Dossier: 

Islam in tijden van globalisering

De groeipijnen van een samenleving in verandering

Volgens Nadia Fadil is niet enkel de dominante samenleving veranderd maar wel het zelfbeeld van de minderhedengroepen. Dat is complexer geworden, terwijl de minderheden assertiever werden. En dat zorgt voor de nodige uitdagingen.

  • Nadia Fadil.

Nadia Fadil is docente bij de vakgroep antropologie van de KU Leuven en verricht onderzoek naar de religieuze kaders bij tweede generatie Magrebijnen.

Welke verschuivingen hebben er zich volgens u voorgedaan in het migratiepatroon? 

Nadia Fadil: In de jaren tachtig en negentig vond men dat de vreemdeling hier thuis hoort en een plaats moest krijgen. Er waren Hand in Hand-campagnes. De mensen van vreemde origine die toen adolescent waren, aanvaardden ook veel meer dat ze vreemdeling waren. Ze stelden zichzelf de vraag hoe ze zich hier positioneerden.  

Vanaf eind de jaren 90 groeit er in die kringen een burgerschapsdiscour en stellen die mensen zich niet langer op als vreemdeling maar als burger en volwaardig lid van deze samenleving. Dat betekent ook dat er bepaalde claims gemaakt worden die de eerste generatie niet maakte, voor een gelijke behandeling omdat ze hier geboren zijn en tot dit land behoren. Dat gaat van antiracistische claims tot het opeisen van het recht om je eigen religie te beleven.  

Wat tien jaar geleden niet zo opvallend aanwezig was en vandaag steeds vaker opduikt, is een antikoloniale logica. Een logica van emancipatie, waarin men zich steeds meer gaat positioneren als een erfgenaam van de vroeger gekoloniseerde landen, als Congolezen, Magrebijnen of wat ook. Vanuit die antikoloniale opstelling gaat men de eis tot assimilatie verwerpen. In het Franstalige discours in Brussel spelen die postkoloniale dynamieken heel sterk. Voor de Brusselse Magrebijnen is de islam zo een authentieke antikoloniale cultuur en religie. 

Zijn die claims vrucht van het integratiebeleid?

Nadia Fadil: 
Ik denk dat het meer te maken heeft met een nieuwe generatie die zich veel meer inleest in bepaalde tradities en met de verschuivingen die we vandaag meemaken op wereldvlak. 

De jongeren van nu zijn opgegroeid met 9/11, ze waren toen tien jaar, intussen zijn ze twintig. Ze weten niet anders dan “the clash of civilisations”. De generatie die nu dertig en veertig is, heeft nog een ander kader gekend. Dat betekent ook dat deze jongeren veel meer betrokken zijn op en verbonden zijn met die internationale gemeenschap. Hun identiteit wordt niet meer alleen gevormd door wat er in onze samenleving gebeurt maar evengoed wat er op globaal vlak gebeurt.

Je merkt ook dat de gebeurtenissen in Egypte of Syrië bij die jongeren een grotere internationale weerklank vinden.  Ze worden ook door de buitenwereld geassocieerd met wat er in Afghanistan en die regio gebeurt. Het effect ervan is dat ze zich ook gaan identificeren met wat er op globaal vlak gebeurt. The clash of civilizations is ouder dan 9/11, maar in het bewustzijn dat dit gebeuren heeft gecreëerd in onze samenleving is die datum wel een cesuur.

De media zijn zich over de islam gaan buigen, over het globaal terrorisme. Er gaat geen week voorbij of het gaat over de islam. Dat is een verschil met het debat van de jaren 80, toen ging het over de migranten als profiteurs van de sociale zekerheid. Dat waren toen de negatieve componenten van de migratie. Sinds tien, vijftien jaar zien we dat de moslims vanuit die internationale dimensie worden aangesproken en het resultaat is dat ze zich daar dan ook meer mee gaan identificeren. 

De jongerencultuur is ook globaler, ze lezen veel vlotter Engels, ze zijn veel meer geconnecteerd met de internationale gemeenschap, via internet en Facebook. Ze hebben andere informatiekanalen dan de traditionele. En dat heeft een impact. 

Over de Syriëstrijders wordt vaak gezegd dat ze vertrekken vanuit frustratie.

Nadia Fadil: Dat speelt mee, maar frustratie verklaart nog niet waarom men naar een bepaald kader gaat refereren en vertrekt. Er zijn veel jongeren die zich uitgesloten voelen, maar die vertrekken nog niet direct naar Syrië. In de jaren 80, 90 en 2000 had je ook gefrustreerde jongeren. Die staken bijvoorbeeld auto’s in brand. Vandaag merk je dat ze zich gaan identificeren met de Syriëstrijders.

Een tweede misvatting over die Syriëstrijders, is dat ze allemaal laaggeschoold en ontredderd zouden zijn. Ik ken die Syriëstrijders niet persoonlijk en kan me niet op empirisch materiaal baseren, maar uit wat ik opvang uit het scala van de sympathisanten, klopt dat beeld niet. Je hebt daar ook hoog opgeleide, universitair geschoolde jongeren bij die sterk internationaal geconnecteerd zijn en de internationale conflicten opvolgen en zich in grote mate identificeren met de verzetsstrijd die daar bezig is. Ze identificeren zich ermee omdat het volgens hen een oneerlijke strijd is, maar ook omdat het een islamitische strijd is en omdat ze een zekere verwantschap voelen met de globale “jihad”, wat voor hen een globale verzetsstrijd betekent.

Wat betekent die religie voor die jongeren?

Nadia Fadil: Veel wetenschappelijk onderzoek heeft aangewezen dat de islam een heel belangrijk referentiekader blijft, ook voor jongeren die hier zijn opgegroeid. Er zijn veel gradaties in de beleving van die islam. Sommigen beleven die op een meer spirituele manier, anderen in een engagement voor burgerschap, in een dagelijkse strijd om te werken.

De persoonlijke  inspiratie kan ook een maatschappelijke repercussie hebben, zoals het dragen van een hoofddoek. Dat alles heeft een politieke en maatschappelijke impact. Het persoonlijke en het politieke vallen niet te scheiden. Het persoonlijke gaat zich ook definiëren door zich te identificeren met wat zij noemen “een bevrijdingsstrijd van de islam”. Veel jongeren identificeren zich met de antikoloniale strijd. De islam biedt dan niet alleen een persoonlijk zingevingskader maar ook een maatschappelijk ideologisch kader dat bepaalde dingen rechtvaardigt.

Antiwesters?

Nadia Fadil: Niet per se antiwesters. Ze zoeken een ander kader, een kader voor rechtvaardigheid en solidariteit dat islamitisch geïnspireerd is. Het is eigenlijk een oude lezing van de islam die al sinds het einde van de negentiende eeuw bestaat. Ze nemen afstand van een lezing die religie als een louter spirituele aangelegenheid ziet en begrijpen de islam als een maatschappelijk systeem, met een bepaalde visie op maatschappij- en politieke structuren.

Het meeleven met de Syriëstrijders is ook gedreven door dit gevoel van solidariteit. Dat verklaart ook de spanningen die we vandaag voelen in het Midden-Oosten, tussen degenen die vinden dat een staatsstructuur op seculiere principes gefundeerd moet worden en zij die vinden  dat die moet gebaseerd zijn op islamitische principes.

Is dat volgens u de kern van het debat?

Nadia Fadil: Ik denk dat dit een heel essentieel punt is vandaag. Vandaar ook dat mensen het zo moeilijk hebben ook om zich te identificeren met de oppositie in Syrië omdat ze hiermee een politiek project legitimeren waar ze niet achter staan. Veel Syriëstrijders steunen immers de idee van het oprichten van een islamitische staat. Niet noodzakelijk met handen afhakken, waar wij altijd aan denken, er zijn gradaties in, maar het is ook een element waar ze altijd vaag over blijven. Veel seculiere democraten weigeren daarom hun steun aan de oppositie in Syrië.

Dat verklaart voor een deel ook de spanningen in Egypte. De Moslimbroeders kunnen zomaar in grote getale worden afgemaakt, men laat dit oogluikend toe omdat men bang is van het alternatieve politieke project dat die Moslimbroeders meedragen. Dat is een van de grote spanningsvelden in de postkoloniale Arabische wereld. Dat spanningsveld vind je ook terug in de diaspora, in de manier waarop mensen zich identificeren met wat er daar gaande is.

Veel mensen hebben het zo moeilijk om zich te identificeren met de oppositie in Syrië omdat ze hiermee een politiek project legitimeren waar ze niet achter staan. Ook in Egypte laat men oogluikend toe dat de Moslimbroeders in grote getale worden afgemaakt omdat men bang is van het alternatieve politieke project dat die Moslimbroeders meedragen. Het is een essentieel punt in het conflict vandaag.

Bilal Binyiach wijst in zijn boek naar de heropleving van de salafistische strekking hier bij ons. Deelt u die analyse?

 

Nadia Fadil: Het islamitisch reveil is al lang bezig en is minstens even oud als de koloniale geschiedenis in de Arabische wereld zelf. De Moslimbroeders zijn ontstaan als een antikoloniale beweging tegen de Britse overheersing, vanuit de vraag “hoe kunnen we dezelfde graad van ontwikkeling en emancipatie bereiken, maar met behoud van onze eigenheid en onze identiteit”. En daar zijn erg diverse antwoorden op gekomen, gaande van de liberale Qassim Amin die zei “we moeten het Westen kopiëren als we die graad van emancipatie willen bereiken en de islam gaan moderniseren”, tot Muhammad Ibn Abdul-Wahhab die zegt “we moeten alles wat we hebben ontleend aan het Westen verwerpen, omdat dit ons niet in staat stelt een authentieke renaissance te kennen”.

Die laatste strekking schijnt de overhand te halen.  

Nadia Fadil: Dat is mijn belangrijkste kritiek op Benyaich, die een vrij simplistische analyse maakt van het salafisme en zegt dat alles uit Saoedi-Arabië komt. Saoedi-Arabië heeft zeker een invloed, maar staat niet altijd aan de kant van de islamistische groepen. Het heeft de coup tegen de Moslimbroeders in Egypte ondersteund en staat achter de strijders tegen het Assad regime. Het is super-anti-Iran, het heeft dus een eigen geopolitiek die niet samenvalt met de islamistische verzetsstrijders. Het is veel complexer dan te zeggen dat Saoedi-Arabië alles domineert.

Er zijn verschillende antikoloniale antwoorden geweest. Het Arabisch nationalisme is daar een voorbeeld van, het islamisme is daar een ander voorbeeld van. En daartussen zijn verschillende gradaties. Sommige mensen zeggen: “islam en democratie zijn verzoenbaar, laat ons naar zo’n moslim-democratisch alternatief werken”. Dat is waar de Moslimbroederschap naartoe werkte. Dat is ook wat de partij van Erdogan in Turkije doet, of de PJD in Marokko doet of de Ennahda in Tunesië. Maar daarnaast heb je een strekking die vindt dat islam en democratie niet verzoenbaar zijn. Want democratie is op een Westerse leest geschoeid, en als we een authentiek antikoloniaal alternatief willen, moeten we onze samenleving volledig volgens de principes van de sharia en de shura (islamitisch consultatief model) organiseren. En daarin heb je zowel heel conservatieve als meer progressieve tendensen. De discussies gaan over de plaats van de vrouw, van de ongelovige, van de volgelingen van het boek (de christenen en de joden) maar ze worden vanuit een andere logica gevoerd. Ik denk dat het ook heel belangrijk is te begrijpen dat er binnen die wereld verschillende tendensen en meningsverschillen zijn.

Om dialoog mogelijk te maken is het heel belangrijk het spanningsveld van de verschillende codes te begrijpen. Nu geldt  “islamist is terrorist”, en men organiseert repressie als antwoord. Maar  de meest radicale fracties, en niet meteen de meest prodemocratische fracties, winnen zo aan populariteit en radicaliseren. Dat dreigt er in Egypte te gebeuren. Door de Moslimbroeders na een jaar al de laan uit te sturen, dreigen alle argumenten die zij aanhaalden om te bewijzen dat democratie en islam wel verenigbaar zijn, te vervallen. Je zorgt er zo mee voor dat de meest radicale fracties binnen de politieke islam hun gelijk halen. 

Waar staat de beweging voor een Europese islam?

Nadia Fadil: Eind de jaren ’90, begin 2000  stelden heel wat leidinggevende figuren binnen de moslimwereld dat moslims deel uitmaken van Europa en dat ze hun stem moeten verheffen in Europa. Tariq Ramadan was iemand die dit gedachtegoed vertolkte. In 1999 schreef hij het boek “To be a European Moslim” . Vragen stelt vragen als “Kan de islam in een geografisch domein dat niet als islamitisch wordt gezien, ons engageren?”

Hij probeert theologische argumenten aan te geven waarom moslims hier wel degelijk moeten en kunnen deelnemen aan het politieke proces. Waarom het een plicht is om te participeren. Bij een groot deel van het islamitische leadership in Vlaanderen en Brussel is dit denken mainstream. Je hebt ook altijd stemmen gehad van mensen die zich terugtrokken uit de politiek, omdat ze zeggen: “als je wil bevrijd worden in het hiernamaals, moet je je niet bezig houden met politiek”, een heel apolitieke positie. We zien dat bij Tabligh Al Jamaat – een beweging die uit India afkomstig is en in de jaren 80 in Brussel en Antwerpen zeer populair was. De jongste vijf jaar zien we die opstelling terugkomen, maar in meer gepolitiseerde vorm. Dat laatste vertaalt zich als een bewuste opstelling van sommigen om zich te distantiëren en af te zetten. Ze roepen bijvoorbeeld op om de verkiezingen te boycotten. Het niet deelnemen aan de poiltiek heeft een nieuwe inhoud gekregen, het is meer een radicale kritiek op het politieke establishment geworden, zoals ook de anarchisten bijvoorbeeld die hebben.

Is die allochtone gemeenschap, te midden van al de islam-dynamieken, nog bezig met het samenleven hier?

Nadia Fadil: De meeste van die groepen leveren een actieve bijdrage aan onze samenleving en aan het zoeken naar een synthese. De moskee De Koepel in Antwerpen, die als gevaarlijk is bestempeld en haar erkenning verloor, is daar mee bezig. De sluiting was echt wel ironisch gelet op het feit dat het een moskee is die heel actief bezig is met het sensibiliseren van jongeren tot burgerschap en hen oproept tot een synthese tussen een vrome moslim zijn en een actieve bijdrage leveren aan de samenleving.

In Antwerpen en Brussel is er een kring van mensen die actief proberen bruggen te bouwen en hun positie in onze samenleving zoeken. Maar natuurlijk, onze samenleving verandert en de maatschappelijke polarisatie vandaag is veel groter dan tien of twintig jaar geleden. Dus als er een maatschappelijke polarisatie is, dan speelt die ook in relatie tot die moslimwereld, ten aanzien van elke discriminerende maatregel die er genomen wordt tegenover elke uiting van de islam. Er gaat geen week voorbij of de moslims worden nog eens aan de schandpaal gehangen, bij manier van spreken. Ze roepen een probleem op, en dat heeft zijn weerslag op de manier waarop die mensen zich zullen identificeren.

Bij wie roepen ze een probleem op?

Nadia Fadil: In het maatschappelijke debat, bij de leerkracht in de klas, de politie. Dat kan om gewone alledaagse praktijken gaan. Of jongeren die zeggen “ik ga niet meer stemmen”. Of mensen die vertrekken, die verkiezen de wijk te nemen naar het buitenland. Sommigen gaan effectief naar een islamitisch land, sommigen naar Noord-Amerika of naar Groot-Brittannië. Als de maatschappij voortdurend het signaal geeft: “Jullie godsdienst is niet compatibel met onze liberale waarden”, dan creëer je ook een generatie die er van uitgaat dat dit zo is, dat samenleven niet mogelijk is.

Door het failliet uit te roepen van de multiculturele samenleving en door een einde te maken aan het politiek correct denken, heeft men een generatie gecreëerd die alleen maar te horen kreeg dat er in deze maatschappij geen plaats is voor hun religie. Dan moeten wij er niet van versteld staan dat er een generatie opstaat die effectief van mening is dat er hier voor hen geen plaats is. Men zaait wat men oogst.

Een falen dus van het integratiebeleid?

Nadia Fadil: Het is een fase in de ontwikkeling van een samenleving die ontdekt dat ze echt aan het veranderen is. En die verandering is niet vrijblijvend, een aantal zaken veranderen ten gronde. Als je democratisch wil zijn – en daar gaan we toch nog altijd van uit, en dus dat burgers inspraak en medezeggenschap hebben- dan heeft dat een aantal consequenties. Een deel van onze samenleving staat niet open voor die consequenties, sommigen zijn er ook bang voor. De islamofoben vrezen dat ze de sharia gaan invoeren. Terwijl het uiteindelijk gaat om een pluralistische samenleving waarin mensen met een ander referentiekader met elkaar samenleven in dezelfde geografische ruimte. Meer is het niet.

 Op 29 oktober vindt in de Pianofabriek in Sint-Gillis (Brussel) een Beeldbrekersdebat plaats over radicaliserende jongeren. Alle info vind je hier.

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Latijns-Amerika & ecologie
    Alma De Walsche schrijft over ecologische thema’s, van klimaat- en energiebeleid, over landbouw- en voedsel tot transitie-initiatieven en baanbrekers. Ze volgt al enkele decennia Latijns-Amerika, met een speciale focus op de Andeslanden.