‘Het taboe rond arbeidsmigratie moet dringend doorbroken worden’

Kadri Soova lobbyt op Europees niveau voor een beter migratiebeleid. De golf van solidariteit als gevolg van de vluchtelingencrisis vindt ze hartverwarmend, maar tegelijk ontoereikend en zelfs gevaarlijk. ‘We moeten stoppen met iedereen door de trechter van de asielprocedure te duwen. Kijk naar de arbeidsmarkt.’

  • © Kadri Soova 'De hele premisse van migratiepolitiek – op nationaal én Europees niveau – vertrekt voortdurend vanuit het negatieve.' © Kadri Soova

In november werd onder de titel De slag om Europa het nieuwe boek van de econoom Thomas Piketty gelanceerd. In het boek werden enkele van zijn columns gebundeld en pleit hij ondermeer nadrukkelijk voor een gastvrijer Europa.

Terwijl de voorbije maanden de indruk werd gewekt dat ons continent een ongeziene immigratiegolf te verwerken krijgt, wijst hij erop dat de immigratiecijfers de voorbije jaren net zijn gedaald. Tussen 2000 en 2010 zijn er 1 miljoen mensen naar Europa afgezakt, terwijl dat er tussen 2010 en 2015 ‘slechts’ 400.000 waren. Piketty vindt dat problematisch. Om de economie aan te zwengelen en het fenomeen van ‘vergrijzing’ het hoofd te bieden, moét Europa volgens hem het grootste immigratiegebied van de 21e eeuw worden. 

Ongeveer gelijktijdig werd onder de titel De ziekte van Europa het nieuwe boek van Guy Verhofstadt op de markt gebracht. Ook in zijn boek wordt het thema arbeidsmigratie uitgebreid aangeraakt. In HUMO liet hij daarover het volgende optekenen: ‘Er kan pas een verstandig Europees migratiebeleid komen als we erkennen dat migratie iets positiefs is, en in Europa zelfs noodzakelijk.’ En ook: ‘Het gevolg van een gebrek aan soepele internationale arbeidsmobiliteit is dat minstens twee miljoen arbeidsplaatsen permanent openblijven. Zonder migratie naar Europa zijn we een wegkwijnend continent.’

Wat is PICUM?

PICUM vertegenwoordigt ongeveer 150 organisaties die verspreid zijn over heel Europa. De meeste van die organisaties werken met mensen zonder papieren. De organisatie werd als politiek lobbynetwerk in het leven geroepen door een aantal basisorganisaties die een platform wilden oprichten om hun bezorgdheden naar de politieke wereld te vertalen. De standpunten die PICUM inneemt, worden ingegeven door de leden. Enkele leden -zoals Dokters van de Wereld- zijn vrij groot en internationaal, andere -zoals bijvoorbeeld O.R.ca in België- zijn redelijk klein en werken alleen op nationaal niveau.

Kadri Soova, Advocacy Officer bij de Europese lobbyorganisatie PICUM, sluit zich aan bij de stelling dat er dringend nood is aan een soepeler arbeidsmigratiebeleid. Vooral het feit dat momenteel alleen topverdieners welkom zijn, vindt ze wraakroepend. ‘Dat gaat volledig voorbij aan de noden op onze arbeidsmarkt.’ MO* zocht haar op voor een gesprek en onderging het vurige betoog van een gepassioneerde vrouw.

In Europa is er momenteel veel aandacht voor de vluchtelingenproblematiek. De situatie van mensen zonder papieren krijgt daarentegen weinig aandacht. Hoe ervaren jullie dat als organisatie die zich op die doelgroep richt?

Kadri Soova: Er heerst duidelijk een spanningsveld tussen zij die in aanmerking komen voor het vluchtelingenstatuut en al de andere migranten. Er is daar altijd een soort van conflict geweest, maar door de toename van het aantal mensen dat nu Europa binnenkomt is dat nog veel zichtbaarder. Het is ook een heel delicaat onderwerp om te benaderen voor organisaties.

Tegenover vluchtelingen lijkt de publieke opinie in veel Europese landen redelijk positief te staan. Ik denk dat er een grote mentaliteitswijziging is gekomen rond de tijd dat de foto van Aylan gepubliceerd werd. Maar dat is een heel humanitaire benadering van het thema. Natuurlijk heb je een beschermingssysteem voor vluchtelingen nodig. Maar wie is eigenlijk een ‘vluchteling’ en wie niet? Die opdeling is niet meer zo gemakkelijk te maken. We zouden moeten kijken naar de grondoorzaken waarom mensen verhuizen. Die oorzaken zijn zo complex en tegelijk erg verweven vandaag de dag, dat het heel moeilijk is om daar rigide categorieën op toe te passen.

‘De economische migranten worden beschouwd als de meest ongewenste groep die we hier absoluut niet willen hebben. Terwijl we hen eigenlijk heel dringend nodig hebben.’

Momenteel merken we veel bezorgdheid over het feit dat de geloofwaardigheid van het asielsysteem op het spel zou staan. De oplossing die naar voor wordt geschoven om die geloofwaardigheid te beschermen, is om meer mensen uit te wijzen. Maar volgens mij verzeker je de geloofwaardigheid van het systeem meer door er voor te zorgen dat alleen mensen die effectief een asielclaim hebben een aanvraag indienen.

En daarom moet je andere statuten creëeren voor mensen die niet voor asiel in aanmerking komen. Het hele idee van ‘de asielzoeker is welkom’ voedt het ‘goede migrant’ versus ‘slechte migrant’-denken. De economische migranten worden beschouwd als de meest ongewenste groep die we hier absoluut niet willen hebben. Terwijl we hen eigenlijk heel dringend nodig hebben.

Doel je dan op het leefbaar houden van onze pensioenen?

Kadri Soova: We zitten met het gegeven dat we 50 miljoen extra werkkrachten en belastingbetalers nodig hebben in Europa tegen 2050-2060. Op Europees niveau werkt men momenteel allerlei maatregelen uit om langdurig werklozen en dergelijke te activeren. Maar zelfs als al die maatregelen succesvol zouden zijn, dan nog zou dat niet voldoen aan de arbeidsmarktbehoeften.

Dat verhaal is echter zeer moeilijk te verkopen aan de Europese burgers. De lidstaten weten dat we al die arbeidsmarktnoden hebben waaraan via de reguliere kanalen niet tegemoet wordt gekomen. In veel sectoren zitten we met een gigantisch aandeel van onaangegeven werk. In veel West-Europese landen werken er in bepaalde sectoren voornamelijk irreguliere migranten. Maar het blijft zo moeilijk om maatregelen uit te vaardigen om meer reguliere migranten in laagbetaalde en middenbetaalde jobs te krijgen.

Het lijkt politieke zelfmoord voor politici om dit door te voeren. Ze worden hierin niet gesteund door hun kiezers. De liberale politici zijn zich misschien nog het meest bewust van de nood aan die extra werkkrachten. Zij willen wel die werkkrachten, maar niet de nieuwe burgers. Daarom hebben ze er bijvoorbeeld ook die tijdelijke seizoensarbeidssystemen door geduwd die zeer problematisch zijn. Want dat kan tot nog meer irregulier verblijf leiden omdat mensen verondersteld worden om te vertrekken, maar het vaak niet doen.

Je hebt het over de richtlijn met betrekking tot seizoensarbeid die in februari 2014 werd goedgekeurd door het Europees Parlement. Wat is daar volgens jou mis mee?

Kadri Soova: Op zich is het een goede richtlijn in die zin dat ze veel rechten en bescherming biedt aan de arbeider. Maar volgens ons gaat ze voorbij aan de economische realiteit. In seizoensarbeid zijn er zoveel ongedocumenteerde arbeiders aan het werk. Hoe zorg je ervoor dat de werkgevers effectief meestappen in dat nieuwe systeem? Er werd onvoldoende gekeken naar wat de obstakels zijn voor de werkgevers om mensen op een legale manier tewerk te stellen en welk soort prikkels je hen moet geven zodat ze in de mogelijkheid verkeren om toch nog wat geld te verdienen als ze iedereen regulier tewerk stellen.

Het is te gemakkelijk om de werkgevers die ongedocumenteerde werknemers tewerk stellen als de grote boeman aan te wijzen en hen te verwijten dat ze mensen uitbuiten en geen belastingen willen betalen. Hoe meer je dit thema bestudeert, hoe duidelijker het wordt dat er bepaalde macro-economische factoren zijn die hierin een belangrijke rol spelen. Het zijn uiteindelijk de grote supermarktketens die de afzetprijs bepalen. Wanneer je bijvoorbeeld in Puglia een boer hebt die een aantal ‘ongedocumenteerden’ tewerk stelt, is dat voor hem vaak de enige manier waarop hij financieel kan rondkomen.

‘Het is te gemakkelijk om gewoon de werkgevers te demoniseren. Je moet manieren vinden waardoor ze ook een beetje winst kunnen maken.’

Het is wraakroepend dat er in Europa mensen tewerk gesteld worden tegen 2 euro per uur, maar veel van die werkgevers staan met hun rug tegen de muur omdat ze zo’n prijsdruk ervaren van de grote voedings- en warenhuisketens. Het enige waar ze controle over hebben zijn de arbeidskosten. Het is geen oplossing om gewoon de werkgevers te demoniseren. Je moet manieren vinden waardoor ze ook een beetje winst kunnen maken.

Als je een nieuw beleid introduceert dan moet je bekijken hoe dat past in de huidige situatie. Hoe prikkelen we werkgevers om zich in een nieuw systeem in te passen?  En dat slaat niet alleen op seizoensarbeid, maar op al de precaire sectoren. In België blijven de belastingen op arbeid gigantisch. Dat is problematisch wanneer je een strijd tegen irreguliere tewerkstelling wil voeren.

Ook voor hen die al als seizoensarbeider aan het werk waren is de nieuwe richtlijn vaak niet interessant. Wij hebben er tevergeefs voor gepleit dat zij hun situatie konden regulariseren, zodat ze zich als volwaardige burgers in onze maatschappij konden integreren. Wanneer ze zich nu in het programma inschrijven, mogen ze maximaal 9 maanden op het grondverbied verblijven.

Pleiten jullie ervoor om werkvergunning en verblijfsvergunning van elkaar te scheiden?

Kadri Soova: Ja, dat is de beste manier om uitbuitingssituaties te vermijden. Zo weten mensen dat wanneer ze hun werkgever verlaten, ze niet automatisch hun verblijfsstatuut zullen verliezen en in een situatie van ‘irregulier verblijf’ belanden.

Tijdens de Belgische regularisatiecampagne van 2009 werd voor een bepaalde categorie aanvragers een regularisatie gekoppeld aan het hebben van werk. Sinds enkele jaren is een verlenging van verblijf na een individuele humanitaire regularisatie (9BIS) ook meestal gekoppeld aan het hebben van werk. Zien jullie dat als een slechte praktijk?

Kadri Soova: Ons Belgische lid OR.C.A. is fel gekant tegen regularisatie via werk omdat het volgens hen leidt tot meer exploitatie. Wanneer je de verplichting hebt om aan te tonen dat je gedurende een zekere periode voor een bepaalde werkgever gewerkt hebt, dan geef je de werkgever de volledige macht over de werknemer. Die vraagt vaak buitensporige bedragen van de werknemer om hem te betalen om een papier te produceren waarin staat dat ze voor hen gewerkt hebben. Mensen zouden eerst een verblijfsvergunning moeten krijgen om vervolgens op zoek te kunnen gaan naar werk. Dat is de meest duurzame oplossing om mensen in staat te stellen om hun situatie te verbeteren.

Regularisatie is zeker een aanvullend hulpmiddel in je migratiebeleid. Maar als je naar het grotere geheel kijkt, dan creëert een dergelijk stelsel eigenlijk nog meer rechtsonzekerheid en onrechtvaardigheid. Je hebt een duurzamer plan nodig om met de zaak om te gaan en ik zie dat plan er op dit moment niet aankomen. Het is niet dat de politici zich niet bewust zijn van de situatie, maar het is een taboe om erover te spreken. 

In 2016 zou de Europese Unie naar buiten komen met een plan rond legale migratie. Stemt dat je hoopvol?

Kadri Soova: Dat plan zou ook reguliere arbeidsmigratie omvatten, wat dringend nodig is. Het was eigenlijk de bedoeling om hiermee naar buiten te komen in het tweede deel van volgend jaar. Maar met al die recente nieuwkomers staat de E.U. onder druk om te bewijzen dat ze effectief iets rond migratie aan het doen zijn. Juncker kondigde aan dat er al begin volgend jaar een plan met betrekking tot legale migratie zal zijn. De eenheden die rond legale migratie werken staan nu plots onder grote druk om op heel korte termijn iets af te leveren. Omdat Jucker dat in de media heeft aangekondigd. Het is dus echt een top-down-benadering nu. In zeven haasten moet er snel iets uitgewerkt worden. Ik vrees dat er niet echt iets heel concreets zal instaan rond laagbetaalde en middenbetaalde arbeid, wat voor PICUM echt cruciaal is.

‘Momenteel mogen enkel topverdieners naar hier komen, terwijl we eigenlijk arbeidskrachten nodig hebben in laag- en middenbetaalde jobs’

Waarom?

Kadri Soova: Momenteel zegt men voortdurend dat we hoogopgeleiden nodig hebben. Maar laat ons eerlijk zijn waarover we dan praten: het gaat over loon en niet over vaardigheden. Want de Blauwe-kaart-richtlijn waarmee men nu werkt, heeft een salarisdrempel. Het gaat over topverdieners. We praten dus niet over vaardigheden maar over verdiensten.

Terwijl er een hele hoop jobs zijn -zoals manuele- die ook veel vaardigheden vereisen. De hele categorisatie gebaseerd op vaardigheden is niet accuraat. Het reflecteert de werkelijkheid niet. Men focust op een sector die niet eens een sector is. De ‘hoogopgeleide sector’; welke sector is dat eigenlijk?

We zitten op dit moment echt met een falend arbeidsmigratiesysteem. Men zou moeten kijken naar de noden van de arbeidsmarkt en het arbeidsmarktsysteem herbekijken. Om misbruiken in de informele sector aan te kunnen pakken, maar ook in het belang van de werknemers en voor de geloofwaardigheid van het asielsysteem.

Er is een grote vraag op de arbeidsmarkt in laag- en middenbetaalde jobs die niet erkend wordt en waaraan niet tegemoet wordt gekomen. Het is zo moeilijk om hier op legale wijze te komen werken in die sectoren. In België is het bijvoorbeeld bijna onmogelijk om een werkvisum te krijgen om in de bouwsector te komen werken. En wanneer je al in het land bent, is het bijna onmogelijk om nog een arbeidsvergunning te krijgen.

Ik denk dat er echt geen dure staatsinterventie nodig is om zwartwerk in bepaalde sectoren aan te pakken. Men zou gewoon moeten kijken welke alternatieve  arbeidsmigratiemodellen er zoal bestaan. In Zweden heb je bijvoorbeeld een systeem dat door de  werkgevers wordt aangedreven. Daar heb je geen quota’s voor specifieke sectoren.

De werkgevers geven er aan hoeveel jobs er zijn in welke sectoren. Dat is een veel beter systeem om de arbeidsmarktbehoeften te bepalen. De meeste Europese landen hebben nog steeds een staatsgestuurd sectorieel quota-systeem dat gewoon niet accuraat is.

‘Tijdens het Bush-tijdperk lag het aantal deportaties historisch laag. Mensen met onwettig verblijf moesten de middenklasse in leven houden.’

Denk je dat sommige politici er de pragmatische visie op nahouden dat al die ‘goedkope, illegale arbeidskrachten’ eigenlijk nog niet zo slecht zijn voor de economie en dat ze daarom de zaak niet ten gronde willen aanpakken?

Kadri Soova: In de Verenigde Staten voert men zeker een soort officieus beleid waarbij men ervan uitgaat dat je een bepaald aantal ongedocumenteerde werkkrachten nodig hebt om de middenklasse in leven te houden. Zij moeten al de goedkope diensten en producten leveren zodat de middenklasse meer kan consumeren en hun geld in andere zaken kan investeren.

En dus heb je de kinderzorg, de dienstensector, restaurants en dergelijke die ondergereguleerd zijn. Als al die jobs plots aangegeven zouden worden, dan zouden de prijzen enorm stijgen en dat zou de economische groei vertragen.

Tijdens het Bush-tijdperk lag het aantal deportaties van mensen met onwettig verblijf historisch laag. Het was toen echt een soort ongeschreven regel om dat niet te doen. Mensen die geen recht hebben op sociale zekerheid, die slecht betaald worden en producten en diensten onder de martkprijs afleveren… Dat was wel interessant voor de middenklasse en hogere klasse. Onder Obama worden er veel meer mensen gedeporteerd. 

Heb je de indruk dat die redenering ook bij Europese politici heerst?

Kadri Soova: Ik denk wel dat enkele liberalen voor een status-quo kiezen. Laat de markt zichzelf regelen enzovoort. Maar op hetzelfde moment zien we het besef groeien dat we meer kanalen moeten openen om mensen binnen te laten komen.

Kijk, de hele premisse van migratiepolitiek – op nationaal én Europees niveau – vertrekt voortdurend vanuit het negatieve: ‘Laat ons bepalen wie we niet willen.’ Het is altijd vanuit dat perspectief dat maatregelen worden genomen. We proberen buiten te houden wie we niet willen. Het is dringend tijd om die redenering om te draaien en te kijken wie we wel willen.

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift