids. Zij krijgen al een jaar lang geen medicatie meer om hun ziekte onder controle te houden. De humanitaire crisis in de gevangenissen van Colombia is schandalig. Ik zou zelfs durven zeggen dat de gevangenissen hier concentratiekampen zijn in dezelfde stijl als die van Hitler.

ELN heeft veel respect voor priester Camilo Torres. Wat was zijn verdienste?

Bernardo Tellez: Priester Camilo Torres wist als geen ander om het christendom te verzoenen met de strijders van de guerrillabewegingen. ‘Als Jezus nu leefde, zou hij een guerrillero zijn’, zei Camilie Torres steeds. Met de bevrijdingstheologie maakte hij duidelijk dat de strijd tegen onrechtvaardigheid de beste weg was om de liefde voor de armen te tonen.

‘Als Jezus nu leefde, zou hij een guerrillero zijn’, zei priester Camilo Torres steeds.

Camilo Torres was niet alleen een priester, maar ook een professor in de sociologie. Hij begreep al in de jaren ’60 zeer goed dat de dominante klasse in Colombia er alles aan deed om de ontwikkelingskansen van de meerderheid van de Colombiaanse burgers te fnuiken.

Hij kon het onrecht dat de burgers werd aangedaan niet langer aanzien en besloot uiteindelijk om zich aan te sluiten bij ELN. Helaas stierf hij bij een van zijn eerste gevechten.

© Jesus Ernesto Rodriguez

Volgens de Colombiaanse overheid zouden de paramilitairen verdwenen zijn sinds het vredesakkoord tussen hen en de vorige president Alvaro Uribe. Ze beweren dat het een mythe is dat ze nu nog actief zouden zijn.

Bernardo Tellez: De waarheid is dat de paramilitairen de regio’s nooit verlaten hebben. De aankondiging van president Alvaro Uribe was een grote show. Wat ze wel deden, was het legaliseren van het fortuin dat verschillende paramilitairen hebben opgebouwd. Paramilitairen zijn aanwezig in 25 van de 32 provincies. Ze opereren vanuit kartels en militaire basissen.

‘In het dorp Istmina is er op slechts 1 kilometer van het gemeentehuis een permanente basis van paramilitairen. Dat de overheid dan nog beweert dat er geen paramilitairen zijn, is zeer vreemd.’

Vooral in de regio’s met grote voorraden van minerelen, goud en nikkel waar de multinationals op uit zijn, installeert de overheid een verhoogde concentratie van paramilitairen. Dit is geen mythe, maar de bittere realiteit waarin Colombia leeft. De laatste dagen werden 170 families uit het departement Choco geconfronteerd met huiszoekingen en ondervragingen en zijn er 200 paramilitairen naar enkele specifieke dorpen van Choco getrokken.

In het dorp Istmina is er op slechts 1 kilometer van het gemeentehuis een permanente basis van paramilitairen. Dat de overheid dan nog beweert dat er geen paramilitairen zijn, is zeer vreemd.

Jullie hielden parlementslid Odín Sanchez gevangen. Voor de Colombiaanse overheid konden de onderhandelingen pas starten na zijn vrijlating. Waarom hebben jullie hem gekidnapt?

Odín Sánchez en zijn familie waren degene die de paramilitairen naar Choco brachten. Ze regelde een politiek bondgenootschap met paramilitairen. Op deze manier konden ze over het departement regeren terwijl ze zich verrijkten met inkomsten die door de burgers gegeneerd werden. Zo inden ze een deel van de belasting op benzine en stalen ze ook geld van de gezondheidssector.

Op 2 oktober stemde de Colombiaanse bevolking tegen het vredesakkoord. Welke conclusies trekt u hier uit?

© Jesus Ernesto Rodriguez

 

De belangrijkste les is dat als de bevolking niet participeertaan om het even welk vredesproces, dit proces weinig toekomst heeft. De vredesonderhandelingen tussen de FARC en de overheid vonden plaats in Havana. De bevolking en de sociale organisaties werden slechts sporadisch geconsulteerd. Dit resulteert in veel apathie bij de bevolking.

Daarnaast is het zo dat de regering van Santos helemaal niet populair is. Terwijl hij een vredesakkoord in Havana organiseert, heeft hij de belastingen verhoogd, wat de meeste burgers sterk voelen. Dit verklaart waarom de mensen niet massaal en positief reageerden op de vredesakkoorden die bereikt waren.

 

Wat heeft u destijds over de streep getrokken om zelf toe te treden tot ELN?

Ik kom uit een boerenfamilie. Al van jongs af aan ging ik mee met mijn vader betogen. Toen ik 15 jaar was, zag ik het leger en de politie met kogels op betogers schieten. De boeren betoogden voor gezondheidscentra, scholen en wegen. Ze hadden nobele doelen, maar werden koudweg door de regering vermoord.

Door alles wat ik gezien had, nam ik de moeilijke beslissing om te strijden voor sociale rechtvaardigheidi in mijn land en dit leidde met tot het Nationaal Bevrijdingsleger.

De eerste jaren waren extreem hard. Ik heb veel opofferingen moeten doen en zwaar geleden. Het leven in de jungle is hard en vaak leden we honger. Na elke strijd moesten we gewonden kompanen verzorgen. Vaak moesten we ook afscheid nemen van wie in de strijd stierf. Maar de strijd is het waard, want Colombia heeft het potentieel en de rijkdom om aan al zijn burgers een waardig leven te geven.

Je mag niet vergeten dat er in Colombia al zeer lang oorlog bestaat. De waarheid is enorm complex en het is belangrijk om alle kanten van het conflict te bestuderen en niet alleen de officiële versie van de overheid die ons als terroristen afschildert.

Lees ook het interview met Juan Camilo Restrepo, hoofdonderhandelaar voor de Colombiaanse regering

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2540   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift