De ziel van een Syriëstrijder: ‘De werkelijkheid interesseert me meer dan de waarheid’

Bij Manteau verschijnt de Nederlandse vertaling van “In dit leven of het volgende”, het nieuwste boek van de Noorse auteur Demian Vitanza. Het werd een ijzersterke kijk in de ziel van een Syriëstrijder, maar vooral een zoektocht naar de zin van het leven. Een gesprek over wandelende benzinevaten, lucifers, onmogelijke waarheid en het onbekende. 

© Manteau

Demian Vitanza is auteur van veelgeprezen theaterstukken en romans.

In dit leven of het volgende leest als de stream of consciousness van een heldere, maar getormenteerde jongeman die in de zoektocht naar zichzelf een noodlottige passage langs Syrië maakt. Tariq is een jonge twintiger wanneer hij in contact komt met de radicale islam en zijn zorgeloos leven in Noorwegen inruilt voor een bestaan als jihadi.

Getekend door het oorlogsgeweld keert hij terug naar zijn geboorteland, om er geketend te worden als terrorist. Op basis van intense gesprekken met Noorwegens meest beruchte Syriëstrijder, dompelt schrijver Demian Vitanza ons onder in een van de meest ophefmakende fenomenen van de afgelopen jaren.

Waarom nog een boek over een Syriëstrijder? Vond je het nodig om dit verhaal nog eens te brengen?

Demian Vitanza: Absoluut. Ik heb in Europa maar weinig mensen ontmoet die met zo’n verhaal naar buiten zijn gekomen. Meestal spreken ze er niet over als ze terugkeren, mensen kunnen de omstandigheden en de keuzes die eruit voortvloeien niet begrijpen. Ishaq (de man achter hoofdpersonage Tariq, nvdr) was bekend in Noorwegen, er verscheen zelfs een artikel over hem in The New York Times. Maar niemand nam de moeite om die jongen, over wie we zoveel meningen hadden, echt te leren kennen. Toen hij me benaderde om zijn verhaal te brengen, voelde ik dan ook dat ik een opdracht had gekregen.

Je besloot om voor een roman te gaan. In hoeverre is het verhaal van jouw Tariq dat van Ishaq?

Demian Vitanza: Ik denk graag dat In dit leven of het volgende ons verhaal is, dat het gebeurde in die ruimte tussen ons. Een verhaal is als een taal: het schept een ruimte tussen mensen, een gezamenlijke realiteit. Zo zitten in het verhaal van Tariq ook elementen uit mijn leven. We moesten een plaats voor vertrouwen creëren, voorbij de paranoia. Daarom kozen we voor fictie. Een roman is er niet enkel om de vrijheid te hebben om te liegen, maar vooral om de waarheid te kunnen vertellen zonder daar de gevolgen van te moeten dragen.

Natuurlijk verzweeg hij ook veel. Maar dat was voor mij niet van belang. Kijk naar het verschil tussen de woorden “waarheid” en “werkelijkheid”. De waarheid is “waar” of niet “waar”. De werkelijkheid komt van het woord “werken”: hoe het werkt, hoe het in elkaar zit. Ik ben meer geïnteresseerd in werkelijkheid dan in waarheid. Het is een werkelijk boek, in de zin dat het verhaal werkt.

Het is inderdaad heel herkenbaar.

Demian Vitanza: Ja, ik denk dat het erg typisch is. Alle verhalen zijn uniek natuurlijk, want er zijn altijd een heleboel factoren die samenvloeien in de beslissing om te vertrekken. Maar in zijn geval waren ze bijna clichématig: vroege schoolverlater, drugsverleden, vader in de gevangenis, enzovoort. Dat gebrek aan een vaderfiguur komt erg vaak terug bij Syriëstrijders. Hij zat in de kleine criminaliteit, begon binnen het drugsmilieu gestaag de ladder te beklimmen.

Maar, en dat is typisch, de meeste mensen zijn niet echt gelukkig met zo’n leven, ze blijven nu eenmaal “losers”. Dus voelt het als een ware zuivering als ze een uitweg vinden. Ik denk dat het een heel mooi moment is wanneer Tariq de islam ontdekt. Hij voelt zich enorm goed, leeft een veel beter leven, begint te zorgen voor zichzelf en zijn medemens. Hij raakt eindelijk uit dat lelijke leven.

Waar ging het dan mis?

‘Wat telt is de perceptie, niet de opportuniteiten die je effectief krijgt.’

Demian Vitanza: Wel, het zal altijd een mix van factoren zijn. Er is de psychologische fragiliteit, die veroorzaakt wordt door sociaal-economische status, opvoeding, persoonlijke ontvankelijkheid, alles wat onder de noemer van sociale en economische marginalisering, culturele verwarring en identiteit valt. Kijk, in Noorwegen krijgen de meeste mensen kansen. Dus je kan niet echt zeggen dat hij er geen gekregen heeft. Maar hij voelde zich zo. Wat telt is de perceptie, niet de opportuniteiten die je effectief krijgt.

Er is ook het belang van vrienden, sleutelfiguren, internet. Het netwerk. Niet zelden komen mensen los van die fragiliteit omdat iemand hen een uitweg biedt. Dat zijn meestal enkelingen, zoals Sharia4Belgium bij jullie. Die paar figuren zijn verantwoordelijk voor bijna de helft van de vertrekkende jongeren. Daar ligt de sleutel. Ishaq kon dat mooi verwoorden: ‘Zo’n jongeren zijn als het ware wandelende benzinevaten, en ik heb de lucifer in handen. Ik ga hen niet ontsteken, maar er zijn mensen die dat wel doen’. En dan, boem. Maar eerst en vooral moet er benzine zijn natuurlijk.

Dat zijn dan de meer structurele factoren, zoals ongelijkheid, werkloosheid, racisme, islamofobie?

Demian Vitanza: Inderdaad, maar er is nog een interessante dynamiek. De timing van dit fenomeen is niet toevallig. Dit gebeurt omwille van wat er nu gaande is in de wereld. Het is ongelooflijk hoe het wereldsysteem belangrijk is voor die jongens. Daarmee wil ik niet per se het Westen met de vinger wijzen, maar het is onderdeel van het verhaal.

Zo vond ik een aanknopingspunt bij Ishaq, in de manier waarop hij dacht over Israël en Palestina, en het feit dat zoveel moslimlanden lijden onder globale onrechtvaardigheid, kolonialisme, imperialisme, noem maar op. Het was iets dat resoneerde met mijn achtergrond in ontwikkelingsstudies, we konden mekaar vinden in ons politieke wereldbeeld.

Al hebben jullie nogal verschillende wegen genomen. Ishaq was een hardcore salafist.

Demian Vitanza: Inderdaad. Ik heb geprobeerd om in dat denkkader te graven, om te begrijpen waar de charme zich bevond. Maar dat was voor mij persoonlijk onmogelijk. Ik zocht tevergeefs naar een deel van mij in die salafistische ideologie. Die is vaak erg kitscherig en reductionistisch. Maar dat is het net, daar komt die kracht vandaan. Het geeft heel simpele antwoorden aan iemand die daar vatbaar voor is. Ik zeg vaak dat er een connectie is tussen de innerlijke frustratie en de globale frustratie, en dat die samensmelten in een verhaal van lijden, onderdrukking en onrecht. Dat is net waar zo’n ideologieën op azen.

‘Assad en zijn bondgenoten zijn de jihadi’s ver voor op het vlak van oorlogsmisdaden .’

En dan is er Syrië natuurlijk. Als je daar een klein beetje research over doet, kom je al snel tot de conclusie dat Assad en zijn bondgenoten op het vlak van oorlogsmisdaden de jihadi’s ver voor zijn. Het enige verschil is dat dit regime de gruwel die ze aanricht liever onder de mat veegt, terwijl organisaties als IS dat dan weer overcommuniceren door elke moord te filmen en te documenteren. Dat is nu eenmaal hun propagandamethode.

Dus ons beeld van dat conflict is totaal verstoord. Als je ziet hoe vreselijk Assad tekeer gaat in dat land, begin je te begrijpen waarom mensen vertrekken. Wat niet wil zeggen dat je ermee akkoord moet gaan. Laat me het nog eens sterk benadrukken: ik wil hier niemand goedpraten. Maar dat proberen te begrijpen leerde me dat er geen goede kant is in deze oorlog.

Een recent rapport van het European Institute for Peace (zie kaderstuk) keek naar wat er leeft in radicaliseringshaarden als Molenbeek. Wat moet er volgens u gebeuren om Syriëstrijders thuis te houden?

Het European Institute for Peace (EIP) publiceerde in juni dit jaar het rapport ‘Molenbeek and violent radicalisation: a social mapping’, waarbij het op zoek ging naar wat leeft in de Molenbeekse straten. De Brusselse wijk was immers de thuishaven van een groot aantal Syriëstrijders en terroristen. Uit het rapport blijkt dat, hoewel islamitische normen er heel sterk leven, quasi alle respondenten radicalisering afkeuren. Als oorzaak voor gewelddadige radicalisering wordt steevast het gebrek aan kansen op werk en onderwijs, en de afwezigheid van geloofwaardige rolmodellen en interculturele dialoog benadrukt. Demian Vitanza: Ik denk dat we een stap terug moeten nemen. In plaats van te denken aan een bepaalde oplossing, zouden we beter eens naar het bredere plaatje kijken. Er is een gebrek aan zin in het leven. Ik ben als schrijver meer geïnteresseerd in de diepe vragen die niet tot statistieken te reduceren vallen, die je niet kan publiceren in wetenschappelijke rapporten.

De betekenis van het leven is zoiets. Hij was 22 toen hij vertrok, 20 toen hij zich bekeerde tot de islam. Iedereen die ik ken van die leeftijd is op zoek naar zingeving. Als je je die vraag stelt, dan zie je hoe alles wat jouw leven zinvol maakt (dat kan liefde zijn, of werk), volledig afwezig was in het leven van die jongen.

In Zweden hadden ze dat project voor teruggekeerde Syriëstrijders, die kregen een job in de schoonmaaksector. Ik denk dat het zeker een goed initiatief is, maar het geeft geen betekenis. Het moet iets zinvoller zijn, iets dat kan concurreren met dat andere, donkere pad. Dat is een uitdaging. Want er valt heel wat betekenis te rapen in woede, dat heb ik in mijn jongere jaren ook gemerkt. Woede geeft zin.

In België staat men nog steeds erg wantrouwig tegenover teruggekeerde Syriëstrijders. Zo werd vorige week nog een man op staande voet ontslagen bij Infrabel toen bleek dat hij voorwaardelijk was veroordeeld voor zijn activiteiten in Syrië. Hoe stelt de publieke opinie zich op tegenover het fenomeen in Noorwegen?

Demian Vitanza: Helaas is de toon heel demoniserend. Ik probeer hier zeker niet het veiligheidsrisico te banaliseren. Alleen werkt dat negatieve discours averechts. Ik denk dat de situatie in Noorwegen gelijkaardig is als in België: er zijn wetten gestemd die stipuleren dat je al strafbaar bent als louter lid van een “terroristische” organisatie, terwijl we in het verhaal van Tariq moeilijk terroristische activiteiten kunnen vaststellen.

Ik begrijp deze aanpak, maar we mogen niet één initiatief dat ontwikkeld is voor de zware gevallen ook laten gelden voor de rest. Dan krijgen we een samenleving die we eigenlijk niet willen. Ik zou graag een iets beter ‘exitproject’ zien. Ishaq is een succescase. Hij is veranderd, nog altijd religieus, maar hij weet politiek te scheiden van religie en is kritisch tegenover zijn verleden. Dat is echter niet zo vanzelfsprekend.

In welke mate heb jij een rol gespeeld in dat proces?

Demian Vitanza: Ishaq zei altijd dat ons schrijfproces echt hielp om de zaken op een andere manier te bekijken. Wat ik erg interessant vind aan literatuur, is dat literatuur niet oordeelt. De lezer oordeelt, goede literatuur velt zelden een oordeel. Het vertelt gewoon wat er gebeurt. Het was niet mijn rol om hem te veroordelen, al bleef ik wel kritisch. Zo konden we een vrije ruimte creëren waarin het verhaal kon ontwikkelen en waar we het vanop afstand konden bekijken. Het is volgens mij een heel waardevolle benadering.

Levensverhalen zijn nogal uw ding. In uw debuut urak gaat u in op de menselijke drang om coherentie te smeden uit gebeurtenissen, om zich een verhaal aan te meten. Mogen we In dit leven of het volgende ook in die context zien?

‘Mijn benadering van literatuur en het leven is proberen om te gaan met het onbekende zonder het te dwingen een antwoord te bieden.’

Demian Vitanza: Absoluut. Waar mijn werk eigenlijk om draait, is omgaan met het onbekende. Het onbekende als onbekende cultuur, persoon, wat we niet weten. Maar het heeft ook een meer ontologische inslag: wat is echt. Ik denk dat we als mensen de drang hebben om bloot te leggen wat waar is en wat niet, het is deel van ons overlevingsinstinct. Maar dat zou ons niet mogen tegenhouden om een open houding aan te nemen tegenover het onbekende.

(c) Manteau

Hetzelfde geldt voor een onbekende cultuur. Direct een antwoord verlangen (“Ben je voor of tegen nikab? Ben je zus of zo’n moslim?”) kan de relatie erg verzuren. Dat neemt net de mogelijkheid tot begrip weg. Neem de dood. Dat is iets wat we nooit zullen kennen voor het er is. Hoe gaan we daarmee om? Zijn we in staat om ermee te leven of hebben we vlugge antwoorden nodig om te kunnen ademen? Wel, mijn benadering van literatuur en het leven is proberen om te gaan met het onbekende zonder het te dwingen een antwoord te bieden. Dat raakt de kern van wat ik probeer te doen.

In dit leven of het volgende door Demian Vitanza is uitgegeven bij Manteau. 360 blzn. ISBN 9789022334539.

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift