Internationale experts beantwoorden 3 cruciale vragen over klimaatactie

Het huis staat in brand, maar we hebben meer nodig dan de brandweer

CC BY 2.0 Kolyaeg

 

De wereldwijde uitstoot bereikt een recordniveau en niets wijst erop dat de piek in zicht is. De laatste vier jaar waren de vier heetste jaren in de geschiedenis en de wintertemperaturen in het Noordpoolgebied zijn sinds 1990 met 3°C gestegen. De zeespiegel stijgt, koraalriffen sterven af en we beginnen de levensbedreigende gevolgen van de klimaatverandering voor de gezondheid te zien door luchtverontreiniging, hittegolven en risico’s voor de voedselzekerheid. De gevolgen van de klimaatverandering zijn overal voelbaar en hebben zeer reële gevolgen voor het leven van de mensen. De klimaatverandering verstoort de nationale economieën en kost ons vandaag al veel geld en morgen nog meer.’

Guterres: ‘De klimaatverandering verstoort de nationale economieën en kost ons vandaag al veel geld en morgen nog meer.’

VN-secretaris-generaal Antonio Guterres draait niet rond de pot als hij het over de klimaatproblemen heeft. Maar in zijn verklaring ter aankondiging van de klimaattop van 23 september is hij niet alleen duidelijk over de crisis, hij maakt zich ook sterk dat de vooruitzichten niet hopeloos zijn: ‘Er is een groeiend besef dat er betaalbare, schaalbare oplossingen voorhanden zijn die ons allemaal in staat stellen de sprong naar schonere, veerkrachtigere economieën te maken…. Het bedrijfsleven staat aan onze kant. Versnelde klimaatoplossingen kunnen onze economieën versterken en banen scheppen, terwijl ze tegelijkertijd schonere lucht brengen, natuurlijke habitats en biodiversiteit in stand houden en ons milieu beschermen.’

Voorafgaand aan de klimaattop wilden we weten of het optimisme van Guterres wordt gedeeld door cruciale deskundigen over de hele wereld.

Andrew Higham was adviseur van Christiana Figueres (voormalig hoofd van UNFCCC, de klimaatconferentie van de VN) en is nu directeur van Mission 2020, een mondiaal initiatief om de klimaatambities aan te scherpen en te versnellen.

Richard Black is directeur van Energy and Climate Intelligence Unit in het Verenigd Koninkrijk.

Andrew Light is verantwoordelijk voor het Klimaatprogramma van het World Resources Institute in Washington, DC.

Elk nieuw rapport, niet alleen van het IPCC (het internationele panel van wetenschappers die klimaatverandering bestuderen), toont aan dat de klimaatcrisis versnelt en verdiept. Tegelijkertijd zien we dat autoritaire populistische leiders over de hele wereld de wetenschap afwijzen, terwijl ze de winsten van de fossiele economie lijken te verdedigen in plaats de belangen van de mensen. Wat kan en wat moet er gedaan worden om politieke leiders en ondernemers te overtuigen van de noodzaak om nu, meteen werk te maken van klimaatbeleid, in plaats van de rekening door te schuiven naar de volgende generatie?

Andrew Higham: Het nieuws van nationale regeringen is inderdaad vaak teleurstellend. Veel van de grootste economieën, die het meest verantwoordelijk zijn voor de klimaatverandering en het best in staat zijn om te reageren op klimaatverandering, blijven vasthouden aan de belangen van hun oude, dominante fossiele brandstoffenindustrie, zoals steenkoolwinning en verbrandingsmotoren. Ook al is de economie gekanteld in het voordeel van schone energie en industrie, en ondanks voordelen die dat biedt voor de gezondheid van de burgers, blijven politici in deze landen onmachtig om het voortouw te nemen. Dat wordt zichtbaar in de lijst landen die geen toespraak zullen houden op 23 september in New York: Australië, Japan, Zuid-Korea, Zuid-Afrika, Saoedi-Arabië.

De grootste economieën blijven vasthouden aan de belangen van hun oude, dominante fossiele brandstoffenindustrie

Maar het belangrijkste is dat er ook goed en bemoedigend nieuws is – van steden, regio’s en bedrijven. Wat we op de top zullen zien, is het bewijs dat de regeringen weliswaar héél voorzichtig bewegen, maar dat die andere actoren de voordelen van maatregelen tegen de klimaatverandering inzien en dat ze sneller vooruitgang boeken. Een groep bedrijven met een marktkapitalisatie van meer dan 1 biljoen dollar verbindt zich ertoe om netto nuluitstoot te realiseren, en grote investeerders bereiden zich voor om hetzelfde te doen. Twee Indiase staten hebben deze maand toegezegd te stoppen met het bouwen van kolengestookte elektriciteitscentrales en hun nieuwe energievraag te beantwoorden met hernieuwbare energiebronnen.

Het probleem is dat regeringen dit potentieel moeten aanboren en ondersteunen om het te realiseren. Ze moeten netto-nul-emissiedoelstellingen voor 2050 vastleggen, belasting heffen op fossiele brandstoffen in plaats van ze te subsidiëren, en technische, financiële en regelgevende steun bieden voor koolstofarme investeringen.

Andrew Light: Ik weet niet zeker hoe wijdverbreid de klimaatscepsis is onder populistische leiders, maar er zijn zeker enkele opmerkelijke voorbeelden van dit fenomeen.  Maar politieke en economische leiders moeten kijken vooral focussen op de veiligheidsrisico’s die de ongecontroleerde klimaatverandering met zich meebrengt, en op de economische mogelijkheden die ontstaan door op te treden tegen klimaatverandering. Dat zijn zaken die sporen met de uitgesproken prioriteiten van dat soort regimes. 

Klimaatverandering is steeds meer een kritieke nationale veiligheidsbedreiging

In de Verenigde Staten kregen we het voorbije decennium tal van officiële overheidsrapporten en verklaringen vanuit zowel hoge ambtenaren van defensie als inlichtingendiensten, van zowel Republikeinse als Democratische strekkingen, die bevestigen dat de klimaatverandering steeds meer een kritieke nationale veiligheidsbedreiging is.  Die stelling klonk heel duidelijk in de laatste wereldwijde dreigingsevaluatie van de Amerikaanse National Intelligence Community, die op 29 januari 2019 werd uitgebracht door de toenmalige National Intelligence Director Coats, waarin staat:

‘Klimaatrisico’s zoals extreem weer, hogere temperaturen, droogte, overstromingen, bosbranden, stormen, stijging van de zeespiegel, bodemaantasting en verzuring van de oceanen intensiveren, en bedreigen de infrastructuur, de gezondheid, en de water- en voedselzekerheid.  Onomkeerbare schade aan ecosystemen en habitats zal hun economische waarde verminderen, en dat wordt nog verergerd door lucht-, bodem-, water- en zeeverontreiniging.’ (blz. 23). 

De defensie- en inlichtingendiensten van veel andere landen zijn tot vergelijkbare of identieke conclusies gekomen.  Als we over klimaatverandering spreken, moet het in eender welk land ook gaan over veiligheids- en defensiebelangen.  Wat de economische opportuniteiten betreft, denk ik dat de boodschap ook duidelijk is.  Een studie van de International Finance Corporation – een onderdeel van de Wereldbankgroep – spreekt over 23 biljoen dollar aan nieuwe investeringsmogelijkheden. En dan gaat het enkel over de toezeggingen van 21 van de grootste opkomende economieën in het kader van het Akkoord van Parijs om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen. De opportuniteiten bevinden zich vooral in de markten voor schone energie.  De landen die extra inspanningen leveren om deze markten te ondersteunen, zullen economisch sterker en veiliger worden.

Richard Black: Velen van de politieke leiders zijn al overtuigd. Volgende week zullen we zien dat sommige regeringen, sommige lokale overheden en sommige bedrijven en investeerders nieuwe toezeggingen doen. Het probleem is echter dat de som van alle maatregelen samen niet voldoende is om de uitstoot zo snel te verminderen als de wetenschap zegt dat het nodig is.

Het is mogelijk om de economie en de samenleving koolstofarm te maken en tegelijkertijd welvarend te blijven

Ik denk dat het cruciaal is om, op basis van solide bewijzen, te tonen dat het mogelijk is om de economie en de samenleving koolstofarm te maken en tegelijkertijd welvarend te blijven. Veel ontwikkelde landen hebben dit inderdaad gedaan – het Verenigd Koninkrijk heeft bijvoorbeeld de uitstoot sinds 1990 met meer dan 40 procent verminderd, terwijl het een economische groei van 70 procent gerealiseerd heeft – maar er zijn nog niet genoeg voorbeelden, en er is zeer weinig vooruitgang geboekt in sectoren zoals de zware industrie. Maar dat is de sleutel. De meeste leiders kennen de wetenschappelijke redenen voor een snelle emissiereductie, maar het is de economische haalbaarheid die velen nog steeds niet helemaal accepteren.

Er gaan steeds meer stemmen op voor een fundamentele systeemverandering, in plaats van te vertrouwen op technocratische innovatie of groene groei. Kan, naar uw mening, klimaatverandering succesvol worden tegengegaan met behoud van het neoliberale kapitalisme als de economische logica die de wereld structureert?

Andrew Higham: Het dominante economische paradigma behandelt de aarde nog steeds als een grenzeloos systeem. Atmosferische concentraties van broeikasgassen zijn zo groot geworden dat de menselijke beschaving in niet langer door kan gaan zoals ze bezig is, en in Parijs zijn we het er allemaal over eens geworden dat we samen aan de slag moeten gaan om deze wereldwijde fout te herstellen.

Het economische paradigma zelf is een grote bedreiging geworden voor alle mensen op aarde, en vooral voor de meest kwetsbaren

Het economische paradigma zelf is daarom een grote bedreiging geworden voor alle mensen op aarde, en vooral voor de meest kwetsbaren. We kunnen ongelooflijk veel vooruitgang boeken in het komende decennium met technologische vooruitgang en gedragsverandering.  We weten dat dat we de uitstoot van broeikasgassen kunnen halveren met bestaande technologieën. En het is niet noodzakelijk de economie die dat tegenhoudt, maar de politiek van verandering. Meer zelfs, er is overweldigend bewijs dat klimaatactie het leven van mensen zal verbeteren – het is geen last om te dragen, het verlicht integendeel de last die de schadelijke economie op ons leven legt.

Het is echter ondenkbaar dat we Alleen, een “netto nul-wereld”, waarin mondiale concentraties van broeikasgassen duizenden jaren lang op een veel lager niveau gehouden worden dan nu, is ondenkbaar in het kader van een economie die de planeet ziet als oneindig uit te baten. Een nieuw economische theorie om deze opwindende nieuwe vorm van ecologisch compatibele economische ontwikkeling te beschrijven is nodig, maar vooralsnog niet voorhanden.

Andrew Light:  Ja, ik denk dat de klimaatverandering kan worden tegengegaan met kapitalistische instellingen.  We moeten op zijn minst hopen dat het mogelijk is de economische groei los te koppelen van de groei van de uitstoot van broeikasgassen.  Ik zie in de wereld weinig politieke leiders verkiezingen winnen met de belofte op vertragende economische groei, vooral in opkomende ontwikkelingslanden. En wie met zo’n programma regeert, zal niet lang aan de macht blijven. 

Tot voor kort leek het erop dat de wereld de economische groei in stand hield en tegelijkertijd de uitstoot van broeikasgassen in de elektriciteitssector verminderde.  Hoewel die vooruitgang tot stilstand is gekomen, is dat hopelijk slechts tijdelijk. Intussen moeten de niet-fossiele elektriciteitsopties goedkoper worden en zich blijven uitbreiden.  Het is cruciaal dat hetzelfde patroon gecreëerd wordt in andere fossiele-intensieve sectoren zoals transport, gebouwen en zware industrie.

Een filosofie die regulering principieel verwerpt, helpt niet tegen klimaatverandering

Richard Black: Met behoud van het kapitalisme — ja, absoluut. En dat is een goed, want het kapitalisme is over het algemeen een veel populairder systeem dan de alternatieven. Voor zonne-energie, bijvoorbeeld, zien we hoe de concurrentie tussen particuliere bedrijven heeft geleid tot verrassende kostenreducties, wat de inzet van zonne-energie aantrekkelijker maakt. Dus: we hebben kapitalisme nodig. Het “neoliberale” deel van je vraag is moeilijker te beantwoorden. Het lijdt geen twijfel dat regelgeving op sommige gebieden een effectievere manier is om de uitstoot te verminderen dan marktmechanismen. Een filosofie die regulering principieel verwerpt, helpt dus niet.

Klimaatverandering is dé mondiale uitdaging van dit tijdperk, maar om die aan te pakken botsen we vaak weer op de oude Noord-Zuidkloof. Wat is volgens u een eerlijke verdeling van de verantwoordelijkheden? Doet het Westen zijn deel? China? Olieproducerende landen? Hoeveel kunnen/moeten we differentiëren in de inspanningen om onze gemeenschappelijke habitat en toekomst te redden? 

Andrew Higham: Het Akkoord van Parijs heeft de impasse van de Noord-Zuidkloof doorbroken, waardoor een systeem is ontstaan waarbij elk land zoveel mogelijk doet wat het kan en zijn ambitie voortdurend opschroeft. Deze “allen samen”-benadering is afhankelijk van internationale samenwerking, waarbij wordt erkend dat de rijke landen de grootste verantwoordelijkheid hebben om te handelen en de arme landen te helpen zich te ontwikkelen en tegelijkertijd de uitstoot te verminderen.

Het akkoord erkent dat de grootste ontwikkelingslanden ook de grootste opkomende economieën zijn die, dankzij internationale samenwerking, tegelijk het snelst in staat zijn een einde te maken aan fossiele brandstoffen en een ontwikkeling op basis van schone, duurzame brandstoffen, technologie en infrastructuur te stimuleren. De ontwikkelde wereld heeft een grote verantwoordelijkheid om snel en beslissend te handelen en de meest kwetsbare en armste landen te steunen die al te lijden hebben onder de gevolgen van de klimaatverandering. Maar de ontwikkelde wereld is niet langer in staat de ergste gevolgen van klimaatverandering uitsluitend op eigen kracht te voorkomen.

De ontwikkelde wereld is niet langer in staat de ergste gevolgen van klimaatverandering uitsluitend op eigen kracht te voorkomen.

Het systeem van het Akkoord van Parijs roept iedereen op om mee te doen, hun vooruitgang bij te houden en hun bijdragen te blijven opvoeren. Dat is wat vandaag moet gebeuren. In het speciale IPCC-verslag over 1,5°C-graden wordt duidelijk gemaakt dat we snel vooruitgang moeten boeken met de routekaart van Parijs om de wereldwijde uitstoot tussen nu en 2030 te halveren, dat nog eens te doen tegen 2040, en tegen 2050 tot nul-uitstoot te komen.

Andrew Light: Ik denk dat het systeem van lastenverdeling, dat door het Akkoord van Parijs in het leven is geroepen, werkt. Het is ook een moedige stap weg van de oude, diepgewortelde tweedeling tussen de plichten van de ontwikkelde landen en die van de ontwikkelingslanden als twee grote, ongedifferentieerde categorieën. 

Iedereen onderscheidt zich onder Parijs en stelt zijn eigen doelstellingen vast, in de veronderstelling dat de landen met een groter vermogen om snel te veranderen dat ook moeten doen.  De echte test voor het Parijse systeem zal echter zijn hoe bereid de landen zijn om regelmatig, met tussenpozen van vijf jaar, hun ambities te verhogen.  Volgend jaar in 2020 zal de eerste test zijn. Dan moeten bijna alle landen van de wereld aangeven of ze zich aan hun oorspronkelijke verbintenis onder Parijs houden dan wel of ze hun ambitie zullen verhogen.

Richard Black: Dit is een zeer complexe kwestie. Zelfs bepalen wat we bedoelen met “eerlijk” is niet eenvoudig. Maar in 2019 is er geen enkel bewijs dat een model van economische ontwikkeling dat afhankelijk is van fossiele brandstoffen beter werkt voor ontwikkelende economieën dan het alternatief. Sommige westerse landen nemen het voortouw nemen (Zweden, het Verenigd Koninkrijk, Finland) en andere lopen achterop (Australië, de VS, Duitsland). Er zijn ook enkele ontwikkelingslanden die zich snel ontwikkelen en sommige doen dat niet. Als je één groep landen apart zou moeten zetten als ethische slappelingen in dit dossier, dan zijn het de Golfstaten. Hun rijkdom per hoofd van de bevolking is enorm, ze zijn rijk geworden door olie en gas, maar ze staan erop om in de VN-klimaatonderhandelingen als “ontwikkelingslanden” te worden behandeld en ze zetten nauwelijks een cent in voor internationale financiering.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur