Egyptische activiste Mahinour El-Masry: ‘We waren naïef, dom en we hebben onszelf overschat’

De Egyptische opstand sprak in de dagen van de Arabische Lente het meest tot de internationale verbeelding. Na de verkiezingsoverwinning van de Moslimbroeders en de daaropvolgende staatsgreep blijft er weinig enthousiasme over. Toch legt niet iedereen zich neer bij de terugkeer naar de autoritaire staat. MO* sprak met de Egyptische activiste Mahinour El-Masry. 

  • © Marwa Seoudi Mahinour El-Masry © Marwa Seoudi
  • © Marwa Seoudi Mahinour El-Masry © Marwa Seoudi
  • © Marwa Seoudi Mahinour El-Masry © Marwa Seoudi

‘We waren niet alleen naïef, we waren dom en we hebben onszelf overschat’, vindt activiste Mahinour El-Masry van zichzelf en van al haar medestrijders die met de val van Moebarak dachten dat ze niet meer te stoppen waren, dat het einddoel binnen handbereik was en de droom bijna werkelijkheid. Het einde van de grote ideologieën? ‘Misschien’, zegt El-Masry. ‘Maar mijn ideologie is de hoop en we staan nog maar aan het begin van de weg. We leren van onze fouten en dat is het belangrijkste.’

Ze wordt het icoon van de Egyptische revolutie genoemd. Mahinour Al-Masry (30), een extreemlinkse advocate, werd in augustus vrijgelaten nadat ze een celstraf van één jaar en drie maanden had uitgezeten wegens het “bestormen” van een politiekantoor in haar woon- en werkplaats Alexandrië. Aanvankelijk kreeg ze, samen met andere activisten, twintig jaar cel, maar de straf werd later naar vijftien maanden teruggebracht. En terwijl ze vanwege een soortgelijke zaak in 2014 vier maanden in de cel zat, kreeg ze de Ludovic Trarieux-prijs, een Europese prijs voor advocaten die zich voor de mensenrechten inzetten.

In mijn verbeelding zag ik een taaie, overbezette tante die snel-snel een paar vragen zou willen beantwoorden om zich daarna naar een volgende afspraak te haasten. In Caïro, waar ik met haar had afgesproken, zag ik een bescheiden en zelfs verlegen vrouw. Ik begreep waarom ze wel eens “vlinder van de revolutie” wordt genoemd. Ik zag een tengere en ranke gestalte, maar wel een met ijzeren overtuigingen.

Mahinour El-Masry kwam naar Caïro om haar examens af te leggen. ‘Het enige wat er in overvloed is in de gevangenis is tijd’, zegt ze. En die tijd heeft ze gebruikt om verder te studeren, maar ook om de erbarmelijke situatie van vrouwelijke gevangenen aan te klagen. ‘Vroeger dacht ik dat er grenzen waren aan armoede en aan onrecht. Later ontdekte ik dat die grenzen er in Egypte niet, niet aan armoede en ook niet aan onrecht’, zegt ze.

Tot voor kort was u lid van de Revolutionaire Socialisten. Gelooft u nog in de revolutie?

Mahinour Al-Masry: Ik ben altijd voor de revolutie geweest. Dat is voor mij geen vaststelling maar een uitgangspunt. Ik heb nooit geloofd dat verandering vanuit het systeem zelf mogelijk is, want het systeem heeft altijd de kracht om zichzelf opnieuw uit te vinden. Revolutie is voor mij het middel om tot een betere maatschappij te komen, een maatschappij van gelijkheid en rechtvaardigheid, waar er geen klassen zijn en waar er keuzevrijheid is voor iedereen. Vrijheid op het gebied van geloof, meningsuiting, seksuele geaardheid – alles.

© Marwa Seoudi

Mahinour El-Masry

Is dat mogelijk in een land als Egypte?

Mahinour Al-Masry: Ik geloof dat er niets is dat van vandaag op morgen kan veranderen. Maar er zijn dingen die zich opstapelen. In Egypte is er bij politiek actieve mensen jarenlang geen enkele vorm van activisme geweest. Geen enkele beweging of partij die een echte uitdager kon zijn voor de machthebbers werd toegelaten. Maar aan de andere kant waren er bewegingen, kleine bewegingen weliswaar, die er nooit in geslaagd zijn de leiding van het regime te doen vallen, maar die wel onderdeel zijn van een steeds groeiend geheel van ervaringen. Ik denk dat we in een leerproces zitten. In 1977, toen mensen op straat kwamen tegen de verhoging van de prijzen, vluchtte Anwar Sadat bijna. Maar de eisen gingen niet verder dan de hoogte van de prijzen. Wat we van de val van Moebarak geleerd hebben, is dat het probleem niet alleen bij de leiding van het regime ligt, maar bij het regime als zodanig.

Maar de leuze in 2011 was toen al “Het volk wil het regime doen vallen”. Men wilde duidelijk het regime als geheel weg.

 We moeten onze ideeën voorstellen en we moeten hard werken om mensen te overtuigen zonder in paternalisme te vallen.

Mahinour Al-Masry: Dat is inderdaad zo. Maar het probleem toen was dat de mensen alleen het hoofd van het regime zagen en niet het hele machtsapparaat. Als de leiding van het regime wegvalt, zullen er veranderingen komen, zo hebben mensen geredeneerd. Zelfs politiek bewuste mensen vatten de term “regime” niet op dezelfde manier op. Er waren verschillende groepen: islamisten, nasseristen (aanhangers van het nationalistisch socialisme van wijlen president (1956-1970) Gamal Abdel-Nasser, sb), liberalen… Zelfs wij, de groep die “Brood, vrijheid, sociale rechtvaardigheid” scandeerde, begrepen sociale rechtvaardigheid niet op dezelfde manier. De revolutie van 2011 was een goed moment om elkaar te leren kennen. We hebben de kans gehad om onze ideeën kenbaar te maken. Voordien zaten we in gesloten kringen. We waren met onszelf bezig en met mensen die op ons lijken.

U zei in een interview dat het volk weet wat het wil en dat het niet aan u is om raad te geven. Maar wie is het volk?

Mahinour Al-Masry: Het volk is niet iets vastomlijnds. In Egypte zijn er bepaalde groepen, zoals hoge officieren, rechters, zakenlui, die specifieke voordelen hebben. Alle groepen die die voordelen niet hebben, zoals de arbeiders, de boeren, de werklozen, de studenten, de bedienden, behoren tot het volk. En het volk heeft veel ideeën. Ik vind dat niemand tegen het volk mag zeggen: ‘U had deze weg moeten inslaan en niet deze.’ We moeten onze ideeën voorstellen en we moeten hard werken om mensen te overtuigen zonder in paternalisme te vallen. Want ook wij hebben ideeën die fout kunnen zijn en die we kunnen veranderen.

Is er een achteruitgang ten opzichte van de situatie van voor de revolutie?

Mahinour Al-Masry: Ik denk dat we in een revolutionair proces zitten en revoluties gaan niet altijd vooruit. Er zijn momenten dat er stappen achteruit worden gezet, naar gelang van onze kracht. We zijn achteruitgegaan, en dat is geen heimwee naar het regime van Moebarak, want dit is zijn erfenis.

© Marwa Seoudi

Mahinour El-Masry

Is de revolutie dan, zoals veel mensen in Egypte en over de hele Arabische wereld denken, een maat voor niets is geweest?

Mahinour Al-Masry: Nee, er zijn kleine verwezenlijkingen. Ik denk dat we erin geslaagd zijn uit om onze gesloten kringen te breken. We konden met onze ideeën een breed publiek bereiken. Daarom voert het regime nu oorlog tegen ons. Het regime verhindert je om te demonstreren, om je mening te uiten, om te publiceren. Het criminaliseert politieke partijen en vakbonden. Het regime wil ons terugbrengen naar de kring waarin we zaten. De kring van aanhoudingen, zodat we blijven focussen op dat punt en al onze energie daarin steken.

Er is ook meer politiek bewustzijn. Mensen praten. Ze zijn bang, maar ze hebben een mening en dat is nieuw. Er zijn ook taboes die beginnen sneuvelen.

Er is ook meer politiek bewustzijn. Mensen praten. Ze zijn bang, maar ze hebben een mening en dat is nieuw. Er zijn ook taboes die beginnen sneuvelen. Voor de revolutie wilden wij dat de begroting van het leger openbaar werd gemaakt. Mensen begrepen dat niet en waren bang. Maar nu is de houding anders.

Wat hebt u geleerd?

Mahinour Al-Masry: Vroeger dacht ik dat we een partij moesten stichten. Nu denk ik dat er iets groters nodig is, een soort beweging waarin heel veel mensen zich herkennen, waarin we het over de grote lijnen eens kunnen zijn om front te vormen tegen het regime. Maar dat we zwak zijn wil niet zeggen dat we veel toegevingen moeten doen. Samenwerken met retrograde groepen is voor mij uitgesloten.

Wie bedoelt u precies met “retrograde groepen”? De Moslimbroeders bijvoorbeeld?

Mahinour Al-Masry: Er is nu in Egypte een herschikking binnen de Moslimbroeders aan de gang. Er zijn twee groepen die zich aan het onderscheiden zijn. Er zijn mensen die extremistischer worden en dat is niet verbazingwekkend, gelet op het verschrikkelijke onrecht dat ze ondergaan. Hen nu vragen om samen aan een oplossing te werken is niet mogelijk. De gevangenissen zijn trouwens een broeihaard voor Daesh (IS). Het regime weet dat en ik denk zelfs dat het daar blij mee is, want het regime bouwt de eigen legitimiteit op het idee van terrorisme en de voortdurende oorlog tegen terrorisme. Het economische is gewoon weggevallen.

Er zijn ook kapitalisten die heel retrograde zijn en die volgens mij buiten ons staan. En er zijn ook liberalen met wie we het niet helemaal eens zijn over wie de productiemiddelen in handen moet hebben, maar ze geloven ook in het recht op een minimum aan waardig leven. Wij zien hen als partners.

Wat is voor jullie, mensen die zichzelf als extreemlinks bestempelen, nu het belangrijkste?

Mahinour Al-Masry: Herverdeling, daar geloof ik in. Nu bezit één procent van de bevolking de rijkdommen terwijl meer dan de helft van de mensen onder de armoedegrens leeft – en dat worden er nog meer, want we gaan allemaal achteruit. Dat is een probleem. Maar het is niet de bedoeling om de ene groep van de troon te stoten en er een andere op te zetten. Dat is wat er in het verleden is gebeurd met Gamal Abdel-Nasser en ook de Moslimbroeders waren op deze weg. Allereerst moet nu het belastingstelsel hervormd worden, zodat de rijken meer betalen, en niet de armen zoals nu het geval is, en dat er ook bovengrenzen komen aan de lonen.

© Marwa Seoudi

Mahinour El-Masry

U woont in een moslimland en u spreekt over secularisme en de scheiding tussen kerk en staat. Hoe kunt u de massa overtuigen?

Mahinour Al-Masry: Er zijn dingen die tijd nodig hebben om tot de brede bevolking door te dringen. Het is bij ons in Egypte moeilijk om dit standpunt in te nemen en mensen hiervan te overtuigen omdat we twee grote blokken hebben. We hebben soennitische moslims en orthodoxe christenen en die staan heel dicht bij elkaar. De ervaring die mensen nu hebben met de politieke islam maakt dat ze wel kunnen luisteren. Alleen moeten ze garanties hebben dat wij niet tegen religie zijn. En dat zijn we ook niet, integendeel.

We blijven vechten, want als we ermee stoppen gaan deze dingen niet vanzelf veranderen. Het kan alleen maar slechter worden.

Er zijn nog andere dingen die cultuurgebonden zijn en die zelfs wanneer de revolutie zou slagen tijd nodig hebben om te veranderen. Dingen zoals sektarisme, racisme, het neerkijken op de vrouw. Maar we blijven vechten, want als we ermee stoppen gaan deze dingen niet vanzelf veranderen. Het kan alleen maar slechter worden.

Hoe kijken mensen nu naar het tijdperk van Moebarak? Is er heimwee?

Mahinour Al-Masry: Er is een deel van de bevolking dat vindt dat de revolutie een achteruitgang betekent en dat heimwee heeft naar Moebarak. Maar er is een ander deel, en volgens mij is dat het grootste deel, en dat maakt me soms kwaad, dat alle hoop verloren heeft en zelfs geen heimwee heeft. Noch naar het tijdperk van Moebarak, noch naar de revolutie. En ze geloven ook niet in El-Sisi. Het is een soort teleurstelling in alles en een zoektocht naar persoonlijke oplossingen. We kunnen het die mensen natuurlijk niet kwalijk nemen dat ze aan emigratie denken of dat ze alleen op hun eigen leven focussen als wij geen alternatieven bieden.

Er is nog een andere groep, mensen waarvan je niet vermoedt dat ze voor de revolutie zijn, en die nu toch interesse in de politiek hebben en dat is nieuw.

Hoe kijkt u naar de toekomst?

Ik ben een van de domoren geweest, ja. We hadden een te groot zelfvertrouwen dat op niets was gestoeld.

Mahinour Al-Masry: Er is een probleem. We zien veel veranderingen in de wereld. Zelfs bondgenootschappen veranderen snel, en niet altijd op een begrijpelijke manier. Aanvankelijk gingen we ervan uit dat het huidige regime in Egypte geallieerd is aan Saoedi-Arabië, maar nu is er toenadering tot Iran. Er zijn beslissingen die een breuk hebben veroorzaakt binnen het militaire apparaat. Ik denk dat niet iedereen binnen het leger het eens is met het akkoord waardoor de twee eilandjes Tiran en Sanafir toegewezen werden aan Saoedi-Arabië. Deze breuk veroorzaakt onduidelijkheid en maakt het voor ons moeilijk. Wij weten niet wie we voor ons hebben.

Dat is wat met jullie is gebeurd toen jullie tegen Morsi betoogden?

Mahinour Al-Masry: Ik ben een van de domoren geweest, ja. We hadden een te groot zelfvertrouwen dat op niets was gestoeld. Maar we gingen niet akkoord met 3 juli toen Sisi vroeg om volkssteun in de aanpak van de Moslimbroeders. De fout die wij toen hebben gemaakt is dat we niet gezegd hebben dat wie die steun verleent mee verantwoordelijk is voor wat daarna zou gebeuren. En we weten wat er daarna gebeurd is. De verschrikkelijke slachtpartij van Raab’a.

Nu is er zelfkritiek en dat is een begin. Ik hoop dat ik verandering ga zien. We moeten ermee doorgaan een alternatief uit te werken, politiek maar ook cultureel en artistiek. Al die dingen samen kunnen ervoor zorgen dat als er een opstand komt, en die zal er komen, we daar klaar voor zijn en alternatieven kunnen bieden.

Dit artikel werd geschreven voor het winternummer van MO*magazine. Voor slechts €20 kan u hier een jaarabonnement nemen!

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur