Vakbondsactivist Jorge Acosta over de kromme mensenrechten in de Ecuadoraanse banaan

‘Internationale solidariteit essentieel in strijd tegen wantoestanden op Ecuadoraanse bananenplantages’

 © FOS

 

Jorge Acosta komt als mensenrechtenverdediger op voor de rechten van arbeiders op bananenplantages en -bedrijven in Ecuador. Hiervoor richtte hij de vakbond ASTAC op, die door de Ecuadoraanse overheid en bedrijven echter niet erkend wordt als vakbond. Met internationale campagnes wil hij de uitbuiting van bananenarbeiders en de onderdrukking van zijn organisatie aanklagen.

Jorge Acosta is deze maand in Europa in het kader van de campagne ‘weerwerk moet’ van onder andere FOS, de solidariteitsorganisatie die zich wereldwijd inzet voor het recht op waardig werk en sociale bescherming. Het is een lokale campagne die streeft naar internationale solidariteit en die een breder publiek wil sensibiliseren over het thema. Daarnaast onderneemt FOS in Europa samen met ABVV en Linx+ beleidswerk tegen de wantoestanden op Ecuadoraanse bananenplantages en -bedrijven om de druk op Europees niveau op te voeren.

Uw organisatie ASTAC wordt door de Ecuadoraanse overheid niet erkend als vakbond. Hoe strijdt u voor het bestaansrecht van ASTAC en welke middelen zijn hierbij essentieel? 

Jorge Acosta: We proberen druk te zetten op het Ministerie van Arbeid om onze vakbond te erkennen, maar het probleem is dat er een sterke link bestaat tussen het Ministerie van Arbeid en de bananensector. De huidige minister van Werk is namelijk de zoon van de baas van de vereniging voor bananenexport. Zo zijn de economische belangen binnen de exportindustrie direct gelinkt aan de politieke belangen van het ministerie van Arbeid. De bananensector is bovendien de tweede grootste economische sector in Ecuador met zo’n 200.000 officieel geregistreerde werknemers, waardoor ze niet snel werk zullen maken van een registratie van ASTAC om weerwerk te vermijden.

In Ecuador is het heel moeilijk om acties te ondernemen die leiden tot een erkenning door de overheid. Door onze beperkte slagkracht op nationaal niveau moeten we beroep doen op internationale steun om van buitenaf druk te zetten op de Ecuadoraanse overheid. We maken hierbij gebruik van het handelsverdrag dat Ecuador heeft ondertekend met de Europese Unie, dat beide partijen verplicht om onder meer conventies van de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO) na te leven.

In 2015 hebben we een klacht ingediend bij de IAO over de schending van de syndicale vrijheid, met een onderzoek tot gevolg. In 2017 hebben zij een rapport opgestuurd naar de Ecuadoraanse overheid met de eis dat ze ASTAC zo snel mogelijk moet erkennen als vakbond. Toch gaat de overheid hier niet op in en weigert ze te reageren op het rapport.

De werkomstandigheden van de bananenarbeiders in Ecuador zijn schrijnend. Wat zijn volgens u de redenen dat de Ecuadoraanse wet dergelijke uitbuiting toelaat?

‘Bananenplantages worden vaak besproeid met pesticide terwijl de arbeiders aan het werk zijn, met zware gezondheidsproblemen en handicaps bij kinderen tot gevolg.’

Jorge Acosta: Werkgevers van bananenarbeiders houden vaak geen rekening met de basisrechten zoals naar het toilet gaan of een eetpauze. Vrouwelijke arbeiders worden in veel gevallen gediscrimineerd. Bovendien worden bananenplantages vaak besproeid met pesticide terwijl de arbeiders aan het werk zijn, met zware gezondheidsproblemen en handicaps bij kinderen tot gevolg. Wanneer ze nog maar proberen op te komen voor hun rechten worden hun arbeidsuren afgebouwd of worden ze ontslagen, waardoor ze met minder of zonder inkomen vallen.

Het Ministerie van Arbeid zegt dat arbeiders in de bananensector geen minimumloon nodig hebben omdat hun inkomsten al hoger liggen dan die van bananenarbeiders uit omringende landen. Ons loon vergelijken met andere landen heeft geen enkel nut omdat je moet kijken naar de kost van het leven. Elk land heeft andere cijfers en een andere armoedegrens. De overheid moet kijken naar wat de Ecuadoraanse bevolking minimaal nodig heeft om te kunnen leven en moet het minimumloon daaraan aanpassen.

© FOS

 

Vroeger was er wel een minimumloon in de bananensector, maar de nieuwe minister van Werk heeft dat geschrapt. Hierbij gebruikt de minister het vals argument dat de bananensector op seizoensarbeid gericht is, en dus maar enkele maanden per jaar werk genereert. Dat klopt niet, want onze bananenproductie loopt het hele jaar door en toch worden de lonen nu berekend op basis van prestatie.

Hoe ga je zonder erkenning als vakbond de strijd aan tegen de slechte werkomstandigheden? 

Jorge Acosta: Als we streven naar een garantie van het arbeidsrecht is in eerste instantie onze syndicale vrijheid belangrijk, waarbij werknemers vrij zijn om een vakbond op te richten die opkomt voor hun rechten en belangen.

Doordat ASTAC niet geregistreerd is als vakbond zijn we beperkt in een aantal zaken. We kunnen van leden geen bijdragen innen en hen niet beschermen zonder wettelijk kader. Als bananenarbeiders lid worden van ASTAC, worden ze vaak meteen ontslagen. We kunnen ook geen stakingsrecht uitoefenen en niet onderhandelen over collectieve arbeidsovereenkomsten in een officiële sociale dialoog met de werkgevers.

Het is niet zo dat we zonder registratie geen vakbondswerk kunnen doen, want we doen wel effectief werk op het terrein. ASTAC geeft vorming aan werknemers, waarbij informatie over hun rechten een belangrijk onderdeel is. We begeleiden en adviseren hen ook bij juridische klachten die ze indienen tegen schendingen van het arbeidsrecht en onrechtmatig ontslag. Maar zolang ASTAC niet erkend wordt én bedreigingen en onderdrukking worden verdergezet, blijven bedrijven het arbeidsrecht schenden en hun werknemers uitbuiten.

Globale economie vereist globale strijd

De Europese afzetmarkt is cruciaal voor de bananenbedrijven in Ecuador. Hoe belangrijk is de Europese druk op de Ecuadoraanse autoriteiten en in hoeverre wordt die uitgevoerd?

‘Er is een vrijhandelsverdrag tussen de EU en Ecuador, waarin ze veel aandacht hechten aan het thema mensenrechten. Het probleem is dat er geen sancties aan verbonden zijn’

Jorge Acosta: De Europese Unie speelt eigenlijk een dubbele rol in dit verhaal. Europa is inderdaad een van de grootste afzetmarkten voor de Ecuadoraanse bananen. Dertig procent van alle bananenexport in Ecuador gaat naar de Europese markt. Er is dan ook een vrijhandelsverdrag tussen de Europese Unie en Ecuador, waarin ze veel aandacht hechten aan het thema mensenrechten. Het probleem hierbij is dat er aan het hoofdstuk over mensenrechten geen sancties verbonden zijn, waardoor het eigenlijk vrijblijvend is.

We zien dus dat ze in een discours pleiten voor mensenrechten, maar ze niet geneigd zijn om harde middelen in te zetten, waardoor het weinig slagkracht heeft. De Europese Unie hanteert enkel een model van dialoog om druk te zetten op overheden. Dat maakt de mensenrechten in het vrijhandelsverdrag totaal niet bindend of afdwingbaar.

Verschillende Europese parlementsleden zijn al in Ecuador geweest voor een ontmoeting, waarbij ze getuigenissen hebben gehoord van de mensenrechtenschendingen. Zij zijn vaak wel begaan met ons arbeidsrecht en stellen parlementaire vragen, maar botsen ook op de grenzen waarin ze kunnen werken. Het moet anders in de toekomst, want nu betekent die mensenrechtenclausule niets.

© FOS

 

U bent hier in Europa om de slechte werkomstandigheden van bananenarbeiders en de onderdrukking van uw vakbond ASTAC aan te kaarten. Hoe verloopt dat en wat zijn de reacties op uw getuigenissen?

Jorge Acosta: Omdat de Europese Unie zo weinig druk zet op de Ecuadoraanse overheid, moeten we ook beroep doen op andere internationale organisaties, vakbonden en campagnes. Er bestaat niet één ultieme actor die alles kan veranderen, dus we moeten op zoveel mogelijk pistes tegelijk inzetten.

‘Bij al onze bezoeken aan Europese bedrijven en supermarkten merken we dat er weinig besef is van de slechte werkomstandigheden in de bananensector in Ecuador.’

We richten ons vooral op consumenten en bedrijven die zich in de bananenketen bevinden. We proberen ze warm te maken om in het kader van internationale solidariteit mee te strijden met ons. Het is van belang om steun te krijgen van vakbonden in verschillende Europese havens waar Ecuadoraanse bananen geïmporteerd worden. Zij kunnen ons strategische steun bieden door te reageren op bedreigingen tegen ons activisme. Zo zijn we bijvoorbeeld op bezoek geweest in de haven van Antwerpen om de verhalen te vertellen die achter de bananendozen uit Ecuador schuilgaan.

Bij al onze bezoeken aan Europese bedrijven en supermarkten merken we dat er weinig besef is van de slechte werkomstandigheden in de bananensector in Ecuador. De import- en verdeelcentra hanteren geen ethisch beleid rond de bananen die binnenkomen, dus zij waren onder de indruk van mijn verhalen en gechoqueerd door de slechte werkomstandigheden.

© FOS

 

Welke rol spelen de Europese supermarkten in uw internationaal lobbytraject?

Jorge Acosta: De supermarkten spelen een enorm belangrijke rol in de bananenketen en maken de meeste winst, in tegenstelling tot de bananenplukker die met een hongerloon moet rondkomen. Er is een enorme vraag naar bananen, waardoor supermarkten de prijs van hun bananen zo laag mogelijk willen houden. Hun macht en winstbelangen zijn dus gigantisch en de tegenstand van vakbonden is eerder minimaal.

In 2017 heb ik de supermarkten Lidl en Kaufland in Europa bezocht naar aanleiding van de campagne ‘Make Fruit Fair’ van Oxfam. We zijn met hen in gesprek gegaan over de slechte werkomstandigheden waarin het fruit dat ze verkopen, geproduceerd wordt en hebben brieven geschreven met extra informatie, maar we hebben daar nooit een deftige reactie op gekregen. Ik zag dat bij Lidl één kilo bananen 0.76 cent kost, terwijl één kilo appelen 2.50 euro kost. Hierbij heb ik een serieuze bedenking: hoe is het mogelijk dat bananen die voor import zo’n lange afstand moeten afleggen zo goedkoop zijn tegenover appelen die in Europa geproduceerd worden?

Supermarkten verschuilen zich vaak achter certificatiesystemen, die labels toekennen die in theorie goede productieomstandigheden garanderen. Zo willen ze de consumenten overtuigen van hun goede bedoelingen. In praktijk bieden die labels echter geen enkele garantie op waardige werkomstandigheden en gebeuren ook hierbij veel schendingen doordat vakbonden geen toegang krijgen tot het controlesysteem.

© FOS

 

We hebben ook al verschillende acties ondernomen richting bananenbedrijven waarvoor we produceren, zoals Chiquita, zonder reactie. Vanuit de supermarkten krijgen we dus niet veel steun, omdat hun economische belangen overheersen. Daarom is het belangrijk dat consumenten zich aansluiten bij campagnes van ngo’s om de druk op supermarkten op te voeren. Zij kunnen aan de Europese supermarkten eisen dat er alleen maar eerlijke producten in de winkelrekken terechtkomen.

Is de Ecuadoraanse overheid op de hoogte van uw internationaal lobbywerk en wat is haar reactie hierop?

Jorge Acosta: We zijn al een tijdje onze internationale netwerken aan het opbouwen en ze zijn daarvan op de hoogte. We hebben de voorbije periode gemerkt dat de Ecuadoraanse overheid via ambassades en diplomaten ook gesprekken voert met dezelfde internationale organisaties. De overheid doet alsof ASTAC niet bestaat en gaat rechtstreeks in gesprek met die organisaties om een andere versie van het verhaal te vertellen. Met de buitenlandse spelers gaan ze wel in gesprek maar met ons nooit.

Aanhoudende druk 

Is de druk op mensenrechtenactivisten de laatste jaren toegenomen? Komt die druk enkel vanuit de overheid of ook vanuit andere groeperingen? 

Jorge Acosta: Binnen de bananensector heb ik vroeger nooit weet gehad van bedreigingen tegenover activisten of syndicalisten. Er was toen geen weerstand of vakbondswerk om betere werkomstandigheden te eisen, dus mensen werden gewoon uitgebuit. Nu bieden we wel weerwerk en proberen mensen zich te organiseren om voor hun rechten op te komen, waardoor we een toename zien van bedreigingen.

‘De bedrijven voelen zich juist gesterkt in wat ze doen en zo blijven de schendingen voortduren of worden ze in sommige gevallen zelfs erger.’

We voelen die druk niet alleen vanuit de overheid, maar ook vanuit private bedrijven. Op het niveau van de staat zien we dat klachten die we indienen voor schendingen van arbeidsrechten of bedreigingen, onvoldoende aandacht en opvolging krijgen. De bedrijven zetten vooral de arbeiders in groep of individueel op verschillende manieren onder druk. Wanneer werknemers opkomen voor hun eigen arbeidsrechten of zich organiseren binnen een vakbond, worden ze ontslagen of op een zwarte lijst geplaatst, die ervoor zorgt dat ze niet meer aan werk geraken binnen de bananensector. Het gaat zelfs verder dan dat, zoals fysieke bedreigingen.

Het is belangrijk dat daders van mensenrechtenschendingen verantwoordelijk worden gesteld voor hun daden. Krijgen jullie hier vaak te maken met straffeloosheid en leidt die tot de instandhouding van mensenrechtenschendingen?

Jorge Acosta: De overheid reageert veel te weinig en te traag op onze aanklachten, waardoor er niets aan de situatie gedaan wordt en wij niet beschermd zijn. Wanneer ASTAC te maken krijgt met bedreigingen, krijgen we wel steun van internationale organisaties. Toen ik zelf bedreigd werd met de dood, hebben verschillende organisaties hun steun betuigd door brieven te sturen naar de Ecuadoraanse overheid met de boodschap dat ze de bedreigingen wél serieus moet nemen.

Doordat de overheid niets of weinig doet en heel dicht bij de werkgever staat, voelen de bedrijven geen enkele druk om de werkomstandigheden te verbeteren of vakbondswerk te respecteren. De bedrijven voelen zich juist gesterkt in wat ze doen en zo blijven de schendingen voortduren of worden ze in sommige gevallen zelfs erger.

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift