De frisse wind van democratie in Gambia

Een jaar geleden wist het kleinste land van continentaal Afrika zich in de schijnwerpers van de wereld te manoeuvreren. Met de verkiezing van Adama Barrow kwam een einde aan 22 jaar staatsterreur. MO* interviewt Halifa Sallah, woordvoerder van de nieuwe president. ‘Dit is de Gambiaanse Lente.’

Lawrence Jackson (cc0)

December 2016. Verkiezingen in het land van Yahya Jammeh. Een vereende coalitie van de oppositie plaatst de hakken in het zand en realiseert het onmogelijke: de verkiezingen winnen. Jammeh, onder wiens 22-jaar durende schrikbewind folteringen, gedwongen verdwijningen en intimidatie schering en inslag waren, accepteert tegen alle verwachtingen in de uitslag. De internationale gemeenschap haalt opgelucht adem.

Maar Jammeh, de man die zichzelf ooit de eretitel “Admiraal van Nebraska” toekende, heeft nog een laatste strapats in de mouw zitten. Een week na de uitslag wenst hij alsnog het resultaat van de verkiezingen aan te vechten.

Een internationale troepenmacht onder leiding van het regionale ECOWAS-blok ontplooit zich in het land. Klaar om in te grijpen op het moment dat Jammeh’s wettelijke ambtsperiode zou verstrijken op 19 januari 2017. Intussen ontvluchten 45.000 Gambianen het land uit angst voor geweld. De verkozen president Adama Barrow wordt noodgedwongen ingehuldigd op de Gambiaanse ambassade in Dakar, hoofdstad van buurland Senegal.

In extremis kiest de dictator alsnog eieren voor zijn geld. Op 21 januari vlucht hij naar Equatoriaal-Guinea met 50 miljoen dollar uit de staatskas onder de arm gekneld. Sindsdien heeft niemand nog iets van hem gehoord.

Halifa Sallah is op uitnodiging van de Gambiaanse gemeenschap in Brussel, waar hij een lezing geeft in de gebouwen van de VUB. Gedurende het hele interview zal hij Yahya Jammeh niet één keer bij naam noemen.

Mr. Sallah, hoe kijkt u terug op de afgelopen verkiezingen?

Halifa Sallah: Ik geloof dat we een verandering hebben teweeggebracht die weinig Gambianen voor mogelijk hadden geacht. Het idee dat de verkiezingen gewonnen zouden kunnen worden door de oppositie kwam gewoon niet op bij de Gambianen. Nu komt het erop aan om de democratische ruimte te openen en ons volk bewust te maken van het feit dat de macht hen toebehoort. Want het is net die macht die ingezet is geweest om een regime af te zetten dat zichzelf gedurende 22 jaar vastklampte aan de macht.

Het was een innovatieve verandering. Innovatief, omdat we verandering teweegbrachten zonder geweld te gebruiken.

Mogen we spreken van een Gambiaanse Lente?

Halifa Sallah: Ja, maar er is meer. Het was een innovatieve verandering. Innovatief, omdat we verandering teweegbrachten zonder geweld te gebruiken. Kijk, de internationale gemeenschap voorspelde oorlog. Dat er geïnvesteerd moest worden in een duurzame vrede was duidelijk. Maar duurzame vrede is alleen mogelijk als er respect is voor zowel het verdict van het volk als voor de grondwet. Dat respect moet komen vanuit zowel de burgerlijke maatschappij als het leger.

Tegen het leger hebben we gezegd dat ze beschouwd zouden worden als rebellen, mochten de militairen na de 18e steun hebben blijven verlenen aan het regime. Hijzelf (Jammeh, nvdj) zelf zou beschouwd zijn geweest als een rebel mocht hij na de 18e zijn aangebleven. En laat de status van rebel niet iets zijn om na te streven.

Precies dat respect maakt dat we kunnen spreken van een Gambiaanse Lente: de grondwet, die stelt dat binnen de drie maanden voor het einde van een ambtstermijn verkiezingen moeten plaatsvinden. De uittredende president moet zijn post verlaten op het einde van de vijfjarige ambtsperiode. Dat is waarom we hebben gezegd dat we de datum van 18 januari gingen afwachten, de laatste dag van de vorige ambtsperiode.

Gelukkig besliste het hele veiligheidsapparaat om grondwettelijk te handelen en de nieuw verkozen president Barrow te steunen. En ook het volk handelde wijs. Vanuit de Coalitie 2016 werd de bevolking opgeroepen tot kalmte. Inderdaad, welke nood is er om op straat te komen als je net de verkiezingen hebt gewonnen? Het is dankzij deze formule dat we oorlog hebben kunnen vermijden, en dat we inderdaad mogen spreken van een Gambiaanse Lente.

Arne Gillis

 

Wat is de logica achter de politieke consensus die daaraan vooraf ging? De winnende Coalition 2016 was een amalgaam van een zevental politieke partijen. President Barrow trad officieel uit zijn UDP-partij en werd voorgesteld als een onafhankelijke kandidaat van Coalition 2016. Uzelf bent voorzitter van de socialistische PDOIS.

Halifa Sallah: Om een vredevolle oplossing te bereiken, moesten we ver wegblijven van de idee om één politieke partij of één persoonlijkheid tot president te maken. We moesten een verandering teweegbrengen, een nieuw Gambia, waar alle Gambianen in samenspraak zouden kunnen bouwen aan een nieuw multipartijensysteem.

Leiderschap kan zich alleen handhaven als het ondersteund wordt door de gemeenschap. Vanuit die redenering hebben we op het niveau van de ganse oppositie Coalition 2016 opgericht, ongeacht de verscheidenheid van de politieke oriëntatie van de deelnemende partijen. Het was de enige mogelijke politieke tactiek die de ontbinding van het land kon voorkomen. Kijk maar naar Libië en Egypte, waar de Lente omwille van die reden uitdraaide op een flop.

In Gambia hebben we hieruit geleerd. Met de Coalition 2016 hebben we een gezamenlijke presidentskandidaat naar voor geschoven die zich zou presenteren als onafhankelijke. Die kandidaat zou zich niet opnieuw verkiesbaar mogen stellen in de volgende verkiezingen en zou bovendien slechts drie jaar aanblijven, in plaats van de gebruikelijke vijf jaar. Die kandidaat is uiteindelijk Adama Barrow geworden. Hem werd de taak toevertrouwd om het nieuwe Gambia op te bouwen dat op inclusieve leest is geschoeid.

Hoe schat u zijn taak in? Jammeh’s autocratische instituten en praktijken ontmantelen lijkt me niet min als taak.

Er moet een limiet van twee ambtsperiodes komen. Ook de wetgevende en rechterlijke machten moeten hervormd worden. Dat zal allemaal het democratische vertrouwen opkrikken.

Halifa Sallah: Je kan zijn taak opdelen in twee grote benaderingen. Enerzijds heb je nood aan een mentaliteitswijziging, anderzijds moeten er instituten opgebouwd worden. Wij geloven dat een mentaliteitswijziging aanleiding zal geven aan de transformatie van instituten. Het vertrouwen in de democratie moet dus eerst opgekrikt worden. In Gambia is er in 52 jaar (sinds de onafhankelijkheid, nvdr) geen verandering gekomen die door het volk is ingezet. Uiteraard hebben mensen op dat punt geen geloof meer in de staat.

Eerst en vooral moet de grondwet aangepast worden. Er moet een limiet van twee ambtsperiodes komen. Ook de wetgevende en rechterlijke machten moeten hervormd worden. Dat zal allemaal het democratische vertrouwen opkrikken. Het is iets waar we vandaag al mee begonnen zijn. Het feit dat Barrow een termijn accepteerde van drie jaar in plaats van vijf toont aan dat die verandering is ingezet.

Moeten we de lage opkomst bij de verkiezingen ook in het licht zien van het beschadigde vertrouwen in de democratie?

Halifa Sallah: Ja, het was een uiting van wanhoop bij de Gambianen. Als je niet gelooft in een systeem, doe je niet mee. Dat was het geval bij de presidentsverkiezingen van december 2016, omdat toch niemand geloofde dat de oppositie de verkiezingen kon winnen. En bij de parlementsverkiezingen van april 2017 was de opkomst ook niet hoog, net om de reden die ik daarnet aanhaalde: het vertrouwen in de democratie moet hersteld worden. Dat is een proces van lange adem. Het is aan die weg dat we nu aan het timmeren zijn.

Maar er is een basis gecreëerd voor dat vertrouwen. Dat werd duidelijk toen Barrow van Dakar terugkeerde naar Banjul als president (Barrow werd ingehuldigd op de Gambiaanse ambassade in Dakar, Senegal, nvdr). Tienduizenden mensen kwamen de straat op om hem te begroeten, waaronder een deel mensen die niet hadden gestemd. Het toonde aan dat mensen an sich wel geloven in eerlijke en vrije verkiezingen. Ik denk dat dat geloof in de toekomst alleen nog maar sterker zal worden.

Het gevreesde repressieapparaat van Jammeh, de National Intelligence Agency, is door Barrow intussen van naam veranderd en heet nu State Intelligence Services. Blijft het bij een naamsverandering?

Halifa Sallah: Er moet een volledige hervorming komen van het veiligheidsapparaat. Dat kan alleen gebeuren door een grondwetswijziging, omdat de NIA in de huidige grondwet is verankerd. De naam is intussen wel veranderd en ook de bevoegdheden van het agentschap zijn ingeperkt. Zo heeft de SIS geen bevoegdheid meer om arrestaties uit te voeren. Het moet de taak zijn van de politie om de wet te handhaven, niet van het agentschap.

‘Ja, ik weet dat mij kwaad is aangedaan. Laat mij nu vrij zijn, zodat ik kan vergeven.’

Maar als je mij vraagt hoe ver we staan met de hervormingen… Er is een agenda om het veiligheidsbeleid te wijzigen. Die wordt momenteel bediscussieerd.

De nieuwe staat moet in ieder geval verzekeren dat diegenen die slachtoffer waren van het verleden fair behandeld worden. Niet met wraak als middel, maar met rechtsspraak. ‘Ja, ik weet dat mij kwaad is aangedaan. Laat mij nu vrij zijn, zodat ik kan vergeven.’

Onder Jammeh ontvluchtten veel Gambianen het land richting Europa. Disproportioneel, want hoewel het land een bevolking telt van nog geen 2 miljoen mensen was de Gambiaanse nationaliteit altijd zeer goed vertegenwoordigd op de bootjes in de Middellandse Zee. Het vreemde is dat vanaf 2017, nadat Barrow aan de macht kwam, hun aantal amper afnam…

Halifa Sallah: Daar is een duidelijke verklaring voor. Elke twaalf jaar verlaten zo’n 400.000 kinderen het Gambiaanse schoolsysteem. We hebben geen industrie, we produceren voornamelijk ruwe materialen. Jonge mensen hebben amper uitzicht op werk. We hebben ook geen coöperatieve bank die jonge mensen geld zou kunnen lenen om bedrijfjes op te starten.

In essentie zijn de bootvluchtelingen economische migranten. Dat waren ze vroeger ook. Het is een economisch probleem dat niet verdwijnt van de ene dag op de andere. Laten we niet uit het oog verliezen dat dit voornamelijk jonge mensen zijn die het moeilijk hebben om werk te vinden in de Gambiaanse maatschappij.

Waren er onder Jammeh dan geen politieke vluchtelingen?

Halifa Sallah: Uiteraard was er onder het vorige bewind ook die politieke dimensie. Maar politiek en economie vallen niet van elkaar te scheiden. Gambia was onder het vorige regime een politiek geïsoleerd land, en daardoor waren de economische mogelijkheden zeer beperkt. Ons land liep zo een aantal belangrijke investeringen mis. Het is trouwens niet zo dat jonge Gambianen alleen naar Europa vluchtten. Overal in Afrika kan je landgenoten terugvinden. Het zijn mensen die in de eerste plaats op zoek gingen naar nieuwe kansen.

Het is ook zo dat een politieke omwenteling niet onmiddellijk zorgt voor een economische verbetering. Economie volgt altijd de politiek, maar op een veel trager tempo.

Ziet u een oplossing voor het feit dat vele jonge mensen het land nog steeds ontvluchten?

We zouden de fondsen die we nu van de Europese Unie krijgen, kunnen gebruiken om microkredieten te verschaffen aan jongeren die iets willen ondernemen.

Halifa Sallah: Er moet een proces opgestart worden dat die mensen herintegreert in de Gambiaanse maatschappij. We hebben een collectief management van het probleem nodig. We zouden de fondsen die we nu van de Europese Unie krijgen, kunnen gebruiken om microkredieten te verschaffen aan jongeren die iets willen ondernemen. Dat idee is opgeworpen in het parlement en de bevoegde ministers verzamelen momenteel de nodige data. Het kan een oplossing zijn voor het probleem van de migratie – in ieder geval op korte termijn.

Anderzijds moeten we ook de Gambiaanse economie evalueren. We moeten ervoor zorgen dat we niet alleen de grondstoffen produceren, maar ze ook verwerken. Zo kunnen we jobs creëren. We hebben een machtige oceaan. De vis vangen we al, maar we kunnen ze ook verwerken en in het buitenland verkopen. We kunnen ons fruit verwerken tot drank. Er zijn mogelijkheden.

Zaak is dat de huidige transitieregering moet overleggen met buitenlandse regeringen over samenwerkingen. De politieke partijen moeten intussen adequate antwoorden zoeken op het probleem van de werkloosheid. Met die antwoorden kunnen ze dan binnenkort naar de kiezer stappen.

Hoe verklaart u dat Gambia tot nu toe gespaard is gebleven van terroristische aanslagen uit islamistische hoek? Zowel Mali, Burkina Faso als Côte d’Ivoire werden de afgelopen jaren verschillende keren getroffen en ook in buurland Senegal lopen de spanningen op.

Halifa Sallah: Ik wil niet beweren dat Gambia immuun is voor terrorisme van dat slag. Het is gewoon nog niet gebeurd. Maar je vraag raakt vele factoren. De eenheid van de Gambiaanse maatschappij en de stijging van de onderwijsmogelijkheden hebben ertoe bijgedragen dat dergelijke groepen nog niet zijn opgestaan. In andere landen, waar de staat afwezig is en waar jonge mensen op het gebied van onderwijs alleen terechtkunnen in madrassa’s (Koranscholen, nvdr), krijg je dat soort van problemen.

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur