Journalistiek in Iran is een mijnenveld

Zaterdaginterview

Iran heeft een nucleair akkoord afgesloten met het Westen en is nodig om de crisis in Syrië op te lossen. Maar zorgt de minzame president Rouhani ook voor meer vrijheid en democratie? Een Iraanse journalist vertelt MO* over de politieke situatie in Iran, waar steeds minder ruimte lijkt voor vrije meningsuiting. Dat hij enkel anoniem wou getuigen, zegt veel.

  • © Reuters Onder goedkeurend oog van Rouhani vindt een militaire parade plaats om de verjaardag van de Irak-Iranoorlog van 1980 tot 1988 te herdenken, 22 september 2015, Teheran. © Reuters

Aan het begin van ons Skypegesprek zegt hij dat ik het interview waarschijnlijk anoniem zal moeten publiceren als hij zijn hart lucht en vrijuit spreekt. ‘Noem me maar Hassan Habibi, dat is een naam die heel veel voorkomt’, zegt hij. Die schuilnaam is nodig, want Habibi is journalist in Teheran en het regime is de laatste tijd niet mals geweest voor zijn collega’s. Zelf heeft hij al meermaals gevangen gezeten omwille van zijn publicaties als journalist. ‘Hier in Iran zeggen we: “Journalistiek is een mijnenveld.”’

Enerzijds lijkt het alsof je als journalist momenteel meer kan zeggen dan onder Ahmadinejad. Anderzijds worden de laatste tijd veel journalisten gevangengezet. Zijn de limieten aan wat je kan schrijven uitgestrekter dan onder Ahmadinejad?

Habibi: Het grote verschil is dat er onder Ahmadinejad een zeer duidelijke rode lijn was waar je niet over ging. Journalisten wisten waar de grens lag, maar sinds de verkiezingen in 2013 was er optimisme. Rouhani heeft beloftes gemaakt om stemmen te winnen, waardoor journalisten risico’s zijn gaan nemen. Maar de beloftes van de verkiezingscampagne, die hoge verwachtingen creëerden, werden niet ingelost door de overheid en het rechtssysteem. Nu is er meer angst en zelfcensuur door de arrestaties, dus we zijn terug bij af.

Zegt Rouhani dan dat hij meer vrijheid en democratie wil, terwijl hij dat niet meent?

Habibi: Laten we ervan uitgaan dat hij dat in bepaalde mate wel wil, maar dat hij het regime ook in stand wil houden. Dat gaat niet: je kan niet tegelijk Brezjnev en Gorbatsjov hebben.

‘De sancties wogen zwaar op de mensen dus het regime was bang voor opstanden.’

 Als ervaren politicus wist hij dat het niet mogelijk is meer vrijheid of democratie te brengen binnen dit systeem. Hij heeft de kiezers misleid om hen naar het stemhokje te lokken en zo speelt hij in de kaart van het regime. Volgens mij was het allemaal opgezet spel om het regime te legitimeren en in stand te houden en de nucleaire deal rond te krijgen. De economische sancties wogen te zwaar op de mensen dus het regime was bang voor opstanden.

Met de deal wilden ze geld binnen brengen om zo de bevolking weer wat ademruimte te geven. Nu is de deal rond en is het weer de gewone gang van zaken, net zoals onder Ahmadinejad, Khatami en Rafsanjani. Als de spanning te groot wordt, gaan ze onderhandelen en zodra alles in orde is, nemen we weer onze klassieke positie in, namelijk “dood aan Amerika.”

Als ik je zo hoor, klinkt het wel alsof Rouhani een ingestudeerde rol in een toneelstuk opvoert?

Habibi: Ofwel is hij een volslagen idioot die helemaal niet begrijpt hoe de Iraanse maatschappij, de overheid en de machtsstructuur in Iran werken, ofwel is hij een bedrieger. Net als buitenlandminister Zarif dient hij om de spanning met het westen te verminderen en tegelijk de overheid in stand te houden en te legitimeren. Wat zeer opvallend is in Iran is dat Rouhani, Ahmadinejad, Khatami, Rafsanjani en zelfs de opperste leider zich gedragen als oppositieleiders. Ze bekritiseren het bestuur van het land, maar zeggen tegelijk dat ze niets kunnen doen.

Zij confisqueren de oppositieagenda en het recht van de mensen om te protesteren. “Ik weet al wat je vertelt, dus je moet niet roepen. Ik roep wel in jouw belang.” Dat is een voorzorgsmaatregel om elke vorm van protest de kiem in te smoren.

Zou het helpen als er bij de parlementsverkiezingen in februari meer hervormingsgezinden in het parlement komen?

‘Het regime produceert al 30 jaar frustraties, braindrain, asielzoekers en depressies.’

Habibi: Dat is het idee dat de hervormers verkopen. Zij argumenteren dat we Rouhani meer tijd moeten geven om met een hervormingsgezinder parlement de opperste leider te isoleren. Dat is naïef, want zelf in de bloeiperiode van de hervormingsgezindheid onder Khatami is het niet gelukt, terwijl dat een periode met veel meer vrijheid en emancipatie was. Als het mechanisme niet verandert, is er geen hervorming mogelijk.

Zolang de Raad der Hoeders alle verkiezingskandidaten moet goedkeuren is er gegarandeerd tirannie. Tirannie in combinatie met dynamieken die het Westen met democratie verwart.

Het is een vicieuze cirkel: in elke verkiezingsperiode is er wat meer vrijheid en tolerantie. We kunnen even ademen en vervolgens belanden we weer in dezelfde hel als voordien. Dan krijg je frustraties, braindrain, meer asielzoekers, depressie … Dat is al dertig jaar lang het voornaamste product van het Iraanse regime.

Kunnen burgers iets veranderen?

Habibi: Tuurlijk, dat is de kracht van intellectuelen en journalisten, maar ze moeten het juist aanpakken met veilige verenigingen. Onlangs werd ik bijvoorbeeld uitgenodigd door een vrouwenbeweging die bij de parlementsverkiezingen in februari meer vrouwen in het parlement wil krijgen, maar dan zeg ik: “Oké, veel succes, maar als een van jullie echt in gendergelijkheid gelooft, zal die niet eens de toelating krijgen om aan de verkiezingen deel te nemen.”

‘Het systeem is sterk en biedt geen enkele ruimte voor verandering.’

Of stel dat een van hen in het beste geval toch in het parlement raakt en het daar over gendergelijkheid heeft, dan bestempelt de voorzitter van de Raad der Hoeders Ahmad Jannati dat onmiddellijk als een verdorven westers idee. In het slechtste geval wordt ze dan gearresteerd, in het beste geval heeft ze tegen het einde van de regeerperiode niets meer te zeggen. En stel, maar dan dromen we helemaal, dat een van die vrouwelijke parlementsleden er een wetsvoorstel doorgeduwd krijgt, dan stelt de Raad der Hoeders gewoon zijn veto.

Het heeft dus helemaal geen zin om op die manier te werk te gaan, want het systeem is sterk en biedt geen enkele ruimte voor verandering. Al die hervormers draaien gewoon mee in het systeem en als het radicale hervormers zijn, kunnen ze niet eens deelnemen aan de verkiezingen.

Moeten mensen dan niet zulke initiatieven nemen?

Habibi: Als ze zich politiek willen engageren, moeten ze eerst voor het recht op vereniging ijveren. Dat is belangrijker dan vrije meningsuiting en dan het recht om een partij op te richten. Het recht op partijvorming is dan weer belangrijker dan wie de president is. Met een partij kunnen ze dan gaan ijveren voor vrije meningsuiting en deelnemen aan de verkiezingen, maar daarbij moeten ze begrijpen dat ze wel het spel meespelen en de overheid legitimeren door de schijn van een democratisch verkiezingsproces te wekken.

Pas als het middenveld het recht heeft zich te organiseren, kunnen burgers invloed uitoefenen. Kijk naar Europa: burgers organiseren zich om de vluchtelingen welkom te heten. Er is een organisatie voor elk mogelijk doel: kattenvrienden, ezelliefhebbers, noem maar op! Ik zou Iraanse burgers aanraden zich te verenigen rond onschuldige, apolitieke doelen, zoals bijvoorbeeld vervuiling, vuilnisophaling, zuiver drinkwater… Als de tijd rijp is, kunnen ze hun focus verleggen naar de politiek.

‘De overheden doden geen honden meer, want ze zijn bang voor burgerprotest.’

Mensen hebben zich hier bijvoorbeeld via de sociale media georganiseerd om te protesteren tegen de gemeentebesturen die honden afmaakten. Zulke burgerorganisaties worden getolereerd en veranderen de cultuur. Als er nu een hond gedood wordt, is er protest en de overheden zijn bang van de mensen. Dat is een goede start. De meeste mensen zijn erg teleurgesteld in het beleid, maar we zijn niet georganiseerd. Individuele ontevredenheid verandert niets. Iraniërs moeten leren samenwerken rond apolitieke doelen en zo de basis leggen om gaandeweg meer naar politieke doelen over te stappen.

Is de nucleaire deal volgens jou een goede zaak?

Habibi: Op vlak van wereldvrede: absoluut. Maar de deal gebeurt achter de schermen, de details zijn niet bekend. Als de hardliners morgen kruisrakketten gaan testen of de Republikeinen komen aan de macht in Amerika, dan kan dat een voorwendsel zijn om de deal te veranderen. Ik verwacht geen oorlog op korte termijn, maar als de deal het voortbestaan van het regime bedreigt, is dat niet onmogelijk.

De regering wil geld van het Westen binnenrijven zonder politieke of culturele invloed van het zogenaamde imperialistische Amerika. Dat is een paradox. Je kan geen McDonald’s hebben zonder Amerikaanse cultuur. Je kan geen Chinees eten zonder stokjes. Ze willen niet integreren, want hun isolatie garandeert hun overleving. Voorlopig hebben ze iedereen goed kunnen misleiden: ze hebben het status quo bewaard, een nucleaire deal met Amerika gesloten, opstand kunnen vermijden en ze kunnen hun gang gaan met oorlog voeren in Jemen en Syrië.

Iran is ook bang voor de periode na de deal. Ze hebben onlangs bericht dat ze in Natanz en Fordow hebben opgedragen om de ontmanteling van de nucleaire sites stop te zetten. Het regime is bang om snel te ontmantelen, want als alle sancties op 1 januari wegvallen, vrezen ze dat er geld naar de oppositie zal stromen en dat ze de maatschappij niet meer onder controle kunnen houden.

Als er een privésector komt, kunnen ze geen duizenden arbeiders meer opdragen om de straat op te trekken voor de herdenking van de revolutie. Een fabriekseigenaar in de privé zal daar niet mee kunnen lachen. De overheid wil een soort Russisch model, waarbij investeerders deals maken met ‘quasi privébedrijven’, die eigenlijk door de overheid gerund worden.

De revolutionaire garde heeft ook een groot deel van de economie in handen. Zullen zij er beter van worden als de sancties opgeheven worden?

Habibi: Volgens mij wel. Ze pakken het slim aan. Zij hebben allemaal zogenaamde privébedrijven, niet enkel in Iran, maar overal ter wereld. Alle grote projecten worden door hen uitgevoerd met een buitenlandse onderaannemer, maar zij zijn uiteindelijk de hoofdaannemers. Voor westerse landen is het allesbehalve duidelijk wat in handen is van de Revolutionaire Garde en wat niet. Bovendien willen die westerse bedrijven gewoon zakendoen en kan het hen geen bal schelen wie erachter zit.

Kan het Westen de aangehaalde banden met Iran gebruiken om meer druk te zetten op het regime op vlak van mensenrechten?

‘De rijken bepalen de agenda van westerse overheden.’

Habibi: Ze zitten in een betere positie om druk te zetten, maar volgens mij hebben ze het lef niet. Mensenrechten zijn de afgelopen jaren altijd ergens onderaan de onderhandelingsagenda blijven bungelen. Westerse overheden zijn niet zo sterk als vroeger. Het zijn de rijken en de multinationals die aan de macht zijn en de overheidsagenda bepalen. Zij willen zakendoen en mensenrechten interesseren hen niet.

Bovendien wil Amerika geen nieuwe oorlog in het Midden-Oosten en wil het de langetermijnrelaties rond olie en gas niet op de helling zetten, maar het middenveld en de Iraniërs in het buitenland kunnen wel druk zetten op hun overheden.

Hoe verklaar je het hogere aantal executies?

Habibi: Er zijn meer drughandelaars. De werkloosheid is zo hoog dat zij elke hoop op een degelijke job verloren zijn en dus grote risico’s nemen om aan geld te geraken. Het aantal gebruikers stijgt ook door depressie en werkloosheid. Er zijn zes à zeven miljoen Iraniërs in het buitenland dus Iraniërs zijn zich zeer bewust van wat hun levensstandaard zou kunnen zijn en dat maakt hen wanhopig.

Zo was ik bijvoorbeeld pas nog bij de schoenpoetser, een Afghaanse man die ik al twintig jaar ken. Nooit heeft hij geklaagd, maar nu ziet hij steeds meer Afghanen die Europa of Australië bereiken en daar een beter leven leiden. “Alleen al het recht op eigendom”, zei hij. Afghanen hebben in Iran geen recht op eigendom. Die grote kloof tussen wat mensen verwachten en wat ze krijgen is problematisch.

Mensen zien ook dat iemand als Babak Zanjani een fortuin verdient door sancties te omzeilen en de juiste connecties te hebben, terwijl ze zelf niet eens werk kunnen vinden met hun masterdiploma. Vijfenveertig procent van de werklozen is hoger opgeleid. Als iemand je dan 10 miljoen toman (ongeveer 2500 euro, n.v.d.r.) aanbiedt om een kilo opium van Zahedan naar Teheran te smokkelen, wordt dat plots wel erg aanlokkelijk.

De officiële werkloosheidscijfers liggen maar rond tien procent. Kloppen die cijfers?

‘We hebben veel hoogopgeleide parasieten in onze samenleving.’

Habibi: Nee, iemand die twee uur per week werkt, wordt al meegeteld als werkende. Veel mensen werken jobs in twee of drie shiften en dat telt dan voor drie jobs, alsof er drie mensen aan het werken zijn. Meer dan de helft van onze bevolking is onder de dertig. Velen daarvan zijn aan het studeren of dienstplichtig en dat telt ook niet mee. Er zijn ongeveer 22 miljoen werkenden om 80 miljoen monden te voeden. De optelsom klopt niet.

We hebben veel hoogopgeleide parasieten in onze samenleving. Jongeren vinden geen werk en moeten thuis blijven wonen. Veel vrouwen gaan doctoreren, want ze vinden geen man omdat ze geen werk hebben. Vervolgens zijn ze overgekwalificeerd en vinden ze dus nog moeilijker werk en een echtgenoot.

Er is nu ook een wetsvoorstel in het parlement om mannen voorrang te geven op vrouwen bij vacatures?

Habibi: Ja, ze willen de moederrol van vrouwen in de verf zetten, vanuit islamitische overwegingen. Als je de moeder als godin aanbidt, dan is er geen plaats voor de werkende moeder. Ze moedigen mensen aan om meer kinderen te krijgen. Meer kinderen betekent minder werkende moeders. De opperste leider wil een grotere kudde, zoals Mao, meer islamitische troepen. De ingesteldheid van de opperste leider dateert van 1500 jaar geleden.

De journalist in kwestie is een bekende van de MO*-redactie en geniet het vertrouwen van internationale publicaties. Voor alle duidelijkheid: het gaat niet om Onze man in Teheran, Thomas Erdbrink, maar om een Iraanse collega die het reilen en zeilen van politiek en samenleving in Iran al heel lang volgt. De analyse in dit interview is dus geen nattevingerwerk van een beginner.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2848   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Freelance journaliste

    Na omzwervingen doorheen verschillende jobs in de cultuur- en sociale sector, besliste Ebe dat het hoog tijd was om na te denken over wat ze écht wilde doen.