“Een handelsakkoord met Europa kan niet ingaan tegen onze fundamentele beleidsopties”

Terwijl Europa zich in de onderhandelingen over een handelsakkoord met de VS inspant om zijn eigen eisen en voorwaarden overeind te houden, doet Ecuador hetzelfde in de onderhandelingen over een handelsakkoord met Europa.  In het beste geval kunnen de besprekingen tegen de zomer rond zijn.    

  • © Ecuadoraans Ministerie voor Hoger Onderwijs René Ramírez, secretaris voor Hoger Onderwijs, Wetenschap, Technologie en Innovatie en een van de onderhandelaars van het vrijhandelsakkoord tussen Ecuador en de EU. © Ecuadoraans Ministerie voor Hoger Onderwijs

Het handelsakkoord waarover Europa en Ecuador momenteel besprekingen voeren, is identiek aan dat welke de Unie eerder met Peru en Colombia ondertekende. Ecuador was initieel bij die besprekingen betrokken, tot die vastliepen in 2009. De eerste ronde vond begin dit jaar plaats in Brussel, vorige week zagen de betrokken onderhandelaars elkaar in Manta, Ecuador.

Over die onderhandelingen had MO* een gesprek met René Ramírez, secretaris voor Hoger Onderwijs, Wetenschap, Technologie en Innovatie en een van de onderhandelaars tijdens de eerste ronde.

Vanwaar de hervatting van de besprekingen?

René Ramírez: De reden voor de opschorting was een dispuut over de bananen maar dat is inmiddels opgelost.  

Europa blijft wel belangrijk voor Ecuador.               

René Ramírez: Europa is voor Ecuador een van de belangrijkste exportmarkten, vooral voor landbouwproducten. Maar Ecuador heeft altijd gevraagd dat er bij de onderhandelingen zou rekening gehouden worden met de asymmetrische realiteit. De Europese markt is veel verder ontwikkeld.

Bovendien is in Ecuador de dollar ingevoerd, in tegenstelling tot Peru en Colombia, die een eigen munt hebben. Wij kunnen daardoor geen eigen monetair beleid voeren. Onze buurlanden kunnen hun munt devalueren, wat wij niet kunnen. Maar we moeten wel met hen op dezelfde markt concurreren.

Het is belangrijk voor ons om de besprekingen op ons eigen ritme te voeren en op een manier die de structurele organisatie van ons land niet aantast.

Over welke thema’s gaat het concreet?

René Ramírez: Het gaat over publieke aankopen, markttoegang, diensten, maar ikzelf ben betrokken bij thema’s die met intellectueel eigendom, wetenschap, technologie en innovatie en met geografische oorsprong te maken hebben. Voor ons is intellectueel eigendom een belangrijk thema omdat wij ons ontwikkelingsmodel structureel willen opbouwen op een sociale kenniseconomie. Ecuador investeert momenteel 2 procent van zijn bnp in hoger onderwijs. Dat is  een verdubbeling tegenover vorige presidenten. Het is dus een bewuste keuze van het beleid. We investeren ongeveer 1 procent van het bnp in vier universiteiten.

Ook Europa hecht veel belang aan intellectuele  eigendomsrechten. De belangrijkste producten die vanuit Ecuador in Europa binnenkomen, zijn landbouwproducten, maar de belangrijkste producten die Europa wil exporteren, zijn kennisproducten. In het ontwikkelingsproject dat wij als land voorop stellen, gaat die intellectuele eigendom nog een belangrijkere rol innemen.

Waarover gaat de discussie met Europa?

René Ramírez: Onze vraag is dat de toegang tot kennis en intellectueel eigendom meer zou gedemocratiseerd worden en dat het akkoord ons er niet toe zou verplichten om tegen onze structurele beleidskeuzes in te gaan. Wij willen kennis zien als een “openbaar goed” en we willen niet dat een akkoord met de EU dit onmogelijk zou maken.  

Zoals het nu is, zou dat wel het geval zijn?

Als het akkoord Ecuador-EU een blauwdruk is van dat van Colombia en Peru, zou dat wel het geval zijn. Bijvoorbeeld op het vlak van gezondheidszorg: wij hebben nu Enfarma, een staatsbedrijf dat toegang tot betaalbare medicijnen voor iedereen garandeert. Als we met het handelsakkoord een identieke clausule goedkeuren als die welke Colombia en Peru goedkeurden, zou ons dat opzadelen met een kostenplaatje van 500 miljoen dollar en een prijsstijging van 18 procent voor de medicijnen.

Als we met het handelsakkoord een identieke clausule goedkeuren als die welke Colombia en Peru goedkeurden, zou ons dat opzadelen met een kostenplaatje van 500 miljoen dollar en een prijsstijging van 18 procent voor de medicijnen.  

Dat is in strijd met een fundamenteel principe uit de grondwet, namelijk de toegang tot gezondheidszorg en betaalbare medicijnen voor iedereen. Europa vraagt vijf jaar proeftijd voor farmaceutische producten maar als er een urgentie is, willen wij in eigen land wel het recht behouden op het gebruik van generische producten. Voor ons is het dus belangrijk dat een handelsakkoord tussen Ecuador en de EU niet ingaat tegen een aantal principes die in Ecuador in de grondwet verankerd zijn en die fundamenteel zijn voor het beleid.

Merkt u bij Europa de bereidheid om rekening te houden met de eigenheid van Ecuador?

René Ramírez: In het thema over intellectueel eigendom lag dat wel moeilijk en ook bij de besprekingen over geografische oorsprong zagen we niet de gewenste openheid. Zoals de “champagne” of de “camembert” voor Europa een apart statuut hebben, willen wij op de  Europese markt een erkenning voor onze artisanale producten.

Organisaties uit de civiele samenleving in Ecuador zijn bezorgd over deze onderhandelingen. Kan u hen gerust stellen?

René Ramírez: Wij zijn ons goed bewust van de cruciale thema’s. Belangrijk is dat het akkoord in overeenstemming kan gebracht worden met de beleidsoptie van Ecuador om te evolueren naar een sociale kenniseconomie. Wij willen de productiebasis van onze economie veranderen. Die structurele verschuiving willen we niet op het spel zetten.

De verschuiving van een economie gebaseerd op de extractie van natuurlijke rijkdommen naar een sociale kenniseconomie, wat houdt dit precies in?

René Ramírez: Ecuador en ook andere landen in de regio, zijn beperkt in hun mogelijkheden om de structurele problemen van armoede en ongelijkheid op te lossen.  Het economische model is hoofdzakelijk gebaseerd op export van natuurlijke rijkdommen en import van afgewerkte producten. Wij willen dat model achter ons laten en de overgang maken van een economie die gebaseerd is op eindige grondstoffen naar een economie gebaseerd op onbegrensde bronnen, zoals kennis, wetenschap, technologie en creativiteit. We willen een economie die de publieke en collectieve dimensie van de kennis terug centraal stelt. Wij zijn ook niet gebaat bij een gesloten systeem, wij willen ook kunnen leren van Europa.

Europa en de VS verdedigen strenge intellectuele eigendomsrechten terwijl ze voor goederen pleiten voor openheid en vrijhandel. Dat is een paradox die erop gericht is een grote afhankelijkheid te creëren. In het verleden werden we afhankelijk gemaakt van de import van afgewerkte producten, vandaag worden we afhankelijk gemaakt van de kenniseconomie. Een eigen ontwikkeling kunnen opbouwen en toegang tot kennis en wetenschap is voor ons een kwestie van soevereiniteit. 

Ecuador heeft ook zijn onderwijssysteem hervormd

René Ramírez: We zijn daar sinds 2010 volop mee bezig. We hebben een grondige evaluatie gedaan van het universitair onderwijs. In het neoliberale tijdperk zijn er verschillende universiteiten opgericht met een mercantilistische mentaliteit, waarvoor de klemtoon eerder lag op winst maken dan op het doorgeven en vormen van kennis. We hebben in één klap veertien universiteiten gesloten, privé-universiteiten die niet de nodige kwalificering hadden. In 44 universiteiten hebben we de inschrijvingen opgeschort, omdat ze ook niet aan de nodige criteria beantwoordden. 

Ondanks deze maatregelen is het absolute aantal van inschrijvingen toegenomen, omdat er ingezet wordt op democratisering van het hoger onderwijs. Er is een systeem van studiebeurzen ontwikkeld waar jongeren uit de armste lagen van de bevolking beroep op kunnen doen. Het inschrijvingsaantal van de 20 procent armsten is verdubbeld, net als het aantal inheemsen en de afro-ecuadoranen, die zich inschreven aan de universiteit. Dat is echt een structurele verandering. De toegang tot kennis is een onderdeel van de burgerrevolutie in Ecuador. De armen hebben evenveel talenten als de rijken maar minder mogelijkheden, en daar willen we iets aan doen.

In dat kader is ook het FLOK van start gegaan, het project waar ook de Belg Michel Bauwens deel van uitmaakt.  

René Ramírez: We zijn volop bezig om zowel een nieuw wetgevend kader als een actieplan op te stellen om die sociale kenniseconomie tot ontwikkeling te brengen. Het FLOK-project bestaat uit een groep onderzoekers die hun steun verlenen om het publieke beleid te ondersteunen met open software en ook van nieuwe kennis.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Latijns-Amerika & ecologie
    Alma De Walsche schrijft over ecologische thema’s, van klimaat- en energiebeleid, over landbouw- en voedsel tot transitie-initiatieven en baanbrekers. Ze volgt al enkele decennia Latijns-Amerika, met een speciale focus op de Andeslanden.