Hold-up op de Europese bossen

Blijven we kappen in Europese oerbossen? ‘Houtkapindustrie kaapt Bosstrategie van de Europese Unie’

© Xander Stockmans

Er is een hold-up bezig op de Europese bossen. De historische Green Deal van de EU krijgt dit voorjaar weer een beetje meer vorm in de cruciale Biodiversiteitsstrategie en Bosstrategie. Maar er dreigt een gelijkaardige ramp als bij het gemeenschappelijke landbouwbeleid. Krijgen we een Houtkapstrategie in plaats van een Bosstrategie? ‘Duurzaam bosbeheer is een codewoord geworden om alles bij het oude te laten.’

Een Don Quijote in het hol van de leeuw of een vlieg op de muur: ik ben er nog niet uit welke van die twee Michal Wiezik precies is. Als een van de meest gedreven boswetenschappers van Slovakije raakte hij verkozen in het Europees Parlement, waar hij lid is van de grootste fractie, de Europese Volkspartij (EVP). Die schurkt aan tegen de houtkapindustrie. Daarom botst hij nu tegen een muur, in zijn eenzame strijd om de laatste oerbossen van Europa te beschermen.

Een vlieg op die muur is hij in ieder geval. Hij gaf MO* een inkijk in de onderhandelingen over de nieuwe Bosstrategie en Biodiversiteitsstrategie van de Europese Unie. Na het gemeenschappelijke landbouwbeleid van de EU is dit het volgende slagveld waarop de Green Deal een genadeslag kan krijgen.

Haar Biodiversiteitsstrategie liet de Europese Commissie al in mei 2020 op het parlement los. De Bosstrategie komt er pas later dit voorjaar aan (drie weken geleden lanceerde de Europese Commissie een publieke consultatie), maar het parlement heeft nu al een standpunt klaar. ‘Dat doet vermoeden dat sommige parlementsleden de boel proberen vast te zetten’, vreest Wiezik.

De Bosstrategie en de Biodiversiteitsstrategie zijn bepalend voor de bossen en de biodiversiteit die wij aan toekomstige generaties zullen overlaten. En voor het antwoord op de vraag of die bossen genoeg koolstof uit onze CO2-uitstoot zullen opslaan, genoeg om het hoofd te bieden aan de klimaatopwarming.

Daarvoor is de strikte bescherming van de beste bossen nodig. Maar op dit moment probeert een deel van het Europees Parlement en de lidstaten dit samen met de houtkapindustrie tegen te houden.

Finse lobby

Als wetenschapper weet Wiezik dat we minstens tien procent van het Europese landoppervlak nodig hebben om daar de beste bossen hun werk te laten doen: oerbossen en natuurlijke bossen, met hoogste biodiversiteitswaarde en koolstofopslagcapactiteit. De Europese Commissie weet dat ook. Het betekent: deze bossen onttrekken aan élke vorm van economische exploitatie. ‘Non-interventie’, of ‘strikte bescherming’, heet dat.

Met de laatste oerbossen, vooral gelegen in Roemenië, komen we aan ongeveer drie procent, ook al moet ‘oerbos’ nog officieel gedefinieerd worden. De rest moet uit handen van de houtkapindustrie gehaald worden.

Een deel van het Europees Parlement en de lidstaten probeert strikte bescherming van de beste bossen tegen te houden, samen met de houtkapindustrie.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws
Als vlieg op de muur in het Europese Parlement ziet Wiezik hoe die industrie, en de parlementsleden die hun belangen behartigen, hemel en aarde bewegen om de status quo te handhaven. Zeker binnen zijn eigen fractie.

Wiezik stuurde me bijvoorbeeld een interne persbriefing met uittreksels uit de Finse media.

Die uittreksels berichten over de lobbyactiviteiten van het Finse Europarlementslid Petri Sarvamaa (EVP). Sarvamaa, met in zijn kielzog parlementsleden uit verschillende fracties, ontmoette klimaatcommissaris Frans Timmermans. Officiële reden van de ontmoeting: ‘Om Timmermans duidelijk te maken dat duurzaam beheerde bossen een groot potentieel hebben in de strijd tegen de klimaatverandering.’

Alsof Timmermans daar nog van overtuigd moet worden. Het echte doel van de ontmoeting was, volgens Wiezik, druk zetten om ook oerbossen en natuurlijke bossen economisch te kunnen blijven exploiteren. Timmermans steunt immers de belofte van de Biodiversiteitsstrategie om ‘alle resterende oerbossen in de EU strikt te beschermen’.

Als besluit na de ontmoeting zei Sarvamaa ‘dat Timmermans het belang van bossen voor Finland inziet, maar dat er nog een lange weg te gaan is om mensen bewust te maken van goed bosbeheer.’

Wiezik decodeert: ‘Daarmee bedoelt hij: “extremisten” zoals ik duidelijk maken dat de houtkapindustrie álle bossen economisch kan blijven exploiteren zonder het milieu te schaden. Maar dat is propaganda, een verholen pleidooi voor het behoud van de status quo, gehuld in de taal van duurzaam bosbeheer.’

© Xander Stockmans

‘Duurzaamheidspropaganda’

Hoe belangrijk ‘duurzaam bosbeheer’ is voor de houtkapindustrie, bleek uit een gezamenlijke brief van elf Scandinavische en Centraal-Europese lidstaten – Finland, Zweden, Estland, Letland, Litouwen, Polen, Tsjechië, Slovakije, Hongarije, Oostenrijk, Kroatië, Slovenië – aan de Europese Commissie om de milieurichtlijnen voor de financiële sector af te zwakken.

Die mag kapitaal immers alleen in economische activiteiten investeren die ‘substantieel bijdragen’ aan ten minste één van deze milieudoelstellingen: matiging van de klimaatverandering, duurzaam gebruik van water, overgang naar circulaire economie, bestrijding van verontreiniging, bescherming van gezonde ecosystemen. En geen significante schade toebrengen (DNSH-principe) aan de andere doelstellingen.

Het zint deze regeringen niet dat de Europese Commissie het begrip ‘close to nature bosbeheer’ gebruikt in plaats van ‘duurzaam bosbeheer’. Letterlijk uit hun brief, die MO* kon inkijken: ‘Het begrip “close to nature bosbouw” moet nog gedefinieerd worden. Daarom is het gebruik van de algemeen aanvaarde term “duurzaam bosbeheer” van cruciaal belang. Wanneer duurzaam bosbeheer wordt aangetoond, kan ervan worden uitgegaan dat aan het DNSH-principe is voldaan.’

Een Fins politiek blad berichtte dat de Finse regering, na contacten met voorzitter van de Finnish Forest Industries Federation Timo Jaatinen, de Europese Commissie probeert te overtuigen. ‘Volgens Jaatinen werd het voorstel van de Commissie plotseling zo streng dat, als de definitieve tekst zou worden nageleefd, slechts een klein deel van de Finse en Zweedse bosbouw nog gefinancierd zou mogen worden’, schrijft het blad.

Close to nature bosbeheer zou een aanpassing zijn. Dus, om alles bij het oude te kunnen laten, beweert de industrie dat “duurzaam beheer” genoeg is.’

We zijn ver gekomen: de industrie haalt alles uit de kast om te lobbyen voor duurzaamheid. Volgens jou is het een rookgordijn om niet aan ‘close to nature bosbeheer’ te moeten doen? Maar wat is het verschil?

Michal Wiezik: ‘Duurzaam bosbeheer’ stelt hen in staat om te blijven werken zoals ze dat al jaren doen: een stempel van een of andere certificeringsinstantie regelen, een bureaucratische aangelegenheid die vaak ver verwijderd is van de noden van de natuur. Niemand weet nog wat duurzaamheid wetenschappelijk betekent.

Kijk naar de realiteit op het terrein: vandaag is slechts vijftien procent van de Europese bossen in een goede natuurlijke staat en daarop wordt al jaren zogenaamd duurzaam bosbeheer toegepast.

Als ze aan close to nature bosbeheer zouden moeten doen, zouden ze bomen langer moeten laten staan, geen vreemde soorten importeren, geen monocultuur aanplanten, dode bomen onaangeroerd laten. De industrie zou verantwoordelijk worden om de natuurlijke staat van het bos zoveel mogelijk na te bootsen. Dat zou een heuse aanpassing zijn. Dus willen ze alles bij het oude laten en beweren ze dat dit voldoende is.

‘Het is absurd dat we veel bomen maar een vierde van hun potentiële leven en koolstofopslagcyclus laten vervullen’, vertelde voormalig IPCC-hoofdauteur William Moomaw me een jaar geleden op een internationale conferentie van de EU over bosbouw. Zijn raad: in productiebossen pas kappen wanneer de bomen hun volledige potentieel van koolstofopslag bereikt hebben.

Michal Wiezik: Inderdaad, dat is close to nature bosbeheer. Kijk, er zijn twee zaken nodig. Eén: de strikte bescherming van bossen die onaangeraakt moeten blijven voor koolstofopslag en biodiversiteit. Natuurlijke bossen zonder interventie slagen de meeste koolstof op. Dat is algemeen bekend in de wetenschappelijke wereld.

Twee: close to nature bosbeheer in een voldoende groot aantal productiebossen, zeker in bossen in goede natuurlijke staat. In Roemenië heb je nog veel van die bossen, maar er wordt te intensief gekapt.

Begraven in de landbouwcommissie

Om zijn wetenschappelijke kennis de resolutie van het parlement over de Bosstrategie binnen te loodsen, diende Wiezik maar liefst 130 amendementen in. ‘Allemaal gebaseerd op officiële rapporten van IPCC, het VN-klimaatpanel’, benadrukt hij. ‘En bijna allemaal werden ze genegeerd door de rapporteur, nota bene een man van mijn eigen fractie. Hij negeerde zelfs de opinie van de parlementaire milieucommissie. Wraakroepend.’

Uiteindelijk publiceerde het parlement het standpunt The European Forest Strategy: The Way Forward op 8 oktober 2020. ‘Een desastreus standpunt. Meer nog, ik wist al dat het desastreus zou worden toen de onderhandelingen nog niet eens begonnen waren.’

Hoezo?

Michal Wiezik: Een strijd in het parlement is gewonnen of verloren op het moment waarop de rapporteur en de bevoegde parlementaire commissie worden aangeduid, of beklonken in een koehandel tussen de fracties. Uitgerekend Petri Sarvamaa werd rapporteur, de Fin van mijn fractie die de zaakjes van de industrie behartigt. Ook álle schaduwrapporteurs waren Zweden of Finnen. Dat is toch opvallend? Zij verdedigen vooral de belangen van hun nationale houtkapindustrie.

En de landbouwcommissie, niet de milieucommissie, kreeg het dossier. Als een milieudossier daar terechtkomt, weet je dat het kalf al verdronken is. Niet de ecologische overwegingen, maar de economische belangen van de grote landbouw- en houtkapindustrie zijn daar richtinggevend.

Heb je geprobeerd om binnen de EVP aan de kar te trekken?

Michal Wiezik: Ik hield verschillende speeches binnen onze groep. Eén keer draaide een Duits parlementslid zich naar me toe met bliksems in haar ogen. ‘Wat doe jij eigenlijk in onze groep, je volgt de partijlijn nooit’, fulmineerde ze. Ik was een stoute leerling. De algemene teneur in onze groep is dat ik een rode lijn overschrijd. De rapporteur is van onze partij en ik val hem aan, begrijp je?

‘Ik vind het vreemd dat ngo’s zo stil zijn over de Bosstrategie, terwijl ze zo luid waren over het gemeenschappelijke landbouwbeleid.’

Uiteindelijk volgde de overgrote meerderheid van de EVP-parlementsleden de partijlijn en stemden ze tegen mijn amendementen. Zo heeft mijn eigen partij mijn werk in de landbouwcommissie begraven, zodat het niet eens in de plenaire is geraakt. Ik weet dat 95 procent van alle Europarlementsleden de lijn van hun partij volgt, de lijn van het selecte groepje partijleiders. Die vertegenwoordigen vaak niet de kiezers, maar de belangengroepen die het best lobbyen. Dat heet particratie. Veel parlementsleden weten vaak niet eens waar ze voor of tegen stemmen.

Niemand begrijpt écht wat er op het spel staat en wat er nodig is. Niemand is bereid om écht te luisteren naar wetenschappelijke argumenten. Ik bestudeer al twintig jaar de dynamieken in bossen. Toch word ik binnen de EVP, nochtans een fractie die van zichzelf beweert beleid te maken op basis van wetenschap, beschouwd als een linkse extremist. Maar what the fuck, ik ben niet links of rechts op dit thema. Ik ben een wetenschapper.

We hebben strikte bescherming nodig omdat die natuurlijke bossen het best bestand zijn tegen klimaatopwarming, droogte, bosbranden. En dus de meeste kans maken om te overleven als de koolstofopslagplaatsen die we gaan nodig hebben. Is dat dan geen waterdicht wetenschappelijke argument?

Michal Wiezik: Ze zouden het eens zijn met het eerste deel, maar niet met de oplossing dat je ze dan strikt moet beschermen. Ze zouden beginnen over wegen bouwen om de bossen te beschermen tegen bosbranden,… Dat soort dingen.

Hun logica is dat de mens bossen moet helpen om bestand te zijn tegen klimaatverandering. Dat is een leugen. Die agenda van de houtkapindustrie heeft iets van een religie. Zij doen dit al eeuwenlang en weten zogezegd het best wat een bos nodig heeft. Terwijl ik alleen maar de huidige stand van de wetenschap verkondig, niets meer en niets minder.

De Biodiversiteitsstrategie van de Europese Commissie stelt nochtans uitdrukkelijk wat jij vraagt: ‘Het zal van cruciaal belang zijn om alle resterende oerbossen in de EU strikt te beschermen. Oerbossen zijn de rijkste bosecosystemen die koolstof uit de atmosfeer halen en aanzienlijke koolstofvoorraden opslaan.’ De Bosstrategie mag hier niet tegen indruisen. Is de klus dan niet geklaard?

Michal Wiezik: Verre van. Dit is slechts een voorstel van de Europese Commissie. En ik heb in het parlement nog geen draft gezien. Er is waarschijnlijk een achterhoedegevecht bezig. De parlementaire landbouwcommissie voert de druk op om haar zeg te hebben over het hoofdstuk over bossen. De kans is groot dat ook de Biodiversiteitsstrategie ineffectief zal zijn als het op oerbossen aankomt. Dan kunnen we elke vooruitgang op dit gebied vergeten.

Ook bij het gemeenschappelijke landbouwbeleid van de EU slaagden de parlementaire rapporteurs erin om elke referentie naar de toekomstige Biodiversiteitsstrategie en de Bosstrategie, de Green Deal dus, te weren. Dat vierden ze als een overwinning. Nu zitten we met een gemeenschappelijk landbouwbeleid dat indruist tegen de Green Deal.

Als we niet ingrijpen, zal hetzelfde gebeuren met de Biodiversiteitsstrategie en de Bosstrategie. Ik vind het vreemd dat ngo’s zo stil zijn over de Bosstrategie, terwijl ze zo luid waren over het gemeenschappelijke landbouwbeleid. Er is meer voelbare steun vanuit de civiele samenleving nodig.

© Agent Green

Boomplanthype

Een vaak gehoord argument is dat het bosoppervlak in de EU juist toeneemt, en er dus geen reden is tot paniek of verandering van ons gedrag.

Michal Wiezik: Ze geloven enkel in kwantiteit. Genoeg bossen, genoeg voedsel. Ze zijn onwetend over de connecties tussen milieu, natuur, landbouw en bossen. Want de kwaliteit van tachtig procent van die zogenaamde bossen is slecht. Niet alleen door klimaatverandering, maar door ‘duurzame’ bosbouwpraktijken.

We zien de laatste tijd veel campagnes om nieuwe bomen te planten. De bescherming van bestaande bossen is effectiever, maar daarover zien we geen reclamespotjes.

Michal Wiezik: Dat is pro-industrie propaganda, opnieuw, om niks te moeten veranderen aan de bosbouwpraktijken in de bestaande bossen. Planten van nieuwe bomen is misschien nipt een compensatie voor de koolstof die de kap van bestaande bomen uitstoot. Terwijl we juist méér koolstofopslag nodig hebben.

‘Je plant boompjes. Maar je plant geen paddenstoelen op dood hout, je plant geen interactie tussen soorten.’

Ze blijven goed functionerende ecosystemen kappen en vervangen door aanplantingen. Zo krijg je absurde situaties waarbij grote bomen in het midden van hun koolstofopslagcyclus worden gekapt en vervangen door twijgjes die er nog jaren over zullen doen vooraleer ze die koolstofopslagcapaciteit bereiken.

De complexiteit van het bos verdwijnt, de verbondenheid van ecosystemen. Die zorgt juist voor veerkrachtige bossen die bestand zijn tegen klimaatopwarming.

Moeten we onze kinderen geen nieuwe woorden aanleren? Voor sommige bossen moeten we het woord ‘bosaanplanting’ gebruiken. Voor echte bossen het woord ‘bos’. Maar dan moeten we eerst weten wat een echt bos is.

Michal Wiezik: Neem alle organismes in het bos, en dan heb je nog geen bos. Neem daarbij de extreem complexe relaties tussen die organismes. En dan nog heb je geen bos. Want die relaties zijn voortdurend veranderlijk.

Je moet dus de impact van tijd én ruimte op soorten en populaties begrijpen. Dan krijg je het complexe, interactieve ecosysteem dat we ‘bos’ noemen. Wist je dat boswetenschappers nog altijd niet alles weten over de complexe relaties in een bosecosysteem?

Je kan dus geen bos ‘aanplanten’. Je plant boompjes. Maar je plant geen paddenstoelen op dood hout, je plant geen diersoorten, je plant geen interactie tussen soorten. Tenzij je het lang genoeg onaangeroerd laat.

‘Als je bossen aanplant, plant je nieuwe problemen voor de komende decennia.’

Een aanplanting is een kunstmatige verzameling bomen die na zestig jaar instort onder de klimaatverandering. Plagen van schorskevers gebeuren trouwens allemaal in aangeplante dennenbossen. Dat krijg je met aanplantingen. Als je bossen aanplant, plant je nieuwe problemen voor de komende decennia.

Twijfel je soms over het nut van je aanwezigheid binnen de Europese Volkspartij en het Europees Parlement?

Michal Wiezik: Er zijn successen. Neem bijvoorbeeld de strategie van de Europese Commissie om ontbossing wereldwijd te stoppen. Een zeer goede strategie. De grootste drijvende kracht achter wereldwijde ontbossing is de transformatie van bos naar landbouwland, voor productie van rundvlees, soja en palmolie. En de EU draagt voor tien procent bij tot die wereldwijde ontbossing.

In dit dossier slaagde ik erin om de Slovaakse Europarlementsleden te overtuigen om voor te stemmen, tegen hun partijlijn in. Zonder mij zouden zij nooit van hun partijlijn zijn afgeweken. Mijn partij zou me nooit een dossier toevertrouwen als rapporteur, maar ik kan het eindresultaat wel beïnvloeden. Ik ben de stem die ze niet graag, maar wel moeten horen.

© Xander Stockmans

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3153   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur