‘Internationale druk op kledingmerken om lokale tegenmacht te versterken’

Vakbondswerk is mensenrechtenwerk, en internationale solidariteit moet gericht zijn op het versterken van lokale tegenmacht. Dat is de overtuiging van Kalpona Akter uit Bangladesh, die onlangs de Alison des Forges mensenrechtenprijs kreeg. Ze heeft geen hoge pet op van de regering, de islamisten of microfinanciering.

  • CC Gie Goris (CC BY NC2.0) Kalpona Akter: 'De regering vreest blijkbaar dat een echte verplichting om de veiligheid op het werk te garanderen zal resulteren in een concurrentienadeel voor de Bengalese bedrijven.' CC Gie Goris (CC BY NC2.0)

Ze begon als twaalfjarige te werken in de textielateliers van Dhaka, Bangladesh. Samen met haar tienjarige broertje. Ze wist niets van het leven en nog minder van de wetten van het land, maar de nood in het gezin was zo hoog dat het meisje de fabriek in moest.

‘Het inkomen van mijn ouders was totaal onvoldoende om ons allemaal te voeden en te kleden, dus was er geen alternatief’, zegt Kalpona Akter.

Twee jaar nadat ze aan de slag ging in de fabriek leerde ze stilaan dat er arbeidswetten en –rechten bestonden.

Twee jaar nadat ze aan de slag ging in de fabriek leerde ze stilaan dat er arbeidswetten en –rechten bestonden. Dat ze eigenlijk niet meer dan acht uren per dag mocht werken, bijvoorbeeld. Dat er een minimumloon bestaat. Dat het verboden is om arbeidsters te slaan of te bedreigen. En het beste van allemaal: dat arbeiders en arbeidsters het recht hebben om zich te organiseren en collectief te onderhandelen met de patroons over lonen en werkomstandigheden.

‘Dat heeft me op een spoor gezet waar ik sindsdien niet meer vanaf gekomen ben. Ik was voorzitster van onze bedrijfsvakbond op mijn vijftiende. Toen ik daarvoor ontslagen werd, kwam ik op een zwarte lijst terecht, zodat ik nergens anders aan de slag kon.’

Kalpona Akter kreeg dan de kans om in een vakbond te werken. Ook dat was geen pad over rozen, maar ze heeft er nog geen dag spijt van gehad, zegt ze: ‘Ik ben achter tralies gezet. Ik heb gezien hoe mijn mede-arbeiders gedood werden. Maar ik heb ook de moed gezien van werkers om zich te verenigen en samen op te komen voor een rechtvaardige behandeling en een waardig leven.’

Kalpona Akter is veertig vandaag. Ze richtte het Bangladesh Centre for Worker Solidarity (BCWS) op, dat ze sindsdien leidt en waarmee ze vooraan staat in de strijd voor bescherming en sociale rechten voor textielarbeidsters. Op 17 november kreeg ze de Alison des Forges Mensenrechtenprijs voor buitengewoon activisme van Human Rights Watch.

De ramp met Rana Plaza heeft geleid tot een brand- en veiligheidscode die mee ondertekend is door de grote textielmerken in de wereld. Maakt dat een verschil op het terrein?

Kalpona Akter: Rana Plaza was niet de eerste ramp in zijn soort, en wij hadden veiligheid dus al jarenlang op onze agenda staan. Maar Rana Plaza was nodig eer de consumentendruk in het Noorden groot genoeg werd om de kledingmerken te dwingen mee aan tafel te gaan zitten en hun verantwoordelijkheid op te nemen. Vandaag zijn er meer dan 200 merken en retailers die –wettelijk bindende- verklaring mee ondertekend hebben. Wij staan achter dat akkoord omdat er in elke stap naar het akkoord rekening gehouden is met de stem van de arbeiders, en ook de rapporten en de opvolging met de werkers gedeeld worden.

Het akkoord vat maar 1800 van de meer dan 5000 fabrieken in Bangladesh, er is dus nog veel werk aan de winkel

Het akkoord vat maar 1800 van de meer dan 5000 fabrieken in Bangladesh, er is dus nog veel werk aan de winkel. Maar voor Rana Plaza waren er jaarlijks meer dan 200 doden ten gevolge van dit soort ongelukken, vandaag zijn dat er minder dan tien. Dat is al een enorme vooruitgang.. Er zijn alles bij elkaar nog maar veertig bedrijven gesloten voor totaal ontoereikende veiligheid, terwijl er nog veertien zijn die zo onveilig zijn dat ze een nieuw Rana Plaza kunnen worden.

Naast dit akkoord is er ook nog de Alliantie, waaraan vooral Amerikaanse merken op vrijwillige basis deelnemen. Dat is een aanpak die nog nooit voor veiligheid op de werkplek gezorgd heeft en dat ook nu niet zal doen, want er zzijn geen afdwingbare afspraken of regels. En dan is er ook nog het National Action Plan van de regering, maar dat is niet transparant. We weten niet eens hoeveel of welke bedrijven gecontroleerd worden en wat hun rapport is. We kunnen dus ook niet controleren of er vooruitgang gemaakt wordt.

De regering vreest blijkbaar dat een echte verplichting om de veiligheid op het werk te garanderen zal resulteren in een concurrentienadeel voor de Bengalese bedrijven. Dat is haar voornaamste zorg. Het Akkoord zal in 2018 vijf jaar in voege zijn, en de regering wil het eigenlijk niet verlengen. Wij vinden dat het wel verlegnd moet worden aangezien de Bengalese overheid zelf niet in staat is om die dwingende inspecties over te nemen en er de nodige consequenties aan te verbinden.

De overheid is niet in staat die inspecties uit te voeren, zegt u. Nochtans heeft Bangladesh voldoende geschoolde mensen om dat werk te doen.

De facto worden in Bangladesh de wetten gemaakt en bepaald door de fabriekseigenaar

Kalpona Akter: Als de overheid de politieke wil zou hebben om het leven van elke arbeider de hoogste prioriteit te geven, dan zou ze de nodige ingenieurs kunnen inzetten, natuurlijk. Maar de facto worden in Bangladesh de wetten gemaakt en bepaald door de fabriekseigenaar.

De regering treedt niet op, dus het enige wat werkt, is druk van de internationale merken. En die merken zijn bezorgd om hun imago, dus als er een ramp gebeurt die de internationale pers haalt, dan kunnen wij de politiek onder druk zetten. Het is triest, maar het is zo.

Dat maakt u ook erg afhankelijk van internationale solidariteit, terwijl lokale macht veel stabieler is om verandering af te dwingen, niet?

Kalpona Akter: Het is niet dat we nalaten om de lokale tegenmacht op te bouwen. We zijn daar nu al een paar decennia mee bezig. Maar we moeten opboksen tegen de verenigde tegenmacht van politiek en patronaat –die vaak in dezelfde personen verenigd worden. Hoe kan een bedrijfsvakbond opboksen tegen een minister van Buitenlandse Zaken die tegelijk eigenaar is van een fabrieksketen?

Internationale druk opent ook mogelijkheden om het lokale organisatiewerk te versterken. Na Rana Plaza moest de regering meer rechten geven aan vakbonden, wat tot de registratie van meer dan vierhonderd vakbonden leidde –al zijn daar veel “gele bonden” bij, die eigenlijk opgezet worden door de eigenaars om hun belangen veilig te stellen.

Daarom is het voor ons zo belangrijk dat actoren als de EU gebruik maken van hun hefbomen, zoals lage invoerrechten, om betere bescherming van werkers in Bangladesh af te dwingen. Veel zaken staan al in overeenkomsten, maar de afspraken worden niet opgevolgd, gecontroleerd of afgedwongen. Als je de lokale tegenmacht wilt versterken, moet je vanuit Europa ook je rol spelen.

Na Rana Plaza moest de regering meer rechten geven aan vakbonden, wat tot de registratie van meer dan vierhonderd vakbonden leidde

Vakbonden organiseren arbeiders die in formele loondienst werken, maar de grote meerderheid van de Bengalezen werken in de informele sector. Hoe betrek je hen in de strijd voor betere lonen en werkomstandigheden?

Kalpona Akter: Heel veel sectoren zoals toerisme, textiel, transport, winkels, plantages zijn al gedekt door de arbeidswetgeving. Daarnaast voeren we campagne om de IAO-conventie over huisarbeid te laten ratificeren door de regering, zodat ook die mensen onder de arbeidsregels vallen.

Idem voor de landarbeiders. Maar elke stap die de werkers vooruit zetten wordt sytematisch beantwoord door de patroons, waardoor we telkens dreigen twee stappen achteruit te zetten.

Zijn er, naast veiligheid op het werk, nog belangrijke strijdpunten voor u?

Kalpona Akter: We bereiden nu een campagne voor om over te gaan van een –abominabel laag- minimumloon naar een living wage, een leefbaar loon. Dat houdt ook in dat we meer transparantie vragen in de hele toeleveringsketen op het vlak van prijszetting. Dat zal ons in staat stellen om beter te weten aan wie in die keten een hogere bijdrage gevraagd moet worden om de werkers een echt waardig loon te geven.

Donald Trump beloofde allerlei industriële jobs terug te brengen naar de Verenigde Staten. Dat zou een bedreiging kunnen betekenen voor de textielsector in Bangladesh, maar anderzijds zou het ook een einde kunnen maken aan de sociale race to the bottom.

Wie zal er in de VS 60 uur per week willen werken voor 70 dollar per maand?

Kalpona Akter: Ik wens Trump het allerbeste als hij de banen, die nu te dirty, dangerous and demeaning zijn voor zelfs de Vietnamezen, terug naar Amerika wil halen. Wie zal er daar 60 uur per week willen werken voor 70 dollar per maand? Of zullen de T-shirts plots gemaakt worden door arbeidsters die 2000 dollar per maand verdienen?

Verwacht u meer van de regionale grootmacht India?

Kalpona Akter: India is rijker, maar de sociale situatie is er nauwelijks beter dan in Bangladesh. De lonen zijn er laag, vrouwen lopen voortdurend gevaar op seksueel geweld. En wat vrouwenrechten betreft, doet Bangladesh het zelfs beter, onder andere omdat de ngo’s zich echt ingespannen hebben om de religieuze leiders aan boord te tillen van deze veranderingen. Dus veel hebben we niet te verwachten vanuit India.

Bangladesh heeft de jongste tijd ook af te rekenen met jihadistisch geweld. Heeft dat een impact op het werk van vakbonden of basisorganisaties?

Kalpona Akter: Meestal heeft het fundamentalisme en het islamistisch extremisme geen invloed op ons werk. Maar sinds de aanslag deze zomer zien we dat zowel de overheid als de patroons steeds makkelijker grijpen naar de beschuldiging dat elke militant een extremist of geradicaliseerde is.

De politieke islam beweert ook altijd dat ze het huidige systeem verwerp omdat het onrechtvaardig is. Scharen sommige van die bewegingen zich dan ook achter de strijd van de werkers voor betere en veiligere werkomstandigheden?

Kalpona Akter: Neen, op dat vlak zijn ze onzichtbaar.

Een andere belangrijke actor in Bangladesh zijn de microfinancieringsorganisaties, met internationaal gerenommeerde organisaties als Grameen Bank en BRAC. Hoe belangrijk zijn zij voor uw zaak?

Kalpona Akter: Ik ben het grotendeels oneens met de fascinatie voor microfinanciering in de wereld. Ik heb veel te veel voorbeelden gezien van vrouwen die uitgebuit werden omwille van hun microkredieten, in plaats van geëmancipeerd. Mannen dwingen hun vrouw of vrouwen tot het aangaan van de lening, zij moet die ook afbetalen, maar hij gaat met het geld aan de haal. Er zijn ook opvallend veel zelfmoorden onder vrouwen met microkredieten die ze niet kunnen afbetalen. Andere zien migratie naar de stad als enige vluchtweg.

De regering heeft eigenlijk een relatief goed en sterk klimaatbeleid, maar jammer genoeg wordt er weinig van in de praktijk gebracht

Is de arbeidsbeweging voldoende bezig met de enorme dreiging die klimaatverandering is voor Bangladesh?

Kalpona Akter: De eerste impact van klimaatverandering op het vakbondswerk is indirect: steeds meer mensen kunnen niet langer landbouw bedrijven langs de kust of de grote rivieren, omdat er te vaak overstromingen zijn of omdat hun velden verzilten. Zij verhuizen naar de steden en dat legt extra grote druk op de arbeidsmarkt in de steden. Deze mensen zijn bovendien niet vertrouwd met organisatievormen als vakbonden en hun strijdmethodes. Op de lange termijn zullen ze de beweging wel versterken, maar op korte termijn vraagt hun komst veel extra werk voor vakbonden.

De regering heeft eigenlijk een relatief goed en sterk klimaatbeleid, maar jammer genoeg wordt er weinig van in de praktijk gebracht. Dat heeft onder andere te maken met een algemeen zwak bestuur en hoge corruptie.

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur