Dossier: 

Jeremy Rifkin over Europa en de derde industriële revolutie

Logo klimaattop LimaWe bevinden ons in de eindfase van de tweede industriële revolutie, de doodstrijd is ingezet. Het tijdperk van de fossiele brandstoffen loopt onverbiddelijk op zijn einde, vindt Jeremy Rifkin, Amerikaanse econoom en schrijver. Met het Internet of Things staan we op de drempel van de Derde Industriële Revolutie, die zal gedragen worden door groene energie en gedecentraliseerde aanlevering van die energie. Vraag is alleen nog: hoe geraken we best van A naar B. 

 

Onlangs was Jeremy Rifkin de speciale gast op het 3th RevXpirience-event, in Rotterdam, een expo over de nieuwste snufjes op het vlak van ICT, 3D Printing en The Internet of Things. De Derde Industriële Revolutie, neergestreken  in de Nederlanden. Rifkin nam uitgebreid de tijd om zijn nieuwste ideeën met MO* te delen.

Wikimedia / Lamiot (CC BY-SA 3.0)

De Derde Industriële Revolutie (DIR) is een begrip. Hoe zou u het kort omschrijven?

Jeremy Rifkin: Het gaat over een paradigmashift in het economisch systeem. In de loop van de geschiedenis hebben zich zeven paradigmashifts voorgedaan.  Van jagers en verzamelaars naar herders en vroege landbouw, zo’n tienduizend jaar geleden, over de feodale samenlevingen, tot de eerste industriële revolutie met de stoommachine, de tweede met de komst van de elektriciteit en nu de derde, met het internet.

Bij al die paradigmaveranderingen gaat het telkens om een synergie van drie componenten: nieuwe en efficiëntere communicatiemiddelen, nieuwe energiebronnen om economische activiteiten krachtiger te maken en nieuwe transportmogelijkheden en logistiek. Wanneer vernieuwingen op het vlak van technologie, communicatie en transport samenkomen,  creëren ze de infrastructuur voor een breed technologie-transformatieplatform. En dat verandert de manier waarop wij de economie organiseren.

Twee concrete voorbeelden. In de 19de eeuw maakten we de overgang van met de hand schrijven naar de telegraaf en het machinale printen.  De goedkope steenkool in Groot-Brittannië deed de stoommachines ontstaan en daaruit werden de spoorwegen geboren, met treinen aangedreven door stoomlocomotieven. Die drie omwentelingen samen hebben de wereld veranderd. In de 20ste eeuw hadden we de tweede industriële revolutie, met gecentraliseerde elektriciteitsproductie, tv als nieuwe communicatietechnologie en gemotoriseerd vervoer, aangedreven door verbrandingsmotoren die werkten op goedkope olie.

Die tweede industriële revolutie loopt nu op haar einde. Dat is waarom de economieën vertragen, het bnp daalt en de werkloosheid toeneemt. De infrastructuur van het technologieplatform is verouderd, de productiviteit en efficiëntie renderen niet meer en de wegeninfrastructuur is verzadigd.  

Die tweede industriële revolutie met onder andere tv als nieuwe communicatietechnologie, loopt nu op haar einde. Dat is waarom de economieën vertragen, het bnp daalt en de werkloosheid toeneemt.

Economie en energie zullen helemaal anders georganiseerd worden. Hoe moet ik me dat voorstellen?

Jeremy Rifkin: Het is echt een keerpunt, een grondige hervorming van het kapitalisme, maar het betekent dat wij In twee economische systemen leven die naast elkaar bestaan.


We leven in twee economische systemen die naast elkaar bestaan. Over 35 jaar moet het kapitalisme de baan ruimen.
 

Enerzijds de kapitalistische markten, anderzijds de nieuwe economie die bestaat uit delen en samenwerken. Over 35 jaar zal kapitalisme niet meer het exclusieve systeem zijn maar zal het de baan ruimen voor het kind dat vandaag geboren wordt en gevoed moet worden. Deze vernieuwing wordt nog versneld door wat ik noem de “Zero Marginal Cost”.  Daar gaat mijn nieuwste boek over.

Dat is iets anders dan de circulaire economie?

Jeremy Rifkin: De circulaire economie is daar een product van. De marginale kost is de kostprijs voor de productie van een eenheid. In de bedrijfswereld zijn we altijd op zoek naar nieuwe technologieën om de efficiëntie en productiviteit te verhogen. Als we marginale kosten kunnen wegwerken, kunnen we goedkopere producten en diensten leveren. Maar de DIR is zo succesvol dat ze die marginale kost reduceert tot bijna zero, waardoor goederen en diensten bijna vrij toegankelijk worden. Ze zijn op de markt en kunnen gedeeld worden in een gemeenschappelijk goed dat door samenwerking is opgebouwd. 

De Duitse kanselier Merkel heeft me gevraagd hoe zo’n DIR in Duitsland de economie weer nieuw leven zou kunnen inblazen. Duitsland is nu de voortrekker hiervan in Europa. Ook premier Li van China las mijn boek over de 3de Industriële Revolutie en wil hier nu ook mee aan de slag.

Welke componenten bepalen die DIR?

Jeremy Rifkin: Het is een nieuw technologiesysteem opgebouwd uit het samengaan van internet-communicatie met gedigitaliseerde energiedistributie, en een transportsysteem met onbemande voertuigen, elektrische wagens en vervoer op basis van waterstof. Communicatie, energie en transport komen samen, via het internet, in een nieuw systeem, het Internet of Things.  

Via sensoren worden er data doorgegeven over dit Internet in digitale communicatie. We zien vandaag nog maar het begin daarvan. Sensoren in het domein van de landbouw en de  distributiecentra; slimme huizen en slimme auto’s versturen data over het systeem en verschaffen ons data. 100 biljoen sensoren verbinden alles en iedereen. Het is een grote stap vooruit voor de mensheid want het is als een groot brein, dat iedereen verbindt,  in tal van activiteiten, extreem efficiënt en met een uiterste reductie van de marginale kostprijs, en met de mogelijkheid om nagenoeg gratis te delen.

Edward / Wikimedia (CC BY 2.0)

Een internetijskast, een stap op weg in de derde industriële revolutie

In ruil geven we dan wel onze privacy op?  

Jeremy Rifkin: Het vervelende aspect dat we nog het hoofd moeten bieden, is inderdaad hoe we de databeveiliging hanteren wanneer we iedereen met iedereen verbinden. Hoe gaan we om met persoonlijke privacy?  Hoe voorkomen we cyberterrorisme? En hoe kunnen we ervoor zorgen dat dit Internet of Things niet wordt overgenomen door een paar grote machtige bedrijven? Dat is de discussie waar het nu over gaat in Brussel wanneer we het hebben over de toekomst van digitaal Europa.

Hoe zorgen we ervoor dat iedereen kan aansluiten?

Jeremy Rifkin: We hebben nu 3 miljard mensen die aangesloten zijn op het internet. Over 25 jaar is iedereen aangesloten.

Zelfs iemand die twee dollar per dag verdient kan aansluiten

In China kan je nu een smartphone kopen voor 25 dollar. Zelfs iemand die twee dollar per dag verdient kan aansluiten.  Iedereen krijgt toegang, het gaat niet meer over de private kennis van een handvol mensen. Iedereen kan een overzicht krijgen van wat er gebeurt in bedrijven, buurtorganisaties, lokale besturen. Wij kunnen onze eigen selecties maken en de data selecteren die we nodig hebben. Het is een zeer  horizontale structuur. We kunnen onze eigen productiviteit verhogen, zodat we meer competitieve producten en diensten op de markt kunnen brengen en de marginale kosten kunnen drukken.  Voor sommige dingen kunnen we de kosten zelfs tot bijna nul reduceren en dan gratis delen.

Dat klinkt erg futuristisch en idealistisch

Jeremy Rifkin: Miljoenen jonge mensen sharen nu al hun muziek via het internet en maken hun eigen youtube video’s die ze delen, zonder eigendomsrechten. TV hebben ze niet meer nodig. Ze ontwerpen hun eigen nieuwswebsites en blogs en maken zo kranten en tijdschriften overbodig. Dat proces is volop aan de gang. De voorbije vijftien jaar hebben kranten, tv’s, uitgeverijen van boeken hun omzet drastisch zien dalen.

Vermits miljoenen jongeren gratis hun inhouden delen, worden er weer nieuwe industrieën gecreëerd, zoals Google, Facebook, Twitter, kapitalistische bedrijven die erg succesvol zijn en zo “commons” (letterlijk: gemene goederen)  creëren.  

Deze bedrijven ontpoppen zich als monopolies met een kapitalistische logica. Die druist in tegen de logica van de commons. Hoe kan dit samengaan?

Jeremy Rifkin: Daarover zijn we nu aan het discussiëren bij de uitwerking van Digitaal Europa.  Momenteel bestaan de kapitalistische economie en de deeleconomie nog naast elkaar, maar we willen zien hoe die twee kunnen samengaan.  Hoe kunnen we jobs creëren, industrieën opzetten en reguleren in die nieuwe deeleconomie. Ik hou van Google, het  is een magische zoekmachine. Maar hoe moeten we omgaan met monopolies die diensten leveren die we allemaal nodig hebben? Dat is de betekenis van een “publiek goed”: iets wat we nodig hebben om ons leven te organiseren. Maar als alleen een bedrijf dat daar een monopolie op heeft dit kan aanleveren, is dat problematisch.

Toen de elektriciteitsindustrie, telefoonindustrie en het nationale net van gaspijplijnen uitgroeiden tot monopolies, werden die gereguleerd en kwamen er standaarden om hen te laten werken als nutsbedrijven. We laten hen hun werk doen maar reguleren de prijzen en vragen transparantie en garanties tegen discriminatie.

In de EU is dit debat nu volop aan de gang.  De internet-,  energie- en transportbedrijven die deel zullen uitmaken van dit nieuwe platform, zullen ook gereguleerd worden als publieke goederen, voor publieke dienstverlening, maar het zullen wel privébedrijven blijven. Het kan zijn dat zij het netwerk creëren, maar de commons, dat zijn wij. Wij zijn de mensen die onze eigen data creëren, onze eigen informatie, onze eigen inhoud.  Onze persoonlijke privacy zal beschermd zijn, maar het netwerk zal open zijn.

Duitsland loopt voorop in Europa zegt u. Hoe ver staat men daar?  

Jeremy Rifkin: Op het vlak van energie heb  ik Merkel geadviseerd sinds het begin dat ze kanselier werd. We staan nu zeven jaar verder. Duitsland realiseert 27 procent groene elektriciteit. In 2020 zal dat 35 procent zijn. 

We verdubbelen de capaciteit en halveren de kost elke twee jaar voor zonne- en windenergie

De vaste kosten van zonne- en windenergie verlopen in een exponentiële curve zoals computerchips. Toen ik kind was kostten computers miljarden. Nu kan je voor 20 euro een smartphone kopen. Een watt geproduceerd door zonne-energie in de jaren 70 kostte zo’n 50 euro, nu 55 cent. We verdubbelen de capaciteit en halveren de kost elke twee jaar voor zonne- en windenergie.  Eenmaal je de installaties betaald hebt is de energie zo goed als gratis, de zon stuurt geen rekening.

In Duitsland zijn er vier grote bedrijven hiermee bezig, vier waarvan we dachten dat die onoverwinnelijk waren, maar ze beseften dat hen anders hetzelfde lot zou wachten als de muziekindustrie, de tv, de kranten en magazines.  Het grootste deel van de energie in Duitsland wordt geproduceerd door kleine spelers en individuele gebruikers. Boeren en buurtorganisaties creëerden energiecoöperaties. Dat zijn ook commons: het gaat om gedeelde eigendom, gedeelde productiemiddelen, gedeelde opbrengsten. Ze zijn in eigen beheer,  hebben democratische organisatiestructuren maar hebben niet de bedoeling om winst te maken.

De staat heeft hen niet gesubsidieerd. De banken waren snel om geld te lenen, want die konden afbetaald worden met de opbrengsten van de energie. De vier grote spelers produceren slechts 7 procent van die energie. Ze hebben een verticale structuur en zijn ideaal voor gecentraliseerde energieproductie. Ze hebben een groot kapitaal en gesofistikeerde installaties. Zij waren het meest aangepaste model om schaalvergroting in de economie te realiseren en om efficiëntie te creëren. Maar zij zijn niet de meest geschikte structuur om energie op te halen die overal aanwezig is en die je via kleine entiteiten moet gaan produceren.  Als die miljoenen kleine spelers in Duitsland hun energie op het net plaatsen, kunnen zij een veel grotere productie aanbieden dan de nucleaire installaties.  

De drijvende kracht voor het doorzetten van de derde Industriële revolutie zijn de stijgende olieprijzen, stelt u in uw boek. Maar we zien dalende olieprijzen. Hoe valt dat te rijmen?

Jeremy Rifkin: De economische groei vertraagt omdat de tweede industriële revolutie aan de grens van zijn energie-efficiëntie zit. In 2007 kostte een vat ruwe olie 100 dollar, in juli 2008 was dat 147 dollar, een record. Alles werd daardoor duurder en mensen stopten met kopen. De instorting van het financiële systeem was de na-schok. We bevinden ons in een lange periode van uitfasering, het is een doodsstrijd van het oude systeem.

De drijvende kracht voor het doorzetten van de derde Industriële revolutie zijn de stijgende olieprijzen

Met een lage olieprijs van 40 dollar probeerde  men de economie terug op gang te brengen. Naarmate daar terug leven in kwam, ging de olieprijs opnieuw stijgen. Vorig jaar bereikte die 118 dollar voor een vat. De economie vertraagde opnieuw en ook de olieprijzen daalden opnieuw. Elke keer wanneer we proberen het systeem weer de activeren, krijgen we cycli van vier of vijf jaar, met olieprijzen die stijgen en dalen en economische groei die even terug opstart en weer stagneert. Maar er komt geen structurele oplossing. Overal wordt gezocht naar de manier om door die deur te geraken, maar het lukt niet.

U bent erg optimistisch over Europa en zijn groen beleid, maar sinds de economische crisis is er toch een serieuze terugval.

Jeremy Rifkin: Een paar landen zijn inderdaad niet mee en begrijpen niet waarover het gaat. Maar  ze zullen  hun ideeën wel zullen bijstellen wanneer ze de verwezenlijkingen van Duitsland zien. Duitsland is de motor van Europa en over enkele jaren zullen zij de meest competitieve economie zijn.

Groot-Brittannië  leidde de eerste industriële revolutie, de VS de tweede, China kan niet achter blijven bij de derde industriële revolutie.

Ook China gaat nu die weg op. Twee jaar geleden kwam het boek van de Derde Industriële Revolutie uit. Momenteel zijn daar 500 000 exemplaren van in druk in China, het is er het best verkopende non-fictie boek. Soms hangen evoluties echt af van de juiste persoon op de juiste plaats. De president van Guangdong, de grootste industriële regio in China, promoot mijn boek en zei: ‘Groot-Brittannië  leidde de eerste industriële revolutie, de VS de tweede, wij willen niet achter blijven bij de derde industriële revolutie.”

Hij is nu vicepremier, verantwoordelijk voor de economie. Onlangs bracht ik hem voor de tweede keer een bezoek. De verantwoordelijke voor het nationale elektriciteitsnet kondigde 66 miljard euro aan voor de komende twee jaren om het net klaar te maken voor de derde industriële revolutie. Over enkele jaren hebben ze over heel China een gedigitaliseerd internet. China is op dit ogenblik de grootste producent van zonne- en windenergie.  Ze lopen ver voorop, Duitsland volgt. Maar VS, dat is nog niet voor morgen. 
De volgende stap is de creatie van het Internet of Things in China en dan over Azië.

Hoe ver staan we met dat Internet of Things?

Jeremy Rifkin: Ik ben net terug van de 3th Revxperience  Expo hier, met onder meer een 3D printer voor het maken van producten.  Een paar duizend jonge ingenieurs werken daar vandaag al mee, op basis van open software. Hoe meer ze crowdsourcen, hoe sneller ze vooruit kunnen gaan. Als grondstof gebruiken ze recyclage - plastic, - papier en - metaal dat ze halen uit de afvalberg. Die grondstoffen kosten alleen de recyclage-arbeid.  De FabLabs (Fabrication Laboratoria) werken met zonnepanelen, en vervoeren hun producten met elektrische wagens. Over tien jaar zullen die voertuigen ook geprint worden.

De hele tweede industriële revolutie is gebouwd op de automobiel. Vandaag zie je in California heel wat auto’s rijden zonder chauffeur. Dat is een shock. Het nieuwe tijdperk wil geen auto’s meer, mensen willen mobiliteit maar willen die niet in eigendom. Voor hun vervoer delen ze auto’s, met hun smartphone connecteren ze met de logistics website, en roepen zo een wagen. Voor elke gedeelde auto, worden er vijftien uit de productie gehaald.  Dat heeft een geweldige impact.

In Michigan kunnen we zo nu al 8 procent van het transport elimineren.

80 procent van het wagenpark zal uit circulatie gaan door gps-gestuurde auto’s zonder chauffeur

80 procent van het huidige wagenpark zal op die manier uit circulatie gaan, de 20 procent die overblijft zullen gedeelde auto’s zijn.  Er komt dan opnieuw ruimte op de wegen, waardoor het opnieuw sneller kan gaan.

Over heel Europa zijn er tal van magazijnen. Elk bedrijf heeft er een aantal maar kan er nooit overal hebben, terwijl anderen geregeld lege ruimtes hebben.  Met het gps-gestuurde  transport en een logistiek netwerk kunnen magazijnen met elkaar verbonden worden in real time, door samen te werken. Dat kan een ongelofelijke efficiëntiewinst opleveren.

Over hoeveel jaar zal dat werkelijkheid worden? 

Jeremy Rifkin: Alles waar ik nu over vertel, is aan het opstarten. Het is alleen nog een kwestie van opschalen. Er zijn twee manieren om daarnaar te kijken. Het huidige internet heeft 25 jaar gevergd om op gang te komen. Het is echt pas doorgebroken in 1990. In 25 jaar zijn 3 miljard mensen verbonden met het internet. Het digitale energie-internet is nu aan het opstarten.  Dat zal ook zo’n 25 jaar nemen. En idem voor het transport- en logistics internet. Stap voor stap moeten blokkades en oude standaarden weggenomen worden. Ook alle infrastructuur moet vernieuwd worden, dat neemt misschien nog eens tien jaar.

Het is ook een opportuniteit om elk land opnieuw aan de slag te krijgen, om werkgelegenheid te creëren voor twee generaties en de economie nieuw leven in te blazen.

Wat zou dit voor België betekenen?

Jeremy Rifkin: België  zou de hele fossiele brandstoffen- en kernenergieproductie moeten ombouwen tot hernieuwbare energie. De gebouwen moeten geïsoleerd- dat creëert ook veel werkgelegenheid- en vervolgens moeten er installaties gebouwd worden om van die gebouwen ook energieproducenten te maken.  Dan moeten we het elektriciteitsnet ombouwen naar distributieve en slimme netten.  Dat is heel veel werkgelegenheid: ICT, elektronica, kabelbedrijven. Het transport moet omgebouwd worden voor gps-geleide voertuigen.  In zo’n veertig jaar, twee generaties, kunnen we dat realiseren en voor praktisch elke industrie is er een job. De enige waar ik geen job voor kan bedenken is de olie- industrie.

Bij de eerste industriële revolutie was België het eerste land op het continent. Er is geen reden voor België om achter te blijven

Bij de eerste industriële revolutie was België het eerste land op het continent. Er is geen reden voor België om achter te blijven. Jullie hebben drie regio’s die mooi kunnen samen werken. Ik heb de vorige minister-president van Vlaanderen twee keer ontmoet, ik ontmoette de Waalse eerste minister. Ze stuurden een delegatie van acht personen naar Washington. Maar er beweegt niets. Kleine marginale projecten volstaan niet, het moet een totaal project zijn waarin de drie regio’s samenwerken. Wallonië heeft een groot potentieel voor hernieuwbare energie. Vlaanderen heeft grote technologische expertise. Brussel is een politiek zwaargewicht. Er is geen reden waarom deze drie regio’s geen masterplan kunnen ontwikkelen en zo’n technologieplatform kunnen bouwen.  Het Franse departement Noord -Pas de Calais is daar volop mee bezig, België zou mee aan boord kunnen gaan.  Het zou het volgende land moeten zijn om dit project op gang te brengen.

U reist de wereld rond om heel gepassioneerd uw ideeën aan de man te brengen. Waarom doet u dat?

Jeremy Rifkin: Mijn nieuwste boek over Zero Marginal Cost heb ik geschreven omdat er slechts één thema is dat alle andere thema’s overstijgt, en dat is de vraag of we gaan overleven op deze planeet. De klimaatopwarming is echt een heel beangstigend gegeven, een crisis die op ons afkomt. In 1980 schreef ik een boek over entropie, toen ik deze thema’s begon aan te snijden.  We hadden een netwerk van activisten over klimaatthema’s, maar wat we niet goed hebben ingeschat is de snelheid van de feedbackloops (als er een specifieke drempel overschreden wordt, komt het proces in een hogere versnelling, nvdr) omdat de interacties heel complex zijn.  Je ziet zo’n feedbackloop niet tot ze zich voordoet. Een daarvan is de Siberische permafrost. Het was zelfs niet vermeld in het vierde IPCC report van 2007. Die permafrost is nu aan het smelten. Als die allemaal smelt gaat de opwarming door het plafond. Zo’n feedbackloop genereert dan weer tien andere. Eens de sneeuw daar weg is, heb je bijvoorbeeld geen reflecterend effect meer om de warmte van de zon terug te kaatsen.

Klimaatverandering gaat niet over de vraag of het vandaag warmer of kouder is. Het gaat in essentie over de watercyclus.

Klimaatverandering gaat niet over de vraag of het vandaag warmer of kouder is. Het gaat in essentie over de watercyclus.  Al het leven hebben we aan dat water te danken. Dit is de enige planeet waar er water is, we kunnen niet uitwijken naar een andere planeet. Al onze ecosystemen hangen af van de watercyclus. Voor elke graad dat de temperatuur stijgt, stijgt er 7 procent neerslag sneller op, 2°C is dus 14 procent meer neerslag. Het zullen kortere tussenperiodes zijn met veel hevigere regenbuien, hevigere sneeuwval, meer extreme hittes, droogtes, overstromingen, orkanen en taifoens. São Paulo kampt met droogte, dit is een stad van 25 miljoen mensen, zonder water!  In California is er geen water meer in de zomer. 

Er is een extreme stress in het proces van uitputting van de ecosystemen. We bevinden ons nu in de zesde extinctiegolf. In de 415 miljoenen jaren hebben we er vijf gehad, met massale sterftes van soorten. Telkens was er een periode van tien miljoen jaar nodig om dit uitsterven te boven te komen. 70 procent van alle levensvormen zijn vandaag bedreigd. Onze eigen soort is misschien bedreigd.

Ik ben je geen horrorverhaal aan het vertellen. Dit is wat er vandaag gebeurt, is 2014. We kunnen exact beschrijven wat er met onze kinderen en kleinkinderen zal gebeuren van nu tot 2100. We staan vandaag echt op de drempel van de klimaatverandering.  Om de ommekeer te realiseren zijn er drie generaties nodig. Misschien zijn we te laat, maar ik zie dit – de Derde Industriële Revolutie en de  Zero Marginal Cost Society als een noodplan. We kunnen dit proces toch niet laten blokkeren door een paar grote multinationals van fossiele brandstoffen?

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Latijns-Amerika & ecologie
    Alma De Walsche schrijft over ecologische thema’s, van klimaat- en energiebeleid, over landbouw- en voedsel tot transitie-initiatieven en baanbrekers. Ze volgt al enkele decennia Latijns-Amerika, met een speciale focus op de Andeslanden.