Karima Bennoune: ‘De Islamitische Staat produceert vernietigingsporno’

zaterdaginterview

Het wordt hoe langer hoe duidelijker: IS (Daesh) probeert een totale oorlog uit te lokken tussen “het Westen” en “de islam”. En ze willen er een culturele oorlog van maken. MO* sprak over culturele rechten en identiteiten in tijden van terrorisme met Karima Bennoune, VN-Speciaal Rapporteur voor Culturele Rechten.

  • CC TedX Exeter Karima Bennoune: 'De verwoestingen in Palmyra en Timboektoe vonden niet plaats ondanks de waarde van het erfgoed, maar uitgerekend omwille van die waarde en betekenis.' CC TedX Exeter
  • 'Cultureel erfgoed is niet iets dat exclusief bepaald kan worden door degenen die nu toevallig de macht hebben'
  • © Gie Goris 'We moeten de diversiteit van onze verledens erkennen en een plaats geven binnen de gemeenschappelijkheid van het heden' © Gie Goris

Karima Bennoune is genetisch voorbestemd om te botsen met al wie monoculturele of religieus dogmatische droombeelden van de toekomst koestert. Met een Algerijnse en een Amerikaanse ouder groeide ze op in een voortdurend heen en weer tussen beide landen en culturen.

‘Die toestand van gemengde identiteiten is fundamenteel menselijk en bovendien veel ouder dan we vandaag wensen te geloven. Wie van binnen gemengd is, zal ook vanzelfsprekend vanuit meerdere perspectieven naar de werkelijkheid kijken –en dat is een duidelijk voordeel’, zegt de hoogleraar Internationaal Recht aan de University of California–Davis School of Law.

‘Wie van binnen gemengd is, zal ook vanzelfsprekend vanuit meerdere perspectieven naar de werkelijkheid kijken –en dat is een duidelijk voordeel’

In 2013 schreef Bennoune het boek Your Fatwa Does Not Apply here. Untold Stories from the Fight Against Muslim Fundamentalism. Daarin wou ze aantonen dat er over heel de wereld heel veel mensen zijn zoals haar eigen vader, die zich als een hoogleraar in Algerije in de jaren 1990, ondanks herhaalde doodsbedreigingen, uitdrukkelijk bleef uitspreken tegen fundamentalisme en terrorisme.

Sinds vorig jaar is Bennoune ook Speciaal Rapporteur voor de Verenigde Naties over Culturele Rechten –een onbetaalde verantwoordelijkheid die haar wel een mondiaal publiek én een grote verantwoordelijkheid oplevert. We spraken haar in de rand van de conferentie Cultural Diversity under attack: Protecting Heritage for Peace, georganiseerd door Unesco met de steun van de EU en de Vlaamse regering.

De belangrijkste klemtoon van uw eerste rapport is de moedwillige vernietiging van cultureel erfgoed. Van waar die klemtoon?

Karima Bennoune: Ik was, net als heel veel andere mensen, geschokt door de beelden van de vernietiging van de tempels van Baal en Baalsjamin in Palmyra, Syrië. Ook de vernietiging  van de mausolea en manuscripten in Timboektoe, Mali, hadden me al erg geraakt.

‘Mensen uit Timboektoe over de pijn en ontreddering die veroorzaakt werden door die vernietigingen’

Toen ik in 2012, niet als Speciaal Rapporteur maar als academica, in Mali was, vertelden mensen uit onder andere Timboektoe me over de onvoorstelbare pijn, de ontreddering zelfs die veroorzaakt werd door die vernietigingen.

De verwoestingen in Palmyra en Timboektoe vonden niet plaats ondanks de waarde van het erfgoed, maar uitgerekend omwille van die waarde en betekenis. Mijn aanvoelen was dat er vanuit de Verenigde Naties daarop gereageerd moest worden.

Was die internationale reactie afwezig of onvoldoende sterk?

Karima Bennoune: Er is zeker gereageerd, en ik denk dat Unesco heel goed werk geleverd heeft op dit vlak, onder andere met hun #Unite4Heritage initiatief. Wat ik onvoldoende zag, was een systematische en gecoördineerde respons op basis van mensenrechten. Ik vond dat de wereld niet alleen vanuit Parijs –Unesco- moest reageren, maar ook vanuit Genève –de Mensenrechtenraad.

Want het gaat niet enkel om objecten of “een hoop stenen” zoals sommigen beweren, maar om de relatie die mensen en groepen van mensen hebben met die objecten en de impact daarvan op hun onderlinge relaties en op hun recht op vrijheid van godsdienst, overtuiging, meningsuiting… Voor mij is het belang van erfgoed een zaak van levende mensen en hun mensenrechten.

‘Cultureel erfgoed is niet iets dat exclusief bepaald kan worden door degenen die nu toevallig de macht hebben’

De vernietiging van cultureel erfgoed is in grote mate een poging om de politieke en ideologische macht van de daders te vestigen. Maar misschien moeten we de verdediging van erfgoed door dezelfde bril bekijken, en is de verontwaardiging ook meer ingegeven door geopolitieke belangen dan door oprechte zorg voor het recht van mensen en groepen op hun culturele verleden?

Karima Bennoune: Het is daarom heel belangrijk om niet selectief verontwaardigd te zijn. Ik ben dan ook niet alleen bezig met de erg zichtbare gevallen van vernietiging in Syrië, Irak en Mali, maar maak me minstens even veel zorgen over de destructie in Jemen. En ik ben heel gevoelig voor de opmerking die ik onlangs kreeg op het 15de Forum voor Inheemse Aangelegenheden in New York, namelijk dat niemand er wat om lijkt te geven dat inheems erfgoed voortdurend vernietigd wordt. Die realiteiten moeten we veel meer aandacht geven, dat klopt.

Maar het feit dat de aandacht voor de vernietiging van cultureel erfgoed plots zo veel aandacht krijgt, is minder een zaak van geopolitiek dan van veralgemeende verontwaardiging. Als die aandacht het ene en enige positieve effect is van Daesh, laten we dat dan ook ten volle benutten om al die andere gevallen van vernietiging aan te kaarten.

Blijft de vraag waarom Palmyra de gemoederen zo beroert, terwijl Jemen onzichtbaar blijft.

Karima Bennoune: Laat me toch eerst stellen dat Palmyra elke seconde en elke regel aandacht die het krijgt verdient. Er zijn weinig andere voorbeelden waarin zo expliciet gekozen wordt voor een doelwit omwille van zijn symbolische belang én waarin de vernietiging zo in scène gezet wordt dat de hele wereld er wel moet naar kijken, als ware het vernietigingsporno. Er is ook geen enkele discussie over de daders noch over hun motieven.

‘In Palmyra werd de vernietiging zo in scène gezet dat  de hele wereld er wel moet naar kijken, als ware het vernietigingsporno’

Dat ligt allemaal een stuk ingewikkelder in Jemen. In een paar gevallen is er sprake van gewapende groepen die sites aangevallen of vernietigd hebben, maar de oorlogvoerende partijen kunnen veel minder eenduidig gelinkt worden aan deze of gene vernietiging. Veel van de destructie gebeurt in de mist van oorlog, waardoor veel aan het zicht ontrokken wordt.

Maar de schaal van de vernietiging is vreselijk, daarover bestaat dan weer geen dispuut. En wat ons echt zorgen baart, is dat er in het verdrag over de bescherming van cultureel erfgoed in conflictsituaties uit 1954 een voorbehoud zit tegen het algemene verbod, namelijk wanneer er sprake is van militaire noodzaak. Dat achterpoortje zou in het geval van Jemen wel eens een grote schuurdeur kunnen blijken.

Als het gaat over vernietiging van inheemse waardevolle sites, dan heeft dat meestal te maken met economische redenen –mijnbouw, wegenbouw, stadsuitbreiding… De intentie is misschien niet om een culturele genocide te plegen, maar het effect is wellicht even verwoestend.

‘Objecten, gebouwen of sacrale plaatsen die kapot gemaakt worden kunnen ook in onze digitale tijden nooit hersteld worden in hun oorspronkelijke staat’

Karima Bennoune: In het bredere kader is vernietiging omwille van economische ontwikkelingslogica inderdaad vergelijkbaar met aanslagen uit ideologische overtuiging. Maar de wettelijke kaders om daar tegen op te treden zijn veel minder precies en ondubbelzinnig. Wat wel duidelijk is, is dat er voortdurend overleg en consultatie moet zijn met de mensen die een sterke band hebben met een bedreigde site.

Want inderdaad, uiteindelijk kunnen de resultaten wel degelijk dezelfde zijn: ontreddering bij individuen en groepen, en het schaden of verdwijnen van culturele fundamenten of identiteiten. En voor alle duidelijkheid: objecten, gebouwen of sacrale plaatsen die kapot gemaakt worden kunnen ook in onze digitale tijden nooit hersteld worden in hun oorspronkelijke staat.

CC TedX Exeter

Karima Bennoune: ‘De verwoestingen in Palmyra en Timboektoe vonden niet plaats ondanks de waarde van het erfgoed, maar uitgerekend omwille van die waarde en betekenis.’

Wie bepaalt er eigenlijk wat cultureel erfgoed is, en dus bescherming verdient?

Karima Bennoune: Goede vraag. Wat mij betreft is cultureel erfgoed in elk geval niet iets dat exclusief bepaald kan worden door degenen die nu toevallig de macht hebben of wat louter gebaseerd wordt op een verre terugblik in de geschiedenis. Een plek die recent van belang was voor de holebi- of vrouwenbeweging, een gebouw dat uitdrukkelijk vorm geeft aan de diversiteit van een stad: dat kan allemaal deel uitmaken van het gezamenlijke culturele erfgoed.

Dat leidt wel tot debat of conflict, natuurlijk. Wie een plein wil hernoemen om een nieuwe bevolkingsgroep zichtbaar te maken, stoot al snel op een andere bevolkingsgroep die haar historische claims wil verdedigen.

Karima Bennoune: Dat is bijna overal ter wereld een uitdaging: hoe geef je ruimte en erkenning aan allerlei verschillende groepen mensen die elk hun aanwezigheid binnen een bepaalde ruimte willen bevestigen?

‘Hoe geef je ruimte en erkenning aan allerlei verschillende groepen mensen die elk hun aanwezigheid binnen een bepaalde ruimte willen bevestigen?’

We zullen moeten leren om de diversiteit van onze verledens te erkennen en een plaats te geven binnen de gemeenschappelijkheid van het heden. Om dat te kunnen doen zal iedereen, elk individu en elke groep, de ruimte moeten krijgen om zijn eigen zorg en beleving uit te drukken en zijn eigen verwachtingen te formuleren.

Mijn voorgangster als Speciaal Rapporteur over Culturele Rechten, Farida Shaheed, stelde ooit dat conflict op zich geen probleem is, als we dat conflict op een constructieve manier kunnen hanteren.

Daarvoor hebben we het onwrikbare, stalen kader van de mensenrechten nodig. Maar net dat kader wordt gecontesteerd door alle mogelijke extremisten vandaag.

U gebruikt bijna altijd de term groepen en bijna nooit gemeenschappen. Bestaan er dan geen collectieve identiteiten?

Karima Bennoune: “Gemeenschap” is een vage term. Hij wordt op een aantal plaatsen in de afspraken over mensenrechten gebruikt, maar dan meestal als een verwijzing naar de bevolking van een hele natie. Maar ik heb in die mensenrechtenliteratuur nergens een heldere definitie van gemeenschap gevonden.

© Gie Goris

‘We moeten de diversiteit van onze verledens erkennen en een plaats geven binnen de gemeenschappelijkheid van het heden’

Het positieve gebruik van gemeenschap verwijst naar de realiteit dat mensen gedeelde inzichten, belangen of identiteiten, en gedeelde of gemeenschappelijke mensenrechten hebben. Maar de term kan ook negatieve effecten hebben, in de mate dat “gemeenschap” gebruikt wordt voor subgroepen in de samenleving die apart staan van de rest, met een ethiek en een hiërarchie waarover iedereen het eens zou zijn.

‘Amartya Sen stelt dat een ondoordachte nadruk gemeenschappen kan leiden tot veelvoudige monoculturen, in plaats van echt multiculturalisme’

De realiteit is dat elk individu tot meerdere groepen kan behoren, doorheen de jaren voor andere prioritaire identiteiten kan kiezen en zich misschien helemaal niet vertegenwoordigd voelt door degenen die zich opwerpen als de leiders van hun “gemeenschap”.

Amartya Sen heeft dat probleem heel helder onder woorden gebracht door te stellen dat een ondoordachte nadruk gemeenschappen kan leiden tot veelvoudige monoculturen, in plaats van echt multiculturalisme. Vandaar mijn terughoudendheid bij het gebruik van de term, die toch vaak beladen is, al wil ik tegelijk alle respect opbrengen voor mensen voor wie gemeenschap een echte en doorvoelde realiteit is.

In het boek Your Fatwa Does Not Apply Here, dat verscheen in 2013 voordat u Speciaal Rapporteur werd, focust u op dissidentie binnen de islam. De boodschap lijkt te zijn: iedereen moet zelf kunnen bepalen hoe hij of zij het geloof beleeft, verwoordt en theologiseert.

Karima Bennoune: In dat boek wou ik inderdaad aandacht vragen voor de diversiteit binnen de islam en binnen de groep mensen met een moslimachtergrond, gewoon omdat die diversiteit binnen de islam even groot is als in andere religieuze of culturele tradities. Er zijn gelovigen en twijfelaars, ongelovigen en agnosten, gelovigen voor wie de nationale identiteit belangrijker is dan de religieuze, …

Diversiteit wordt door een heleboel mensen en groepen vandaag niet langer gezien als een bron van rijkdom en innovatie, maar eerder als een bron van angst, conflict en geweld –en die visie leeft aan alle extreme uiteinden van het maatschappelijk debat, zowel bij salafisten als Eurocentrische nationalisten.

Karima Bennoune: Dat is inderdaad een heel belangrijke vaststelling. In mijn eerste rapport als Speciaal Rapporteur heb ik ook uitdrukkelijk gesignaleerd hoe storend ik de opinies vind die hele religies of groepen verwerpen. Pluralisme en diversiteit liggen heel erg onder vuur, zowel vanwege degenen die verschil ontkennen als van degenen die verschil buiten proportie opblazen tot een onoverkomelijke barrière tussen mensen.

‘We moeten ons onverzettelijk tonen tegen alle fundamentalismen, of ze nu religieus, nationalistisch, anti-migratie of anti-divers zijn’

Voor mij zijn universaliteit van mensenrechten en diversiteit van menselijkheid geen elkaar uitsluitende realiteiten maar noodzakelijke en complementaire elementen van één werkelijkheid. Wat we nodig hebben is zeker niet cultureel relativisme, noch discriminatie of geweld tegen minderheden, vrouwen of andere groepen. We moeten ons onverzettelijk tonen tegen alle fundamentalismen, of ze nu religieus, nationalistisch, anti-migratie of anti-divers zijn.

Iedereen moet de strijd tegen onverdraagzaamheid voeren, maar moet iedereen die strijd rond dezelfde thema’s, op hetzelfde ritme en met dezelfde argumenten voeren? De strijd voor vrouwen- of holebirechten wordt soms toch ook gekaapt door mensen die deze rechten niet zozeer gebruiken om minderheden in te sluiten, maar om andere minderheden uit te sluiten?

Karima Bennoune: Elke mensenrechtenstrijd kan natuurlijk geïnstrumentaliseerd worden. Daarom is het zo belangrijk om de hele mensenrechtenagenda op een universele wijze na te streven, want die Universele Verklaring past in geen enkele smalle politieke agenda.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3184   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur