Interview: ecofeministes Ineza Umuhoza Grace en Maytik Avirama

De jongeren die de milieubeweging wakker willen schudden

© Vice Versa

Klimaatactivistes Maytik Avirama (links) en Ineza Uhumoza Grace (rechts) zijn ervan overtuigd dat de milieubeweging jongeren nodig heeft om succesvol te zijn.

Jonge activisten geven wereldwijd met nieuwe ideeën een impuls aan de milieubeweging. Alleen: gevestigde organisaties zitten daar niet altijd op te wachten. Terwijl jongeren net bruggenbouwers kunnen zijn, vinden twee jonge ecofeministes. ‘Jongeren in pakweg Colombia, Zuid-Afrika en Zwitserland vinden het heel normaal om projecten op te zetten met elkaar.’

Over de auteur:

Elian Yahye is freelance journalist voor onder andere De Correspondent, Vice Versa en NRC. Hij schrijft over jongerenbewegingen en internationale relaties. Van 2016 tot en met 2018 was hij voor Nederland de jongerenvertegenwoordiger bij de Verenigde Naties.

Van de Zweedse Greta Thunberg tot de Oegandese Vanessa Nakate: wereldwijd lopen jongeren voorop in de strijd tegen klimaatverandering. Jonge activisten hebben de milieuproblematiek de afgelopen jaren hoog op de politieke agenda gekregen.

In aanloop naar de wereldwijde klimaatstakingen in 2019 schreef het wetenschapstijdschrift Nature een artikel met de kop Hoe jonge klimaatactivisten de aandacht van de wereld op zich gevestigd hebben. Maar toch worden die jonge activisten niet altijd met open armen ontvangen door gevestigde milieuorganisaties, vertellen Maytik Avirama (30) en Ineza Umuhoza Grace (25) in een gezamenlijk interview.

Avirama is een activistische duizendpoot in de Latijns-Amerikaanse milieubeweging. Ze is Colombiaanse en medeoprichtster van een organisatie die jonge milieuactivisten in Colombia met elkaar in contact brengt.

Ze nam ook deel aan een sessie van het VN-Klimaatbureau (UNFCCC) over klimaatrechtvaardigheid. En in haar Spaanstalige, ecofeministische podcast Radio Savia maakt Avirama zich hard voor de rechten van vrouwelijke ‘landverdedigers’: milieubeschermers die in Colombia regelmatig met dodelijk geweld te maken krijgen. ‘Het is voor mij ook een sociaal en politiek onderwerp’, zegt ze.

Ineza Umuhoza Grace woont in Rwanda, waar de gevolgen van de klimaatverandering volgens haar steeds duidelijker zichtbaar worden. ‘We zien het overal: van toenemende bodemerosie tot steeds heviger regenval en overstromingen.’

‘Toen ik naar de universiteit ging, besefte ik pas echt hoe groot de Rwandese kenniskloof over milieu is.’

Ineza is oprichtster en directrice van The Green Fighter, een ngo die geleid wordt door jongeren. De milieuorganisatie organiseert creatieve duurzaamheidscampagnes en wil de jongeren in Rwanda een grotere stem wil geven in het maken van duurzaamheidsbeleid.

Ineza maakt zich vooral druk om de kloof die er in Rwanda is qua milieubewustzijn en de oorzaken van de milieuproblematiek in het land. ‘Dat is wat mij betreft de grootste uitdaging op dit moment.’

Slaapkamer onder water

Hun interesse voor milieu en klimaat heeft, voor zowel Ineza als Avirama, wortels in hun kindertijd.

© Vice Versa

Ineza Umuhoza (25): ‘De gevolgen van de klimaatverandering worden steeds duidelijker zichtbaar in Rwanda: van toenemende bodemerosie tot steeds heviger regenval en overstromingen.’

Ineza vertelt over haar eerste herinneringen. ‘Toen ik zeven was, werd ik een keer midden in de nacht wakker gemaakt door mijn moeder. Door een zware stortbui was er water gekomen door het plafond van het dak. Mijn hele slaapkamer was een soort meer geworden.’

Het maakte veel indruk op de jonge Ineza, maar ze verloor haar interesse voor het klimaat toen ze op latere leeftijd naar de stad verhuisde. ‘Tot ik op een avond met mijn vader naar het journaal keek. Het nieuws ging over mensen uit een plattelandsgemeenschap die moesten verhuizen door hevige regenval. Vrouwen en kinderen waren het zwaarst getroffen. Door de uitzending moest ik terugdenken aan de angst die ik voelde toen mijn eigen kamer onder water stond.’

‘Dat was het moment dat ik besloot milieutechniek te studeren’, vertelt ze. ‘En toen ik naar de universiteit ging, realiseerde ik me pas echt hoe groot de Rwandese kenniskloof over milieu is.’

‘Ik zag met eigen ogen de ontbossing en de bosbranden.’

Avirama komt uit een familie van activisten die zich hard maakten voor de landrechten van de inheemse bevolking. ‘Ik ben geboren in een inheemse gemeenschap bij het Andesgebergte, maar ik groeide op in het Amazonewoud in het zuiden van het land. Zo ben ik het milieuactivisme ingerold. Ik zag met eigen ogen de ontbossing en de bosbranden, vaak als gevolg van intensieve veehouderij. De plaatsen waar ik van kinds af aan kwam, zag ik door de jaren heen veranderen.’

Generatieverschillen

De jonge vrouwen willen allebei een stem zijn voor hun generatie wanneer het gaat over klimaat, natuurbehoud en verduurzaming. Zien zij generatieverschillen qua milieubewustzijn?

‘De grootste scheidslijn in Colombia is de kloof tussen de stad en het platteland’, zegt Avirama. ‘De mensen die op het platteland wonen, hebben een veel scherper oog voor milieuproblemen. Zij zien de verstoorde natuurlijke cycli of een veranderende stand van het water.’

De jonge Colombiaanse activiste verwijst naar de strijd tegen het ‘extractivisme’, een term die in Latijns-Amerika vaak gebruikt wordt voor de ontginning van grondstoffen op grote schaal. ‘De strijd hiertegen wordt dus geleid vanaf het platteland.’

© Vice Versa

Maytik Avirama (30): ‘Ik zag met eigen ogen de ontbossing en de bosbranden, vaak als gevolg van intensieve veehouderij. De plaatsen waar ik van kinds af aan kwam, zag ik door de jaren heen veranderen.’

‘Maar er is ook zeker een generatiescheidslijn’, zegt Avirama. ‘Jongeren zijn meer met het onderwerp bezig, onder andere doordat ze door het internet meer toegang hebben tot informatie en doordat ze er op universiteiten over horen spreken.

‘Onder jongeren is duurzaamheid bespreekbaarder. In april waren er hier grootschalige protesten, vooral over een onpopulaire hervorming in het belastingstelsel. Jongeren liepen voorop. Zij zorgden ervoor dat de milieuproblematiek een groot onderdeel van de het publieke debat werd. Normaal gezien is het een derderangskwestie.’

In Rwanda is duurzaamheid, volgens Ineza, een veelbesproken onderwerp en speelt de regering een actieve rol in het betrekken van burgers: ‘Er is veel aandacht voor het vinden van de juiste balans tussen mens, planeet en winst.’ In 2008 werd wegwerpplastic in het land officieel verboden. Het is een van de redenen waarom hoofdstad Kigali datzelfde jaar uitgeroepen werd tot een van de schoonste steden van het continent, tijdens een conferentie van VN-Habitat.

President Paul Kagame, ooit omschreven door oud-VS-president Bill Clinton als ‘een van de grote leiders van onze tijd’, hamert in binnen- en buitenland op het belang van verduurzaming. Al is hij niet onomstreden: critici wijzen erop dat hij met dat groene imago zijn autocratische bestuursstijl verdoezelt.

In tegenstelling tot Colombia zijn de oudere generaties in Rwanda net wel milieubewuster, zo merkt Ineza. ‘Traditioneel gezien leefden Rwandezen erg in lijn met de natuur. Het land moderniseert nu heel snel. Dat zorgt er ook voor dat jongeren het contact met die traditionele, duurzame waarden verliezen.’

‘We merken dat aan kleine dingen. Voor oudere Rwandezen was het veel vanzelfsprekender dat we geen plastic rietjes meer mogen gebruiken dan voor jongeren. Dat bewustzijn probeer ik weer terug te krijgen bij mijn generatie.’

Nieuwe verbanden, nieuwe methodes

Ineza en Avirama zijn ervan overtuigd dat de milieubeweging jongeren nodig heeft om succesvol te zijn. Wat is er dan zo vernieuwend aan de aanpak van jonge milieuactivisten?

‘Ik denk dat jongeren zichzelf meer als wereldburgers zien’, zegt Ineza. ‘Zij zijn zich er meer bewust van dat de klimaatcrisis landsgrenzen overstijgt, en dat is nodig in deze tijd. Jongeren zijn ook sneller bereid om met elkaar samen te werken. We zien dat ze het in Colombia heel normaal vinden om projecten op te zetten met jongeren uit Zuid-Afrika of Zwitserland.’

Voor jongeren mogen landsgrenzen geen obstakel zijn in de strijd tegen de klimaatverandering, zo werd de laatste jaren duidelijk. De schoolstakers van FridaysForFuture waren niet centraal georganiseerd, en ook Extinction Rebellion — de barricades opwerpende activisten — is een transnationale beweging.

‘Een meme is soms veel effectiever om informatie over te dragen dan een dik beleidsdocument.’

Avirama knikt. ‘Daarnaast,’ zegt ze, ‘denk ik dat jongeren ook meer verbindingen leggen tussen verschillende struggles. Tussen de milieubeweging en de feministische beweging, bijvoorbeeld. Een of twee generaties geleden werden de problemen waar deze bewegingen tegen streden nog als losse thema’s beschouwd. Het idee van klimaatrechtvaardigheid is nu veel algemener geaccepteerd.’

‘Daarnaast zorgen wij ervoor dat de beweging “meertalig” wordt. Jongeren vinden nieuwe manieren om mensen te bereiken, zoals door podcasts te maken. Zo bereiken we een groter publiek. Een meme (humoristische afbeelding die vooral op sociale media gedeeld wordt, red.) is soms veel effectiever om informatie over te dragen dan een dik beleidsdocument.’

Volgens Ineza en Avirama vervullen jongeren binnen de milieubeweging de rol van bruggenbouwers: ze leggen verbindingen tussen landen en thema’s. En ook tussen generaties, zegt Avirama: ‘We zien dat kinderen binnen gezinnen aandacht vragen voor duurzaamheid. Dat stuit eerst vaak op verzet, maar uiteindelijk opent het wel het gesprek.’

Beide activistes ergeren zich eraan dat jongeren die zich willen inzetten voor een meer duurzame wereld vaak niet serieus worden genomen, ook niet binnen de milieubeweging zelf. ‘Vaak worden jongeren wel uitgenodigd voor bijeenkomsten,’ vervolgt Avirama, ‘maar mogen we niet stemmen en geen belangrijke beslissingen nemen.’

‘Ja, dat is het tokenisme’, reageert Ineza. De term is courant in de Engelstalige wereld; hij verwijst naar de praktijk waarbij minderheidsgroepen enkel uitgenodigd of aangenomen worden opdat een bedrijf of organisatie kan tonen hoe “inclusief” het wel is. Martin Luther King gebruikte de term al in 1962, onder andere in een essay in The New York Times.

Beide dames kunnen voorbeelden van die eerder symbolische bijdrage bovenhalen. Avirama: ‘Er is in Colombia een jongerenband die aandacht vraagt voor milieukwesties en altijd veel tijd stopt in het schrijven van hun teksten. De liedjes zijn creatief en hebben een diepere boodschap. Soms mogen ze optreden tijdens bijeenkomsten van de milieubeweging, maar dan worden als bijzaak gezien. Ze mogen spelen in de pauze, wanneer iedereen eet en niemand luistert.’

‘Juist onder milieuactivisten is het goed aandacht aan de mentale gezondheid te geven.’

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws
Ineza: ‘Toen we begonnen met The Green Fighter, deden we een aanvraag voor financiële steun bij een groot fonds. Die werd afgewezen, en we staken veel tijd en moeite in het verbeteren van het projectvoorstel. Maar het bedrag werd niet toegekend. In plaats daarvan kregen we een soort diploma. Alsof we dáár op zaten te wachten. Het fonds zei ook eerlijk: eigenlijk vertrouwen we jongeren niet met zo veel geld. Het is voor organisaties in het mondiale Zuiden sowieso moeilijker fondsen te krijgen, maar voor jongeren is het extra moeilijk.’

De Rwandese activiste is ook teleurgesteld in ogenschijnlijke bondgenoten. ‘Ik werd een keer uitgenodigd voor een jongerenbijeenkomst van een grote organisatie, die zichzelf graag voordoet als heel inclusief. Maar voor de bijeenkomst begon, kreeg ik een sms’je met de vraag of ik mijn haar niet wilde verven, want dat was niet “professioneel”. Als jonge vrouw werd er dus van mij verwacht dat ik mijn eigen cultuur opgaf om mee te kunnen doen.’ Ze wijst naar haar kapsel. ‘Zoals jullie kunnen zien, heb ik me daar niets van aangetrokken.’

Macho’s

Ecofeministes als Ineza en Avirama maken zo binnen de milieubeweging de feministische uitdrukking dat het persoonlijke politiek is, concreet.

Het leidt soms tot onbegrip, zegt Avirama: ‘In mijn werk besteed ik veel aandacht aan het belang van zelfzorg binnen de beweging. Want juist onder milieuactivisten is het goed aandacht aan de mentale gezondheid te geven, maar dat is een onderwerp waarover nog niet veel wordt gepraat. Eerdere generaties hadden er vaak niet de ruimte voor.’

Het is volgens allebei de grootste uitdaging voor de milieubeweging op dit moment: mensen van allerlei achtergronden moeten zich er thuis kunnen voelen. Vooral jonge activisten hameren daarom op het belang van intersectionaliteit, de kruising van verschillende vormen van sociale strijd. Avirama knikt dan ook instemmend wanneer Ineza zegt: ‘Om meer te kunnen bereiken, moet de klimaatbeweging inclusiever worden voor alle genders.’

In Colombia is op dat gebied voor de klimaatbeweging nog veel werk aan de winkel, zegt Avirama. ‘Er is nog veel machismo. Het gebeurt vaak dat mannen vrouwen niet laten uitpraten op bijeenkomsten. Je kunt tegen allerlei maatschappelijke machtsstructuren strijden, maar hoe gedraag je je in het dagelijks leven? Dat bespreekbaar maken, is nog een groot taboe.’

Het staat ook de effectiviteit van de milieubeweging zelf in de weg. ‘Wanneer je deze problemen wil aankaarten,’ vervolgt ze, ‘denken mensen dat je de beweging wilt verzwakken. Maar het is net andersom. We voeren een strijd tegen het systeem en tegen extractivisme, maar die strijd moet ook binnen de beweging worden gevoerd. We leven nu eenmaal in een patriarchale samenleving, en dat kunnen we niet negeren. Als de beweging aan zichzelf werkt, worden we ook naar buiten toe sterker.’

Geld voor jonge, kritische stemmen

Ineza Umuhoza Grace en Maytik Avirama kregen allebei een beurs van het Joke Waller-Hunter Initiative (JWHi). Dat is een fonds van Both ENDS, een ngo die samenwerkt met sociale bewegingen en milieu- en vrouwengroepen uit de hele wereld. Het stelt elk jaar in totaal 60.000 euro beschikbaar, verdeeld over bedragen van 2500 tot 7000 euro, voor de ondersteuning van jonge milieuactivisten in het mondiale Zuiden.

Het geld kan ingezet worden voor uiteenlopende zaken; zo gebruikte Avirama haar beurs om in Barcelona een master politieke ecologie te gaan volgen.

Het fonds werd vernoemd naar Joke Waller-Hunter, een Nederlandse VN-ambtenaar en klimaatdiplomate. Ze maakte in de jaren negentig furore op het wereldtoneel door haar rol op de befaamde VN-milieuconferentie in Rio de Janeiro en bij de totstandkoming van het Kyoto-protocol. Ze overleed in 2005 en liet Both ENDS een erfenis na met de duidelijke boodschap: ondersteun de nieuwe generatie milieuleiders in het Zuiden.

Het fonds onderscheidt zich van gelijkaardige initiatieven, vindt JWHi-coördinator Daan Robben, ‘door de expliciete focus op gendergelijkheid en de ruimte die er wordt geboden aan kritische stemmen’. ‘Over het algemeen zie je dat veel fondsen binnen de milieusector afkomstig zijn van VN-organisaties of overheden. Mensen met een wat kritischer blik zijn daar niet altijd welkom.’

Maatschappelijke organisaties uit het mondiale Noorden moeten meer verantwoordelijkheid opnemen om jongeren uit het Zuiden een grotere stem in de milieubeweging te geven, vindt Robben. ‘Er wordt altijd op een bepaalde manier naar hen gekeken: leuk om een keer uit te nodigen op een conferentie, maar daar blijft het meestal bij. Als milieubeweging moeten we juist ruimte bieden voor nieuwe, innovatieve ideeën.’

De jongeren die een JWHi-beurs krijgen, mogen bijvoorbeeld zelf hun plannen aandragen en eigen deadlines stellen. ‘Dat hoef ik niet hier, vanuit een kamertje in Amsterdam, allemaal uit te denken en te bepalen’, zegt Robben.

Jongerenbeweging in India

Jongeren hebben zich de voorbije jaren veelvuldig aangesloten bij de milieubeweging, maar hun werk is ook moeilijker geworden. ‘De nieuwe generatie activisten heeft veel vaker te maken met gevoelloze, soms ronduit vijandige regeringen’, zegt Parineeta Dandekar (40), coördinator van het South Asian Network on Dams, Rivers and People. Dandekar was in 2009 een van de eerste jongeren die een JWHi-beurs kreeg. Daardoor kon ze reizen en onderzoek doen naar rivieren en rivierrechten.

Er is voorbije tien jaar veel veranderd, zegt ze. Onder andere in haar eigen land, India, waar de regering de laatste jaren steeds harder optreedt tegen klimaatactivisten. Die werkt samen met techgiganten als Google en Facebook om klimaatactivisten in India monddood te maken, zo beschreef auteur Naomi Klein eerder dit jaar nog op nieuwssite The Intercept.

Tegelijk ziet Dandekar in heel India jongerenbewegingen voor een rechtvaardig milieubeleid opkomen. Vorig jaar protesteerden jongeren in heel het land bijvoorbeeld tegen regeringsplannen om milieureguleringen terug te draaien. ‘Ik ben trots dat de jeugd deze strijd op zich neemt. Ze hebben onze steun harder nodig dan ooit. Niet alleen in de vorm van financiële middelen, maar ook via vriendschappen, mentorschap en opbouwende gesprekken.’

Dit artikel werd eerder gepubliceerd in Vice Versa

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift