Regisseur Warwick Thornton over zijn film "Sweet Country"

‘Het is fantastisch om met cinema een gesprek te proberen voeren over slavernij, gestolen land en racisme’

Scène uit “Sweet Country”

Net als de zwarte thee in de openingsscène komen raciale spanningen en een klopjacht in de onherbergzame outback snel tot een kookpunt in Sweet Country. De Aboriginalregisseur Warwick Thornton, die met Samson and Delilah (2009) eerder een liefdesverhaal tussen twee Aboriginaltieners filmde, laat er geen gras over groeien. De maker wil opvoeden én meeslepen.

Sweet Country vertelt over een onverkwikkelijk hoofdstuk uit de Australische geschiedenis. Hoe wordt je film daar onthaald?

Warwick Thornton: In de eerste vier weken van de Australische release (vanaf 25 januari, nvdr) zijn we van 40 naar 160 zalen gegaan. Een paar miljoen Australiërs hebben Sweet Country al gezien, al is het geen gemakkelijke kijkervaring omdat de film gaat over een deel van de geschiedenis dat niet wordt aangeleerd op school. Ook in de bibliotheken vind je verhalen als die van Sweet Country niet. Het is fantastisch om met cinema wel een gesprek te proberen voeren over slavernij, gestolen land en racisme. Australiërs zeggen altijd niet racistisch te zijn, maar dat zijn we wel. In elk land is er een vorm van racisme. Het is belangrijk om daarover te spreken. Films als deze kunnen de ogen openen. Ik zie het ook als een geschiedenisles, waarin we proberen echte verhalen te vertellen.

‘Australiërs zeggen altijd niet racistisch te zijn, maar dat zijn we wel. In elk land is er een vorm van racisme.’

De kleine jongen Philomac is een belangrijk personage. Hij zet alles wat er gebeurt in gang.

W. Thornton: Ja, inderdaad. Het personage is gebaseerd op de ervaringen van de grootvader van David Tranter, de sound recordist en coscenarist van de film. Philomac stelt Australië voor: jong, onschuldig, observerend, ondeugend, maar gedreven. Je gaat hem niet haten wanneer hij steelt. Je voelt met hem mee en brengt begrip op voor hem. Philomac is een Aboriginaljongen, maar hij zou evengoed blank kunnen zijn. Hij zou iedereen kunnen zijn. Ik ben geen voorstander van ‘exclusieve cinema’ die vertelt over bijvoorbeeld Aboriginals, en kijkers met een andere achtergrond afschrikt door aan te geven dat zij Aboriginals toch nooit zullen begrijpen. Voor mij is inclusiviteit belangrijk, dat elk publiek meeleeft met de personages.

Is Philomac een manier om de oude en de jonge aspecten van Australië te overbruggen?

W. Thornton: Hij is een emotionele leidraad voor Australiërs. Australië is tegelijkertijd een van de jongste en oudste landen ter wereld. De kolonisatie begon slechts een paar honderd jaar geleden, maar de inheemse geschiedenis heeft al wel 80.000 jaar lang een ononderbroken verbinding met het land. Als beide samenlevingen met elkaar in contact komen, kan het resultaat heel speciaal zijn. Nu is het inheemse perspectief meestal een bijgedachte, bijvoorbeeld in toeristische commercials die lijken te zeggen: “Oh ja, we hebben wel Aboriginals en ze hebben een lange geschiedenis, maar nu terug naar de barbecue!”

De Aboriginalacteurs die Sam en Archie spelen, hebben gezegd dat ze niet zozeer acteren maar het leven van hun voorouders herbeleven.

W. Thornton: We hebben hen gecast omdat ze een connectie hadden met het verhaal. Ze dragen het verleden met zich mee en zijn verbonden met het land. De camera herkent die innerlijke dialoog, ik kan dat niet aanbrengen of regisseren. Het belangrijkste deel van de personages kwam van hen.

Tegelijkertijd laat je zien dat ook de inheemse bevolking heel divers is samengesteld.

W. Thornton: Ja, inderdaad. Sommige van hen zijn gewelddadige primitievelingen en andere absoluut niet, zo is het nu eenmaal. In Australië zijn veel verschillende inheemse volken, met nog zo’n 450 talen en met elk een eigen cultuur en spiritualiteit.

‘In Australië zijn veel verschillende inheemse volken, met nog zo’n 450 talen en met elk een eigen cultuur en spiritualiteit.’

Als muziek op de aftiteling koos je ‘Peace in the Valley’ in de countryversie van Johnny Cash, maar verder gebruik je geen muziek.

W. Thornton: Ik hou van dat nummer en heb het altijd al willen gebruiken, maar ik had nooit de juiste film. Dit was mijn kans. Tegelijk is het vreemd dat Sweet Country nu gelinkt is aan Johnny Cash, een van de grote sterren van de Amerikaanse country. Ik ben erg op mijn hoede om een band te leggen met zulke populaire culturele referenties.

We hebben de rechten op ‘Peace in the Valley’ kunnen betalen omdat we verder geen muziek gebruiken. En dat was een bewuste keuze. We wilden een echtheid, een waarheid bewaren. In de natuur hoor je geen duizend violen. Je hoort krekels en kikkers. De landschappen hebben een eigen karakter, en dat wordt versterkt door de afwezigheid van muziek. De woestijn leidt haar eigen bestaan. Ze wordt boos, verdrietig, gelukkig … Daarvoor heb je geen muziek nodig. We hebben de geweldige landschappen laten baden in hun eigen sfeer in plaats van er muziek overheen te gooien. Anders zou het zijn alsof je ze het zwijgen oplegt.

Ondanks je bewondering voor landschappen opent Sweet Country niet met weidse beelden die wel typisch zijn voor westerns. In plaats daarvan toon je een kookpot met zwarte thee en witte suiker, terwijl we verontrustende geluiden horen.

W. Thornton: Die pot kokende zwarte thee met witte suiker, in combinatie met het geluid van een gewelddadige confrontatie tussen blank en zwart, geeft meteen de toon aan. Ik ben niet geïnteresseerd in vanuit een helikopter gefilmde landschappen met opwellende muziek, maar wel in de mensheid. De eerste keer dat we die scène filmden was het resultaat te mooi. Het zag eruit als een klassieke, in Monument Valley opgenomen western. Dus hebben we het lelijk gemaakt; het ritme van de montage klopt niet helemaal. Volgens mij is het belangrijk om de kijker een storende factor voor te schotelen, zodat hij weet wat hij kan verwachten van de film, maar hem er tegelijkertijd ook in mee te slepen.

Vervolgens maak je op een opmerkelijke manier gebruik van flashbacks en flashforwards.

W. Thornton: Door te spelen met tijd wil ik de kijker doen nadenken en emoties activeren. Er is een voortdurende dynamiek tussen de angst voor wat de toekomst brengt en de realiteit van het verleden. Achteraf merkte ik dat de gedachtegang van de montage onbewust beïnvloed was door Solaris van Tarkovski, die ook met ruimte en tijd speelt.

In Sweet Country wordt er voortdurend gebouwd met hout: helemaal aan het begin een hek en tegen het einde aan een kerk. Wijst dat op een evolutie?

W. Thornton: Hout is de basis van de natie, van wie we zijn. In de jaren 20 waren de wetten en de moraal allemaal nog niet uitgewerkt. Het land was nog jong en kwetsbaar. Het hout is een metafoor voor die fragiliteit. Alsof het hele land opgebouwd wordt uit fragiele houten stokjes. Hout is kwetsbaar, het kan verbranden, het kan rotten … Het is niet zoals beton of staal.

‘Hout is kwetsbaar, het kan verbranden, het kan rotten … Het is niet zoals beton of staal.’

Dat de samenleving nog in aanbouw is blijkt ook uit de rondreizende rechter die in het dorp geen rechtszaal vindt en dan maar besluit om de plek te gebruiken waar net een stille film werd vertoond over Ned Kelly, een volksheld én gangster.

W. Thornton: We waren eigenlijk al drie dagen aan het draaien toen ik me bedacht dat ik die film (The Story of the Kelly Gang uit 1906, nvdr) in Sweet Country wilde hebben. We hebben een openluchtvertoning toegevoegd aan het verhaal en op dezelfde plek vindt later de rechtszaak plaats. Dan komen alle dronkenlappen uit de saloon om samen de rechtszaak te volgen. Dat beeld bevalt me heel erg en voegt pit toe aan de film. Ned Kelly is een icoon in Australië. Destijds werd hij ook vereerd, al was hij een outlaw, en dat terwijl men de zwarte man Sam Kelly het liefst wilde opknopen. Er zijn heel veel verhalen geschreven over Ned Kelly, omdat hij blank is, maar niet over de waargebeurde geschiedenis van een zwarte man die een blanke had gedood en op de vlucht moest, ook al was hij onschuldig. Dat is de ironie van onze geschiedschrijving.

Van ironie gesproken: het is sergeant Fletcher, de antagonist van het verhaal, die als enige de woorden “sweet country” zegt.

W. Thornton: In een doorsneewestern is de relatie tussen de held en de schurk zeer zwart-wit. Ze dragen respectievelijk een witte en een zwarte hoed, bijvoorbeeld, en hun ideologieën of morele opvattingen komen nooit met elkaar in aanraking. Voor Sweet Country wilden we van de balans tussen goed en kwaad een grijs gebied maken. Als Sam Kelly “sweet country” had gezegd, zou dat de film eenzijdig hebben gemaakt. Bovendien hebben we Fletcher zijn eigen problemen, angsten en liefde gegeven. Hij beseft dat Sam Kelly geen schuld treft, maar probeert toch de wet te handhaven.

Ook de geweldpleger Harry March heeft als veteraan uit de Eerste Wereldoorlog zijn eigen trauma’s.

W. Thornton: Ja, ik wilde van hem geen clichématige smeerlap maken. Die oorlogstrauma’s waren de realiteit. Zulke complexe personages spreken me erg aan: we zijn allemaal klootzakken en engelen tegelijkertijd.

Bjorn Gabriels is hoofdredacteur van het filmtijdschrift Filmmagie. Dit interview verscheen eerder al in Filmmagie.

MO* mag 25 duotickets weggeven voor de avant-première van Sweet Country op dinsdag 3 juli in Studio Skoop Gent. Doe hier mee en lees ook de recensie. 

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift