‘De Turkse staat kan de PKK nooit vernietigen, het Koerdische volk kan dat wel’

Interview

Journaliste Fréderike Geerdink bracht een jaar door bij de PKK en schreef er een boek over

‘De Turkse staat kan de PKK nooit vernietigen, het Koerdische volk kan dat wel’

‘De Turkse staat kan de PKK nooit vernietigen, het Koerdische volk kan dat wel’
‘De Turkse staat kan de PKK nooit vernietigen, het Koerdische volk kan dat wel’

Fréderike Geerdink bracht een jaar door bij de PKK en leerde de Koerdische beweging kennen als geen andere buitenlandse journalist voor haar. Ze pende haar ervaringen neer in een boek.

Frederiké Geerdink

In de Shengal regio

Fréderike Geerdink​

Fréderike Geerdink bracht in 2016-2017 een jaar door bij de Koerdische Arbeiderspartij (PKK). De Koerdische beweging rees in de late jaren ‘70 van de 20ste eeuw uit een versplinterd Turks-links en radicaliseerde in de martelkamers van de gevangenis in Diyarbakir, tijdens de militaire coup in Turkije van 1980. De gewapende Koerdische beweging vecht al decennia voor meer autonomie voor het Koerdische volk. Het conflict eiste al zo’n 50.000 doden, waaronder ook heel wat burgers.

In de tien jaar dat Geerdink als Turkije-correspondent werkte, kwam ze ook wel eens ‘in de bergen’, maar sprak ze zelden met de gewone strijders. Voor Dit vuur dooft nooit deed ze dat juist wel. Ze begon haar reis in het hoofdkwartier van de PKK, in het Qandil-gebergte in Noord-Irak. Fréderike trok mee met de guerrilla’s tot in Noord-Syrië. De Syrische zusterpartij van de PKK, de Democratische Uniepartij (PYD), heeft daar sinds het uitbreken van de Syrische burgeroorlog een autonoom gebied onder controle.

Het Westen beschouwt de PKK als een terreurorganisatie. De PYD en haar gewapende tak, de Volksbeschermingseenheden (YPG) bevrijdde met luchtsteun van de VS grote delen van Noord-Syrië van Daesh. De YPG is de grootste bondgenoot van het Westen in de strijd tegen de jihadistische terreurgroep.

In kampen en grotten, op militaire bases, aan het front en onderweg in Koerdistan leefde Fréderike het leven van de strijders mee en leerde ze de Koerdische beweging kennen als geen andere buitenlandse journalist voor haar.

In het boek komt meerdere keren naar voor dat u worstelde met het perspectief dat u aangereikt werd. Enerzijds als journalist, anderzijds helemaal ondergedompeld in de PKK. U kreeg zelfs een nom de guerre Avasîn_._ Ondanks dat u naar eigen zeggen nooit de journalistieke rol verlaat, merkte ik toch enige sympathie met de Koerdische strijders. Wie had de pen vast toen u het boek schreef, journalist Fréderike of kameraad Avasîn?

Fréderike Geerdink: Frederike, absoluut. Een strijdersnaam aannemen was ook gewoon verplicht. Dat heeft ook met veiligheid te maken. Als een strijder door het Turkse leger wordt opgepakt en gaat praten, is het beter dat je elkaars echte namen niet kent. Meestal zei ik echter wel gewoon dat mijn naam Fréderike is en dat ik journalist was. Als journalist werk je steeds met een open vizier. Ik viel er ook wel op, veel mensen kenden me. Ik was dus niet echt anoniem.

Mijn bedoeling is de lezer mee te nemen naar de gedachtewereld van de PKK.

Ik schreef mijn boek bewust in Nederland omdat er anders niet genoeg afstand zou geweest zijn met het onderwerp. Je moet het verhaal eerst kunnen laten bezinken. Voor het boek moest ik weer terug naar mijn lezer, en het is heel duidelijk Frederike de journalist die dat doet. Mijn bedoeling is de lezer mee te nemen naar de gedachtewereld van de PKK. Het is niet de bedoeling dat mensen na het lezen van het boek denken: ‘Jezus die PKK’ers die zijn echt gek’. De bedoeling is net dat ze zich kunnen inleven.

Ik las heel wat boeken van westerlingen die naar de PKK trokken “als revolutionair”. Daar begrijp je als buitenstaander niets van omdat die boeken volledig zijn doorspekt met de retoriek van de PKK.

Frederiké Geerdink

Interview met Riza Altun

Fréderike Geerdink​

Uiteindelijk laat u zich toch overhalen om deel te nemen aan een wapentraining. Ging u daar niet uw journalistieke rol te buiten?

Fréderike Geerdink: In Shengal vroegen ze me: ‘Daesh is hier in de buurt, heb je wel een wapen?’ Daarop zwaaide ik met m’n pen in de lucht. ‘Maar wat doe je dan als er een jihadi aankomt en wij zijn dood of gewond?’, was hun reactie. Dus werd die wapentraining louter een kwestie van zelfverdediging. Wist ik ten minste hoe een wapen werkte, moest er iets misgaan.

‘In Syrië is het logisch dat je weet hoe je je eigen leven verdedigt’

Ik was tenslotte wel in Syrië, dan is het redelijk logisch dat je weet hoe je je eigen leven moet verdedigen. Bovendien is wapentraining een groot woord. Het ging over een korte uitleg van hoogstens 20 minuutjes over hoe je omgaat met een wapen.

In het boek komt herhaaldelijk de totale adoratie door de PKK van hun gedetineerde leider, Öcalan, aan bod. Werd u hier nooit ongemakkelijk van? Dit is toch een soort personencultus?

Fréderike Geerdink: Nee, ik werd daar niet ongemakkelijk van. Ik probeerde hen te doorgronden. Zelf zou ik absoluut nooit zomaar achter een leider kunnen aanlopen. Maar het was mijn taak het te bekijken vanuit hun perspectief.

Bijna alle strijders die ik sprak, zeiden me: ‘Op het moment dat ik bij de PKK ging, werd ik voor de tweede keer geboren.’ Öcalan maakte dat mogelijk, dus natuurlijk houden ze van hem. Mijn taak als journalist is dit vanuit hun standpunt te begrijpen, niet dit te veroordelen.

Is het niet enorm tegenstrijdig dat een feministische revolutie wordt geleid door één man?

Fréderike Geerdink: Dat is te simplistisch. De strijd wordt niet geleid door één man. Öcalan is de ideologische leider van de beweging. Bovendien is er het systeem van het co-voorzitterschap. De PKK wordt niet zomaar geleid door één man. De beweging zelf zegt dat Öcalan de mannelijkheid in zich heeft vermoord en dat hij daarom de genderdiscussie overstijgt. Hier bedoelen ze mee dat als je in de Koerdische regio’s opgroeit in dat hele sterke patriarchale systeem, je dit achter je moet laten. Omdat het net dit systeem is dat de Koerden als volk onderdrukt.

Dit is voor ons moeilijk te vatten. De eerste reflex in het Westen is om dit af te wijzen. Want hoe kan je als feministe in het Midden-Oosten nu een man als je ideologische leider zien? Maar je kan ook proberen hun bril op te zetten en dat was mijn bedoeling bij het schrijven van het boek. Ik denk dat het verrijkender is om je hierin te verdiepen dan het meteen af te wijzen.

U schrijft dat PKK’ers een seksloos leven leiden. Liefde zien zij als liefde voor het moederland en het kameraadschap. Is dit geen enorm geromantiseerd beeld? Ik kan me niet voorstellen dat er nooit seksuele relaties worden aangegaan.

Fréderike Geerdink: Nee dit is echt zo, je belandt in de PKK-gevangenis als je die regel overtreedt. Er hangt op geen enkel manier zo’n sfeer. Er heeft op dat hele jaar nooit een man of vrouw op een bepaalde manier naar me gekeken. Dat is gewoon echt niet hoe men daar met elkaar omgaat, die strijders zijn echt elkaars kameraden en elkaars gelijken.

‘Dat er geen seksuele relaties zijn in de PKK maakt het voor families acceptabel dat hun dochters strijdsters worden’

Dat er geen seksuele relaties zijn in de PKK maakt het voor gezinnen en families ook acceptabel dat hun dochters strijdsters worden, omdat ze weten dat vrouwen daar gewoon veilig zijn. De Koerdische samenleving verandert mee onder invloed van de PKK. Vrouwen staan altijd vooraan.

Staan vrouwen binnen de PKK ook boven mannen?

Fréderike Geerdink: Nee, niet echt, ze zijn gelijk. Ze kijken op een matriarchale manier naar de maatschappij. Ze willen de maatschappij vanuit de vrouwelijke waarde opbouwen en breken met het patriarchaat. Ze zijn ervan overtuigd dat de kracht van de samenleving een vrouwelijke kracht is. Ik vroeg één van de mannelijke strijders of het klopt dat ze bang zijn van vrouwen. Hij antwoordde: ‘Ja, want vrouwen scheppen het leven en hebben de kracht van het leven’.

Frederiké Geerdink

Aan het front in Kirkuk

Fréderike Geerdink​

De PKK zet zich af tegen het nationalisme en de natiestaat. De groep ziet een doorgedreven federalisering als oplossing voor het bredere Midden-Oosten. Kan u zich daarin vinden?

Fréderike Geerdink: Ik denk zeker dat dit een oplossing kan zijn. Het Midden-Oosten leent zich niet tot een opsplitsing in natiestaten. Het Midden-Oosten is geen homogeen gebied, de regio kent een enorme diversiteit. De dag van het onafhankelijkheidsreferendum was ik in Erbil (hoofdstad van de Koerdische Autonome Regio (KAR), nvdr). Een collega van me sprak er met de christelijke gemeenschap, zij stemden allemaal voor onafhankelijkheid. Daarmee hoopten ze dat als de KAR onafhankelijk zou worden, zij misschien ook zelfbestuur zouden krijgen.

Maar zo gaat het dus altijd. Het opdelen stopt nooit en er is altijd één groep die de boventoon neemt. Dat is bijzonder destructief. Ik ben ervan overtuigd dat het confederalisme meer recht doet aan de historische diversiteit van de hele regio. Laatste hoorde ik iemand “de Arabische wereld” gebruiken als synoniem voor het Midden-Oosten. Maar het is veel complexer. Turken zijn geen Arabieren, net zomin als Perzen, Koerden, Armenen, Jezidi’s en ga zo maar door.

Bestaat het gevaar niet dat het bottom-up systeem dat nu geïmplementeerd wordt in Rojava (Syrisch-Koerdistan) zal verglijden in een van bovenaf gedirigeerde éénpartijstaat, onder leiding van de Syrisch-Koerdische Democratische Uniepartij (PYD)?

Fréderike Geerdink: Dat risico zie ik niet meteen. Het zou natuurlijk kunnen en daarom is het ook net interessant dit verder op te volgen. Het is tot nu toe juist minder centraal geworden. In het begin was het de PYD die alleen bestuurde, nu is de partij deel van de Tev-Dem (de de facto regering van de Democratische Federatie van Noord-Syrië, nvdr). Dat is een samenwerkingsverband waarin de PYD weliswaar de grootste fractie is, maar de Koerden zijn dan ook de grootste bevolkingsgroep.

De Syrisch Democratische Strijdkrachten (SDF) zetten in elk gebied dat ze bevrijdden van Daesh wijkcomités op. In Raqqa werd dit zelfs opgezet nog voor de stad volledig bevrijd was. Salih Muslim (de voormalige co-voorzitter van de PYD, richt zich momenteel op diplomatiek werk in Europa, nvdr) heeft ook afstand genomen van zijn co-voorzitterschap, mensen worden zo opgeleid dat er ook altijd nieuwe mensen zijn om weer plekken in te nemen. Er zijn limieten aan de macht: het collectieve krijgt voorrang op het individuele.

Frederiké Geerdink

Op het hoofdkwartier in Kirkuk

Fréderike Geerdink​

In het boek gaat u op zoek naar het antwoord op de vraag of de PKK het Koerdische volk vertegenwoordigt. De PKK ziet zichzelf als de voorhoede, hoe kijk u hier zelf naar?

‘De PKK moet in de gaten houden dat ze de link met het volk niet verliezen’

Fréderike Geerdink: De PKK vertegenwoordigt een deel van het Koerdische volk. Vaak is de kritiek dat niet alle Koerden de PKK steunen en dat lijkt me evident. Alleen als zoiets is opgelegd, bereik je volledige steun. De PKK komt wel op voor de rechten van alle Koerden maar bereikt hen niet allemaal. Ik denk dat ze in de gaten moeten houden dat ze de link met het volk niet verliezen. Dat is een heel fundamentele kritiek. Zij zien zich inderdaad als de avant-garde, maar de band met het volk moet wel behouden worden.

Dat zeg ik ook in het hoofdstuk over de stadsoorlogen (in Zuidoost-Turkije na het afbreken van het vredesproces tussen de Turkse staat en de PKK in 2016, nvdr). Ik denk dat ze daar een inschattingsfout hebben gemaakt. Zij hoopten dat het volk mee zou vechten en in opstand zou komen maar het volk ging op de vlucht. Dat hebben ze verkeerd ingeschat.

Ze komen absoluut uit het volk. Als ze zeggen: ‘wij zijn het volk’, dan snap ik dat. Maar die link is voor hen van levensbelang: als ze geen steun meer hebben onder de bevolking, dan is dat het einde van de PKK. De Turkse staat kan de PKK nooit vernietigen, het volk kan dat wel. Dus dat is voor hen echt van absoluut levensbelang. Als ze dat soort fouten maken, kan dat gevolgen hebben voor hun legitimiteit.

In het Westen staat de PKK nog steeds op de terreurlijst. In februari 2016 riepen meer dan honderd Europarlementsleden op om de PKK te schrappen van de internationale terreurlijsten. Het zou volgens hen gaan om een intern gewapend conflict. Desondanks lijkt me toch dat de lijn tussen legitieme gewapende actie en terreur flinterdun is?

Fréderike Geerdink: Als je kijkt naar het internationaal recht, voldoet het conflict aan alle criteria van een niet-internationaal gewapend conflict. In zo’n conflict zijn beide partijen gebonden zich te houden aan het Internationaal Oorlogsrecht of het Verdrag van Genève. Turkije houdt zich niet aan de regels en zegt een oorlog tegen het terrorisme te voeren. In de war on terror is natuurlijk veel meer geoorloofd.

Turkije bestempelt de PKK als een terroristische organisatie. Onafhankelijk van de politieke belangen die spelen, schendt Turkije echter de mensenrechten. Turkije wordt regelmatig voor het Europees Hof voor de Rechten van de Mens gedaagd en verliest veel van die zaken.

Het probleem is echter dat het Hof enkel naar individuele gevallen kijkt. Kijk je naar het geheel dan zie je dat Turkije op grote schaal oorlogsmisdaden begaat. Om het conflict te beëindigen is er dus een politieke oplossing nodig, al zeker geen militaire en ook niet een louter juridische.

In begin van het boek zegt u dat u dat dit boek ‘een idioot plan’ was, kijk u hier achteraf nog steeds zo naar?

Fréderike Geerdink: In 2015 was ik de eerste buitenlandse journalist die Turkije werd uitgegooid sinds de jaren ’90. Sindsdien zijn er veel meer mensen het land uitgezet of werd hun perskaart niet verlengd. Heel wat grote media hebben een correspondent in Istanbul en willen die liever niet kwijt. Dat wilt zeggen dat ze niet zomaar de verhalen kunnen brengen die er echt toe doen.

‘Als je de belangrijkste verhalen niet brengt

uit angst, waarom doe je het dan?’

Neem nu de stadsoorlogen in 2016, daar had veel meer over bericht kunnen worden. Een collega zei me laatst dat je je moet focussen op de verhalen die je wél nog kunt brengen. Daar ben ik het totaal niet mee eens. Als je de belangrijkste verhalen niet brengt uit angst het land uitgezet te worden, waarom doe je het dan nog? Wat voor verhalen breng je dan?

Dit vuur dooft nooit: Een jaar bij de PKK door Fréderike Geerdink wordt op 15 mei uitgegeven door Unieboek | Het Spectrum. 304 blzn. ISBN: 978 90 0035 356 9