Amnesty International: De VN worden platgelegd door misbruik veto-recht

Vandaag komt het jaarrapport van Amnesty International uit. De mensenrechtensituatie in 160 landen wordt daarin onder de loep genomen. Karen Moeskops, directeur van Amnesty International in Vlaanderen, beantwoordt een aantal vragen van de MO*redactie.

  • Photo Unit (CC BY-NC 2.0) Zo'n 11 miljoen Syriërs moesten dit jaar vluchten voor het geweld. Photo Unit (CC BY-NC 2.0)

Zijn de mensenrechten er in 2014 over het algemeen op vooruitgegaan?

Karen Moeskops: Elk jaar opnieuw is het een mix van positieve en negatieve elementen. Er zijn zeker zaken die positief zijn geweest vorig jaar. Ik denk aan de ratificatie van het Internationaal Wapenhandelverdrag, dat moet verhinderen dat wapens in verkeerde handen terecht komen. Op termijn zal dat veel levens kunnen redden. We hebben daar twintig jaar lang campagne voor gevoerd.

Maar als we naar het globale plaatje kijken is het toch vooral een rampjaar geweest voor mensen die vastzaten in conflicten. Enerzijds maakten overheden zich schuldig aan gruweldaden en kwamen daar mee weg. Anderzijds is de macht en het geweld van niet-statelijke gewapende groeperingen enorm toegenomen. Dat laatste is volgens mij een van de belangrijkste tendensen van 2014.

De reactie van de internationale gemeenschap was ontoereikend. Mensen werden wereldwijd aan hun lot overgelaten.

Zijn er ook regio’s die het opmerkelijk beter of slechter doen dan andere?

Karen Moeskops: Ook hier is het weer een mix. In Latijns-Amerika zien we niet de grote conflicten zoals in het Midden-Oosten en Afrika. De regio heeft andere structurele problemen zoals folteringen en straffeloosheid voor paramilitairen en drugsbendes. Voor Amnesty International is het heel belangrijk om duidelijk te maken dat het niet is omdat mensenrechten niet op een hele grote schaal geschonden worden, het minder erg is voor de mensen die er mee geconfronteerd worden. Elke regio heeft zo zijn eigen uitdagingen.

De VN traden niet op in de grote conflicten van 2014. 

Karen Moeskops: Als we kijken naar Syrië, Gaza en Oekraïne zien we drie hele straffe voorbeelden van hoe de VN-Veiligheidsraad belangrijke stappen had kunnen zetten om burgers te beschermen, maar dat gewoon niet heeft gedaan. Het gebruik van het vetorecht of de vrees dat het vetorecht zou gebruikt worden voor geopolitieke doeleinden legden de VN lam.

In het geval van Syrië is er in totaal drie keer een veto geweest van China en Rusland. Rond Gaza is er zelfs niets op tafel gekomen omdat men vreesde voor een veto van de VS. In Oekraïne was het uiteraard niet mogelijk om met Rusland tot een eensgezind standpunt te komen.

Uiteindelijk komt het neer op politieke wil. Wanneer het gaat over genocides, over echt grote mensenrechtenschendingen, moet men afstand nemen van dat vetorecht.

Uiteindelijk komt het neer op politieke wil. Wanneer het gaat over genocides, over echt grote mensenrechtenschendingen, moet men afstand nemen van dat vetorecht. Dat lijkt misschien heel idealistisch en naïef, maar het is wel de discussie die gaande is. Frankrijk heeft het debat geopend en lijkt bereid om te praten over een eventuele hervorming.

Alle landen hebben zich tenslotte akkoord verklaard met de internationale akkoorden en algemene principes. Het zou maar erg zijn moesten die nationale belangen voorrang blijven krijgen op mensenlevens. En het ging in 2014 over hallucinant veel burgerslachtoffers.

Denkt u dat als de permanente leden van hun vetorecht zouden afstappen, de VN dan meer zouden ingrijpen?

Karen Moeskops: De VN zouden slagkrachtiger kunnen zijn. Bovendien zijn er verschillende instrumenten. Het kan gaan over vredesmissies, maar evengoed over het opleggen van economische sancties, wapenembargo’s, het doorverwijzen naar het Internationaal Strafhof, het opzetten van andere tribunalen en onderzoek naar mensenrechtenschendingen. Er is een heel arsenaal van middelen dat gebruikt kan worden, wat nu gewoon niet gebeurt. Het gaat tenslotte om gewone burgers die onschuldig in een conflict verstrikt zitten.

U bent hoopvol dat het er ooit van komt?

Karen Moeskops: Als mensenrechtenorganisatie zijn we altijd hoopvol. We hebben de voorbije 50 jaar al belangrijke stappen vooruit gezet. Een mooi voorbeeld van vooruitgang is de doodstraf, die voor het eerst door 117 landen opgeschort is. Dat was 20 jaar geleden niet denkbaar geweest.

In 2014 sloegen 50 miljoen mensen op de vlucht, dat is het hoogste aantal sinds WOII.

We spreken over 200.000 slachtoffers in Syrië op 4 jaar tijd, van 4000 in Oekraïne op één jaar tijd. In de Centraal Afrikaanse Republiek vielen er dit jaar 5000 burgerslachtoffers. En dan hebben we het nog niet over de vluchtelingenstromen die we dit jaar hebben gezien. 50 miljoen mensen sloegen op de vlucht, dat is het hoogste aantal sinds WOII. Alleen al in Syrië ontvluchtten 11 miljoen Syriërs het geweld. Vier miljoen staken de grenzen over. Daarvan werd 95 procent opgevangen door vijf buurlanden, amper 150.000 vluchtelingen kregen onderdak in Europa.

Dit maar om aan te tonen dat de enorme vluchtelingenstroom het gevolg is van de passiviteit op het wereldtoneel. En het is naïef om te denken dat Europa gewoon de grenzen kan sluiten, want het resultaat is dat er vorig 3.400 mensen gestorven zijn in de Middellandse Zee. Er moet gewoon iets gebeuren.

En het jaarrapport kan enige impact hebben?

Karen Moeskops: Met het rapport trekken we aan de alarmbel. Dat doen we voortdurend, niet enkel met dit verslag maar ook door middel van dagelijkse rapporten, persberichten, lobbybezoeken en acties. Als het niet geweten is gaan mensen zeker niets doen. Een gebrek aan informatie kan nu niet meer als excuus worden gebruikt.

Welke instrumenten kunnen aangegrepen worden om mensenrechtenschendingen van niet-statelijk actoren te doen stoppen? In Mexico verdwenen 43 studenten en in Nigeria werden 276 meisjes meegenomen door Boko Haram, maar de overheden doen niets.

Karen Moeskops: Allereerst begint het met de passiviteit op internationaal vlak te doorbreken. Bovendien moet men zorgen dat wapens niet in verkeerde handen terecht komen. De VS hebben destijds massaal veel wapens geleverd aan Irak. Als IS dorpen en steden binnenvalt, stuit het op grote hoeveelheden wapens. En dan is de wereld verbaast dat die mensen gewapend zijn. Het is logisch dat je hier iets kan aan doen.

We waarschuwen in onze analyses om niet in dezelfde val te trappen als na 9/11 gebeurd is. Uiteraard is het de verplichting van een staat om haar burgers te beschermen tegen terrorisme. Maar de maatregelen die een regering neemt mogen niet zelf leiden tot mensenrechtenschendingen, of een klimaat creëren waar extremisme in kan floreren.

De Pakistaanse overheid reageerde op de aanslag op een school waarbij 130 studenten gestorven zijn door de doodstraf weer in te voeren. Dat gaat het probleem niet oplossen.

Dat zien we stilaan gebeuren. De Pakistaanse overheid reageerde op de aanslag op een school waarbij 130 studenten gestorven zijn door de doodstraf weer in te voeren. Dat gaat het probleem niet oplossen. Hetzelfde met Europa dat mensen gaat uitleveren aan landen waar de kans heel groot is dat ze gefolterd worden. Het grotere kader moet aangepakt worden, zoals de wereldwijde ongelijkheid.

Natuurlijk weten we ook dat terreurbewegingen als IS niet onder de indruk zijn van het opgeheven vingertje. Integendeel, ze scheppen net op over de gruweldaden die ze begaan. In zo’n situatie documenteren we de mensenrechtenschending uitvoerig, in de hoop dat die mensen vroeg of laat voor een rechtbank verschijnen.

Tot slot moet de straffeloosheid aangepakt worden. Dat wordt vaak onderschat. Maar als je de grote én de kleine vissen niet straft voor de mensenrechtenschendingen die ze plegen, zeg je eigenlijk ‘doe maar op, je komt er toch mee weg’. Ik denk dat dit laatste een hele belangrijke factor is op lange termijn.

Ook België komt in het rapport voor. Het is ontstellend om te lezen dat 1 op 4 vrouwen verkracht werd. Worden er maatregelen genomen?

Karen Moeskops: Je hebt de officiële statistieken, die zijn op zich ook al hallucinant. Er worden dagelijks acht verkrachting aangegeven, en dat is nog maar het topje van de ijsberg. Vorig jaar deden we zelf onderzoek waaruit bleek dat 1 op 4 vrouwen werd verkracht door haar partner.

Vorig jaar deden we zelf onderzoek waaruit bleek dat 1 op 4 vrouwen werd verkracht door haar partner.

We zijn voor de verkiezingen daarmee langs alle partijen gegaan om duidelijk te maken dat dit een ernstig mensenrechtenprobleem is dat moet worden aangepakt. We zijn dan ook heel blij om te merken dat er maatregelen tegen seksueel geweld in de plannen van de regering staan. De middelen zijn er, ze moeten er enkel voor vrijgemaakt worden.

Er is nood aan een gecoördineerde aanpak omdat er zo veel verschillende actoren bij betrokken zijn, gaande van federale tot deelstatelijke regering, van justitie tot politiediensten. En die moeten allemaal op elkaar ingespeeld zijn. Een heel mooi voorbeeld daarvan is Groot-Brittannië waar slachtoffers op één plek alle hulp kunnen krijgen die ze nodig hebben.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3184   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift