‘De hokjes waarin lgbt-moslims geduwd worden kloppen niet zomaar’

Interview

Wim Peumans en Hind Eljadid in gesprek over lief en leed bij lgbt-moslims

‘De hokjes waarin lgbt-moslims geduwd worden kloppen niet zomaar’

‘De hokjes waarin lgbt-moslims geduwd worden kloppen niet zomaar’
‘De hokjes waarin lgbt-moslims geduwd worden kloppen niet zomaar’

Len Buggenhout

01 mei 2021

Lgbt’ers met een moslimachtergrond beleven hun seksualiteit op een andere manier dan hun deelgenoten zonder moslimachtergrond. In “Habibi” laat Wim Peumans tien van hen aan het woord. Met queeractiviste Hind Eljadid gaat hij in gesprek over homoseksualiteit, religie en migratie.

Len Buggenhout

Hind Eljadid & Wim Peumans

Len Buggenhout

Lgbt’ers met een moslimachtergrond beleven hun seksualiteit op een andere manier dan hun deelgenoten zonder moslimachtergrond. In “Habibi” laat auteur Wim Peumans tien van hen uitgebreid aan het woord. Met queeractiviste Hind Eljadid, die het boek ook las, gaat hij in gesprek over homoseksualiteit, religie en migratie. ‘Als lgbt-moslims al aan bod komen is dat vaak in een slachtofferrol. Dat is jammer.’

‘Als je me vraagt wat de mensen die ik voor mijn boek sprak nodig hebben om out & proud hun leven te kunnen leiden, dan vertrek je van de aanname dat mensen uit de kast willen en moeten komen’, zegt antropoloog en schrijver Wim Peumans halverwege het gesprek.

‘Terwijl er helemaal geen geijkte formule bestaat voor een coming-out. Iedereen moet zoiets voor zichzelf uitmaken. En daarbij speelt je persoonlijkheid een rol, de relatie met je familie en hoe je familie in het leven staat. Witte mensen hebben daar vaak een nogal eenzijdig beeld van.’

Peumans raakt met deze uitspraak aan de kern van zijn recent verschenen boek Habibi. Tien lgbt-moslims uit Vlaanderen en Nederland vertellen daarin in alle openheid over hoe zij hun seksualiteit ervaren en vormgeven. Het is een soort vervolg op zijn doctoraatsonderzoek, waarvoor hij tussen 2010 en 2015 meer dan zestig diepte-interviews afnam met lgbt-moslims en hun vroeg een dagboek bij te houden. Sommigen van hen zocht hij opnieuw op.

Kruispunt van minderheden

De getuigenissen in het boek zetten vastgeroeste ideeën op de helling, zowel over homoseksualiteit als over de islam. Als lezer kun je niet anders dan te concluderen dat dergelijke verhalen nog steeds broodnodig zijn. Dat zegt ook Hind Eljadid — schrijver, performer en openlijk lesbisch — wanneer ze in de Bibliotheek Hasselt Limburg in gesprek gaat met de auteur.

Eljadid: Ben je queer én moslim, dan ben je nog steeds een uitzondering. Op persoonlijk vlak was het boek voor mij een verrijking. Ik heb mezelf in vraag gesteld, want ook ik heb mijn eigen kijk op religie en hoe ik ze beleef. Het was interessant om te zien hoe andere mensen met een moslimachtergrond hiermee omgaan.

‘Hoe lgbt-moslims zichzelf zien, in hun eigen bewoordingen, komt eigenlijk zeer weinig aan bod.’

Onze samenleving is snel aan het veranderen. Maar voor veel mensen is het nog steeds moeilijk om uit de kast te komen bij familie of in de gemeenschap, waardoor je vaak uitgesloten wordt als je dat wel doet. Dat geldt niet alleen voor moslims, maar voor iedereen die een religie beleeft — dus evengoed voor christenen of joden. Op dat vlak is het belangrijk om te tonen dat zij geen uitzondering zijn. Hoe meer je iets gaat normaliseren, hoe sneller het geaccepteerd wordt.

Peumans: Hoe lgbt-moslims zichzelf zien, in hun eigen bewoordingen, komt eigenlijk zeer weinig aan bod. En als het gebeurt, is het vaak in een slachtofferrol. Dat vind ik jammer.

Ik wilde aantonen dat zij verschillende ervaringen hebben. Ze hebben ieder een andere relatie tot hun geloof, tot hun coming-out. Hun identiteit bevindt zich op het kruispunt van verschillende minderheden, met name een seksuele, religieuze en etnische minderheid. Door hun verhalen krijg je een goede inkijk in onze samenleving. Enerzijds zitten ze in bepaalde hokjes, en anderzijds gaan ze eraan voorbij. Eigenlijk zeggen ze: kijk, die hokjes, die kloppen niet zomaar.

Eljadid: Ja, ik las in je boek dat je niet als volwaardig lid van de lgbt-gemeenschap bekeken wordt als je niet uit de kast bent. Daar schrok ik even van. Want ik ben heel open over mijn seksualiteit en het kan me weinig schelen wat andere mensen van mij denken. Maar wie zich niet out, voelt zich nergens volledig thuis. Niet in hun eigen gemeenschap, of dat nu de Marokkaanse of moslimgemeenschap is. In de holebigemeenschap evenmin, want zij zijn daar geen volwaardig lid van.

Len Buggenhout

Wim Peumans: ‘Je hebt natuurlijk de regels van je geloof, maar dan is de vraag: wat doe je daar in de praktijk mee?’

Len Buggenhout

Waarom is die relatie tussen homoseksualiteit en de islam — en bij uitbreiding ook de andere religies — eigenlijk zo moeilijk?

Peumans: Dat homoseksualiteit niet toegelaten is in de islam vindt onder andere zijn oorsprong in het verhaal van de profeet Loet. In het Oude Testament is dat het verhaal van Sodom en Gomorra. Loet werd naar de stad Sodom gezonden omdat de inwoners zich seksueel losbandig gedroegen. Hij probeerde de bevolking herhaaldelijk te waarschuwen voor de straf van God die hen te wachten stond, maar zijn adviezen vielen in dovemansoren.

Het volk werd gestraft door God, zogezegd omdat mannen seks hadden met elkaar. Deze interpretatie wordt door de meerderheid van de moslims als vanzelfsprekend beschouwd. Maar een andere interpretatie luidt dat God het volk strafte voor zijn losbandigheid, voor het overspel en de verkrachtingen. Een trouwe en liefdevolle relatie tussen twee personen met hetzelfde gender zou dan wel moeten kunnen.

Eljadid: Ik geloof ook dat er nog iets anders meespeelt. We hebben het hier over oude religies, die zich afspelen in een andere tijd. Destijds, als je geen kinderen had, kon je jouw stamboom niet voortzetten. Zeker op het platteland was dat van belang. Je moest je voortplanten, net zoals je kinderen, al was het maar om de erfenis veilig te stellen. Bovendien dicteerde het geloof vroeger de wet. Speelt dat ook niet mee, denk je? Behalve dan het verhaal van Loet?

‘Seksualiteit krijgt precies meer gewicht dan elke andere zonde.’

Peumans: In de religieuze teksten is er een Hadith die zegt dat het huwelijk de helft van je geloof uitmaakt. Om maar te zeggen dat trouwen en kinderen krijgen heel, heel belangrijk is. Het verschil met het katholicisme, waar seks enkel dient voor de voortplanting, is dat seks binnen de islam als iets positiefs gezien wordt. Beide partners zijn verantwoordelijk voor elkaars genot en seksueel plezier.

Eljadid: In het jodendom dient seks ook enkel de voortplanting. Maar wat ik interessant vind, is dat alleen mannen de Thora mogen lezen. Het is vrouwen verboden die teksten te lezen. Eigenlijk weten die vrouwen niet wat er precies geschreven staat. Het zijn de mannen die de teksten interpreteren en zo aanleren aan vrouwen. Maar mannen beleven seksualiteit gewoon op een andere manier. Als vrouwen onderwezen zouden worden over hun religie zou die er waarschijnlijk helemaal anders uitzien.

Moet er dan beter religieus onderricht komen?

Peumans: Ik denk het wel. Ik ben ervan overtuigd dat gelovigen dan geneigd zouden zijn om zelf interpretaties te zoeken, in plaats van zich gewoon te verlaten op een autoriteit die dat voor hen bepaalt. Je ziet dat al meer bij moslimjongeren. Zij hechten minder waarde aan wat hun imam zegt, die vaak rechtstreeks uit Marokko of Turkije komt en minder voeling heeft met de leefwereld van de jongeren die hier geboren en getogen zijn.

Eljadid: Zijn zij ook niet minder het slachtoffer van die culturele groepsdruk? Als je hier opgroeit in plaats van in een islamitisch land ervaar je die constante groepsdruk minder. Omdat daar iedereen moslim is, hoor je bijvoorbeeld constant de oproep tot het gebed. Terwijl jongeren hier opgroeien met een meerlagige identiteit en ze sowieso met andere zaken in aanraking komen.

Peumans: Ja, ik denk zeker dat het collectieve belangrijker is in landen in Noord-Afrika en het Midden-Oosten. Maar aansluitend wil ik ook zeggen dat vaak vergeten wordt dat de strijd tussen goed en slecht gedrag een strijd is die iedere moslim voert in zijn dagelijkse leven. Niet enkel lgbt-moslims moeten die strijd leveren.

Je hebt natuurlijk de regels van je geloof, maar dan is de vraag: wat doe je daar in de praktijk mee? Er zijn ook moslims die alcohol drinken, er zijn heel wat moslims die geen vijf keer per dag bidden.

Eljadid: Maar seksualiteit krijgt precies meer gewicht dan elke andere zonde. Iemand die alcohol drinkt of varkensvlees eet zal nog veel meer door zijn gemeenschap aanvaard worden dan iemand die openlijk gay is.

Peumans: Ik denk dat dat komt omdat seksualiteit het meest intieme is van de mens. En religies zijn er altijd heel goed in geweest daar hun zegje over te willen doen. Omdat je mensen dan heel goed kunt controleren.

Zeker in het verleden wilden religies echt macht hebben over het handelen van de mens. Dat is bijvoorbeeld het verschil met het boeddhisme. Daar wordt niets gezegd over met wie mensen naar bed mogen gaan en is homoseksualiteit geen probleem.

Wat me opviel in het boek, is dat alle getuigen moeite hadden om hun seksualiteit te doen matchen met hun religie. En toch is er niemand die zijn of haar geloof laat vallen. Ze gingen allemaal op zoek naar een eigen invulling.

Eljadid: Of naar een alternatieve manier om hun geloof te beleven. Dat is toch het grote verschil tussen geloof en religie, vind ik. Je hebt drie pijlers: geloof, religie en cultuur. Je gelooft in iets, dat is puur een gevoel. Ik geloof in mijzelf, ik geloof in energieën en zeker ook in enkele aspecten van de islam. Religie is dan het praktiseren van je geloof.

En dan heb je nog cultuur, of de culturele druk. Zo wordt er in de Marokkaanse gemeenschap bijvoorbeeld nog steeds van je verwacht dat je trouwt met iemand met dezelfde huidskleur, terwijl dat niets te maken heeft met religie. Die groepsdruk vanuit hun gemeenschap is iets waardoor veel mensen in het boek nog problemen ondervinden. Denk je dat ze daardoor hun religie niet zomaar laten vallen, om nog deel te blijven uitmaken van die gemeenschap?

‘Je brengt meer dynamiek in wat je verstaat onder cultuur en religie door het migratieaspect erin te betrekken.’

Peumans: Dat vind ik moeilijk om in hun plaats te beantwoorden. Ik heb niet het gevoel dat zij religie blijven praktiseren omdat ze druk ervaren. Wel merk ik vaak dat het iets dubbel is. Enerzijds is religie iets dat een intern conflict veroorzaakt, zeker bij adolescenten. Anderzijds is religie ook een steunpilaar, een anker waar ze naar kunnen grijpen tijdens hun alledaagse leven.

Daarbovenop mogen we het migratieaspect niet vergeten, wat ook aan bod kwam in mijn doctoraat. Er wordt vaak naar cultuur en religie verwezen als iets wat niet verandert. Alsof migranten hun religie en cultuur uit hun koffer pakken en die gewoon op dezelfde manier beleven in België als in pakweg Marokko.

Door migratie gaan bepaalde aspecten van een cultuur of een religie net meer of minder belang krijgen, zeker in relatie tot gender en seksualiteit. Of neem bijvoorbeeld het respect voor ouderen, wat binnen de Marokkaanse cultuur belangrijk is. Ik weet niet wat jouw achtergrond is, Hind?

Eljadid: Mijn vader is naar hier gekomen. Ik ben de tweede generatie.

Peumans: Ouders hebben vaak heel grote offers moeten doen: economisch, emotioneel en sociaal. Dat vereist gewoon respect. Daardoor vinden zij het belangrijk dat hun kinderen zich ontwikkelen op een manier die in hun verwachtingspatroon valt. Je brengt meer dynamiek in wat je verstaat onder cultuur en religie door het migratieaspect erin te betrekken.

Eljadid: Ik merk dat conflict tussen de verschillende generaties zelf ook. Mijn vrouw is de eerste generatie hier, net zoals mijn vader. Hij vindt bijvoorbeeld dat we gewoon normaal moeten doen, met ons gezicht naar beneden, werken en dankbaar zijn. De tweede en derde generatie beschouwen zich als volwaardige burgers van hier die hun plek in de samenleving volledig mogen opeisen. Ik zie bij heel wat jongeren net hierdoor een identiteitscrisis ontstaan: verraad ik mijn afkomst als ik mij op een bepaalde manier ga gedragen?

Sommige van je getuigen laten blijken dat er racisme is in de lgbt-gemeenschap. Hoe uit zich dat?

Peumans: Ik denk dat lgbt’ers gewoon deel uitmaken van de samenleving in het algemeen, en die is gewoon racistisch en discriminerend ten opzichte van minderheden. Omdat zij soms zelf worden gediscrimineerd, gaan mensen er dan ten onrechte van uit dat lgbt’ers zelf niet discrimineren. Maar dat gebeurt dus wel. Vooral tijdens het daten zie je dat.

‘Is het aan een witte homoman om de verhalen van lgbt-moslims neer te schrijven?’

Homo- of biseksuele mannen met Arabische achtergrond liggen goed in de markt. Zij worden als iets exotisch gezien, iets spannends. Er bestaan ook erotische stereotypes. Chinese of Aziatische mannen zijn te vrouwelijk, niet echt seksueel actief. Arabische mannen zouden heel viriel zijn. En er is gewoon geen beginnen aan hoe seksueel actief zwarte mannen zouden zijn. Er is veel interesse om onenightstands te hebben. Maar als het dan verder gaat, stopt het eigenlijk.

Eljadid: Is er niet veel racisme tegen Aziatische mannen op datingapps?

Peumans: In profielteksten staat vaak letterlijk: ‘No fems, no fats, no Asians’ (Wat zoveel betekent als: ‘geen interesse in vrouwelijke mannen, dikke mannen of Aziaten, red.). En voor mensen met een migratieachtergrond is er een bijna onuitgesproken aanname dat ze dat in hun profielnaam zetten, zoals Sphinx of Desert Flower.

Die aandacht vinden ze soms wel fijn, maar anderzijds worden ze herleid tot hun huidskleur of tot bepaalde ideeën die er over hen bestaan.

Eljadid: Dit gebeurt al op zoveel vlakken binnen hun identiteit: in hun carrière, in hun sociaal leven. En nu weer tijdens het daten. Ik snap dat die aandacht leuk en spannend kan zijn, maar aan de andere kant is ze erg denigrerend.

Len Buggenhout

Hind Eljadid: ‘Activisme is heel vermoeiend.’

Len Buggenhout

Op de barricaden

De vraag is onvermijdelijk in 2021 en dus dringt ze zich ook in dit gesprek op: is het aan een witte homoman om de verhalen van lgbt-moslims neer te schrijven?

Het onderwerp is de aanleiding voor een gedachtenwisseling over de onderrepresentatie van bepaalde groepen in de media en culturele wereld. Maar over het boek zijn beiden het snel eens. Omdat Peumans de getuigen zelf aan het woord laat en niet in hun plaats spreekt, kan het voor Eljadid perfect.

‘Ik denk dat de aanvaarding van lgbt’ers in het algemeen permanent aandacht behoeft.’

De auteur rechtvaardigt die keuze vanuit zijn antropologische achtergrond, door in zijn onderzoek een manier te zoeken waarbij hij zijn eigen voorkeuren of achtergrond niet te fel laat doorschemeren.

Zo belanden we bij het nawoord van Sidi Larbi Cherkaoui, waarin de Antwerpse choreograaf schrijft: ‘Wat kost het ons om onze omgeving te herschapen en te begeleiden tot bredere, genuanceerde inzichten? En in hoeverre is dit werk dat we moeten uitvoeren iets dat je heel je leven moet doen?’

Proberen jullie daar eens een antwoord op te formuleren.

Eljadid: Activisme is heel vermoeiend. Dat merk je soms bij zwarte mensen, die vinden dat ze zichzelf niet moeten blijven uitleggen.

Maar de combinatie van homoseksualiteit en islam, of religie in het algemeen, is nog behoorlijk nieuw, toch? Daar valt nog een hele strijd te leveren. Niet iedereen moet op de barricaden gaan staan. Mensen die zich willen uitspreken, moeten dat vooral doen. En nog belangrijker: media moeten die stemmen ook oppikken. Zo kunnen ze proberen de publieke opinie stap voor stap te veranderen.

Peumans: Ik denk dat de aanvaarding van lgbt’ers in het algemeen, dus niet alleen in de moslimgemeenschap, permanent aandacht behoeft. De mogelijk homofobe moord op David P. was voor iedereen, en vooral voor politici, een wake-upcall.

We hebben al 20 jaar een goede wetgeving. Maar het is niet omdat die wetten er zijn, dat mensen in het algemeen ook positief ten opzichte van lgbt’ers staan. Ik denk dat het vaak sociaal wenselijk is geworden om te zeggen dat je niks hebt tegen lgbt’ers. Maar als je dan doorvraagt over transgenders of wat men ervan zou denken als het eigen kind uit de kast komt, dan krijg je wel een ander beeld.

Habibi. Het lief en leed van lgbt-moslims van Wim Peumans is uitgegeven door Uitgeverij Vrijdag. 160 blz. ISBN 9789460019807.

‘Habibi’, de expo gekoppeld aan het boek, met kunstwerken van Sami Ammar: 1/6 — 13/6 (Lagrange Points boekhandel, Brussel), 28/6 — 11/7 (Zomerfabriek, Antwerpen). Gespreksavond: 10/7, POC* Pride, Antwerpen.

Kruimeldief van Hind Eljadid & Fatima-Zahra Eljadid is uitgegeven door EPO Uitgeverij. 160 blz. ISBN 9789462672734.