François Burgat: ‘Het Westen wil een revolutie in minirok met Johnny Walker’

Politicoloog François Burgat werkte en woonde als academisch onderzoeker meer dan vierentwintig jaar in het Midden-Oosten. MO* sprak met hem over zijn visie op de conflicten in Syrië en Jemen en de opkomst van de radicale islam. Burgat: ‘We moeten het verband tussen onze bommen en het feit dat we een doelwit van IS werden niet vergeten.’

  • © Ebe Daems François Burgat © Ebe Daems

François Burgat is onderzoeksdirecteur aan het Franse Instituut voor Studie en Onderzoek van de Arabische en islamitische wereld (Iremam). MO* kon de drukbezette expert spreken tussen zijn bezoek aan Brussel als spreker op het Vrijheidsfestival en zijn vlucht naar Dubai.

Burgat bracht net een nieuw boek uit ‘comprendre l’islam politique: une trajectoire de recherche sur l’altérité islamiste’, waarin hij aan de hand van zijn ontmoetingen in het Midden-Oosten van de laatste vijf decennia zijn perspectief op de politieke realiteit in de regio uiteenzet. Volgens zijn critici legt Burgat de verantwoordelijkheid voor de problemen in het Midden-Oosten te veel bij het Westen.

Burgat kwam voor het eerst in het Midden-Oosten toen hij er als jonge twintiger eind jaren ’60 al liftend op uit trok. Zijn perspectief werd gevormd door meer dan vierentwintig jaar lang te wonen en werken in Algerije, Caïro, Jemen, Syrië en Libanon. Burgat stond aan het hoofd van het Franse Instituut voor het Nabije Oosten in Damascus, vanaf de Syrische oorlog verdergezet in Libanon. Volgens Burgat begrijpt het Westen de politieke islam helemaal verkeerd.

Politieke islam

François Burgat: Het islamisme moet gezien worden in het licht van de dekolonisatie. De invloed van het Westen reikte tot ver voorbij de kolonies. De hele islamitische wereld werd gereduceerd tot folklore: islam ging over de vorm van schoenen en ramen en munt in je thee doen. Samenlevingen die politiek, economisch of militair gedomineerd werden door een koloniale macht, voelden de nood weer aanknoping te vinden met de cultuur van hun voorvaderen. De politieke islam wilt in haar verzet tegen de opgelegde westerse terminologie terug naar een inheemse politieke terminologie. Dat inheemse aspect is van belang, niet het religieuze aspect.’

‘De vraag is waarom een jonge moslim met zo’n waaier aan mogelijkheden, kiest voor een zwart-witte, sectaire interpretatie.’

‘Islamisme gaat veel meer over identiteit dan over religie. Daarom is het ook een grote vergissing de oorzaken van politiek geweld in de islam te zoeken. “Laten we de islam hervormen en beter begrijpen, dat zal dingen verbeteren”, zeggen mensen tegenwoordig, maar dat heeft geen zin. Er is een grote waaier aan opties om een goede islamitische activist te zijn. Het antwoord op waarom iemand radicaal wordt, ligt niet in de Koran, maar in de redenen waarom hij de ene interpretatie boven de andere verkiest.’

‘Als je de oorzaken in de islam zelf zoekt, ontken je het feit dat de verantwoordelijkheid gedeeltelijk bij niet-moslims ligt. Dan zit je in een doodlopend straatje, want zo kan je niet begrijpen dat niet de islam zelf radicaal is. De vraag is waarom een jonge moslim met zo’n waaier aan mogelijkheden, kiest voor een zwart-witte, sectaire interpretatie.’

Heeft het volgens u dan helemaal geen zin controle uit te oefenen op welke imams in Europa kunnen prediken?

François Burgat: ‘Inderdaad, dat is een zwakke keuze. Je moet niet de radicale interpretatie van de islam veroordelen, maar het proces dat mensen voortbrengt die voor die optie kiezen. Je enkel op het eerste concentreren is water naar zee dragen. Strijden tegen jihadisme is goed, maar strijden tegen het proces dat jihadisten voortbrengt is veel effectiever. Politiek geweld wordt op een eerste niveau veroorzaakt door disfunctionele politieke instituties in Syrië, Irak en Afghanistan. Hun disfunctionaliteit is mede het gevolg van onze interventies in die landen.

‘In de oorlog tegen terreur hebben de westerse landen sinds 2002 naar schatting tussen 1,2 en 2,4 miljoen doden gemaakt.’

Op een tweede niveau heb je het disfunctionele van onze eigen politieke instituties, die er hier in Europa maar niet in slagen moslimburgers het gevoel te geven dat ze volwaardig deel uitmaken van de maatschappij.

Ik citeer graag de Antilliaanse dichter Aimé Césaire: “Si on ne me permet pas d’être un français à part entière, j’essaie d’être un français entièrement à part.” Als men mij niet toelaat volwaardig burger te zijn, zal ik mezelf volledig buiten de maatschappij zetten. Dat is de sleutel om te begrijpen wat er misloopt en het is ook van toepassing op België.

Op een derde niveau ontstaat er een connectie tussen het disfunctionele van onze politieke instituties en die in het Midden-Oosten. Ik noem het een globalisering van de haat. Men voelt zich solidair met geloofsgenoten in andere landen. Dat is niet nieuw: in de jaren ’30 gingen linkse Europeanen het verzet in Spanje helpen, Europese christenen hielpen Libanese christenen tijdens de burgeroorlog, joden vliegen naar Israël om te strijden tegen de Palestijnen. Een ander aspect is wel nieuw, zoals iemand onlangs tegen me zei: “Maar, François, een Franse jood die tegen de Palestijnen gaat vechten, komt niet terug om je neer te schieten. Vanwaar dat verschil?”

Het regende bommen

‘Vergeet niet dat de Fransen eerst Syrië bombardeerden en pas daarna een doelwit van IS werden. De jonge mensen die aan het begin van de oorlog naar Syrië verhuisden, deden dat volgens mij niet voor de jihad, maar voor de hijra, om in een land te leven waar ze hun religieuze identiteit ten volle konden beleven. Toen ze in Syrië aankwamen, regende het bommen afkomstig van de landen die ze net verlaten hadden. We moeten het verband tussen onze bommen en het feit dat we een doelwit werden niet vergeten. In de oorlog tegen terreur hebben de westerse landen sinds 2002 naar schatting tussen 1,2 en 2,4 miljoen doden gemaakt.’

Westerse landen concentreren zich in Syrië volledig op de strijd tegen IS, terwijl het Assad-regime naar schatting verantwoordelijk is voor zo’n tachtig procent van de burgerslachtoffers. Wat vindt u van deze aanpak?

François Burgat: ‘Het Westen kiest voor allen tegen IS en enkel tegen IS. Die strategie is even doordacht als die van een stier voor een rode lap stof. Eerst leggen we aan de wereld uit dat we geen oorlog gaan voeren, want het is gevaarlijk en moeilijk en kijk wat het resultaat was in Libië. Plots mengen we ons dan wel in de oorlog, maar niet tegen het regime. Objectief gezien zitten we in het kamp van het regime.

‘Het Westen kiest voor allen tegen IS en enkel tegen IS. Die strategie is even doordacht als die van een stier voor een rode lap stof.’

We richten ons op een tegenstander van het regime en verlichten zo de militaire inspanningen van het regime. Daardoor sleept de crisis langer aan en wordt het regime arrogant. Het voelt zich niet genoodzaakt te onderhandelen. Als het conflict zich met gesloten grenzen had voltrokken, was het regime er al lang aan, maar de Russische en Iraanse steun aan het regime is veel groter en effectiever dan de steun van het Westen aan de oppositie.

De grote volksrevolutie die religie en sociale klasse oversteeg, werd gekaapt door twee parasitaire revoluties: die van de Koerden en die van de radicaal soennitische jihadisten. Degenen die de oppositie steunden, geven enkel nog om die twee parasitaire revoluties en niet meer om de grote revolutie: Turkije is enkel nog bezig met de revolutie van de Koerden en de westerlingen met die van de jihadisten.

Toen de westerse landen na de verkiezingen in Tunesië en Egypte zagen dat met het openen van het politieke veld de Moslimbroeders en consoorten aan de macht kwamen, nam hun engagement sterk af. Het Westen wilde de Syrische oppositie niet de nodige militaire overmacht geven die Iran en Rusland aan het regime geven. We helpen de oppositie maar halfslachtig.’

De oppositie is ook erg verdeeld. Hoe kunnen westerse landen uitmaken welke oppositiegroepen ze het beste steunen?

François Burgat: ‘De maatschappij heeft onder het regime veertig jaar lang niet de kans gekregen zich institutioneel te organiseren, maar ook wij zijn deels verantwoordelijk voor het onvermogen van de Syrische oppositie om zich te organiseren. Als ze zich organiseerden, zeiden wij: “Oei, oei, te veel Moslimbroeders. Jullie zullen toch wel twee Druzen moeten toevoegen.” We stelden onmogelijke eisen die helemaal niet strookten met de realiteit waarin ze zich bevonden.

We willen absoluut geen spoor van religie zien bij de oppositie. Wij willen een revolutie in minirok met Johnny Walker, maar zo zit de samenleving niet in elkaar. Religie speelt nog een belangrijke rol en zeker de Fransen zijn er kampioen in dat niet te begrijpen. Het is niet aan ons te bepalen welke Syrische groepen legitiem of illegitiem zijn. Het enige waar we ons om moeten bekommeren is of die groepen al dan niet een expliciet antiwesterse agenda hebben.

Als het Vrije Syrische leger beslist een alliantie van gewapende groepen samen te stellen, inclusief Fatah al-Sham (het voormalige Jabhat Al-Nusra), om hun verzet te versterken, is het niet aan ons of aan de Amerikanen hun argumenten te weerleggen en dat te veroordelen. Roept Fatah al-Sham op tot aanslagen in Frankrijk? Zo nee, dan is het legitiem.’

Wat weten we van Jemen?

Waarom horen we amper iets over de oorlog in Jemen?

François Burgat: ‘Wij westerlingen zien conflicten graag in een herkenbaar kader. Het meest herkenbare plaatje is dat van de islamistische schurken die de lieve seculieren bestrijden. We houden van de jonge Koerdische vrouwen met hun lange haren die strijden tegen IS. Minderheden, de Yezidi die aangevallen worden: magnifiek vinden we dat! Maar in Jemen kunnen we het conflict niet in die categorieën inpassen.

‘Wij westerlingen zien conflicten graag in een herkenbaar kader. Het meest herkenbare plaatje is dat van de islamistische schurken die de lieve seculieren bestrijden.’

Aan de ene kant heb je de bebaarde Saoedi’s en aan de andere kant de Houthi’s met als motto dood aan Israël en leve de islam. Het zijn geen mensen met wie we ons kunnen identificeren zoals met de zwakke martelaren. Het is een intern islamitisch conflict dat geen vereenvoudigde lezing toelaat. De enige grote categorie waarin we het conflict kunnen onderbrengen is soennitisch tegen sjiitisch, maar dat volstaat niet om de publieke opinie in het westen te mobiliseren.’

In welke mate ligt het schisma tussen soennieten en sjiieten werkelijk aan de basis van het conflict in Yemen?

François Burgat: ‘De sectaire breuk is een gevolg en geen oorzaak van het conflict. De levende bewijs daarvan is dat president Ali Abdullah Saleh die sectaire verdeeldheid gebruikte om de opstand van de Houthi’s in 2004 in diskrediet te brengen. In wezen was de opstand van de Houthi’s een politiek protest tegen de toegevingen die Saleh aan de Amerikanen deed in de nasleep van 11 september.

Saleh bracht het gif van sectaire spanningen binnen door de Houthi’s ervan te beschuldigen tegen de republiek te zijn en opnieuw een imamaat te willen. Hij deelde de bevolking op in sjiieten en soennieten. Tot hij van de troon gestoten werd en plots zelf overliep naar de kant van de Houthi’s. Zulk soort strategie is heel schadelijk voor de eenheid van het volk, maar de verdeeldheid is een gevolg, geen oorzaak. Degenen die willen verdelen, domineren. Degenen die willen verenigen, worden gedomineerd. Het zijn altijd de autoriteiten die de sectaire verdeeldheid in de maatschappij aanwakkeren.’

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2623   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Freelance journaliste

    Na omzwervingen doorheen verschillende jobs in de cultuur- en sociale sector, besliste Ebe dat het hoog tijd was om na te denken over wat ze écht wilde doen.