De Croo: ‘Vluchtelingen meteen een nieuwe toekomst geven in plaats van hen tegen te houden’

Minister van Ontwikkelingssamenwerking Alexander De Croo reisde vorige week naar Oost-Afrika om de situatie van Zuid-Soedanese ontheemden en vluchtelingen in Oeganda beter te leren kennen. ‘Het Oegandese volk deed wat mensen horen te doen: zij openden hun armen en verwelkomden de vluchtelingen.’

CC Gie Goris (BY NC 2.0)

 

Het was een intensieve trip, die in Zuid-Soedan naar een gemeenschap in het centrum van het land leidde, waar ontheemden uit omliggende districten opgevangen worden, en naar een kamp voor ontheemden aan de rand van de hoofdstad Juba. In Oeganda bezocht De Croo een wat vergeten onderdeel van de grootste vluchtelingennederzetting uit het land, en hij nam deel aan de Solidarity Summit die door de Oegandese overheid samen met de Verenigde Naties georganiseerd werd in de hoofdstad Kampala.

Op de terugweg naar huis spraken we met de vice-premier over vluchtelingenopvang, gedeelde verantwoordelijkheid en het stuitende anti-immigratiediscours in Europa.

Waarom is er zo veel interesse voor de Oegandese aanpak van de enorme vluchtelingencrisis die het land doormaakt?

Alexander De Croo: De klassieke aanpak gaat uit van korte verblijven, waarvoor men dan vluchtelingenkampen opzet als heel tijdelijke structuren. Maar zo werkt het in de feiten niet. Daarom is de aanpak die Oeganda uitprobeert zo innovatief en belangrijk. Vluchtelingen krijgen hier niet alleen toegang en bescherming, maar ook een stuk grond om op te wonen en te boeren, zodat ze meteen kunnen beginnen met de heropbouw van hun leven.

Wat die aanpak extra kansen geeft, is het feit dat men aan donoren vraagt om 30 procent van middelen in de lokale gemeenschappen te investeren, want zij stellen de grond ter beschikking, zodat ook zij er beter van worden, niet armer en gefrustreerder.

We kunnen ons dan ook niet permitteren dat deze aanpak mislukt, want dat blijft er geen verhaal meer over van goede vluchtelingenopvang. En het model staat wel degelijk onder druk: de voedselrantsoenen halveren nog voor vluchtelingenfamilies zelfs aan een eerste schuchtere oogst toe zijn. Het klopt dus dat de internationale gemeenschap meer moet doen om Oeganda te ondersteunen, maar anderzijds moeten Oeganda en de landen van de regio meer doen om het probleem aan de basis -het geweld, de burgeroorlog in Zuid-Soedan- op te lossen.

‘Het Oegandese volk deed wat mensen horen te doen: zij openden hun armen en verwelkomden de vluchtelingen’

De grote tent vol tegenstellingen

De Solidarity Summit die de VN en de Oegandese regering op 23 juni organiseerden in Kampala ging door in een enorme witte tent, op het terrein van een van de meest exclusieve resorts van de hoofdstad. Het opzet was vooral om meer internationale steun te mobiliseren voor de inclusieve aanpak van de toestroom van vluchtelingen in Oeganda. Daarvoor waren zowel internationale donoren als Afrikaanse overheden uitgenodigd.

Dat laatste maakte van de conferentie een vreemde evenwichtsoefening, want de leiders van de buurlanden van Oeganda moesten in hun korte toespraken de lof zingen van het werk dat Oeganda doet om mensen op te vangen die hun eigen landen ontvluchten -als gevolg van het actieve beleid of het gebrek aan beleid van diezelfde regeringen. Aan de andere kant moest Oeganda duidelijk maken hoe het kreunt onder de last van de diverse vluchtelingenstromen, terwijl het degenen daarvoor op de eerste plaats verantwoordelijk zijn niet echt bij name kon noemen aangezien ze tot de eregasten van de conferentie behoorden.

President Museveni had het in het algemeen wel over de “slechte leiders” waarvoor burgers op de vlucht gaan. En omdat hij daaraan toevoegde dat Afrika al veel te lang en te veel ervaring had met zulke slechte leiders ‘want anders waren we nooit gekoloniseerd geweest’, kreeg hij daarvoor de handen op elkaar. De hele conferentie oogde overigens als een consecratie van president Museveni als “de goede leider”, die het opneemt voor de zwakken en kwetsbaren, zonder onderscheid van afkomst of nationaliteit. De commentaren van de twee Oegandese moderatoren op de korte openingsgetuigenissen van diverse vluchtelingen waren zonder meer larmoyant. Ze zwaaiden daarbij zo wild in het rond met het wierookvat, dat het tenenkrullend werd. Museveni liet zich alle bewondering met keizerlijke welwillendheid welgevallen en was zichtbaar tevreden dat niemand de problemen met corruptie, bevolkingsexplosie, autoritair bestuur of ongelijkheid in Oeganda aan de orde stelde.

Later die avond, bij het verlaten van het vliegtuig in Addis Abeba zei een Ethiopische deelnemer aan de Solidarity Summit dat hij de cijfers van Oeganda niet gelooft en dat het hele opzet gewoon een hele slimme pr-operatie was van Museveni. Zo veel scepsis lijkt niet gewettigd, want de vluchtelingenaanpak van Oeganda is wel degelijk exemplarisch. Maar een beetje meer vragen bij de status van “de goede leider” was voordelig geweest. (gg)

VN-secretaris-generaal Antonio Guterres zei: Oeganda opende zijn grenzen, opende de deuren, opende zijn hart. U zei tijdens de korte Belgische interventie: ‘Geconfronteerd met de kreet van hun Zuid-Soedanese broeders en zusters, keken de Oegandezen niet de andere kant op. Het land zocht geen excuses om niets te hoeven doen. Oeganda sloot zijn grenzen niet of bouwde geen muren. Oeganda hielp. Het Oegandese volk deed wat mensen horen te doen: zij openden hun armen en verwelkomden de vluchtelingen en vaak deden ze dat in moeilijke en uitdagende omstandigheden. Dat kan moeilijk anders beluisterd worden als een kritiek op de manier waarop Europese landen, inclusief België, met vluchtelingen omgaat.

Alexander De Croo: Je moet jammer genoeg vaststellen dat er in Europa, en met name in de Europese politiek, niemand is die de moed heeft om dit soort beleid te voeren of voor te stellen. En natuurlijk zou het voor elk land ter wereld zo goed als onmogelijk zijn om een miljoen vluchtelingen op te vangen. En als je dan kijkt welke ontwikkelingsproblemen Oeganda zelf nog heeft, dan wordt het nog sterker dat men gekozen heeft voor dit open en inclusieve beleid.

CC Gie Goris (BY NC 2.0)

 

En de internationale gemeenschap legt tot nu maar 16 procent op tafel van het bedrag dat dit jaar nodig is om de enorme humanitaire inspanning van Oeganda voor zijn 1,2 miljoen vluchtelingen te financieren.

Alexander De Croo: Dat klopt en dat is te weinig. Zonder meer.

Maar u hebt ook geen extra middelen aangekondigd.

Alexander De Croo: Wij hebben ons humanitair budget voor de vier hongertoestanden [Nigeria, Somalië, Jemen en Zuid-Soedan] flink opgetrokken. Door op het terrein te zien hoe de Oegandese aanpak werkt, ben ik wel gemotiveerd om ook te bekijken of we binnen het afgesproken ontwikkelingsbudget van 62 miljoen voor Oeganda geen bijkomende middelen kunnen vinden. Het gaat ten slotte eerder om het opbouwen van nieuwe dorpen en om mensen de mogelijkheden te geven voor zichzelf te zorgen.

Hoeveel kan dat opleveren? Dat moeten we nog bekijken, en meer dan tien miljoen euro extra zal het niet zijn, maar we besteden dus al tussen 30 en 40 miljoen voor de hongersnoden, 15 miljoen steun aan het Wereldvoedselprogramma… En Europa heeft ook 80 miljoen extra aangekondigd.

Europa lijkt, via het Trust Fund, vooral in te zetten op samenwerking met Afrikaanse landen om ervoor te zorgen dat er geen Afrikaanse vluchtelingen meer naar Europa komen.

‘Wat je van de Europese ministers van Migratie hoort, daar gaan mijn oren soms echt van tuiten’

Alexander De Croo: Een maand geleden hadden we een gezamenlijke Europese Raad van ministers van Ontwikkelingssamenwerking en ministers van Migratie. Wat je van die laatsten hoort, daar gaan mijn oren soms echt van tuiten. De Britse minister zei dat hij maar één reden had om elke dag uit bed te komen, en dat was het opsporen van al wie zonder wettige papieren op het grondgebied verblijft en die uitzetten.

Migratieministers pleitten zelfs voor het stopzetten van remittances, omdat die geldstroom verantwoordelijk zou zijn voor het aanzwengelen van niet-reguliere migratie - terwijl het natuurlijk net andersom is: de overgrote meerderheid van de remittances zijn perfect legaal én zorgen er vaak voor dat kinderen thuis naar school kunnen, zodat ze de moeilijke migratie niet hoeven maken.

Ik heb daar duidelijk gezegd dat ik niet bereid was om het Europese ontwikkelingsbeleid te laten kidnappen door de migratie-aanpak. Je krijgt te veel de idee dat ontwikkelingssamenwerking een soort ruilmiddel kan zijn in de strijd tegen migratie. Daar ben ik het niet mee eens.

Een bijkomend probleem is dat er in Europa een grote verwevenheid ontstaan is tussen vluchtelingen en migratie - wat in feite twee verschillende bewegingen zijn. Door de grote welvaartsverschillen tussen de landen van herkomst en Europa, maar ook door de zeer beperkte mogelijkheden om regulier te migreren, komen heel wat migranten naar Europa als vluchteling of asielzoeker. Dat helpt de zaken niet vooruit.

Om illegale migratie harder aan te pakken, moeten we vooral zorgen voor meer en beter toegankelijke legale migratiemogelijkheden. Maar die discussie vindt niet plaats, ze wordt telkens opnieuw overschaduwd door de vluchtelingencrisissen of terroristische aanslagen.

‘Ik ben niet bereid om het Europese ontwikkelingsbeleid te laten kidnappen door de migratie-aanpak’

Eigenlijk is de boodschap: behandel mensen niet als vluchteling, maar als mensen met capaciteiten en ambities. Kijk niet alleen naar de miserie van vandaag, maar ook naar de kansen voor morgen.

Trouwens, het lijkt contradictorisch, maar een crisis zoals die welke Oeganda nu meemaakt, creëert onvermijdelijk ook economische kansen. Er zijn bijvoorbeeld op korte tijd tientallen hotels en restaurants bijgekomen in het noorden van Oeganda. Ik denk dat we met die economie bewuster moeten leren omgaan, want die biedt ook werkgelegenheid.

Ik zou in die zin liever een echte, constructieve hulpindustrie ondersteunen dan nog te blijven investeren in de wapenindustrie - een industrie van de dood - omwille van de banen die daarbij betrokken zijn.

Mensen in nood hebben immers behoefte aan sociale diensten, aan landbouwmaterieel, aan onderwijs, aan putboringen, aan biologisch afbreekbaar verpakkingsmateriaal, aan tenten, aan zo veel andere zaken: waarom bouwen we daarrond geen strategie uit, waar ook Belgische bedrijven, ngo’s en burgers toe bijdragen en voordeel bij hebben?

CC Gie Goris (BY NC 2.0)

 

Bij de opening van de Solidarity Summit in Kampala brachten vluchtelingen uit verschillende buurlanden van Oeganda korte getuigenissen. Het viel op dat die verhalen wel erg gedepolitiseerd waren: er was geen sprake van presidenten, regeringen, politici die verantwoordelijk waren voor de ellende waar deze mensen zich in bevinden. Onvermijdelijk misschien voor een VN-conferentie, maar toch ook wat te comfortabel voor de overheden die in de grote tent vertegenwoordigd waren.

Alexander De Croo: Dat klopt wel, ja. Men deed alsof geweld zomaar uit de hemel valt, op het hoofd van de mensen. Terwijl de moordpartijen in Zuid-Soedan bijvoorbeeld toch echt de verantwoordelijkheid zijn van de Zuid-Soedanese politieke klasse. Door daarover te zwijgen, wordt het allemaal te makkelijk: honger en geweld overkomen ons, en de westerse wereld moet ons helpen. En ja, wij moeten helpen. Maar de politieke leiders moeten zelf ook hun bijdrage doen, want zij zijn de enigen die de grondoorzaken - geweld, burgeroorlog, vervolging - kunnen aanpakken.

‘De politieke leiders uit Zuid-Soedan zijn de enigen die de grondoorzaken van de vluchtelingenstroom -geweld, burgeroorlog, vervolging - kunnen aanpakken’

‘Vrede komt er niet vanzelf’, zei u. ‘Dat vraagt leiderschap, hard werk en moed. Maar bovenal engagement. Op de eerste plaats vanwege de Zuid-Soedanese politieke klasse -regering én oppositie. Er is toch werkelijk geen excuus voor het feit dat een hele bevolking in een moordende wurggreep gehouden wordt?’ Wat kunnen de buurlanden en wat kan de internationale gemeenschap doen als de Zuid-Soedanezen niet bewegen?

Alexander De Croo: De bevolking lijdt al enorm onder het conflict, maar ik heb niet de indruk dat de leidende klasse dat lijden deelt. Wellicht is er druk uit te oefenen door de activa van de leiders te blokkeren, door vormen van gerichte embargo’s uit te proberen. Een wapenembargo, bijvoorbeeld, lijkt mij geen slecht idee, maar Oeganda is daar heel erg tegen - omdat dat volgens hen alleen de regering treft en niet de oppositie. Het is een drogredenering, maar ze maakt wel de grote verantwoordelijkheid van de buurlanden duidelijk.

Men zegt dat de buurlanden inderdaad actief betrokken zijn bij het conflict in Zuid-Soedan, niet zozeer als vredestichters, maar als wapenleveranciers en financiers. Oeganda houdt de hand boven het hoofd van Salva Kiir, Soedan steunt Riek Machar.

Alexander De Croo: Ik lees dat ook, maar kan daar niet over oordelen. Wat ik wel weet, is dat de meer stabiele landen in de regio actiever moeten meewerken aan de stabiliteit van landen als Zuid-Soedan. In die zin was het echt teleurstellend dat Alpha Conde, de voorzitter van de Afrikaanse Unie, er niet was - ook al was hij aangekondigd.

De opkomst voor de conferentie was trouwens over de hele lijn nogal teleurstellend, wat jammer is. Oeganda verdient aandacht en steun voor zijn aanpak van de vluchtelingencrisis. Op basis van de openingstoespraak van VN-secretaris-generaal Guterres zou ik hopen dat er vanuit die kant eventueel een initiatief komt om het vredesproces in Zuid-Soedan nieuw leven in te blazen.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur