Kan Guatemala lachen met een komiek als president?

Afgelopen zondag kozen de Guatemalteken de cabaretier Jimmy Morales tot nieuwe president. Na de afzetting door het volk van de vorige president, Otto Perez Molina, is deze uitslag een farce. Toch ziet de Guatemalteekse mensenrechtenactiviste Makrina Gudiel vooruitgang in haar land. 

  • Alma De Walsche (CC by-nc-nd 2.0) Alma De Walsche (CC by-nc-nd 2.0)
  • Alma De Walsche (CC by-nc-nd 2.0) Alma De Walsche (CC by-nc-nd 2.0)

De Guatemalteekse Makrina Gudiel (°1963) mocht vorige week de Quetzalprijs voor Mensenrechten en Democratie in ontvangt nemen, een onderscheiding vanwege het Leuven Institute for Criminology, de Katholieke Hogeschool VIVES SAW (KUL+ Kortrijk) en de vzw Guatebelga. Het waren de Belgische missionarissen Walter Voordeckers, Ward Capiau en Serge Berten – die begin de jaren tachtig hun inzet met hun leven moesten bekopen-  die Makrina inspireerden in haar strijd voor gerechtigheid en tegen verdrukking.

U hebt een lange geschiedenis in de strijd tegen de schending van de mensenrechten, al sinds de jaren 70. Waar ging het toen over?

Makrina Gudiel: Ik ben een product van een solidariteitsproces dat op gang is gebracht door Belgische missionarissen die de bevrijdingstheologie naar Guatemala brachten. In de parochie Santa Lucia Cotzulmaguapa, in Escuintla, brachten missionarissen als Walter Voordeckers, Toon Vandemeulebroecke en Guido De Schrijver een reflectie op gang over hoe ons leven er zou kunnen uitzien in het licht van het evangelie. De geschriften leerden ons over een God die mensen aanmoedigt om op zoek te gaan naar de kern van het leven, een vol en overvloedig leven.

De Guatemalteekse staat was niet geïnteresseerd in het vormen van bewuste burgers die zich ontwikkelden.

In de grondwet stond dat de staat de plicht had om haar burgers te beschermen en het “gemeenschappelijk welzijn” centraal te stellen. Een analyse van de werkelijkheid leerde ons echter dat ze het tegendeel deed. De Guatemalteekse staat was niet geïnteresseerd in het vormen van bewuste burgers die zich ontwikkelden.

Voor mij was het ook een grote bron van vreugde om te kunnen opgroeien bij een vader die weinig patriarchaal was. Zussen en broers deelden dezelfde verantwoordelijkheden en dezelfde rechten in huis. Onze vader leerde ons om kritisch na te denken. Maar dat gold niet voor de samenleving als geheel: daar had een vrouw niet dezelfde rechten als een man. Een vrouw hoorde niet te studeren, ze had geen erfrechten. Het was haar lotsbestemming om te trouwen en kinderen te hebben. 

Binnen onze kerkgemeenschap dachten we na over ons leven en zetten we acties op om onze situatie te verbeteren. Mijn ouders organiseerden zich eerst als boeren, later als arbeiders. Ze richtten een spaar- en kredietcoöperatie op en waren bezig rond het thema van bewust politiek burgerschap. Ze vormden een comité om deel te nemen aan de verkiezingen. Ik groeide dus op met zowel theorie als actie. 

In die jaren was zo’n engagement gevaarlijk in Guatemala.

Makrina Gudiel: Ik was al vroeg lid van de coöperatie, later ging ik er werken. Het was een beweging in Santa Lucia en mijn taak bestond erin vorming te geven. Dat maakte dat ik gebrandmerkt stond als iemand met subversieve en communistische ideeën. In 1987 werd ik het slachtoffer van een ontvoeringpoging door een groep paramilitairen. Daarop vluchtte ik weg uit mijn dorp.

Guatemalteken die vervolgd werden, hadden twee opties: het land verlaten of onderduiken ergens binnen de landsgrenzen. Ik trok op dat moment naar de bergen. Daar raakte ik betrokken bij de opstandelingenbeweging URNG (Unidad Revolucionaria Nacional Guatemalteca) en bij ORPA (Organización del Pueblo en Armas), die geleid werd door de zoon van nobelprijswinnaar Miguel Angel Asturias.

Wij waren geen oorlogszuchtige wezens maar we werden gedwongen om strijd te voeren.

Daar leerde ik over mijn eigen geschiedenis, mijn eigen identiteit. Ik leerde het probleem van racisme en discriminatie in Guatemala te begrijpen. Wij waren geen oorlogszuchtige wezens maar we werden gedwongen om strijd te voeren. Omdat er geen syndicaten werden toegestaan, geen vrouwenbewegingen, burgerbewegingen, vakverenigingen, religieuze bewegingen. De enige optie die we hadden was naar de bergen te vluchten en onze rechten te verdedigen. Daar verbleef ik een half jaar, daarna vluchtte ik naar Mexico.

Uw familie vluchtte nadien naar de VS.

Makrina Gudiel: Inderdaad, na de verdwijning van mijn broer en de aanslag tegen mijn vader. We hadden daar een solidariteitsbeweging opgericht die bestond uit religieuze en studentenorganisaties, de Sanctuary Movement, naar het voorbeeld van de zwarten ten tijde van de slavernij, een beweging die zwarten hielp om te vluchten naar de staten die al bevrijd waren van slavernij. Wij hielpen Salvadoranen en Guatemalteken die gevlucht waren voor de politieke situatie in hun land omdat er een totaal gebrek was aan respect voor de mensenrechten.

Hun wapens werden gebruikt om individuele en collectieve slachtingen uit te voeren tegen het Guatemalteekse volk.

In de VS klaagde ik ook de ontvoering van mijn broer door gewapende mannen aan. Ik contacteerde hiervoor belangrijke Spaanstalige en Engelstalige nieuwsnetwerken zoals Daily News, News Week, New York Times en VN-instanties. Ik klaagde ook de gewelddaden aan die we moesten ondergaan. Men dwong ons om onze cultuur op te geven, onze economie, onze spiritualiteit, heel onze manier van leven. Het was belangrijk dat andere landen in de wereld zich hiervan bewust werden, vooral de VS. We wilden dat ze stopten met de militaire hulp aan het regime onder het mom van “humanitaire hulp”. Hun wapens werden gebruikt om individuele en collectieve slachtingen uit te voeren tegen het Guatemalteekse volk.

Het was goed dat ik deze strijd kon voeren in de VS, maar het was ook moeilijk voor mij, voor mijn kinderen en mijn partner. Voor de VS was het niet interessant dat er iemand communiceerde over de politieke relatie tussen beide landen. Maar ook voor de Amerikaanse burgers was het een hard ontwaken. Ze dachten dat er humanitaire hulp geboden werd aan Guatemala en hoorden nu dat het geld besteed werd aan bommen en militaire trainingen die leidden tot het vernietigen van de Guatemalteekse dorpen. 

Als je nu terugkijkt op die lange periode van strijd, heb je dan de indruk dat het de moeite waard is geweest? 

Makrina Gudiel: Dat is het zeker geweest. Ik ben een sociaal iemand en ik weet waarvoor ik vecht. Ik heb veel moeilijke en bittere momenten moeten doorstaan, zoals de verdwijning van mijn broer of het verlies van mijn vader, die vermoord werd omdat hij mijn broer zocht. Ik ben moeten vluchten en heb mijn huis en omgeving moeten achterlaten.

Maar Guatemala is erop vooruit gegaan: er zijn een aantal nieuwe wetten. De situatie van de vrouw is verbeterd; een woning staat nu op naam van beide partners en bij een verkoop na een scheiding wordt de opbrengst in twee gelijke delen verdeeld. Ook de rechten van de inheemse volkeren zijn verbeterd. Zij kunnen vandaag studeren in hun eigen taal. Ze kunnen praten, eten en zich kleden volgens hun eigen cultuur. De onderwijspolitiek en de gezondheidszorg zijn erop vooruit gegaan.

Er is van alles aan het veranderen in de samenleving en er is een dialoog op gang gekomen.

Er is van alles aan het veranderen in de samenleving en er is een dialoog op gang gekomen.
De Waarheidscommissie heeft de terreurmechanismen die gehanteerd werden, blootgelegd. De manieren waarop er gefolterd werd komen vandaag aan het licht. 45.000 documenten zijn er vrijgegeven, 200.000 mensen blijken te zijn vermoord. Tot op heden zijn de mensen in Guatemala gemuilkorfd maar ik denk dat de onafgebroken manifestaties van april tot augustus hebben aangetoond dat de mensen aan het ontwaken zijn. Ze beginnen te praten en getuigenissen af te leggen. Studenten wierpen zich op als verdedigers van de mensenrechten en waren actief op sociale media.   

Sommigen noemden het een ‘Centraal-Amerikaanse Lente’. Is het dat volgens u?

Makrina Gudiel: Ja. De revolutie van ’44-’54, ten tijde van president Jacobo Arbenz, heeft aangetoond dat het wel degelijk mogelijk was om een staat te creëren met een reële en functionerende democratie.  Het doel toen was niet het socialisme te installeren. We wilden evolueren naar een meer formele democratie. Zo ontstond het arbeidsreglement waarin de relatie tussen werkgever en werknemer werd gedefinieerd. Werknemers kregen sociale bescherming, werkuren werden vastgelegd, minimumlonen. Er werden scholen opgericht, gemeenten en universiteiten kregen autonomie. Vrouwen die gealfabetiseerd waren, konden in ’45 voor het eerst stemmen. Twintig jaar later mochten alle vrouwen stemmen. Dat is niet hetzelfde als effectieve participatie maar tenminste een basisrecht dat toegekend werd.

Die hervormingen vormden een voorbeeld voor Centraal-Amerika.In april 2015, bij het begin van de manifestaties, zijn we teruggekeerd naar dat voorbeeld.

Was het voor u een historisch moment, de afzetting van president Otto Perez Molina?

Makrina Gudiel: Ik heb gehuild van vreugde. In de studentenmanifestaties riepen ze: ‘Hier is uw gerechtigheid! Voor de verdwijningen! Voor de corruptie! Voor de moorden!’ Veel mensen hebben samengewerkt met de Internationale Commissie tegen Straffeloosheid. Velen waren zelf slachtoffer van de corruptie.

De afzetting was historisch omdat het het resultaat is van 36 jaar strijd, onder andere geïnspireerd door mensen zoals Walter, Ward, of Serge. Ze hebben hun lichamen gedood maar niet hun ideeën. Dat is heel belangrijk in deze geschiedenis. De waarheid werkt bevrijdend. Niemand geraakt vooruit in het leven zonder kennis van de realiteit.

Er is ook een weerbare maatschappij uit gegroeid die inspanningen levert en gerechtigheid zoekt. Ook de internationale solidariteit heeft een grote rol gespeeld.

Toch is het economisch bestel in Guatemala niet veranderd?

Makrina Gudiel: Dat is niet veranderd. De gesprekken bij de vredesonderhandelingen gingen over het transformeren van het conflict: van een staat van barbarij naar een situatie waarbij de ondertekenaars beloofden zich te houden aan de internationale wetten. De problemen in Guatemala zitten echter dieper en zijn structureel. Acht families zijn eigenaar van 97 procent van de gronden. Zij vormen de kern van de politieke macht, terwijl 14 miljoen mensen in armoede leven.

Acht families zijn eigenaar van 97 procent van de gronden.

We zijn erop vooruit gegaan wat de versterking van de civiele macht betreft: er worden wetten uitgevaardigd en organisaties toegestaan. Maar op socio-economische vlak en wat de situatie van de boeren betreft, is er nog veel werk. Als je kijkt in welke handen de gronden zijn, wat de werkomstandigheden zijn, het thema van de monoculturen en de vervuiling, de bedreigde voedselveiligheid.

We hebben ook een heel zwakke staat die meer uitgeeft dan er inkomsten zijn. Het afgelopen jaar is ook duidelijk geworden dat het een staat is van corruptie en straffeloosheid die deze elite aan de macht houdt.

Komt daar nu een einde aan, nu de vorige president hiervoor is afgezet?  

Makrina Gudiel: Het helpt wel. Op de eerste plaats is er het historische geheugen. Het geeft waardigheid aan de mensen die hun leven verloren in de strijd omdat ze de corruptie aanklaagden. In de protesten van de voorbije maanden is duidelijk geworden door wie die elite gesteund werd: de militairen en de oligarchie zijn een tweespan. Het afgelopen weekend werden 1050 ondernemers met naam en toenaam genoemd, die door de militairen betaald werden. Zij bezetten machtsposities tot aan de top, zoals de functie van president of vice-president, ministeries. Zij hebben de staatskas leeggeroofd.

Dat alles is een bewijs dat wij geen volk zijn dat uit is op conflict, maar dat we een strijd voerden die noodzakelijk en gerechtvaardigd was.  

Het volk vroeg tijdens de manifestaties een verandering van de grondwet en het politieke systeem. Jimmy Morales, die de verkiezingen won, is een cabaretier. Hij is zeker niet de man van de grote verandering.

Makrina Gudiel: Jammer genoeg houden de traditionele machten zich via strategische trucjes in stand. Om de schijn van een democratische staat hoog te houden, werden er verkiezingen uitgeschreven. Ze worden daarbij geruggensteund door de wet. Maar die wet is illegaal en illegitiem.

In de manifestaties werden drie dingen geëist: een hervorming van de kieswet, een hervorming van de financiering van de campagnes en een hervorming van de grondwet. Vandaag wordt de politiek gedirigeerd door de oligarchie en de drugsbaronnen, die hun kandidaten steunen en aan de macht brengen. Wij geloofden ook niet in deze verkiezingen zonder de nodige hervormingen.  

Verwacht u dat het volk opnieuw op straat zal komen?

Makrina Gudiel: De strijd van de voorbije maanden heeft ons geleerd dat als we samen manifesteren, we wel degelijk macht hebben. Eén van de raadgevingen aan de nieuwe machthebbers is dan ook dat ze werk maken van de voorstellen die het volk gedaan heeft. Ik denk dat ze een periode van 2 jaar zullen krijgen om de eisen in te willigen. Als ze dat niet doen, zullen de protesten opnieuw beginnen.

De strijd van de voorbije maanden heeft ons geleerd dat als we samen manifesteren, we wel degelijk macht hebben.

Jimmy Morales heeft geen politieke ervaring. Om een land te besturen heb je politieke kennis en bestuurservaring nodig. De partij van Morales heeft geen ideologie. Het is wel verontrustend dat de oprichters ervan een vereniging zijn van veteranen van het leger.

Dezelfde groep waartoe Otto Perez Molina behoorde?

Makrina Gudiel: Inderdaad. Wij zijn niet tegen het leger: een leger moet de nationale soevereiniteit aan de grenzen beschermen. En we hebben een militaire academie nodig waar militairen een humane opleiding krijgen en leren om die soevereiniteit te beschermen. Geen academie waar men beesten van ze maakt. Tijdens de verkiezingscampagne verschenen er publicaties van Byron Lima, één van de uitvoerders van de moord op bisschop Gerardi in 1998.  

Tijdens de verkiezingscampagne werd aan Morales gevraagd uit wie zijn regeringsploeg zou bestaan als hij verkozen zou worden maar hij antwoordde dat dit een verrassing zou zijn. Dat kan toch niet!  Morales stelde zich in zijn campagne voor als: “Geen schurk, niet gecorrumpeerd.” Dat was zijn motto. Hij verkocht zich als een gewone burger die aan niemand gebonden is.

Veel mensen hebben zich laten meeslepen, niet met hun verstand maar op basis van emoties. Jammer genoeg staan we in Guatemala nog niet ver in de vorming van burgers. Een bewuste burger heeft een degelijke vorming gehad, beschikt over informatie en denkt kritisch na alvorens een beslissing te nemen. Nu heerst er dus grote onzekerheid. Maar goed, volgens de bestaande wetten heeft men hem verkozen, hoewel bijna de helft van de burgers lieten blijken hiermee niet akkoord te gaan, door niet of ongeldig te stemmen.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift