Francine Mestrum: ‘Een ongelijke wereld zonder grenzen is sociaal niet houdbaar’

Francine Mestrum krijgt op 21 juli de Prijs Jaap Kruithof 2016 voor haar inzet voor “mondiale sociale bescherming” –een thema dat ook de Noord-Zuidbeweging dit jaar bovenaan zijn agenda zet. ‘Als we ons sociaal en politiek systeem willen verdedigen, moeten we overal ter wereld sociale bescherming organiseren.’

  • Francine Mestrum bij de uitreiking van de Prijs Jaap Kruithof in 2010, die toen aan François Houtart uitgereikt werd

Ik loop Francine Mestrum tegen het lijf op wat daarvoor wel de minst verwachte plek ter wereld moet zijn: in hartje Ulaanbaatar, Mongolië. Mestrum is hier voor het Asia Europe People’s Forum, onder andere om er te spreken over sociale rechtvaardigheid en sociale bescherming. Dat treft, denk ik ’s anderendaags, als het nieuws over de Prijs Jaap Kruithof me bereikt.

Francine Mestrum is doctor in de sociale wetenschappen, internationaal consultant voor Afrikaanse overheden en lid van de internationale raad van het Wereld Sociaal Forum.
Haar onderzoek richt zich op armoede, globalisering, ontwikkeling en internationale organisaties. Zij was verbonden aan de ULB en de universiteiten van Antwerpen en Gent.
In haar eerste boek Globalisering en armoede. Over het nut van armoede in de nieuwe wereldorde (EPO, 2002) toont ze aan dat de armoedebestrijding zoals die door onder andere de Wereldbank gepromoot werd in essentie een neoliberaal verhaal is. Haar stelling: ‘Armoedebestrijding op de voorgrond plaatsen, is solidariteit naar de achtergrond duwen, terwijl het juist moet beginnen met herverdeling.
Om het over die prijs, maar vooral over sociale bescherming te hebben, spreken we enkele dagen later af bij het ontbijt, want Francine Mestrum heeft een drukke agenda op dit forum. Aziatische en Europese organisaties treffen elkaar hier om ideeën, ervaringen en strategieën uit te wisselen over uiteenlopende onderwerpen zoals grondstoffen, voedselveiligheid, klimaat, rechtvaardige handel, vrede, democratische participatie en sociale rechtvaardigheid.

Als ik het gesprek begin met felicitaties voor de Prijs Jaap Kruithof, en vooral voor de klemtoon op sociale zekerheid, corrigeert Mestrum meteen: ‘Zullen we het toch over sociale bescherming hebben? Dat is een begrip dat een ruimere realiteit dekt.’

Wat is essentieel om helder te spreken over sociale bescherming in de 21ste eeuw, in Noord én in Zuid?

Francine Mestrum: ‘Sociale bescherming moet gebaseerd zijn op sociaal-economische rechten, en dat zijn collectieve rechten, gebaseerd op collectieve solidariteit. Dat is de basis waarop sociale bescherming honderd jaar geleden tot stand gekomen is: je kijkt niet enkel naar de individuele risico’s en de bescherming die daarvoor nodig is, maar je baseert de organisatie van de sociale bescherming op collectieve verantwoordelijkheden, waardoor meteen niet alleen mensen maar hele samenlevingen beschermd worden.

‘Sociale bescherming moet gebaseerd zijn op sociaal-economische rechten, en dat zijn collectieve rechten, gebaseerd op collectieve solidariteit.’

Gezondheidszorg is zo een collectieve verantwoordelijkheid en een recht dat iedereen toekomt, ongeacht de vraag of iemand werkt of individueel bijgedragen heeft.

Idem voor kinderbijslag: ik heb geen kinderen, maar via mijn sociale bijdragen heb ik daar wel mee voor betaald –en dat hoort ook zo. Sociale bescherming werkt op het oude principe dat iedereen bijdraagt naar eigen vermogen en ontvangt naar eigen behoefte.

Het gaat dus wél om individuele bescherming, …

Francine Mestrum: … absoluut! Maar vanuit het besef dat die individuele bescherming nodig is omdat de risico’s collectief zijn. Bij het begin van de industrialisering zag men al in dat arbeidsongevallen, bijvoorbeeld met kinderen in de textielfabrieken, geen zaak waren van persoonlijke onvoorzichtigheid, maar van structurele werkdruk en slechte arbeidsorganisatie. Het systeem had kinderarbeid nodig, en dus moest het probleem ook systematisch aangepakt worden.

Als er gesproken wordt over armoede, dan wordt er opnieuw gekeken naar de schuld of de verantwoordelijkheid van de individuele arme, niet langer naar de structurele oorzaken.

Daar gaat het vandaag juist fout. Als er gesproken wordt over armoede, dan wordt er opnieuw gekeken naar de schuld of de verantwoordelijkheid van de individuele arme, niet langer naar de structurele oorzaken.

Hoe verklaar je die evolutie?

Francine Mestrum: De samenleving wordt vandaag georganiseerd op basis van neoliberale principes, en die ideologie is volledig gericht op individualisering. Neem de privatisering van de gezondheidszorg: je wordt zelf verantwoordelijk voor je eigen gezondheid en gezondheidszorg.

Al is er zelfs in een commercieel verzekeringssysteem nog sprake van solidariteit, maar dan alleen onder degenen die dezelfde verzekering nemen. Dat verklaart waarom het voor mensen met specifieke problemen of grote gezondheidsrisico’s vaak onmogelijk –of onbetaalbaar- is om een gezondheidsverzekering af te sluiten.

Om de armoede aan te pakken, kijkt men niet naar de mechanismen die mensen uitsluiten, maar naar de individuele fouten van de arme: hij drinkt, hij zit aan de drugs…

Dat is niet alleen een ideologisch discours dat opgelegd wordt, het is ook een visie die in de samenleving véél weerklank vindt.

Francine Mestrum: Het is tegelijk opgelegd discours én een idee dat intuïtief weerklank vindt bij de bevolking. Die twee sluiten elkaar niet uit. Meer: het feit dat mensen zo denken, is ook al het resultaat van een maatschappelijk systeem dat individuele inspanningen en successen beloont, en dus ook individueel falen sanctioneert. Dat begint al in de kleuterklas en dat gaat onze hele onderwijscarrière door.

De Prijs Jaap Kruithof wordt jaarlijks uitgereikt tijdens de Gentse Feesten aan een persoon of een vereniging van personen die in de loop van het voorafgaande jaar of van hun bestaan ofwel een bijdrage geleverd hebben aan een vernieuwend en radicaal denken over de democratische samenleving ofwel radicale actie gevoerd hebben om wantoestanden in onze samenleving aan te klagen.Betekent solidariteit dan het uitschakelen van die individuele inspanningen en verantwoordelijkheden?

Francine Mestrum: Neen. Er is weinig zwart-wit aan sociale bescherming of solidariteit.

Hoe moet een systeem van sociale bescherming er de volgende jaren dan uitzien, om in te gaan tegen die individualisering van risico en verantwoordelijkheid? En ziet dat er fundamenteel anders uit in Noord of Zuid?

De grote uitdaging voor de komende jaren is dat de huidige sociale zekerheid te eenzijdig gericht is op werknemers

Francine Mestrum: De realiteiten in de wereld kunnen heel erg verschillend zijn, maar de uitdagingen zijn in wezen dezelfde: sociale bescherming moet universeel zijn en ze moet vertrekken van mensenrechten. Iedereen moet recht hebben op gezondheidszorg, iedereen moet recht hebben op onderwijs, …

De grote uitdaging voor de komende jaren is dat de huidige sociale zekerheid te eenzijdig gericht is op werknemers, en dat is niet vol te houden want de arbeidsmarkt verandert fundamenteel met de on-demand-economie, de deeleconomie, de platformeconomie… Met andere woorden: loonarbeid neemt af, “zelfstandige” arbeid en precaire arbeid neemt toe. Dat stellen zelfs de voorstanders van de deeleconomie. Je werkt hier eens een uur, je haalt daar eens een stukje inkomen.

Een groter deel van de noodzakelijke middelen zal dus uit de belastingen moeten komen in plaats van uit lonen. Want iedereen zal nog steeds behoefte hebben aan sociale bescherming. In België wordt nu al 30 procent van de sociale zekerheid gefinancierd vanuit btw en degelijke, maar dat moet dus nog omhoog en de sociale bijdragen uit arbeid moeten minder belangrijk worden –wat overigens ook goed uitkomt in een gemondialiseerde economie waarin de concurrentie onder andere op basis van de kosten van arbeid gevoerd wordt. Waarom worden er geen ecologische belastingen ingevoerd om de sociale bescherming mee te financieren? En wanneer zal er eens ernstig werk gemaakt worden van de strijd tegen belastingontwijking en –ontduiking?

Is het de neoliberale mondialisering die de Europese systemen van sociale bescherming onderuitgehaald heeft?

Francine Mestrum: Zeker weten. Landen en systemen die zéér verschillend zijn, worden wel voortdurend in onderlingen concurrentie geplaatst, zelfs binnen de Europese Unie. De huidige mondialisering is gebaseerd op ongelijkheid, dat is de fundamentele voorwaarde. Als ik in dit verband even mag wijzen op een probleem met het pleidooi voor een basisinkomen: je bevordert gelijkheid in een ongelijke wereld niet door iedereen hetzelfde bedrag te geven.

Zo zorg je voor gelijkheid: niet door ongelijkheid te ontkennen, maar door haar te corrigeren.

Je kent de cartoon wel waarop drie hoofden net even hoog boven een schutting uitsteken. Aan de andere kant zie je dat de grootste van de drie daarvoor op de laagste trede van een trap staat en de kleinste op de hoogste trap. Zo zorg je voor gelijkheid: niet door ongelijkheid te ontkennen, maar door haar te corrigeren.

Ook de mondialisering van het begin van de twintigste eeuw was op ongelijkheid gebaseerd, wat na de Eerste Wereldoorlog dan ook de aanleiding was voor de oprichting van de Internationale Arbeidsorgzanisatie (IAO). Men aanvaardde wel internationale concurrentie, maar niet op het domein van lonen en arbeidsvoorwaarden.

Honderd jaar geleden leefden patronaat en arbeider nog dicht bij elkaar, vandaag hebben de aandeelhouders en de werknemers van multinationale bedrijven nog heel weinig banden met elkaar.

Francine Mestrum: Dat klopt, maar tegelijk blijven mensen toch mensen, en is het dus ook in de 21ste eeuw niét onmogelijk dat bazen of aandeelhouders gemotiveerd zijn om hun werknemers menselijk te behandelen –en anderzijds zie je in kleine, lokale bedrijven ook nog steeds het omgekeerde gebeuren.

De mondialisering moet gericht worden op sociale en ecologische “winst”

Belangrijk is om de regels van die mondialisering te richten op sociale en ecologische “winst”, zodat een stadsbestuur bijvoorbeeld opnieuw kan kiezen voor samenwerking met bedrijven omdat ze het op die vlakken beter doen, ook al zijn ze een beetje duurder. De Europese Unie heeft regelgeving ingevoerd die helemaal gebaseerd is op neoliberale principes, en heeft daardoor sociale bescherming ondergraven. Gecombineerd met de manier waarop het politieke systeem werkt en de manipulatie van feiten en ervaringen door de media, leidt dat tot een groeiende verwerping van de Europese Unie zelf.

 

Een ander –en moeilijk- element in de afwijzing van de EU blijkt de huidige immigratiegolf te zijn. Is de sociale bescherming zoals we die kenden in West-Europa vol te houden als er grote en ongecontroleerde migratiebewegingen zijn?

Francine Mestrum: We moeten in elk geval nooit naar een wereld zonder grenzen. Dat is niet houdbaar voor de landen van vertrek en niet voor de landen van aankomst. Als we ons sociaal en politiek systeem willen beschermen, moeten we niet de grenzen weggommen, maar andere landen helpen. De oplossing van het “migrantenprobleem” in het Verenigd Koninkrijk is het ontwikkelen van sociale bescherming in Midden-Europa. Als mensen thuis niet langer geconfronteerd worden met volledige uitzichtloosheid, dan zal de massale migratie ophouden en zullen we opnieuw kunnen spreken over migratie uit vrije keuze. En dat geldt ook voor landen in Afrika en Azië. Dat was toch de basis van het hele ontwikkelingsproject: zorg ervoor dat mensen een beter leven kunnen opbouwen in eigen land. Met andere woorden: ontwikkeling blijft de beste manier om migratie te voorkomen. Maar dan in de oude betekenis van sociale, economische én politieke ontwikkeling.

Is er een probleem met het nieuwe ontwikkelingsdenken, dan?

Francine Mestrum: De individualisering en neoliberalisering hebben zich ook doorgezet in het ontwikkelingsdicours, in de vorm van de focus op armoedebestrijding. Dat is op een mislukking uitgedraaid, en daarom heeft zelfs de Wereldbank –als eerste multilaterale ontwikkelingsactor- opnieuw aandacht gegeven aan sociale bescherming. De IAO is gevolgd met haar sociale beschermingsvloer.

De sociale bescherming wordt nu gedacht in dienst  van economie en economische groei, niet in dienst van mens en menselijkheid.

Je vindt sociale bescherming nu ook terug in de duurzame ontwikkelingsdoelen (sdg’s) van de Verenigde Naties, die door alle landen onderschreven zijn. Alleen zie je dat de sociale bescherming zoals die nu gedacht wordt in dienst staat van economie en economische groei, niet in dienst van mens en menselijkheid.

Het model gaat uit van geprivatiseerde sociale diensten en individuele keuzes. Het rugzakmodel: de individuele jongere met een beperking krijgt een rugzakje mee en mag zelf kiezen hoe en door wie de begeleiding en verzorging gedaan wordt. Maar uiteraard gaat dat leiden tot kiezen voor de goedkoopste aanbieder, degene dus die zelf de laagste lonen betaalt, die sociale bijdragen ontloopt, die achteloos omgaat met arbeidsomstandigheden…

Er is anderzijds toch ook wel wat te zeggen voor het versterken van de keuzemogelijkheden en keuzevrijheid van mensen die een beroep moeten doen op sociale bescherming?

Francine Mestrum: Inderdaad. Ik vind zelfs dat je het principe ‘voor wat, hoort wat’ niet moet verwerpen. De vraag is wel telkens: hoe ver ga je daarin? Hoe zorg je ervoor dat mensen nooit zonder bescherming achtergelaten worden? Disciplinering mag het in elk geval niet worden.

De staat moet niet per se de diensten realiseren, maar hij moet wel de rechten garanderen

In Scandinavië wordt al lang gezocht naar tussenmodellen, waarin privébedrijven de diensten aanbieden, maar de staat wel instaat voor de gegarandeerde bescherming.

Francine Mestrum: Ook bij ons worden veel diensten al lang aangeboden door privéaanbieders, maar dan door non-profitorganisaties. Daar heb ik weinig problemen mee. De staat moet niet per se de diensten realiseren, maar hij moet wel de rechten garanderen. In principe én in de praktijk.

Betekent dat ook dat de staten –zelf eigenlijk toevallige constructies uit de 18de, 19de eeuw-essentieel blijven voor de realisatie van het recht op sociale bescherming in de 21ste eeuw?

Francine Mestrum: Sociale bescherming moet niet alleen op het niveau van de staat georganiseerd en gegarandeerd worden. Als er zich een probleem voordoet op een lager of een internationaler inveau, dan moet het daar aangepakt worden. We moeten niet één, Europees, uniform systeem hebben, maar we kunnen van elkaar leren. En op het forum in Ulaanbaatar blijkt nog maar eens hoe belangrijk mensen uit Azië het Europese systeem vinden. Laten we daar dan ook samen voor vechten.

We hebben geen Europees systeem nodig, maar de Europese Unie moet wel sociale garanties geven en sociale dumping uitsluiten.

Maar we hebben geen “Europees” systeem, we hebben in Europa een veelheid aan nationale systemen.

Francine Mestrum: Omdat de landen zo verschillend zijn. Omdat onze tradities in verband met sociale bescherming zo verschillend zijn. We hebben geen Europees systeem nodig, maar de Europese Unie moet wel sociale garanties geven en sociale dumping uitsluiten.

James Galbraith pleitte twee jaar geleden op MO.be voor een Europese werkloosheidsuitkering en een pensioenunie: ‘Niet dat de Duitsers betalen voor de Griekse pensioenen, maar dat de pensioenen dankzij Europese tussenkomst overal tot op een zeker niveau worden opgetrokken. Alleen zo kan je de EU overeind houden: anders zullen werkloosheid en immigratie zorgen voor een uiteenvallen van de Unie.’ Hij lijkt wel gelijk te krijgen.        

Francine Mestrum: De ongelijkheid tussen Europese lidstaten werd plots veel te groot, zeker toen landen als Roemenië en Bulgarije toegelaten werden tot de EU, maar zelfs met andere Oost-Europese landen was het verschil te groot. Daar bovenop wordt dan een detacheringsrichtlijn gemaakt die het vrij verkeer van arbeid moet mogelijk maken –op zich een goede zaak- zonder dat daar effectieve controle aan gekoppeld wordt. Dan wéét je dat er problemen komen.

En als Europees Commissaris voor Werk Marianne Thyssen het principe van gelijk loon voor gelijk werk in dat verband probeert in te voeren, krijgt ze een gele kaart van 11 nationale regeringen.    

Francine Mestrum: Er zijn inderdaad reële belangtegenstellingen in de EU, niet alleen tussen regeringen maar ook tussen werknemers. Denk je dat die Roemeense werknemer wil dat hij even duur wordt als een Belgische? Hoeveel kans op werk heeft hij dan nog?

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2916   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur