Sloveense econoom Potočnik is architect van de circulaire economie

Janez Potočnik: ‘Ik hoorde nog nooit een deftige uitleg over waarom we ons als mens moeten gedragen als invasieve soort’

EP / Pietro Naj-Oleari (CC BY-NC-ND 2.0)

De Sloveense econoom en voormalig Europees Commissaris voor Milieu Janez Potočnik: ‘We moeten zo snel mogelijk afstappen van het bbp als graadmeter van groei.’

Wie is Janez Potočnik?

Als de circulaire economie tot de kern van het programma van de Commissie Von der Leyen behoort, dan is dat grotendeels de verdienste van de volharding van één man: de Sloveense econoom Janez Potočnik. Als EU-commissaris voor Milieu legde hij in 2014 het eerste pakket op tafel. Ondertussen blijkt uit een rapport van het Europees milieuagentschap dat de circulaire Potočnik traag maar zeker wortel schiet. Alvast in Europa. ‘Ook elders in de wereld’, maakt Potočnik zich sterk.

In zijn kantoor op de hoek van de Wetstraat en de Trierstraat schuift de Sloveense econoom Janez Potočnik de stoelen aan de kant. Net voor ik binnenkwam, zaten vertegenwoordigers van een groot Australisch bedrijf aan zijn vergadertafel. Met die ene vraag die Potočnik als voorzitter van het International Resource Panel (IRP) overal ter wereld krijgt voorgelegd: 'Hoe kunnen we onze bedrijfsvoering zo organiseren dat we minder grondstoffen verbruiken, grondstoffen hergebruiken en niet meer vervuilen?'

‘Ik kan hen de principes uitleggen, maar de concrete invulling moeten ze zelf bedenken. De circulaire economie is geen confectiepak. Je moet het op maat knippen van iedere sector, iedere bedrijfstak, elk bedrijf en ieder land. Maar een ding is wel zeker: het is overal mogelijk.’

‘Het was de eerste keer in de geschiedenis van de Europese Unie dat milieuwetgeving zich plaatste boven de regels van de interne markt.’

Als de circulaire economie tot de kern van het programma van de commissie Von der Leyen behoort, dan is dat grotendeels de verdienste van de volharding van Potočnik. In zijn jaren als Europees Commissaris voor Milieu in de commissie Barroso tekende hij de krijtlijnen uit van een afvalvrij continent.

In juli 2014 kondigde hij het Circular Economy package aan, een ambitieus plan om van afval grondstoffen te maken, om de ontginning van nieuwe grondstoffen in te perken en met een verbod op het storten van recycleerbare producten in 2025.

‘Met de mogelijkheid plastic wegwerpverpakkingen te verbieden, zorgden we voor een unicum’, legt Potočnik uit. ‘Het was de eerste keer in de geschiedenis van de Europese Unie dat milieuwetgeving boven de regels van de interne markt geplaatst werd. Het was een belangrijk precedent waarop nu verder wordt gebouwd.’

Het pakket was doorgesproken met industriële belanghebbenden, met milieuorganisaties, met grondstoffenspecialisten, met andere departementen van de Europese Commissie. En toch werd het weer van tafel gehaald. Prematuur, heette het. Te vooruitstrevend. En er was de klassieke vrees dat Europa zijn concurrentiepositie in de rest van de wereld zou ondergraven.

Eenzame voorloper

‘Het was het beste wat er met het pakket kon gebeuren’, vertelt Potočnik nu. ‘Op dat moment was het natuurlijk frustrerend. In de politiek is het soms eenzaam als je een voorloper bent.’ Hij lacht minzaam. ‘Maar er kwam een ernstig debat op gang, precies omdat het helemaal doorgesproken was met alle betrokken partijen.'

'Als Commissaris heb ik me altijd geconcentreerd op wat ik kon veranderen. Ik zat tweemaal in een Commissie waar de enige focus “jobs” en “groei” was. Ik gebruikte die argumenten om collega’s en het bedrijfsleven te overtuigen van het potentieel van een circulaire economie, van de ontkoppeling van groei en grondstoffengebruik.’

'Nu ben ik blij vast te stellen dat deze principes niet langer in de marge rondzweven maar stilaan het fundament worden van het Europese programma.’ Hij pauzeert, schikt wat papieren op de tafel en kucht. ‘Laat ons hopen dat het zich in beleid vertaalt, waarbij men de hele keten bekijkt. Zowel ontwerp, productie als gebruik en hergebruik.’

Ondertussen is circulaire economie zowel begrip als modeterm geworden. Bedrijven zetten in op 'het circulaire', klinkt het. Maar, zo stelt een analyse van het Europees milieuagentschap vast, grootschalige projecten laten op zich wachten.

Janez Potočnik: Als een term die vijf jaar geleden nog onbestaand was nu algemeen gekend en aanvaard is, betekent het dat de nood om te veranderen erkend wordt. Het kan ook niet anders. Als je kijkt naar de wereld waarin we leven, dan kan je discussiëren over klimaatverandering, het verlies van planten- en dierensoorten, over vervuiling. Maar dat is praten over de impact en de gevolgen. De oorzaak ligt dieper. Dat is de menselijke activiteit en hoe we die organiseren. En wie menselijke activiteit zegt, zegt de economie. Daar moet de verandering gebeuren.

'Vijftig procent van de uitstoot van broeikasgassen wereldwijd is gekoppeld aan het ontginnen, gebruiken, verwerken en tot slot weggooien van grondstoffen.'

Vijftig procent van de uitstoot van broeikasgassen wereldwijd is gekoppeld aan de ontginning, het gebruik, de verwerking en tot slot het weggooien van grondstoffen. Bij het IRP proberen we die verbanden aan te tonen. Je neemt de klimaatcrisis en de milieuschade niet ernstig als je ook niet grondig nadenkt over de manier waarop we produceren en consumeren. Zolang we dat blijven ontkennen, doen we aan symptoombestrijding.

De globale economie is gebaseerd op het principe van productieverhoging. Hoe zorg je voor de omslag naar een circulair model waarbij hergebruik centraal staat?

Janez Potočnik: Als econoom is dat de grootste opportuniteit van deze tijd. Hoe koppel je groei los van grondstoffengebruik en van vervuiling? Je kan proberen mensen ervan te overtuigen minder te consumeren. Dat is een nobel gebaar. Maar een grootschalige omslag vraagt meer. Daarvoor moet je de uitgangspunten veranderen en andere prikkels ontwikkelen.

Geen lamp, wel verlichting

'Laat me enkele eenvoudige voorbeelden geven.' Potočnik wijst naar de lamp aan de zoldering.

‘Mensen hebben geen lichtpeertjes nodig, maar verlichting.’

Zijn vinger schiet naar het raam aan de straat waardoor het ongeduldige toeteren van auto’s in de ochtend klinkt.

‘Mensen hebben geen individuele auto’s nodig, maar mobiliteit.’

Hij tikt op de stoel waarop hij zit.

‘Mensen hebben geen stoel nodig, ze willen zitten. We hebben geen koelkasten nodig, we moeten ons voedsel kunnen bewaren. We hebben geen pesticides nodig, we hebben velden nodig die beschermd zijn tegen mogelijke ziektes en plagen. En zo’, zegt hij. ‘Kan je doorgaan. Alles wat we doen of hebben, kan vanuit dat standpunt herdacht en ontwikkeld worden.’

'Bedrijven worden geen handelaars in producten met een vervaldatum, ze bieden diensten aan en zijn verantwoordelijk voor het goed beheer van de grondstoffen.'

‘Goed. Hoe overtuig je bedrijven om bijvoorbeeld verlichting te verkopen en niet langer zo veel mogelijk peertjes? Daarvoor moet je de prikkels veranderen. Nu bepaalt de hoeveelheid lampen die verkocht worden de winst. Maar als verlichting het product wordt, dan verandert de hoeveelheid lampen in een kostenpost. Het bedrijf wint er alles bij om je lampen in bruikleen te geven die levenslang blijven branden.’

‘Neem het van mij aan: bedrijven kunnen die nu al op de markt brengen. Alleen ontbreken de economische prikkels om dat te doen. Als je met deze logica het hele economische systeem analyseert en hervormt, is er veel mogelijk. Bedrijven worden geen handelaars in producten met een vervaldatum, ze bieden diensten aan en zijn verantwoordelijk voor het goed beheer van de grondstoffen.’

Overschakelen van lamp als product naar verlichting als dienst is negatief voor het bruto binnenlands product (bbp), en zal dus leiden tot minder economische groei. Welk land wil zich daaraan wagen?

Janez Potočnik: Laat ons het even over groei hebben. Ik ben niet principieel tegen groei, wel tegen hoe we die definiëren. We moeten zo snel mogelijk afstappen van het bbp als graadmeter van groei. Simon Kuznets, de econoom die de principes van het bbp uitwerkte, was de eerste om aan te geven dat dit het slechtst denkbare middel was om de graad van welvaart en welzijn te inventariseren.

Als je kijkt naar de groeicurves van kapitaal, inkomen uit arbeid en vervuiling van de voorbije 22 jaar, dan stel je vast dat kapitaal met 100 procent toenam, inkomen uit arbeid gelijk bleef en vervuiling met 40 procent steeg. Met andere woorden: de economische groei waar we zo hoog mee oplopen, is er één waarin kapitaal overgewaardeerd wordt, arbeid ondergewaardeerd en de natuur helemaal niet gewaardeerd.

Kapot kompas

Janez Potočnik: Dat is niet houdbaar. Bbp is als een kompas met een gebroken naald. Als ik de logica van het bbp moet uitleggen, zeg ik altijd: je bereikt je doel niet door harder te wandelen als je in de foute richting loopt.

Bbp is het stopwoord van politici die geen antwoord hebben op de uitdagingen van deze tijd. Het klinkt natuurlijk heerlijk simpel: 1 procent is slecht, 2 procent is goed. Soms vraag ik me af hoeveel politici die over niets anders dan groei praten, wel weten wat die groei inhoudt.

‘Als ik de logica van het bbp moet uitleggen, zeg ik altijd: je bereikt je doel niet door harder te wandelen als je in de foute richting loopt.’

Dus ja, we hebben dringend nood aan alternatieve meetinstrumenten die juister zijn en beter aangepast aan de economie van de toekomst. We kunnen milieu-impact en klimaatschade niet langer uit de tabellen houden. Het zijn geen externaliteiten. Iemand betaalt de prijs. Of het nu het gezondheidssysteem is of toekomstige generaties.

Waarom hebben we in de Europese Unie heldere regels over begrotingstekorten die niet boven de 3 procent mogen liggen, terwijl we nul strikte regels hebben over de uitputting van gronden, het kappen van bomen of het lozen van broeikasgassen? Dat is een fundamentele tegenspraak waarvan ik hoop dat deze Commissie ze oplost.

Er ligt een European Green Deal op tafel. Frans Timmermans wordt de behoeder van het klimaatbeleid en van de circulaire economie. Het klinkt behoorlijk beloftevol.

Janez Potočnik: Zeker. Ik heb natuurlijk wel ervaring met de interne keuken van een Europese Commissie. Het besef is er ondertussen dat verandering nodig en onafwendbaar is. Klimaat lijkt een horizontale bevoegdheid te worden, verspreid over alle Commissariaten. Dat is goed en nodig.

Wat nog niet goed ingeschat wordt, is de hoogdringendheid en de snelheid waarmee we moeten omschakelen. Ik hoop oprecht dat men het ernstig meent met die Green Deal. Mocht ik nu deel uitmaken van de Commissie, dan zou ik erover waken dat het een intergenerationeel contract wordt, in lijn met de duurzaamheidsdoelen van de Verenigde Naties.

Dan zouden we duidelijk maken aan de jongeren die spijbelen voor het klimaat en de gele hesjes in Frankrijk dat we hun bezorgdheid en woede begrijpen en ernstig nemen. Het zou betekenen dat we de regels van publieke financiering durven herbekijken. Het is de enige manier om de transitie sociaal rechtvaardig te maken.

We moeten investeren in die andere economie. Hoe leg je uit dat dezelfde landen die aan tafel zitten om maatregelen te nemen tegen klimaatverandering wereldwijd 5,3 biljoen – dat zijn twaalf nullen – dollar publiek geld geven aan de fossiele industrie? Die ongerijmdheden moeten uit het beleid. Anders is je Green New Deal een vat met mooie woorden. En daarvan hebben we er genoeg gehoord.

Alternatieve feiten

Ondertussen lijkt Europa een groenig eiland te worden in een wereld waarin leiders als Trump of Bolsonaro milieumaatregelen terugschroeven en niet echt geïnteresseerd zijn in een circulaire economie, laat staan een doeltreffend mondiaal klimaatbeleid.

Janez Potočnik: We leven in vreemde tijden, waarin mensen gemanipuleerd kunnen worden om in naam van de democratie te stemmen tegen hun eigen belangen. Sociale media spelen hierbij een niet te onderschatten rol. Feiten worden gemanipuleerd, er wordt een politiek van alternatieve feiten gecreëerd. Dat is op alle vlakken onrustwekkend en moeten we aan banden leggen.

U groeide op onder het communisme. Roept dit soort manipulatie van de werkelijkheid herinneringen op aan die jaren?

Janez Potočnik: Ik vrees dat ik een beetje te jong en naïef was in die tijd om het hele web van leugens te doorzien. Er zijn zeker overeenkomsten, maar het grote verschil is toch de directe impact van het internet. Miljarden data die rondzweven en geoogst worden en waarmee berichten op individueel niveau bewerkt of aangereikt worden. Dat is beangstigend en we moeten dat aanpakken.

'Alsof een economie met respect voor de natuurlijke wereld waarin we leven niet mogelijk zou zijn. Tuurlijk wel. Dat is de toekomst waarvoor we moeten gaan.'

Nog even terug naar de circulaire economie die u via het IRP wereldwijd promoot. Is die ook mogelijk in landen die zoals nu afhankelijk zijn van mijnbouw of die op een andere manier een weinig diverse economie hebben?

Janez Potočnik: Ja en nee. Ja, als we het over de principes hebben, die zijn overal gelijk: vermijden, hergebruiken, herstellen, recycleren. Maar de uitvoering zal overal anders zijn, aangepast aan lokale omstandigheden.

In een globale economie is het de verantwoordelijkheid van meer ontwikkelde landen anderen te helpen om de sprong te maken naar een gelaagde economie, met sterke lokale markten. Een mijnbouwland heeft alle belang bij diversificatie. Een landbouwland heeft er alle belang bij in te zetten op het duurzaam verbouwen van voedsel.

Het laatste IRP-rapport heeft duidelijk aangetoond dat 90 procent van de druk op drinkbaar water en 90 procent van het verlies aan biodiversiteit een gevolg is van de manier waarop we aan landbouw doen. Als je het voedselsysteem niet verandert, slaag je er nooit in de natuur te herstellen. Dat is de realiteit.

Als mensen me zeggen: ‘We staan achter de principes van de circulaire economie, maar…’, waarop een rist aan mogelijke tegenwerpingen volgt van ‘We zijn een mijnbouwland’, ‘We zijn een landbouwland’, ‘We hebben geen geld’… Dan is mijn antwoord: de verandering is onvermijdelijk. Het gaat niet over maar, het gaat over hoe.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws

Curves en modellen

Opnieuw glimlacht Potočnik. Alsof een vage herinnering hem te binnen schiet. ‘Ik heb economie gestudeerd’, vertelt hij. ‘Geschoold in alle klassieke theorieën. Voor mijn doctoraat heb ik eigen modellen gebouwd. Ik ken de Kuznetscurves, die aantonen dat met economische groei ongelijkheid en milieuvervuiling eerst toenemen om dan op magische wijze te verminderen.’

Hij schudt het hoofd. ‘Om eerlijk te zijn: ik heb nog nooit een deftige uitleg gehoord over waarom we ons als mens moeten gedragen als een invasieve soort, en waarom we eerst de natuur moeten vernietigen om die dan te herstellen.'

'Alsof een economie met respect voor de natuurlijke wereld waarin we leven niet mogelijk zou zijn. Tuurlijk wel. Dat is de toekomst waarvoor we moeten gaan.’

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Klimaat en sociaalecologische transitie

    Tine Hens is historica, journaliste en auteur van Het klein verzet (Epo, 2015), het verhaal van mensen die van Griekenland tot Denemarken in hun eigen wijk of stad, of met hun eigen b

    Actieve thema's