Europa zal sociaal zijn, of niet zijn

De sociale onrust over besparingen en arbeidsregelingen is geen uniek Belgisch verhaal, maar verbonden aan het huidige model van economische mondialisering. Zitten we, zonder dat we het zelf beseffen, in een perfecte mondialiseringstorm? MO* sprak met Europese vakbonden, toonaangevende economische adviseurs en europarlementsleden.

Twee Front National-aanhangers tijdens de 1 mei-viering © Jurgen Augusteyns (www.jurgenaugusteyns.com)

 

‘Het echte probleem is niet dat Europa noodzakelijke hervormingen van de arbeidsmarkt doorvoert om competitief te blijven, maar dat het niet tegelijk maatregelen neemt die de welvaart in de samenleving eerlijker verdelen.’ Meteen een duidelijke stelling die het sociale conflict gebalanceerd samenvat én een oplossing suggereert.

Aan het woord is Guntram Wolff, directeur van de toonaangevende denktank Bruegel. Hij adviseert Europese ministers van Financiën, het Europees Parlement, de Duitse en Franse parlementen, en is lid van de Conseil d’Analyse Economique van de Franse premier Manuel Valls. Europarlementsleden Helga Stevens (N-VA), Tom Vandenkendelaere (CD&V) en Kathleen Van Brempt (sp.a), en onderzoeker bij het European Trade Union Institute (ETUI) Stan De Spiegelaere duiden wat er voor hen op het spel staat.

De Belgische Wet Peeters en de Franse Loi Travail komen tegemoet aan de vraag naar meer flexibiliteit bij werkgevers. Werkgevers zullen soepelere regelingen kunnen toepassen op het vlak van overuren, het maximaal aantal uren van de werkweek en de ontslagregeling. In Frankrijk zou de rol van vakbonden in bedrijven worden teruggeschroefd.

Er is veel protest, maar kan je de vraag van werkgevers voor meer flexibiliteit wel vermijden in tijden van mondialisering?

Helga Stevens (N-VA): Zowel België als Frankrijk hadden lange tijd een rigide arbeidswetgeving en arbeidsorganisatie. Geconfronteerd met de mondialisering zal de evolutie naar meer flexibele arbeidsregelingen er sowieso komen. Wij concurreren in een mondialiserende wereld: China, India, Amerika. Dan is het logisch dat er iets beweegt op lokale arbeidsmarkten. Duitsland is hier in de jaren ‘90 al aan tegemoetgekomen. Het resultaat is dat Duitsland vandaag de vruchten plukt van moeilijke beslissingen in het verleden, terwijl België en Frankrijk geconfronteerd worden met hevige protesten omdat de regeringen de uitdagingen willen opvangen.

Stan De Spiegelaere (ETUI): Mondialisering wordt soms als een excuus gebruikt om een bepaalde ideologie door te drukken. Het klopt dat concurrentie in vele sectoren globaal is geworden, maar in andere sectoren is de integratie eerder Europees. Veel sectoren vallen zelfs buiten de mondialisering, bijvoorbeeld de horeca en de schoonmaaksector. En toch roepen werkgevers daar het hardst om flexibiliteit. Frustratie ontstaat vaak ook door fraude. De oplossing is dan dat inspectiediensten hun werk goed doen, niet dat de positie van de werknemer precair wordt.

‘Vandaag zijn er vier werkenden per gepensioneerde, morgen zijn dat er nog maar twee. We kunnen niet anders dan hervormen.’ 

Tom Vandenkendelaere (CD&V): Het economisch beleid van de EU is gericht op hervormingen en die zijn voor niemand makkelijk. Aan de ene kant zitten we met een hoge staatsschuld in vele EU lidstaten, die vroeg of laat in ons gezicht zal ontploffen. We mogen die niet doorschuiven naar volgende generaties. Aan de andere kant zien we een demografisch probleem: vandaag zijn er vier werkenden per gepensioneerde, morgen zijn dat er nog maar twee. We kunnen niet anders dan hervormen. Ook ontstaan er nieuwe vormen van werken: flexwerk, thuiswerk. En niemand gaat nog voor een carrière van 30 jaar bij dezelfde werkgever. De realiteit is al flexibel, de wetgeving moet zich aanpassen. 

Kathleen Van Brempt (sp.a): Overheden van links tot rechts voelen de nood aan flexibiliteit op de arbeidsmarkt. In Frankrijk is die nood niet ingegeven door ideologie. Ik denk niet dat de PS daar plots liberaal is geworden. Ze staan simpelweg met het water aan lippen. Ze proberen iets in beweging te brengen op de arbeidsmarkt en geloven dat het recept van flexibilisering werkgelegenheid brengt.

Guntram Wolff (Bruegel): De Belgische en Franse maatregelen gaan hand in hand gaan met de geïntegreerde markt van de EU en de eurozone. De verschillende landen van een geïntegreerde markt en een monetaire unie moeten hun beleid op elkaar afstemmen. De Franse en Belgische regeringen hebben nauwelijks een keuze daarin. Hun economieën zijn geïntegreerd, niet alleen met Europa, maar met de hele wereld. Dit heeft een wereldwijde druk op arbeid gelegd.

Technologische ontwikkelingen maken bovendien dat bedrijven sneller investeren in betere software en IT dan in nieuwe arbeidskrachten. Het gevolg is dat het aandeel van de groei gerealiseerd door arbeid, daalt. Tegelijkertijd is de inkomensongelijkheid gestegen. Het politieke debat zou zich meer op dat laatste moeten richten. Voorlopig faalt de EU collectief om ongewenste effecten op sociale bescherming op te vangen.

Bezorgde burgers tijdens de Nuit Debout (c) Jurgen Augusteyns (www.jurgenaugusteyns.com)

Bezorgde burger tijdens Nuit Debout in Antwerpen, naar voorbeeld van protest tegen hervormingen van de arbeidswet in Parijs

Waarom hebben werkgevers meer flexibiliteit nodig?

Helga Stevens (N-VA): Flexibiliteit is ook de vraag van de werknemer zelf. Het is een win-win situatie. In vele landen, ook in België, is er nog een gigantische werkloosheid. Vooral bij jongeren. Hoe kunnen we die mensen aan het werk krijgen? Door arbeidswetgeving een beetje te versoepelen. Werkgevers zijn soms niet geneigd om mensen aan te nemen omdat het moeilijk is om werknemers te ontslaan. Ik ken verschillende KMO’s van loodgieters en schrijnwerkers. Zij willen graag mensen in dienst nemen, maar zeggen dat het niet gaat door alle regelgeving. Uiteindelijk is een versoepeling dan ook in het belang van de werkzoekende.

‘Flexibiliteit voor werkgevers zal jonge werklozen in de achtergestelde banlieus helpen integreren op de arbeidsmarkt.’

Guntram Wolff (Bruegel): Arbeidswetgevingen beschermden traditioneel de langdurige “insiders”, de werknemers die al een tijd op de arbeidsmarkt tewerkgesteld zijn. Rigide arbeidswetgeving vermindert de kansen voor “outsiders”, vooral jongeren, om in te stromen in de arbeidsmarkt omdat de hoge bescherming van “insider”-werknemers werkgevers doet aarzelen. Dit is zichtbaar in landen als Spanje en Italië, maar ook in Frankrijk. In Frankrijk is het probleem acuut. Flexibiliteit voor werkgevers zal jonge werklozen in de achtergestelde banlieus helpen integreren op de arbeidsmarkt.

Wat België twee jaar geleden al deed, ging in de goede richting. Jonge werknemers kunnen beginnen met een tijdelijk contract en dit wordt later omgezet in een contract van onbepaalde duur. Het helpt jonge werklozen aan het werk en als de lonen te laag zijn, moeten regeringen bereid zijn om te helpen. 

Hoe komen regeringen het best tegemoet aan de begrijpelijke angsten bij de bevolking?

Helga Stevens (N-VA): N-VA ontkent de onrust over ontwikkelingen in de samenleving niet. Ik kan begrijpen dat mensen ongerust zijn over hun toekomst en die van hun kinderen. Daarop moeten we een antwoord bieden, door duidelijke informatie te verschaffen. Soms kiezen de media voor polariserende berichtgeving, in plaats van onze boodschap correct weer te geven. Ook via sociale media raakt foute informatie razendsnel verspreid en draagt die bij tot polarisering. En de oppositie polariseert. Wij stellen vast dat er geen socialisten in de regering zitten. Proberen ze hun politieke invloed te laten gelden via stakingen, als instrument tegen de regering?

‘De sociale pijler behoort nog altijd niet tot de Europese verworvenheden, terwijl de vrijheid van ondernemerschap al lang verworven is.’

Kathleen Van Brempt (sp.a): Door in Europa een lijn te trekken waar we niet onder gaan: de sociale pijler van de Europese Unie. Een eengemaakt sociaal beschermingsniveau. De rechten die elke Europese werknemer heeft. Deze pijler behoort na zovele decennia nog altijd niet tot de Europese verworvenheden, terwijl de vrijheid van ondernemerschap al lang verworven is.

We doen ook hard ons best om meer rechtvaardigheid te brengen: belastingontduiking bestrijden, de Panama Papers hoog op de agenda te plaatsen, aankaarten dat arbeid zwaarder belast wordt dan milieuvervuiling. Dat voedt allemaal het gevoel dat de grote bedrijven een hand boven het hoofd gehouden wordt. De commissie heeft er oren naar, maar botst voortdurend op de raad, de regeringsleiders van de 28 lidstaten. Het egoïsme van de natiestaten is het grootste struikelblok. Als sociale bescherming op nationaal niveau naar goeddunken kan worden afgebouwd, dan is het niet verwonderlijk dat angst en onzekerheid toenemen.

Guntram Wolff (Bruegel): EU-lidstaten moeten samenwerken om de stijgende ongelijkheid op te vangen. Het is opvallend dat België zulke hoge belastingen int op inkomen uit arbeid en relatief lage belastingen op kapitaal. De verzwakte positie van werknemers in nieuwe arbeidsregelingen moet worden gecompenseerd via voordelige fiscale regelingen. De belastingdruk moet verschuiven van arbeid naar kapitaal. Wanneer je inkomen onder een bepaalde drempel ligt, zou je lagere belasting moeten kunnen betalen of een overheidssubsidie krijgen. Dit is verstandig en rechtvaardig.

Tom Vandenkendelaere (CD&V): Als hervormingen niet gepaard gaan met een rechtvaardigheidsagenda voed je het gevoel van onrechtvaardigheid in de buik van iedere Europeaan. Het gevoel dat hervormingen tegen de gewone mensen gericht zijn. Daarom streef ik in het Europees parlement prioritair die rechtvaardigheidsagenda na. Het kan niet dat iedereen zijn steentje moet bijdragen, maar dat de groten de dans ontspringen. Het kan niet dat misbruik van de detacheringsrichtlijn oneerlijke competitie binnen Europa creëert. Het kan niet dat sommige lidstaten een totaal gebrek aan solidariteit tonen rond de opvang van vluchtelingen.

‘Ik zal tegengewicht bieden aan wie het neoliberale stempel op de EU wil drukken.’ Tom Vandenkendelaere (CD&V) 

Deze cocktail zorgt voor een gevoel van oneerlijkheid. Ik begrijp dat veel mensen denken dat er verborgen neoliberale agenda bestaat. De sociale pijler van de EU blijft simpelweg afwezig naast de economische. Als schaduwrapporteur voor een rapport daarover zal ik het debat moedig voeren en tegengewicht bieden aan wie het neoliberale stempel wil drukken op de EU. We moeten daarover communiceren om de Europese burger te bereiken. Van de media hopen we op een constructieve houding. Als ik over schandalen spreek, staan de journalisten in de rij. Als ik spreek over ons positieve werk rond sociale rechten, dan is er geen publiek.

Stan De Spiegelaere (ETUI): Er beweegt zeker iets op sociaal vlak, maar komt er echt een nieuwe model met een volwaardige sociale pijler? Ik vrees dat het eerder oplapmiddelen zijn. Tegemoetkomen aan de angsten van de bevolking doe je door terug te keren naar wat de EU oorspronkelijk had moeten worden. We zouden het model van sociaal overleg en de gereguleerde markteconomie van Duitsland en Scandinavië op Europees niveau invoeren. Dat is niet gelukt. Meer nog, dat model is helemaal van de kaart verdwenen.

Vandaag gaan we naar het neoliberale Angelsaksische model. Dat idee van deregulering en flexibilisering is ingebakken geraakt in de EU. Je ziet dat aan het antwoord op lidstaten die een andere weg willen inslaan, maar dat niet kunnen. Griekenland was gebonden. Spanje kan geen regering vormen. En vooral Frankrijk, waar president Hollande aan de macht kwam met de belofte van een ander sociaaleconomisch model, is omgeslagen.

Ook Polen volgt een andere koers. Er kwam een nationalistische partij aan de macht die de positie van bedrijven wil inperken tegenover de rechten van arbeiders. Hoe verklaart u dat?

Helga Stevens (N-VA): Polen moet je vanuit Pools perspectief bekijken. Staan de vakbonden er sterk of zwak? Is de ontslagbescherming er sterk of zwak? Het vertrekpunt is belangrijk. Het klopt dat hun economisch beleid anders is dan de Europese liberale maatregelen die de Belgische en Franse regeringen nemen, maar de vergelijking gaat niet op. Onze economieën zijn in totaal verschillende fases van ontwikkeling.

N-VA en de partij PiS zitten in dezelfde Europese fractie, maar dat betekent niet dat onze stemhouding altijd dezelfde is. Er zal trouwens altijd ongelijkheid bestaan tussen regio’s in Europa. Je ziet het tussen Vlaanderen en Wallonië, tussen West-Europa en Oost-Europa. Je ziet het zelfs in één land, in de Verenigde Staten. Staten waar veel industrie was, bijvoorbeeld Michigan, zijn ingestort. Andere staten bloeiden open. Dat is de dynamiek van de economie.

Guntram Wolff (Bruegel): Polen bleef groeien tijdens de economische crisis in de rest van Europa. De flexibele wisselkoers heeft Polen geholpen. De komende vijf tot tien jaar heeft het geen zin om tot de eurozone toe te treden als ze nog steeds een inhaalbeweging maken naar West-Europese inkomensniveaus. De specifieke reden waarom een populistische partij aan de macht kwam, is de toenemende kloof tussen stedelijke en landelijke ontwikkeling. Dit is een tendens in veel landen: economische activiteit concentreert zich in de steden.

‘De sociale onrust in België wordt vertaald naar stakingen tegen liberaal beleid, in Polen naar steun voor antiliberaal beleid.’

Tom Vandenkendelaere (CD&V): De sociale ongerustheid in België en Frankrijk wordt vertaald naar stakingen tegen een liberaal regeringsbeleid, in Polen naar steun voor een antiliberaal regeringsbeleid. Ik vroeg gisteren aan een Poolse collega hoe ze de verhoogde kinderbijslag gaan betalen. Niemand weet het. Het levert hen op korte termijn populariteit op, maar binnen vier jaar betalen ze de rekening. Ze zullen de verkiezingen verliezen én de put waarin de lidstaten zaten wordt nog dieper. We kunnen dit niet oplossen met bric-à-brac maatregelen.

Stan De Spiegelaere (ETUI): De rechtse Poolse regering is aan de macht gekomen met hier en daar linkse toetsen. Maar het minimumloon en de kinderbijslag verhogen, dat zijn makkelijke maatregelen die van bovenaf, zonder sociaal overleg, kunnen opgelegd worden. Een Europa van populistische sociale maatregelen is niet het sociale Europa dat wij voor ogen hebben: een Europa met een gereguleerde markteconomie, waarbij sociaaleconomische spelregels afgesproken worden via overleg tussen sociale partners. Het is een Europa dat niet alleen bij wet kan ingevoerd worden.

Ook West-Europese nationalistische partijen als Front National en Vlaams Belang kozen de kant van de arbeiders. Een bezorgdheid?

(Marine Le Pen van FN uitte zware kritiek op de Loi Travail: “De wet zal leiden tot grotere onzekerheid bij werknemers, is er voor de grote bedrijven en niet voor de KMO’s, en is geïnspireerd door de besparingsvisie uit Brussel.” Het Vlaams Belang zei dat de vele van de vakbondseisen terecht zijn.)

Marine Le Pen tijdens de 1 mei-viering voor arbeiders (c) Jurgen Augusteyns (www.jurgenaugusteyns.com)

Marine Le Pen tijdens de 1 mei-viering van Front National

Helga Stevens (N-VA): Ik geloof niet dat het Vlaams Belang oprecht bezorgd is om de arbeiders. Ze waaien mee met de wind. Marie-Rose Morel was tegen de vakbonden gekant. FN en Vlaams Belang zijn anti-EU en anti-mondialisering, wij zien de mondialisering als een niet te ontkennen realiteit. We willen iedereen erin meekrijgen. Wij zijn consequent en duidelijk naar de kiezer toe, ook over onpopulaire maatregelen. We moeten uitleggen aan de bevolking: hervormen of verarmen. Kijk naar Venezuela: door rigide vast te houden aan verworven rechten die nooit worden aangepast aan nieuwe omstandigheden, stort je je land in de afgrond.

Toen Bruno Tobback (sp.a) minister van pensioenen was, zei hij: “Ik weet wat ik moet doen om de vergrijzing en de hoge pensioenkost aan te pakken. Maar ik durf niet omdat ik anders zal worden afgerekend.” Zit hij dan in de politiek gewoon voor het postje? We zijn pas twee jaar bezig en het is onmogelijk om op korte tijd alle fouten uit het verleden recht te trekken. Je moet ons afrekenen op het einde van de rit. We willen niemand het gevoel geven achtergelaten te worden. Daarom zijn een aangepaste arbeidswetgeving en kwaliteitsvol onderwijs en opleidingen belangrijk.

Stan De Spiegelaere (ETUI): Dat het Vlaams Belang lange tijd de neoliberale agenda steunde als volkspartij, dat was pas verrassend. Maar nu N-VA dat al doet, kan Vlaams Belang weer meer de kaart van het sociale verzet trekken. Dit is zeker gevaarlijk. Toen François Hollande verkozen werd in Frankrijk, zou gematigd links, na gematigd rechts, de kans krijgen om iets te doen aan het fundamentele onrechtvaardigheidsgevoel. Als het niet lukt, dan is extreemrechts de volgende.

Kathleen Van Brempt (sp.a): Mensen die in de extreemrechtse val trappen, worden uiteindelijk de dupe van hun eigen stem. Zij combineren hun sociale standpunten met xenofobie en vijandigheid tegenover de andere. Maar op een dag ben je zelf de andere.

‘Front National en Vlaams Belang zijn anti-EU en anti-mondialisering, N-VA ziet de mondialisering als een niet te ontkennen realiteit.’

Tom Vandenkendelaere (CD&V): Extreemrechtse en extreemlinkse linkse partijen gebruiken het gevoel van sociale onzekerheid bij brede lagen van de bevolking om een anti-Europese agenda door te voeren. Ook N-VA speelt in op angsten om een anti-Europese boodschap te brengen. Vandaag zegden ze dat de commissie rond de Panama Papers niet mag leiden tot meer Europese belastingen. Maar dat is toch niet de bedoeling?

Tegenover arbeiders moeten we zeggen dat Europa hun leven ook beter maakte. De sociale bescherming dankzij de EU is nog altijd groter dan in de meeste andere landen. Maar als hervormingen los staan van een rechtvaardigheidsagenda, vrees ik voor meer extremisering en euroscepticisme. En dat uitgerekend op een moment waarop we net méér moeten samenwerken.

Guntram Wolff (Bruegel): De combinatie van (jeugd)werkloosheid, werkonzekerheid en minder sociale bescherming leidt tot gevoelens van onzekerheid en angst, die uitgebuit worden door extreemlinks én extreemrechts. Dat de middenklasse in Europa de druk van de mondialisering voelt, moet ons zorgen baren. Linkse en rechtse centrumpartijen moeten deze trend begrijpen en samenwerken om oplossingen te bieden. Die zullen er niet komen door enkel de arbeidswetgeving te versoepelen. We moeten ook ons herverdelingsbeleid inzetten om de de balans niet te laten overhellen naar de kant van de werkgever, of te laten ontaarden in uitbuiting van werknemers. Zonder een beleidsmix tussen noodzakelijke hervormingen van de arbeidsmarkt én herverdeling van de welvaart, zullen angst en woede toenemen.

Komt het in België zover als in Frankrijk? ‘We staken tot de val van de regering’, hoor je nu al.

Helga Stevens (N-VA): De vraag is, indien compromis onmogelijk is, wie het laatste woord heeft. Dat is toch het parlement en de regering? Anders kunnen de vakbonden of de straat het land besturen. Wij erkennen de rol en de historische verdienste van vakbonden. Wij zijn niet de partij van de rijken. Maar we moeten verschillende dynamieken in de samenleving wel verzoenen met elkaar en luisteren naar elkaar. Dat is sociaal overleg. De tijd van een regering die er enkel is om een checkboek open te doen en een gigantische staatsschuld op te bouwen, is voorbij.

Tom Vandenkendelaere (CD&V): Ik hoop dat redelijkheid en overleg zullen overwinnen aan beide kanten van het conflict. Hervormingen mogen niet raken aan sociale rechten waar lang voor gestreden is, maar sommige stakers hebben het moeilijk om in dialoog te gaan. Van zodra er gepraat wordt over flexibelere regelingen rond bijvoorbeeld verlof, ontstaan overdreven reacties. Toch hebben ze reden om bezorgd te zijn.

Bezorgde burgers tijdens de Nuit Debout (c) Jurgen Augusteyns (www.jurgenaugusteyns.com)

Bezorgde burger tijdens Nuit Debout in Antwerpen, naar voorbeeld van protest tegen hervormingen van de arbeidswet in Parijs

Kathleen Van Brempt (sp.a): België zit met een ongelooflijk groot probleem. Het totale gebrek aan respect voor de sociale partners en het dédain waarmee er over de vakbonden wordt gesproken, voedt verder de woede en het wantrouwen. Dan ontstaat natuurlijk het gevoel dat de regering erop uit is om het historisch bevochten sociale overlegmodel af te voeren, zelfs al is dat niet zo. We gaan door een diepe vertrouwenscrisis. Ook onder socialistische regeringen werd hervormd, maar altijd was er respect voor de sociale partners.

‘Onze voorzitter John Crombez kan in België nog zo hard roepen als hij wil, het zal op Europees niveau moeten gebeuren.’ Kathleen Van Brempt (sp.a)

De onzekerheid heeft Europa in de greep. Het gebrek aan een Europees antwoord daarop, is deel van het probleem. Onze voorzitter John Crombez kan in België nog zo hard roepen als hij wil, het zal op Europees niveau moeten gebeuren. Sinds de bankencrisis, het dominante mantra van besparingen, de economische recessie, de vluchtelingencrisis, de onthullingen over grootschalige fiscale fraude aan de top, gaat de onzekerheid over in angst en woede. We pakken die meervoudige crises niet aan en laten angst rustig sudderen. Dat maakt de actiebereidheid groot en steeds vaker zien we wilde acties.

Stan De Spiegelaere (ETUI): Dit is het moment om te gaan voor een sociaal Europa. Maar zelfs de sociaaldemocraten kiezen te vaak voor de top-down beleidsaanpak, en bouwen de macht van de sociale partners mee af. De politiek is niet in staat om correct te beslissen over welke lonen passend zijn voor specifieke functies in specifieke sectoren. Laat dat over aan onderhandelingen tussen werkgevers en werknemers. Wat wrevel opwekt, is dat de overheid in wetten de positie van de werkgevers versterkt en die van de werknemers verzwakt. Dat is volledig gericht op de vrije markt. Maar de vrijheid van burgers en hun organisaties om onder elkaar hun leven te reguleren is ook een vrijheid die we moeten koesteren.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2643   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur