‘Geweld in het Midden-Oosten? De oorzaak ligt in het binnenland’

Volgens Yezid Sayegh, expert Midden-Oosten bij de denktank Carnegie, ontbreekt het de heersende elite in de Arabische wereld aan een politiek project. ‘Veertig jaar dictaturen resulteren in het huidige geweld. De omwentelingen zijn al decennialang bezig en het einde is nog niet in zicht.’

  • © Yezid Sayegh 'Zelfs als morgen de oorlog in Syrië stopt, zal de heropbouw nog lang, ingewikkeld en soms bloedig zijn.' © Yezid Sayegh

Hij was licht geïrriteerd toen ik vroeg of er inderdaad plannen zijn om de Arabische wereld op te delen in ministaatjes op basis van etnische, religieuze en sektarische lijnen, zoals vaak geopperd wordt sinds het begin van de Arabische lente. Yezid Sayigh, onderzoeker gespecialiseerd in het Midden-Oosten bij Carnegie, vindt het zelfs beledigend om te denken dat alles wat er in de Arabische wereld gebeurt het resultaat is van een complot.

‘Persoonlijk voel ik me beledigd wanneer men zoiets oppert. Het is alsof in heel dat deel van de wereld, of we het nu Arabische wereld, Mashreq en Maghreb of islamitische wereld noemen, er een totale intellectuele en maatschappelijke leegte heerst. En dat de mensen daar slechts marionetten zijn waarmee buitenlandse krachten doen wat ze willen.’ ‘Dit is niet alleen fout maar ook denigrerend ten opzichte van miljoenen burgers. Het is niet omdat een westerse intellectueel of een vroegere Amerikaanse politicus iets verkondigt over het Midden-Oosten dat we het voor waarheid moeten nemen. We hechten veel te veel belang aan wat over ons gezegd wordt, en we wentelen ons in een slachtofferrol. Dat zijn uiteindelijk twee kanten van dezelfde medaille.’

In uw analyse die in de pan-Arabische krant Al-Hayat verschenen is, hebt u het over de verbrokkeling van de natiestaat. Als we niet in een fase zijn waarbij grenzen worden hertekend, wat is er dan wel aan de hand?

‘Bepaalde delen van de samenleving wilden democratie en vrijheid. Maar er zijn ook andere delen die om andere redenen in opstand zijn gekomen.’

Yezid Sayegh: Wat we nu meemaken in de Arabische wereld is niet de hertekening van de grenzen, zoals sommigen beweren. Want de grenzen tussen de verschillende staten liggen al een eeuw vast. Ze zijn sinds ze getekend werden in het kader van het Sykes-Picot akkoord, wanneer Ottomaanse provincies onttrokken werden aan het Ottomaanse Rijk en onder het gezag van de koloniale machten, Groot-Brittannië en Frankrijk, kwamen te staan, niet of nauwelijks in vraag gesteld.

Er zijn ook op lokaal vlak geen bewegingen of etnische groepen die de grenzen willen veranderen of die zich van de moederstaat willen afscheuren. Tenzij misschien de provincie Koerdistan in het noorden van Irak. Of het zuiden van Soedan. Voor de rest zijn de grenzen onveranderd gebleven en dat heeft niets met kolonisatie of complotten en dat soort praat te maken, maar het komt omdat de plaatselijke krachten belang hebben bij het behoud van de natiestaat en zijn grenzen.

De Al-Baath partij bijvoorbeeld die zowel in Irak als in Syrië aan de macht was, heeft geen integratie of unie tussen de twee landen gerealiseerd. En dat komt omdat de regerende elite, zowel in Syrië als in Irak, uiteindelijk niets van haar lokale macht wilde afstaan. Wat wel mogelijk is, is dat door het uiteenvallen van de natiestaat in landen als Irak, Syrië, Libië en Jemen, er een nieuwe verdeling komt, een hertekening van de grenzen maar binnen de staten zelf.

Hoe is het zover gekomen? De burgers die in 2011 de straten zijn opgegaan, hebben dit niet gedaan om etnische, religieuze of sektarische redenen. Ze wilden democratie.

Yezid Sayegh: De revoluties zijn voor een gedeelte vertrokken vanuit dat ideaal. Bepaalde delen van de samenleving, de intellectuelen, de jongeren en de activisten, wilden inderdaad democratie en vrijheid. Maar er zijn ook andere delen binnen de samenleving die om andere redenen in opstand zijn gekomen. De salafitische bewegingen bijvoorbeeld wilden zich een politieke ruimte toe-eigenen zonder dat dit noodzakelijk naar een democratie moest leiden. We kunnen de hele beweging van de Arabische revoluties niet tot een streven naar democratie en zelfs niet tot een streven naar sociale en economische rechtvaardigheid reduceren.

Dat neemt niet weg dat mensen toen massaal op straat zijn gekomen en ze hebben dat gedaan op een vreedzame manier. Hoe komt het dan dat de vreedzame beweging in oorlog eindigde?

Yezid Sayegh: Wanneer we over de opstand tegen Ben Ali in Tunesië of Hosni Moebarak in Egypte spreken, dan hebben we het over het door elkaar schudden van machtige regimes die gedurende veertig of zestig jaar het land in hun greep hadden. Deze regimes maakten van inlichtingendiensten de hoeksteen van hun macht. In feite zijn het inlichtingenregimes die niet alleen het politieke leven onder controle hadden maar die zelfs het economische leven en de economische relaties bepaalden. De samenleving in al haar aspecten werd gevormd of heropgebouwd op basis van relaties van macht en controle.

En toen het dictatoriale regime door elkaar geschud of verzwakt werd, zij het niet volledig verdwenen, werd alles mogelijk. Eerdere relaties werden afgebroken en alles is opnieuw onderhandelbaar geworden, zowel in positieve als in negatieve zin. Het geweld dat nu actueel is, is de erfenis van de politiestaat die alle alternatieven heeft kapotgeslagen, alle vreedzame manieren om aan politiek te doen vernietigd heeft en de grondwet en de morele referenties die de relaties binnen de samenleving bepaalden volledig opzij heeft geschoven. De samenlevingen in de landen waar nu geweld de bovenhand heeft gekregen, proberen vooruit te gaan maar het ontbreekt hen aan vreedzame dialoogkanalen. Wat we nu meemaken, is het resultaat van de stevige controle op de samenleving die decennialang geduurd heeft.

‘De samenlevingen in de landen waar nu geweld de bovenhand heeft gekregen, proberen vooruit te gaan maar het ontbreekt hen aan vreedzame dialoogkanalen.’

Er zijn toch andere landen en andere volkeren die ook decennialang onder dictaturen hebben geleefd maar die uiteindelijk de stap naar democratie zonder geweld konden maken. Waarom geldt dit niet voor het Midden-Oosten en Noord-Afrika?

Yezid Sayegh: Dat is waar. De Oost-Europese landen zijn in 1989 naar een vorm van democratie overgegaan, daarna zijn ze onder de vleugels van de Europese Unie terechtgekomen. En zelfs in Roemenië was het geweld van korte duur. De vergelijking met Oost-Europa is interessant want het duidt de verschillen tussen beide ervaringen aan. Om te beginnen was de dictatuur van de eenheidspartij in de Oost-Europese landen geen éénmansdictatuur.

Ze baseerde zich op instellingen en op een duidelijke structuur. De relatie van de eenheidspartij met andere delen van de macht, met het veiligheidsapparaat en met het leger, was gereguleerd. De relatie tussen het leger en de civiele structuren van het regime was gebaseerd op welbepaalde regels. Alle structuren van de staat hadden elk een rol en werkten volgens een welbepaalde logica ondanks het feit dat ze opereerden onder de vleugel van de eenheidspartij. De macht lag in handen van een partij en niet van een persoon zoals het geval is in de Arabische landen.

Ten tweede had Oost-Europa onmiddellijk de mogelijkheid om zich aan te sluiten bij de Europese Unie, die op verschillende vlakken steun verleende in ruil voor democratisering. Dit is een belangrijk element dat niet aanwezig was in 2011 toen Ben Ali en Hosni Moebarak aan de kant werden gezet. Er was geen derde partij, zoals de Arabische Liga bijvoorbeeld of een groot land zoals pakweg Saoedi-Arabië of gelijk welke andere speler, die de nieuwe democratieën een duwtje in de rug wilde geven en die zei: ‘Jullie zijn in een transitieperiode, jullie zijn welkom in onze club, jullie kunnen er lid van worden. Wij geven de financiële steun, doen investeringen en helpen jullie op weg door deze transitie’.

Een derde element dat de overgang van de Oost-Europese landen vergemakkelijkte, was het feit dat de grootste en de belangrijkste macht toen, de Sovjet-Unie, ervoor gekozen heeft om niet in confrontatie te gaan met de landen die voor de verandering wilden kiezen. Dat is totaal anders in de Arabische landen waar de regerende elite de macht niet wilde overdragen en niet terugdeinsde om geweld te gebruiken, juist om de verandering tegen te houden. Dat was het geval in alle landen, in Syrië natuurlijk, maar ook in Tunesië en in Egypte.

‘Er was geen derde partij die de nieuwe democratieën een duwtje in de rug wilde geven.’

Kan Tunesië als een succesverhaal beschouwd worden? Is het land aan geweld ontsnapt?

Yezid Sayegh: In Tunesië is men erin geslaagd om een almachtig staatshoofd uit te schakelen. Zijn netwerken werden ontbonden, de veiligheidsdiensten werden losgekoppeld van de economische leiders en de deur werd opengezet voor politieke partijen die op een wettelijke manier oppositie kunnen voeren. Daarbovenop heeft het leger beschermend opgetreden tijdens deze overgangsperiode, in tegenstelling tot wat er gebeurde in Egypte. Dat zijn allemaal positieve signalen.

Maar er zijn ook negatieve signalen. Het veiligheidsapparaat blijft gekant tegen elke transparantie of controle vanuit de regering en dat is uiteraard gevaarlijk. Op sociaaleconomisch vlak is de situatie verergerd en dat is ook gevaarlijk. En er is een ruk naar het jihadisme. Ook niet geruststellend is dat een deel van de politici en zakenlui die de huidige president Essebsi omringen een conservatieve agenda hebben. Maar zelfs deze coalitie van zakenlui en veiligheidsmensen is er niet in geslaagd om een regime op te bouwen dat alles controleert. Want zelfs binnen Nidaa Tounes, de partij van president Essebsi, zijn er conflicten. Deze conflicten kunnen leiden tot gevaarlijke situaties, maar dit betekent ook dat men in Tunesië nog niet overgegaan is naar een nieuw regime met nieuwe coalities die voor stabiliteit kunnen zorgen zoals het geval was ten tijde van Ben Ali. Het gevaar van een terugkeer naar een dictatoriaal regime dat op veiligheidsdiensten steunt blijft reëel.

De veiligheidsdiensten willen zich niet laten hervormen, hoe vertaalt zich dat in het dagelijkse leven?

Yezid Sayegh: Het ministerie van Binnenlandse Zaken blijft een gesloten doos. Ze weigeren hardnekkig elke transparantie of verantwoording. De politievakbonden die ooit een positieve rol hadden en die een soort uitlaatklep waren voor politieagenten, weigeren nu elke maatregel van transparantie. Op verschillende momenten hebben politieagenten rechtbanken omsingeld en met man en macht politieagenten die ervan beschuldigd werden overmatig geweld te hebben gepleegd, proberen te bevrijden. Dat zijn allemaal signalen die erop wijzen dat de politiediensten nog altijd niet geaccepteerd hebben dat ze diensten zijn zoals de andere instellingen van de staat en dat ze ter verantwoording geroepen kunnen worden. Bovendien zijn er netwerken binnen de veiligheidsdiensten die relaties hebben met netwerken die actief zijn in de zwarte markt of aan de grenzen. Dat zijn voorbeelden die we ook in andere Arabische landen zien. Er is dus nood aan transparantie en aan de opbouw van een nieuwe relatie met de burger.

U zegt dat de landen waar het hoofd van het regime opzij werd gezet geen partner vonden die hen op weg konden helpen, nochtans heeft Qatar de revoluties gesteund, zeker in het begin.

Yezid Sayegh: Er was een algemene steun voor de revoluties maar die heeft zich niet overal op een eenduidige manier vertaald. Bovendien heeft Qatar niet alleen gehandeld. Zonder de NAVO had Qatar niets kunnen doen in Libië. In Syrië zijn ze een deel van het verhaal en niet het hele verhaal. Soms spelen de Qatarezen tegenovergestelde rollen, afhankelijk van waar ze tussenkomen. Ik denk dat al die bewegingen te maken hebben met de situatie van Qatar zelf als klein land naast Saoedi-Arabië. Qatar probeert uit zelfbehoud een politieke rol te spelen die groter is dan zijn eigen omvang. Deze rol is dus niet echt ingegeven door een streven naar democratie maar is eerder een soort poging tot zelfbescherming. Steunen ze de democratie of willen ze een gematigde politiek islam doorduwen? Dat is niet altijd duidelijk.

Er is nu oorlog in minstens vier Arabische landen, waar gaat dit allemaal naartoe?

Yezid Sayegh: Wat we nu zien is niet met de Arabische Lente begonnen zoals vaak wordt beweerd. Het is eerder gestart. In 2003 met de Amerikaanse invasie in Irak, in 2005 met de terugtrekking van Syrië uit Libanon en later met de verdeling van Soedan. De oorlogen die we nu meemaken zijn het laattijdige resultaat van de grote omwentelingen in de Arabische samenlevingen, waaronder de enorme bevolkingsgroei en de verstedelijking, die geen politieke uitdrukking konden krijgen gedurende de voorbije veertig jaar. Het is slechts in het laatste decennium dat we de effecten ervan zijn beginnen zien. Die effecten zijn er in de revoluties, in de verschijning van salafitische en jihadistische bewegingen, in de grote volksverhuizingen als gevolg van de vluchtelingenstromen, in alles wat sinds 2011 is gebeurd, waaronder ook de interne verdeling van Irak.

Deze omwentelingen zijn nog niet afgelopen en hun resultaten zijn niet te voorzien. Want zelfs als morgen de oorlog in Syrië stopt, zal de heropbouw nog lang, ingewikkeld en soms bloedig zijn. En dat is ook het geval voor Irak, Jemen en Libië. Het gevaar is dat er nog andere landen zijn die dezelfde symptomen van maatschappelijke problemen vertonen, zoals het aantal mensen dat onder de armoedegrens leeft in landen zoals Algerije, Marokko of Jordanië. In Egypte is er een militair regime aan de macht dat niet in staat is om de structurele sociaaleconomische problemen op te lossen. Het analfabetisme, de werkloosheid, de lage productie zijn allemaal problemen die ondanks de vele praatjes en de miljarden aan steun vanuit de Golfstaten niet opgelost geraken. Want de politieke oplossingen die het Egyptische regime voorstelt zijn verkeerd. En wanneer de crisis in Egypte zal toeslaan, zal dit enorme consequenties hebben.

In de Maghreblanden is de situatie niet anders. In Algerije bijvoorbeeld is het politieke regime bijna dood, en het is niet duidelijk wat er zal gebeuren na de dood van Boutelflika. Hetzelfde fenomeen zien we in Saoedie-Arabië. We zien dat het land naar oorlog grijpt, in Jemen bijvoorbeeld, omdat het haar ontbreekt aan elk politiek project. De Egyptische president al-Sisi gaat richting veiligheid en het aanknopen van buitenlandse coalities omdat hij geen politiek project heeft. In Algerije gebruikt men het geld van de olie om de gemoederen te bedaren maar zonder een politiek project. Misschien is Marokko in zekere mate een uitzondering omdat men politiek nagedacht heeft en hervormingen doorgevoerd heeft. Maar in andere landen is de situatie gevaarlijk.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2745   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur